Aanhef
De raad van de gemeente Eindhoven;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 januari 2010 en 18 februari 2010;
gelet op de wijziging van artikel 4.4.2 in de APV in het kader van Goed Geregeld;
gelet op artikel 12a van de Woningwet;
besluit:
1het reclamebeleid vast te stellen. Hoofdlijnen uit het beleid zijn:
a) de functiegerichte gebiedsindeling voor de stad;
b) de specifieke toetsingscriteria voor het basisgebied;
c) de algemene uitgangspunten voor bijzondere gebieden;
d) gebiedsgerichte handhaving;
2het college van burgemeester en wethouders te vragen het reclamebeleid na twee jaar te evalueren en de resultaten voor te leggen.
Inhoudsopgave
Inleiding
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begrippen
Artikel 2 Gebiedsindeling
Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen
Artikel 3 Algemene criteria
Artikel 4 Reclameverbod
Artikel 5 Uitzonderingen
Artikel 6 Lichthinder
Artikel 7 Verkeerveiligheid
Artikel 8 Bevestigingsconstructies
Artikel 9 Staat van onderhoud
Hoofdstuk 3 Administratieve bepalingen
Artikel 10 De aanvraag
Hoofdstuk 4
Toetsingscriteria – basis niveau
Artikel 11 Ontoelaatbare reclame
Artikel 12 Onverlichte reclame plat op de gevel
Artikel 13 Onverlichte reclame haaks op de gevel
Artikel 14 Verlichte reclame plat op de gevel (ook aanlichten)
Artikel 15 Verlichte reclame haaks op de gevel (ook aanlichten)
Artikel 16 Dakreclame
Artikel 17 Lichtlijnen
Artikel 18 Baldakijnen, markiezen en zonneschermen
Artikel 19 Banieren en vlaggen
Artikel 20 Lichtprojecties
Artikel 21 Kleinere reclame-uitingen niet aan bouwwerken
Artikel 22 Grote vrijstaande reclameobjecten
Artikel 23 Afficheobjecten
Artikel 24 Tijdelijk in de openbare ruimte geplaatste objecten (menuborden, sandwichborden e.d.)
Artikel 25 Europanelen
Artikel 26 Abri’s
Artikel 27 Lichtmastreclame
Artikel 28 Opblaasbare objecten
Artikel 29 Speeltoestellen en 3D-objecten
Artikel 30 Video-, led/lcd- of grootbeeld multimedia schermen
Artikel 31 Billboards
Artikel 32 Reclame-uitingen op bouwafrastering of steigerdoek
Hoofdstuk 5 Uitzonderingen naar aard van de reclame
Artikel 33 Algemene uitzonderingen
Artikel 34 Tijdelijke reclame
Artikel 35 Bouw- en projectborden
Hoofdstuk 6 Toetsingscriteria – Bijzondere gebieden
Artikel 36 Ontoelaatbare gevelreclame
Artikel 37 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Hoofdstuk 7 Toetsingscriteria – monumenten
Artikel 38 Reclame aan monumenten
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 39 Maatafwijkingen
Artikel 40 Doelmatigheidsbepaling
Artikel 41 Overgangsbepalingen
Artikel 42 Titel
Artikel 43 Inwerkingtreding
BIJLAGEN
Bijlage 1 Kaart reclamebeleid Eindhoven
Bijlage 2 Beeldkwaliteitplannen/reclamebeleid
Bijlage 3 Aanvullende criteria in relatie tot verkeerveiligheid en tijdelijke reclame-uitingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begrippen
1.1 Aanvrager
Diegene die het voornemen tot het aanbrengen van reclame kenbaar heeft gemaakt aan Burgemeester en Wethouders.
1.2 Afficheobjecten
De raamwerken in de openbare ruimte of aan gebouwen waarbinnen of waaraan periodiek reclame wordt aangebracht.
1.3 Belanghebbende
Diegene waarvoor de reclame bedoeld of bestemd is dan wel welke belang heeft bij het maken van de reclame.
1.4 Buitenreclame
Alle reclame objecten in de openbare ruimte, niet zijnde gevelreclame. Ook hier gaat het zowel om de drager als om de uiting.
1.5 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
De commissie van onafhankelijke deskundigen die onder meer beziet of reclame passend is binnen het straatbeeld.
1.6 Dakreclame
Verlichte of onverlichte voorwerpen, aangebracht in goten of op daken van bouwwerken.
1.7 Gebruiker
Diegene die het onroerend goed gebruikt alwaar de reclame is aangebracht.
1.8 Gevelreclame
De reclame aan een gebouw, hieronder wordt zowel de drager als de uiting begrepen; hiertoe worden ook gerekend beschilderingen van dakvlakken of daarmee vergelijkbare reclamevormen.
1.9 Handelsreclame
Iedere vorm van openbare aanprijzing van goederen en diensten, elke naamsaanduiding, bewegwijzering of openbare aankondiging of aanprijzing, al dan niet (gedeeltelijk) bewegend, al dan niet verlicht, overgebracht door middel van een aanduiding, opschrift, mededeling, uitbeelding, afbeelding, monster of brochure, geluidsversterking of projectie. Uitgezonderd hiervan zijn functionele bouwdelen van gebouwen als boeiboorden, borstwering of luifels die in bedrijfskleuren zijn uitgevoerd.
1.10 Lettertekst/muurschilderingen
(Geschilderde) losse letters/tekens en/of muurschilderingen op/aan een onroerend goed.
1.11 Lichtreclame
Reclame voorzien van verlichting of aangelicht door een kunstlichtbron, anders dan openbare verlichting.
1.12 Penant
Het muurgedeelte dat de kozijn- of deuropening of een travee ter zijde afsluit.
1.13 Plat bord
Een plat tegen een gevel van een bouwwerk of tegen een luifel aangebracht verlicht of niet verlicht enkelzijdig voorwerp met een maximum dikte van 5 cm, gemeten loodrecht op de gevel, of een daarmee overeenkomend samenstel van elementen, zoals een bord met onderbrekingen gebaseerd op de gevelindeling.
1.14 Travee
Deel van gebouw of gevel dat door de indeling als een eenheid kan worden beschouwd, bepaald door de afstand tussen twee opvolgende steunpuntassen in de lengterichting van een gebouw of bouwonderdeel.
1.15 Uithangbord
Een dubbelzijdig op de gevel van een bouwwerk aangebracht verlicht, aangelicht of niet verlicht bord.
Artikel 2 Gebiedsindeling
De regels zoals verwoord in de artikelen 1 tot en met 43 zijn van toepassing op de hele gemeente Eindhoven. Voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van reclame-uitingen in bijzondere gebieden wordt de indeling gehanteerd zoals deze op de kaart in bijlage 1 is aangegeven.
Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen
Artikel 3 Algemene criteria
a) Reclame mag geen hinder, belemmering of gevaar veroorzaken;
b) Reclame met bewegende delen of bewegende beelden, reclame bestaande uit of voorzien van veranderlijk of bewegend licht en lichtkranten zijn in beginsel niet toegestaan in het basisgebied en in de bijzondere gebieden. Indien de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit akkoord is kan hier van afgeweken worden binnen de bijzondere gebieden.
Artikel 4 Reclameverbod
Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving, dan wel zonder vergunning van burgemeester en wethouders reclame te (laten) maken of te (laten) wijzigen, voor zover deze vanaf een openbare land-, water-, of spoorweg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar of hoorbaar is, voor zover deze geen betrekking heeft op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.
Het hierboven gestelde geldt niet ten aanzien van opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen ten behoeve van het openbaar vervoer, enkel indien deze zijn aangebracht ten dienste van het functioneren van dat vervoer.
Artikel 5 Uitzonderingen
Voor reclames op of aan bouwwerken geldt het in artikel 4 gestelde niet voor:
a) reclame verder dan 0,5 meter achter de ramen van een bouwwerk;
b) reclame op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door burgemeester en wethouders;
c) reclame voor openbare verkoping, verkoop, verhuur of verpachting van het betreffende pand, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben en niet groter zijn dan 0,8 m2;
d) naamsaanduidingen, mits deze gezamenlijk geen groter oppervlak hebben dan 0,5 m2, geen van alle een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 meter en geen van alle verder dan 0,1 meter uit de gevel steken;
e) reclame, welke ter voldoening aan een wettelijke verplichting dan wel op grond van een wettelijk toegekende bevoegdheid worden aangebracht en, indien daarin geen maten zijn vastgesteld, deze gezamenlijk geen groter oppervlakte hebben dan 0,5 m2 en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter.
Artikel 6 Lichthinder
Alle reclames en signs waarin sprake is van de toepassing van licht dienen te voldoen aan de algemene richtlijn betreffende lichthinder, deel 4 Reclameverlichting van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) (www.nsvv.nl) en het aanvullende onderzoek t.a.v. lichtreclame-installaties zoals dat is uitgevoerd door de Vakgroep Lichtreclame van UNETO-VNI (http://lichtreclame.uneto-vni.nl/).
Artikel 7 Verkeersveiligheid
a) De reclame mag verkeersdeelnemers niet het zicht ontnemen op andere verkeersdeelnemers of verkeerssituaties, of op andere wijze hinder opleveren voor het verkeer;
b) De kleur van de reclame mag niet zodanig zijn dat daardoor de kleuren van verkeerslichten of andere lichtsignalen niet of minder goed te onderscheiden zijn;
c) Het uitzicht op verkeerslichten, verkeersborden, straatnaamborden e.d. mag nooit belemmerd worden.In bijlage 3 staan aanvullende criteria in relatie tot verkeersveiligheid en tijdelijke reclame-uitingen.
Artikel 8 Bevestigingsconstructies
Ondersteunings- en bevestigingsconstructies van reclame-uitingen, evenals toevoerleidingen en hulptoestellen voor lichtreclame, dienen zoveel mogelijk aan het oog te worden onttrokken.
Artikel 9 Staat van onderhoud
a) Goed onderhoud van objecten is vereist evenals onmiddellijk herstel of vervanging van beschadigde of vernielde objecten;
b) Reclame en voorwerpen bestemd voor het aanbrengen van reclame welke naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders verwaarloosd zijn, in onvoldoende staat van onderhoud verkeren, niet meer gebruikt worden of hun feitelijke betekenis hebben verloren, moeten op schriftelijke last van of namens Burgemeester en Wethouders binnen de daarbij te stellen termijn worden hersteld dan wel verwijderd. Indien dat niet gebeurt, zullen deze op last van de eigenaar/gebruiker door de gemeente worden verwijderd.
Hoofdstuk 3 Administratieve bepalingen
Artikel 10 De aanvraag
De aanvraag ter verkrijging van een besluit betreffende de toelaatbaarheid van de reclame dient te worden gedaan met gebruikmaking van het wettelijk vastgestelde aanvraagformulier voor een vergunning inclusief de daarbij behorende bescheiden.
Hoofdstuk 4 Toetsingscriteria – basisniveau
Artikel 11 Ontoelaatbare reclame
Indien geen specifieke gebiedsgerichte criteria gelden, wordt als ontoelaatbare reclame in ieder geval aangemerkt:
Algemeen
Spandoeken, vlaggen, banieren en vaandels, met uitzondering van tijdelijke (maximaal 3 weken) en speciale gelegenheden die de gehele straat betreffen.
Buitenreclame
a) Reclame in de directe omgeving van de ingang van een begraafplaats;
b) Reclame in parken en plantsoenen;
c) Reclame aan of rond bomen;
d) Reclame in of in de directe omgeving van waterpartijen;
e) Reclame op of aan kunstwerken zoals bruggen en viaducten.
Gevelreclame
a) Reclame die geen rechtstreeks verband heeft met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden;
b) Reclame aangebracht aan bouwlagen met een woonbestemming;
c) Reclame op de zijmuurvlakken van de gevel bij een hoekpand met woonbestemming.
Pandgebonden reclame
Bij de hieronder genoemde reclame-uitingen, zijn de maximale maten van toepassing op zowel de drager als de uiting. Onder ‘reclame plat op de gevel’ vallen ook muurschilderingen (zie ook artikel 1).
Artikel 12 Onverlichte reclame plat op de gevel
Bij plaatsing van onverlichte reclame plat op de gevel dient te worden uitgegaan van:
a) onderbroken lijn gebaseerd op differentiatie gevelindeling;
b) breedte beperkt tot breedte etalage; niet meer dan 75% van de gevel;
c) maximale dikte van 5 cm;
d) zijpenanten vrij houden;
e) maximaal 1 bord per travee met een maximum van 2 uitingen per gebruiker.
Artikel 13 Onverlichte reclame haaks op de gevel
Bij plaatsing van onverlichte reclame haaks op de gevel dient te worden uitgegaan van:
a) uitsteekmaat bij straten < 5 m breed is 50 cm;
b) uitsteekmaat bij straten > 5 m breed 1/10 van straatbreedte met een maximum van 1 m;
c) maximale hoogte 1 m; maximale dikte 20 cm;
d) plaatsing niet lager dan 2,20 m boven de straat; bij voorkeur op penant (indien aanwezig);
e) maximaal 1 bord per travee met een maximum van 2 uitingen per gebruiker.
Artikel 14 Verlichte reclame plat op de gevel (ook aanlichten)
Bij verlichte reclame plat op de gevel (ook aangelichte) dient te worden uitgegaan van:
a) onderbroken lijn gebaseerd op differentiatie gevelindeling;
b) breedte beperkt tot breedte etalage; niet meer dan 75% van de gevel;
c) maximale dikte 20 cm;
d) zijpenanten vrij houden;
e) maximaal 1 bord per travee met een maximum van 2 uitingen per gebruiker.
Artikel 15 Verlichte reclame haaks op de gevel (ook aanlichten)
Bij verlichte reclame haaks op de gevel (ook aanlichten) dient te worden uitgegaan van:
a) uitsteekmaat bij straten < 5 m breed is 50 cm;
b) uitsteekmaat bij straten > 5 m breed 1/10 van straatbreedte met een maximum van 1 m;
c) maximale hoogte 1 m; maximale dikte 20 cm;
d) plaatsing niet lager dan 2,20 m boven de straat; bij voorkeur op penant indien aanwezig);
e) maximaal 1 bord per travee met een maximum van 2 per gebruiker.
Artikel 16 Dakreclame
Bij dakreclame dient te worden uitgegaan van:
a) binnen het basisgebied niet toegestaan;
b) binnen de bijzondere gebieden ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 17 Lichtlijnen
Bij lichtlijnen dient te worden uitgegaan van:
a) breedte beperkt tot breedte travee;
b) zijpenanten vrij houden.
Artikel 18 Baldakijnen, markiezen en zonneschermen
Bij baldakijnen, markiezen en zonneschermen dient te worden uitgegaan van:
a) alleen reclame toegestaan bestaande uit losse letters of geschilderde reclames;
b) een lichtbak aan de onderkant van baldakijnen, markiezen of zonneschermen is niet toegestaan.
Artikel 19 Banieren en vlaggen
Bij banieren en vlaggen dient te worden uitgegaan van:
a) binnen het basisgebied niet toegestaan;
b) binnen de bijzondere gebieden ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke kwaliteit.
Uitzondering binnen het basisgebied hierop zijn tijdelijke (maximaal 3 weken) en speciale gelegenheden die de gehele straat betreffen.
Artikel 20 Lichtprojecties
Bij lichtprojecties dient te worden uitgegaan van:
a) binnen het basisgebied niet toegestaan;
b) binnen de bijzondere gebieden ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke kwaliteit
Buitenreclame
Artikel 21 Kleinere reclame-uitingen niet aan bouwwerken
Bij kleinere reclame-uitingen niet aan bouwwerken dient te worden uitgegaan van:
a) reclamezuiltjes op voorterrein maximaal 1,10 meter hoog;
b) uitingen alleen op eigen terrein toegestaan.
Artikel 22 Grote vrijstaande reclameobjecten
Bij grote vrijstaande reclameobjecten dient te worden uitgegaan van:
a) uitsluitend op eigen grond ten behoeve van het gevestigde bedrijf;
b) bij bedrijventerrein niet hoger dan de max. bouwhoogte (max. 5,50 m); in winkelgebied max. 12 m;
c) in buitengebied alleen bij snelweggebonden functies op daarvoor nader te bepalen plaatsen, hoogte niet hoger dan max. bebouwingshoogte; bij rijks- en provinciale weg max. 35 m.
Artikel 23 Afficheobjecten
Afficheborden zijn aan de openbare weg niet toegestaan. Uitzondering hierop zijn de vaste afficheobjecten aangebracht aan lantaarnpalen, die geplaatst worden door een partij die hiervoor een overeenkomst heeft met de gemeente en de openbare aanplakborden en zuilen zoals aangewezen door de gemeente.
Artikel 24 Tijdelijk in de openbare ruimte geplaatste objecten (menuborden, sandwichborden e.d.)
Bij tijdelijk in de openbare ruimte geplaatste objecten dient te worden uitgegaan van:
a) obstakelvrije doorloopruimte van minimaal 1,5 m in rechte lijn tussen object en troittoirband;
b) geplaatst in strook max. 1 m vanuit voor- of zijgevel
c) ruimte maakt deel uit van uitstalling en mag daar niet bij opgeteld worden;
d) max. hoogte 1 m, max. breedte 0,8 m;
e) max. 1 per onderneming; bij meerdere percelen max. 2;
Artikel 25 Europanelen
Bij europanelen dient te worden uitgegaan van:
a) Niet hinderlijk (overlast) voor haar omgeving;
b) Niet verkeersgevaarlijk;
c) Passend in haar omgeving.
Artikel 26 Abri’s
Bij abri’s is de functionaliteit bepalend.
Artikel 27 Lichtmastreclame
Bij lichtmastreclame dient te worden uitgegaan van:
a) maximaal 5 identieke aanduidingborden per straat, maximaal 25 in de hele stad;
b) montage haaks op de as van de weg;
c) afhankelijk van de verkeerssituatie 3,50 of 4,50 meter boven de rijbaan.
Artikel 28 Opblaasbare objecten
Bij opblaasbare objecten dient te worden uitgegaan van:
a) bij bijzondere tijdelijke situaties ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 29 Speeltoestellen en 3D-objecten
Bij speeltoestellen en 3D-objecten dient te worden uitgegaan van:
a) obstakelvrije doorloopruimte van minimaal 1,5 m in rechte lijn tussen object en trottoirband;
b) direct (haaks of plat) tegen gevel; als overblijvende ruimte, na aftrek van doorloopruimte < 0,5 m is moet het plat tegen de gevel;
c) max. 1 per onderneming; bij meerdere percelen max. 2;
d) ruimte maakt deel uit van uitstalling en mag daar niet bij opgeteld worden;
e) geplaatst in strook max. 1 m vanuit voor- of zijgevel.
Artikel 30 Video-, led/lcd- of grootbeeld multimedia schermen
Bij video-, led/lcd- of grootbeeld multimedia schermen dient te worden uitgegaan van:
a) aan panden: altijd ter beoordeling aan commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
b) in de openbare ruimte: alleen ten dienste van de weggebruiker en altijd ter beoordeling aan commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 31 Billboards
Bij billboards dient te worden uitgegaan van:
a) Niet hinderlijk (overlast) voor haar omgeving;
b) Niet verkeersgevaarlijk;
c) Passend in haar omgeving.
Artikel 32 Reclame-uitingen op bouwafrastering of steigerdoek
Bij reclame-uitingen op bouwafrastering of steigerdoek dient te worden uitgegaan van:
a) alleen toegestaan zolang de bouwafrastering of het steigerdoek functioneel is, dat wil zeggen betrekking heeft op werkzaamheden die worden uitgevoerd;
b) niet aan brugleuningen of keerhekken;
c) vlak aangebracht.
Hoofdstuk 5 Uitzonderingen naar aard van de reclame
Artikel 33 Algemene uitzonderingen
Deze richtlijnen zijn niet van toepassing op onverlichte:
a) opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendige gedeelte van een onroerende zaak die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
b) opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
c) opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
•een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
•het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;
d) opschriften die betrekking hebben op de naam of de aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben hetzij de betreffende werkzaamheden zijn afgerond (zie artikel 35);
e) opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Artikel 34 Tijdelijke reclame
Deze richtlijnen, met uitzondering van artikel 23, zijn niet van toepassing voor opschriften of aankondigingen van kennelijke tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze opschriften of aankondigingen niet langer dan 31 dagen op de onroerende zaak aanwezig zijn. Voor verkiezingsborden geldt een termijn van 9 weken.
In bijlage 3 staan aanvullende criteria in relatie tot verkeersveiligheid en tijdelijke reclame-uitingen.
Artikel 35 Bouw- en projectborden
a) Bouw- en projectborden zijn toegestaan indien:
•geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van het project waar ook een duidelijke relatie mee moet bestaan;
•de feitelijke werkzaamheden zijn gestart;
•passend in de maat en schaal van de omgeving ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
b) Bij de oplevering van het bouwwerk dient het bord verwijderd te worden; hetzelfde geldt voor een projectbord zodra het object verhuurd of verkocht is;
c) Bouw- en projectborden mogen een maximum oppervlakte van 12 m2 hebben.
Hoofdstuk 6 Toetsingscriteria – Bijzondere gebieden
Artikel 36 Ontoelaatbare gevelreclame
In de bijzondere gebieden wordt als ontoelaatbare gevelreclame in ieder geval aangemerkt:
a) Reclame die geen rechtstreeks verband heeft met de activiteiten die in het pand of op het perceel plaatsvinden;
b) Dakreclame die buiten het bouwsilhouet valt, met uitzondering van reclame die deel uitmaakt van het architectonisch geheel of als het stadsbeeld ter plaatse dit mogelijk maakt;
c) Reclame aangebracht aan verdiepingen met een woonbestemming;
d) Reclame op de zijmuurvlakken van de gevel bij een hoekpand met woonbestemming;
e) Uithangborden aangebracht op een plaats waar het uitzicht op de openbare ruimte vanuit woningen in belangrijke mate wordt belemmerd;
f) Reclame die aan bewoners en/of gebruikers van het pand waaraan de reclame is bevestigd, dan wel aan bewoners en/of gebruikers van nabij gelegen panden overlast veroorzaakt;
g) Reclame op steigers en andere hulpconstructies voor bouw- en renovatiewerkzaamheden, m.u.v. reclame die wordt gecombineerd met een visual van het te realiseren bouwproject, mits deze reclame niet groter is dan 40% van het oppervlak van de desbetreffende visual.
Artikel 37 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
a) Reclame-uitingen binnen de bijzondere gebieden en aan monumenten worden altijd ter beoordeling aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voorgelegd;
b) Reclame-uitingen in de basisgebieden, welke voldoen aan voorliggende beleid, worden niet getoetst door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit,
c) Daar waar een beeldkwaliteitplan of reclamebeleid is opgesteld en vastgesteld is dat maatgevend (zie bijlage 2); tevens zullen daar waar nodig gedifferentieerde visies of reclamevoorschriften opgesteld worden voor een gebied of gebouw.
De bijzondere gebieden zijn:
Hoofdinfrastructuur en uitvalswegen
Centrumgebied en overige winkelcentra
Beschermde stadsgezichten
Sport
Groen
Strijp-S
Research
Industrie
Hoofdinfrastructuur en uitvalswegen
De wegen van de hoofdinfrastructuur en de uitvalswegen vervullen een belangrijke functie voor de bereikbaarheid van de stad.
Uitgangspunten reclamebeleid
•Snelle herkenbaarheid (bij voorkeur meer beeld dan tekst)
•Reclame moet anticiperen op de functies langs de weg (attentiewaarde)
•Verticaal om beweging/snelheid aan te gevenb Horizontaal om stilstand aan te tonen (bus- en treinstation, vertrekhal, taxistandplaats)
•Toepassing van bepaalde reclame-uitingen koppelen aan snelheid (A2-zone, radialen, ring)
•Profilering van de stad appelerend aan haar DNA en de positie van techniek en design
Centrumgebied en overige winkelcentra
Bepaalde winkelcentra in de gemeente hebben een regionale functie. Het gaat hierbij uiteraard om het centrumgebied. Maar ook winkelcentrum Woensel, het Kastelenplein en de Kruisstraat vervullen die functie.
Uitgangspunten reclamebeleid
•Originele oplossingen stimuleren; bewegende reclames horen daar ook bij
•Herhaling logo in grafische vormgeving
•Logo’s in kunstvorm
•Geen (rechte) lichtbakken toestaan, als een logo als bak moet worden uitgevoerd uitgezonderd beeldmerk als bak, tekst als doosletter
•Commerciële objecten
•Objecten met algemeen belang kwalitatief hoogwaardig
•In bijzondere situatie kan voor gevelreclame de relatie met het gebouw losgelaten worden
•Aanbeveling: differentiatie aanbrengen tussen uitgaans- en winkelgebieden; daarnaast verschil aanbrengen in winkel gebieden t.o.v. elkaar
Beschermde stadsgezichten
Eindhoven kent een aantal beschermde stadsgezichten. Dit zijn het Philipsdorp, Villapark Tongelre, Den Elzent, het Witte Dorp en Riel.
Uitgangspunten reclamebeleid
•“Nee, tenzij” - bescheiden mate
•Historische waarde van reclame-uitingen respecteren
Sport
Eindhoven is een sportstad. Bepaalde gebieden in de stad zijn specifiek daarop ingericht:
gemeentelijk sportpark Woensel, gemeentelijk sportpark Hondsheuvels, terrein Sportcentrum Technische Universiteit en Genneper parken.
Uitgangspunten reclamebeleid
•Naar buiten gerichte reclame ondersteunend laten werken om Eindhoven met sport op de kaart te zetten
•Uitgangspunten ‘Licht uit’ hanteren
•Aanbeveling: in overleg met betrokken partijen frames ontwikkelen zodat er op zichtlocaties een universele uitstraling ontstaat
Groen
De rand van de gemeente Eindhoven bestaat voor een groot deel uit groen- en recreatie-gebieden zoals de Genneper Parken, Landgoed de Wielewaal en het wandelbos Eckart.
Uitgangspunten reclamebeleid
•“Nee, tenzij” - recreatief groen
•Ruimte voor tijdelijke uitingen t.b.v. recreatieve doeleinden
•In bescheiden mate uitingen in het kader van algemeen nut (w.o. mededelingenborden)
Strijp-S
Op ca. 27 hectare ontstaat een vernieuwende, dynamische wisselwerking tussen bewoners, bedrijven en bezoekers van Strijp-S. Creativiteit en culturele uitingen worden op Strijp-S deel van de dagelijkse gang van zaken, waardoor de levendigheid 24 uur per dag, 7 dagen per week voelbaar en zichtbaar blijft. Strijp-S wordt een nieuwe woon-, werk- en ontmoetingsplek voor mensen van alle leeftijden, die zich aangesproken voelen door de sfeer op Strijp-S.
Uitgangspunten reclamebeleid
•Mogelijkheid voor creatieve, innovatieve vormen van reclame
•Stimuleren van bijzondere oplossingen
•Ruimte geven om te experimenteren
Research
De High Tech Campus, het TU-terrein en de toekomstige Brainport Innovatie Campus passen binnen de ambities van de gemeente Eindhoven en Brainport Navigator als toptechnologie regio van Europa. Deze terreinen bieden hoogwaardige innovatieve locaties voor specifieke doelgroepen.
Uitgangspunten reclamebeleid
•Vrijheid voor innovatieve methoden
•Reclame ondersteunend laten werken om Eindhoven met technologie op de kaart te zetten
Industrie
Eindhoven zet in op kwalitatief hoogwaardige werklocaties en bedrijventerreinen die passen bij het technologische imago van de stad en voldoende ruimte bieden aan bedrijvigheid. Eindhoven kent (naast de researchgebieden) nu meerdere bedrijventerreinen al dan niet gericht op (een) bepaalde doelgroep:
•Flight Forum (segment: gemengd)
•Park Forum (segment: gemengd)
•Ekkersrijt (segment: gemengd)
•Kapelbeemd (segment: gemengd)
•Achtse Barrier (segment: gemengd)
•Goederen Distributie Centrum (segment: transport en distributiesector)
•Eindhoven Airport (segment: luchtvaart-gebondenactiviteiten)
•Vlokhoven / de Tempel (segment: gemengd)
•Rapenland (segment: gemengd)
•De Hurk (segment: gemengd)
•De Kade (segment: gemengd)
In de komende jaren worden ook nog nieuwe bedrijventerreinen ontwikkeld, met name bij de vinex-locatie Meerhoven.
Uitgangspunten reclamebeleid
•“Vrij” laten in vormgeving
•Specifieke aandacht voor detailhandelsclusters op industriegebieden
Hoofdstuk 7 Toetsingscriteria – monumenten
Artikel 38 Reclame aan monumenten
1Reclame dient ondergeschikt te zijn aan architectuur en omgeving.
2Reclame dient zoveel mogelijk opgenomen te worden in de architectuurelementen.
3In principe zal niet meer dan één reclame-element aanvaardbaar zijn; voorkeur bestaat voor reliëfelementen, die al dan niet lichtgevend kunnen zijn.
4Een reclame-element, haaks op de gevel, mag ten hoogste 80 cm (inclusief bevestiging) buiten het gevelvlak steken.
5In het algemeen mogen de reclames aan gevels niet hoger worden aangebracht dan de benedenkant van de raamdorpels van de eerste verdieping. Met uitzondering van horizontaal vlak tegen de gevel aan te brengen reclameopschriften, indien de ruimtelijke omgeving van het pand voldoende groot is.
6Reclame aan of op een monument wordt in beginsel ontsierend geacht indien:
•b de reclame niet haaks op of niet evenwijdig aan het gevelvlak is geplaatst;
•b het reclame met verticaal aangebrachte belettering betreft;
•b het reclamelichtbakken zijn;
•b het dakreclame is;
•b het intermitterende reclame is;
•b het reclame is met dominant kleurgebruik;
•b het reclame in de vorm van een lichtreflexbord is;
•b het reclame is, aangebracht op borden, welke vervaardigd zijn van monumentonwaardig of niet-weerbestendig materiaal.
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen
Artikel 39 Maatafwijkingen
Vrijstelling kan worden verleend van de toegestane maten tot een maximum van tien procent van elk van de toegestane maten, mits wordt aangetoond dat door de constructiewijze en het materiaalgebruik het geheel laten voldoen aan de toegestane maten redelijkerwijs niet mogelijk is.
Artikel 40 Doelmatigheidsbepaling
Indien er sprake is van een bijzondere situatie, een architectonische meerwaarde of als kan worden getwijfeld aan de toepasbaarheid van bovenstaande criteria, kan hieraan door B&W worden voorbij gegaan, na een positief en beargumenteerd advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Artikel 41 Overgangsbepalingen
a) Reclame die bij het van kracht worden van deze nieuwe richtlijnen legaal aanwezig is, zal niet binnen de geldigheidsduur van deze vergunning aan de nieuwe richtlijnen wordt getoetst, tenzij van gemeentewege een regeling wordt getroffen ter compensatie van een onevenredig nadeel bij het onverkort handhaven van deze richtlijnen.
b) Elke wijziging aangebracht aan bestaande vergunde reclame wordt aan deze richtlijnen getoetst, evenals nieuwe reclame ter vervanging van bestaande reclame.
Artikel 42 Titel
Dit beleid kan worden aangehaald worden als “Reclamebeleid gemeente Eindhoven”.
Artikel 43 Inwerkingtreding
Het Reclamebeleid van de gemeente Eindhoven treedt in werking op 04-03-2010.
Bijlage 2 Beeldkwaliteitplannen/reclamebeleid
Beeldkwaliteitplannen
•De Barrier
•Strijp-S
•High Tech Campus
•Esp
•Kapelbeemd
•Flight Forum
•Park Forum
•Goederen Distributie Centrum - Noord
•Putten
•Kruidenbuurt
•Waterrijk
•Bosrijk
•Meerrijk
•Zandrijk
•Grasrijk
•Meerland
•Drents Dorp
•Bloemenbuurt-Zuid
•Strijp-R
•Tongelresche Akkers
Reclamebeleid
•reclamebeleid Witte Dame, gemeenteblad 1998/47
•reclamebeleid Smalle Haven, gemeenteblad 2005/29
Concept
•reclamevoorschriften voor winkels en horeca rond de Admirant (april 2009)
•beeldkwaliteitsplan Animali
•beeldkwaliteitsplan TU/e terrein
Bijlage 3 Aanvullende criteria in relatie tot verkeerveiligheid en tijdelijke reclame-uitingen
1De reclameborden mogen enkel aan/tegen de binnen de bebouwde kom staande lichtmasten en/of lantaarnpalen worden geplaatst. Dit geldt niet voor de lichtmasten die geplaatst zijn op het gazon van de weggedeelten Karel de Grotelaan, Noord-Brabantlaan en Limburglaan. Het is niet toegestaan reclameborden te plaatsen in de straten van de binnenstad van Eindhoven. De binnenstad bestaat uit de straten Ten Hagestraat, Jan van Lieshoutstraat, Jan van Hooffstraat, Markt, Nieuwstraat, Hermanus Boexstraat, 18-Septemberplein, Demer, Marktstraat, Stadspoort, Vrijstraat, Rechtestraat en Hooghuisstraat. Ook is het niet langer toegestaan reclameborden te plaatsen op de binnenring. De binnenring bestaat uit de straten Emmasingel, Boschdijktunnel, Keizersgracht, Wal, Bilderdijklaan, Geldropseweg (tussen Bilderdijklaan en Vestdijk) en Vestdijk. Bovendien is het slechts toegestaan om reclameborden te plaatsen op die locaties waar tussen de lichtmasten en de aangrenzende rijbaan/fietspad een vrije ruimte van minimaal 80 cm. beschikbaar is. Indien de reclameborden aan de lichtmast of lantaarnpaal worden bevestigd, dient dit te geschieden met niet roestend materiaal. Bovendien dient dat zodanig geschieden dat de lantaarnpalen daarbij niet worden beschadigd. Indien de reclameborden om de lichtmast of lantaarnpaal worden geplaatst, dient dit zodanig te gebeuren, dat verplaatsing van het reclameobject niet mogelijk is. Aan elke lichtmast of lantaarnpaal mag in totaliteit maar één tijdelijk reclameobject worden c.q. zijn aangebracht;
2Binnen 50 meter van verkeerslichten en/of van kruispunten, mogen geen reclameborden worden geplaatst c.q. bevestigt. De reclameborden mogen niet worden geplaatst binnen een afstand van 50 meter van een op de openbare weg geplaatst Mupi reclameobject;
3Bij, en 20 meter voor en na een bushalte, mogen geen reclameborden worden geplaatst c.q. bevestigt;
4Deze tijdelijke reclameborden mogen maximaal 125 cm. hoog en 90 cm. breed zijn en op de reclameborden mag geen commerciële sponsorreclame worden aangebracht;
5De reclameborden dienen zodanig te worden geplaatst c.q. bevestigd, dat het uitzicht voor het verkeer niet wordt belemmerd. Op weggedeelten waar een omleidingroute van kracht is, mogen geen reclameborden worden geplaatst. Tevens mogen deze niet in de onmiddellijke nabijheid van verwijzingen naar omleidingroutes toe, worden geplaatst;
6Aanwezige reclameborden van derden mogen niet aan het zicht worden onttrokken;
7De reclameborden mogen uitsluitend worden geplaatst op het trottoir; de eigenaar is verplicht borden, die over de rand uitsteken, terug te plaatsen;
8De reclameborden mogen niet worden geplaatst op staanders en niet worden aangebracht of geplakt op bomen, kabelkasten, muren, schuttingen, trafohuisjes, parkeermeters, verkeerspalen e.d.;
9Er mogen geen fluorescerende kleuren worden gebruikt;
10Indien het reclameobject is voorzien van een slotconstructie, dient er een sleutel van deze slotconstructie te worden verstrekt aan de gemeente Eindhoven. Indien men daartoe in gebreke blijft, wordt de slotconstructie verbroken, door of namens de gemeente Eindhoven zonder dat enige schadevergoeding in welke vorm dan ook kan worden geclaimd. Het verbreken van de slotconstructie zal pas dan geschieden indien een of meerdere borden om welke reden dan ook moeten worden verwijderd;
11De eigenaar is verplicht de reclameborden na beëindiging van de aangegeven termijn voor zijn rekening te verwijderen. Indien verwijdering niet binnen deze termijn is geschied, is de gemeente bevoegd de reclameborden voor rekening van de eigenaar te verwijderen of te doen verwijderen. De reclameborden worden gedurende een maand ter beschikking van eigenaar gehouden. Na deze termijn wordt tot vernietiging overgegaan;
12De gemeente Eindhoven blijft bevoegd om reclameborden, in verband met werkzaamheden of ondervonden hinder, op kosten van de eigenaar te verwijderen. De gemeente is niet verplicht tot terugbetaling van datgene dat reeds is betaald. De kosten van verwijdering zullen worden verhaald.