Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026

Gemeente Emmen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Emmen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;

gelet op het bepaalde in artikel 225, eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026

Artikel 1: Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in/of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

b.houder van een motorrijtuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in lid 5 van artikel 225 van de Gemeentewet;

c.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betalingen bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

d.parkeerapparatuurplaats: een gemeentelijke parkeervoorziening waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur, waaronder inbegrepen de parkeerplaatsen welke zijn aangeduid met het bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 (of de zonale variant daarvan), met de toevoeging (op het bord of op een onderbord) van de tekst ‘dagkaart toegestaan’;

Artikel 2: Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

a.een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3: Belastingplicht

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het voertuig heeft geparkeerd.

2Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

-indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

-indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4: Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5: Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6: Ontstaan van de belastingschuld

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of andere communicatieapparatuur inloggen op de centrale computer.

2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7: Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren of direct na afloop van het parkeren. De betaling geschiedt direct en contant of door gebruik te maken van digitale betaalmogelijkheden.

2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen de termijn die op de nota staat vermeld of wordt deze bij automatische incasso geïnd.

3In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een naheffingsaanslag terstond worden betaald.

Artikel 8: Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9: Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende Tarieventabel.

Artikel 10: Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11: Inwerkingtreding en citeertitel

1De ‘Verordening parkeerbelastingen 2025’ van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen 2026’.

5Het (de) op grond van artikel 8 van deze en voorgaande Verordeningen Parkeerbelasting door het college genomen aanwijzingsbesluit(en), blijven van toepassing.

Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2026

De raad van de gemeente Emmen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;

gelet op artikel 225, eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de ‘Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2026’

Artikel 1: Parkeerapparatuur

De tarieven van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a bedragen:

a.€ 1,80 per 53 minuten of € 10,60 per dag op parkeerapparatuurplaatsen op een met slagbomen afgesloten terrein, te weten P-Noord, garage Westerstraat, garage Willinkplein, Willinkplein-Zuid, P-Vreding en P-Schapenveenweg gelegen in Emmen;

b.€ 2,00 per 51 minuten op alle overige parkeerapparatuurplaatsen op straat of terrein gelegen in Emmen.

Artikel 2: Parkeervergunningen

De tarieven van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b bedragen:

Vergunning*

Prijs per

kalenderjaar

Prijs per

kwartaal

Prijs per

dag

Bewonersvergunning

€ 258,90

€ 64,70

n.v.t.

Bewonersvergunning schilgebied

€ 258,90

€ 64,70

n.v.t.

Bezoekersvergunning schilgebied

€ 19,50

n.v.t.

n.v.t.

Bedrijvenvergunning

€ 646,20

€161,50

n.v.t.

Werkendenvergunning voor P-Noord

€ 322,70

€ 80,60

n.v.t.

Werkendenvergunning voor garage Willinkplein

€ 484,90

€ 121,20

n.v.t.

Functionele vergunning

€ 258,90

€ 64,70

n.v.t.

Onderhoudsvergunning

n.v.t.

n.v.t.

€ 5,50

Mantelzorgvergunning

€ 0

€ 0

n.v.t.

Deelautovergunning aanbieder

€ 258,90

€ 64,70

n.v.t.

Deelautovergunning deelnemer

€ 258,90

€ 64,70

n.v.t.

Incidentele vergunning

n.v.t.

n.v.t.

€ 10,60

* Vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening 2020.

Huur

Prijs per maand

Ticket validator

50,- exclusief btw

Artikel 3: Kosten naheffingsaanslag

De naheffingsaanslag parkeerbelasting als bedoeld in artikel 9 van de Verordening parkeerbelastingen, bestaat uit het geldende uurtarief van de parkeerlocatie plus aanslagkosten ad. € 82,00.

Artikel 4: Inwerkingtreding en citeertitel

1De ‘Tarieventabel, behorende bij de Verordening Parkeerbelastingen 2025’ van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

3Deze tarieventabel kan worden aangehaald als de ‘Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2026’.

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 december 2025.

de griffier,

S. Engelen

de voorzitter

H.F. van Oosterhout

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.