Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels werkpremie gemeente Emmen 2024

Gemeente Emmen · geldt sinds 21 november 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen,

•gelet op artikel 40 van de Re-integratieverordening gemeente Emmen 2023;

•gelet op artikel 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

•gelet op artikel 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de werkpremie;

Besluit:

vast te stellen de Nadere regels werkpremie gemeente Emmen 2024.

Artikel 1. Begripsomschrijving

1Alle begrippen die in deze nadere regels en uitvoeringsinstructies worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) de Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;

b.Doelgroep: een persoon van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd met een inkomen uit werk naast het ontvangen van een bijstandsuitkering;

c.Inkomsten uit werk: betreffen inkomsten uit loondienst;

d.Uitkering: uitkering op grond van de Participatiewet (PW), de IOAW en de IOAZ;

e.Uitkeringsgerechtigde: een persoon die op grond van de Participatiewet, de IOAW en IOAZ een uitkering ontvangt;

f.Werkpremie: premie als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder j Participatiewet.

Artikel 2. Werkpremie

1Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde een premie verstrekken die deeltijd arbeid verricht.

2De arbeid dient de arbeidsinschakeling te bevorderen en de bestaanszekerheid te vergroten.

3De premie wordt verstrekt op grond van artikel 31 lid 2 onder j.

4De werkpremie kent vaste betalingsdata en wordt verstrekt per 1 april en 1 oktober van het kalenderjaar.

Artikel 3. Arbeidsinschakeling

1Arbeidsinschakeling is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een premie genoemd in artikel 2 van deze nadere regel.

2Deeltijd arbeid draagt per definitie bij arbeidsinschakeling.

Artikel 4. Doelgroep

1De uitkeringsgerechtigde die inkomsten uit arbeid ontvangt zal maandelijks een premie opbouwen, zolang er recht is op een uitkering.

2De premie – 15% - zal maandelijks gereserveerd worden en uitbetaald worden op de eerst volgende data genoemd in artikel 2 van deze nadere regel.

3Personen die met toestemming gebruik maken van de Regeling bescheidenschaal en recht hebben op een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ. De inkomsten uit zelfstandige activiteiten worden achteraf vastgesteld. De premie kan pas na vaststelling achteraf worden uitbetaald. De premie wordt eenmaal per jaar uitbetaald.

Artikel 5. Hoogte

1De werkpremie is ter hoogte van 15% van de inkomsten uit arbeid per maand.

2De premie is maximaal ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 31 lid 2 onder j per kalenderjaar.

3De premie wordt opgebouwd tot 1 maand voorafgaand aan het betaalmoment, zoals genoemd in artikel 2.

4Bij meerdere inkomstenvrijlatingen is de meest gunstige vrijlating voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing.

5Voor gehuwden – en gelijkgestelden – geldt dat het bepaalde in lid 2 en lid 5 voor hen tezamen geldt.

Artikel 6. Uitzonderingen

1Er wordt geen premie gereserveerd uit vergoedingen, zoals stage en vrijwilligerswerk.

2Er wordt geen premie gereserveerd uit inkomsten die verzwegen zijn.

3Indien een uitkeringsgerechtigde in aanmerking komt voor de premie reeds andere vrijlatingen ontvangt, dan is de meest gunstige vrijlating/premie van toepassing.

Artikel 7. Terugvordering

1Het college kan de premie terugvorderen als deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Artikel 8. Hardheidsclausule

1Het college kan ten gunste van de aanvrager één of meerdere bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het bevorderen van deelname aan een sociaal-culturele of sportieve activiteit om mee te kunnen doen in de samenleving leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 9. Onvoorziene gevallen

1In gevallen waarin deze nadere regel niet voorziet, beslist het college.

Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze nadere regel treedt in werking op de dag na publicatie.

2Deze nadere regel kan worden aangehaald als: Nadere regels werkpremie gemeente Emmen 2024.

Toelichting nadere regels werkpremie gemeente Emmen 2024

De werkpremie betreft een voorziening waarmee wordt voorgesorteerd op de aangekondigde wijzigingen Participatiewet ‘Participatiewet in balans’.

De beleidsregel voor de werkpremie is ingevoerd om de bestaanszekerheid te bevorderen en mensen te ondersteunen die parttime werk combineren met een uitkering. Door deze kader krijgen uitkeringsgerechtigden een financiële stimulans om (meer) te gaan werken en de voordelen daarvan te voelen. Dit beleid heeft als doel om werken lonend te maken, inwoners mee te laten doen en te zorgen voor een hogere arbeidsmarktparticipatie.

Onder de nieuwe beleidsregel mogen mensen met parttime inkomsten 15% van hun verdiensten behouden boven op hun uitkering. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden die naast hun uitkering deeltijd arbeid verrichten, een gedeelte van hun inkomen uit arbeid mogen houden zonder dat dit volledig in mindering wordt gebracht op hun uitkering. Deze premie wordt tweemaal per jaar uitbetaald. Door hieraan te voldoen maakt het mogelijk om de premie – onder enkele andere voorwaarden – onbelast te verstrekken. De heeft tot grote voordeel dat de premie niet wordt meegenomen in de berekening van de toeslagen van Dienst Toeslagen (onderdeel van de Belastingdienst).

De werkpremie moet bijdragen aan het aantrekkelijker maken van werken en wordt de weg naar financiële zelfstandigheid ondersteund. Dit beleid draagt bij aan een inclusieve en activerende sociale zekerheid. De werkpremie zorgt voor een geleidelijke overgang van een volledige uitkering naar (parttime) werk. Dit verkleint de financiële onzekerheid en drempels die gepaard gaan met de stap naar werk. Door (parttime) te werken, blijven uitkeringsgerechtigden actief deelnemen aan de samenleving. Dit bevordert sociale contacten, persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke integratie.

De premie is 15% van het inkomen. Uit onderzoek is gebleken dat dit bedrag niet veel gevolgen heeft met betrekking tot de armoedeval (Kamerstukken II 2007/08, 31 577, nr. 3, p. 12). De werkpremie heeft geen gevolgen voor de toeslagen aangezien het een onbelaste premie betreft.

Het betreffende artikel over terugvordering is bedoeld om zorgvuldig en rechtvaardig om te gaan met situaties waarin een terugvordering noodzakelijk is. Hierbij wordt niet zomaar tot terugvordering overgegaan; er moet sprake zijn van omstandigheden die dit rechtvaardigen, zoals misbruik.

Bovendien wordt bij elke terugvordering een zorgvuldige afweging gemaakt om te voorkomen dat dit leidt tot onevenredig nadeel voor de belanghebbende. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met de persoonlijke en financiële situatie van de betrokkene en dat, waar mogelijk, maatwerk wordt toegepast. Op deze manier wordt een eerlijke en evenwichtige behandeling gewaarborgd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.