Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Emmen
overwegende dat:
-De burgemeester zorg dient te dragen voor de lijkbezorging indien niemand daarin voorziet;
-De kosten van de lijkbezorging voor rekening van de gemeente zijn en het de bevoegdheid van het college van B & W is om de kosten van de lijkbezorging te verhalen;
-Het wenselijk is daarvoor deze beleidsregels vast te stellen;
gelet op:
-Artikel 20, 21 en 22 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, om vast te stellen:
de “Beleidsregels uitvoering uitvaart op kosten van de gemeente Emmen”
Inleiding
De Wet op de lijkbezorging (hierna: Wlb) bevat regels voor wat er moet en mag gebeuren met het lichaam van een overleden persoon en over de wijze waarop lijkbezorging plaatsvindt. Onder meer zijn regels opgesteld over lijkschouwing en identificatie, de voorwaarden waaraan begraving of crematie moet voldoen en de termijn waarbinnen begraving of crematie moet plaatsvinden.
Wanneer een overledene geen nabestaanden heeft of waar de nabestaanden weigeren in de lijkbezorging te voorzien, is de burgemeester verplicht om op grond van artikel 21 van de Wlb in de lijkbezorging te voorzien.
Omdat ieder mens een respectvol afscheid verdient, is het van belang beleidsregels voor de uitvoering van deze lijkbezorging vast te leggen. In de Wlb zijn echter geen specifieke maatregelen opgenomen hoe een gemeente invulling moet geven aan het proces rondom de gemeentelijke lijkbezorging. Het is aan de gemeente zelf om keuzes te maken welke inspanningen worden verricht om nabestaanden op te sporen, op welke wijze de uitvaart wordt uitgevoerd en welke maatregelen de gemeente treft om de kosten van de uitvaart te verhalen. Hierbij wordt rekening gehouden met het bewerkstelligen van een sobere maar respectvolle uitvaart en de wettelijke kaders die de Wlb en het erfrecht stellen.
Deze beleidsregels betreffen een kader met betrekking tot de overheidszorg voor overledenen in de gemeente Emmen die geen nabestaanden hebben of waar de nabestaanden weigeren in de lijkbezorging te voorzien.
De beleidsregels zijn geclusterd in de volgende onderdelen:
1Fase 1: Van melding tot uitvaart;
2Fase 2: De uitvaart;
3Fase 3: Na de uitvaart.
De wettelijke grondslag voor deze beleidsregels wordt gevormd door de artikelen 20, 21 en 22 van de Wlb.
Waar in dit stuk ‘gemeente’ staat vermeld, betreft het een bevoegdheid van de burgemeester. Gaat het om het verhalen van de kosten van de lijkbezorging, dan wordt met ‘gemeente’ het college van burgemeesters en wethouders (B&W) bedoeld.
3. Fase twee: Rondom de uitvaart
3.1 Vorm van lijkbezorging
3.1.1. Begraven
De burgemeester dient bij de keuze cremeren of begraven rekening te houden met een eerder uitgesproken wens van een overledene (artikel 18 Wlb). Concreet betekent dit, dat de burgemeester in principe voor een begrafenis kiest, tenzij bekend is dat de overledene een uitdrukkelijke wens tot cremeren had.
De gemeente Emmen heeft een eigen begraafplaats, Het Oeverse Bos. Op Het Oeverse Bos is een grafveld beschikbaar gesteld voor begrafenissen van gemeentewege. De overledene wordt begraven in een twee diep graf, dat voor 10 jaar wordt uitgegeven. Dit staat gelijk aan de wettelijke termijn voor grafrust. Na 10 jaar wordt het graf geruimd. Er is geen mogelijkheid tot verlenging van het grafrecht.
De gemeente blijft rechthebbende van het graf en slechts de gemeente heeft zeggenschap over het graf. Het is nabestaanden enkel toegestaan tijdelijke uitingen van rouw (zoals bloemen) op het graf te plaatsen. Andere voorwerpen dan tijdelijke uitingen van rouw zullen door de gemeente worden verwijderd. De gemeente plaatst een gedenktegel op het graf waarop voorletters en achternaam, geboorte- en overlijdensdatum van de overledene staan.
De kosten voor het begraven blijven binnen de gemeente en daarom is begraven goedkoper ten opzichte van cremeren. Melden zich later toch nog nabestaanden, dan is er nog een graf om te bezoeken.
Er is geen keuze in begraafplaats en het tijdstip van begraven wordt ingepland in overleg met de uitvaartondernemer.
Kinderen
De kinderbegraafplaats is beschikbaar voor kinderen tot en met de leeftijd van twaalf jaar. Kinderen worden niet in een twee diep graf op het algemene grafveld begraven, maar op de kinderbegraafplaats.
Beleidsregel 7: Lijkbezorging in opdracht van de gemeente vindt in beginsel plaats in de vorm van een begrafenis op begraafplaats Oeverse Bos.
3.1.2. Cremeren
Indien bekend is dat de overledene de uitdrukkelijke wens tot cremeren had, wordt hier gehoor aan gegeven. De crematie vindt plaats in de vorm van een technische crematie en het tijdstip wordt ingepland in overleg met de uitvaartondernemer. Het is afhankelijk van de uitvaartondernemer in welk crematorium de crematie plaatsvindt.
De as wordt na de wettelijke wachttijd van 1 maand vrijgegeven door het crematorium. Het crematorium hanteert een kosteloze bewaartermijn van 6 maanden. Hebben zich binnen deze termijn geen nabestaanden gemeld, dan wordt de as in opdracht van de gemeente verstrooid op een plek aangewezen door de uitvaartondernemer. Willen nabestaanden beschikking krijgen over de as, dan kunnen er voorwaarden van toepassing zijn, zoals het terugbetalen van de uitvaartkosten aan de gemeente. Ook kan er toestemming van andere nabestaanden nodig zijn, voordat de as aan de aanvrager wordt verstrekt.
4. Fase drie: Na de uitvaart
4.1 Verhaal van kosten
4.1.1. Verhalen op de nalatenschap
De gemeente verhaalt de kosten van de uitvaart in eerste instantie op de uitvaartverzekering van de overledene. Is de overledene niet verzekerd dan worden de kosten waar mogelijk verhaald op de nalatenschap van de overledene.
4.1.2. Verhalen op nabestaanden
Is de nalatenschap onvoldoende om de kosten te dekken, dan heeft de gemeente een verhaalsrecht op bloed- en aanverwanten. Verhaal is dan mogelijk op de (ex) echtgenoot, ouders, wettige en natuurlijke kinderen, aangetrouwde kinderen, schoon- en stiefouders, als bedoeld in artikel 22 Wlb juncto 1:392-396 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Als er een echtgenoot is, dan is die als eerste gehouden de kosten te betalen (art. 1:392 BW). De andere nabestaanden zijn ieder voor een deel verantwoordelijk voor de kosten.
Bij het verhaal moeten maatschappelijke opvattingen meegewogen worden, het verhaal moet dus redelijk zijn (voorbeeld: verhaal op kosten van de ex-partner van 30 jaar geleden is niet redelijk). Verder moet nadrukkelijk in ogenschouw worden genomen dat kostenverhaal aanzienlijk veel tijd (en geld) kan vergen. Per geval zal moeten worden bekeken of het de moeite waard zal zijn en de kosten van het kostenverhaal niet onevenredig hoog zullen zijn.
Het principe van de Wlb is dat de kosten niet door de belastingbetaler worden gedragen, maar verhaald worden op de nalatenschap of op de nabestaanden.
Beleidsregel 8: De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid de kosten van de uitvaart te verhalen.