Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten houdende regels omtrent handhaven wet kinderopvang Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Eijsden-Margraten 2018

Gemeente Eijsden-Margraten · geldt sinds 17 januari 2018

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;

besluiten:

de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Eijsden-Margraten 2018 vast te stellen.

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Toepassing

Deze Beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving.

Artikel 2 Vormen van handhaving

Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:

1een informeel middel zoals een waarschuwing;

2een op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie;

3een bestraffende sanctie.

Artikel 3 Kwaliteitseisen

1De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving.

2De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van deze kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.

3In de Beleidsregels Handhaving Wet kinderopvang Eijsden-Margraten 2018 wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen.

4In het afwegingsoverzicht worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een prioritering en bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding. Het afwegingsoverzicht is als bijlage aan deze beleidsregels toegevoegd.

Hoofdstuk 2 Herstellend traject

Artikel 4 Herstelmaatregel

1Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en)

2Bij het uitvoeren van het herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:

a.stap 1: aanwijzing;

b.stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;

c.stap 3: exploitatieverbod;

d.stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering uit het landelijk register kinderopvang.

3Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.

4De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen.

5Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen:

a.prioriteit hoog: maximaal 2 weken;

b.prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden;

c.prioriteit laag: maximaal 6 maanden.

Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn indien ervoor gekozen is om een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang in te zetten.

Artikel 5 Intrekken toestemming tot exploitatie

Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang en wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject

Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

1Het college legt een bestuurlijke boete op bij:

a.Overtredingen zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage, die niet binnen de hersteltermijn opgelost zijn;

b.overtredingen waarbij sprake is van een verzwarende omstandigheid;

c.dezelfde overtredingen die op dezelfde locatie binnen drie jaar geconstateerd zijn;

d.overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder “overige overtredingen” met uitzondering van het niet onverwijld melden van wijzigingen. In dit laatste geval wordt in eerste instantie een waarschuwing afgegeven;

2Bij een eerste overtreding zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage kan het college een bestuurlijke boete opleggen.

3Het college kan besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. In beginsel wordt het stroomschema boetebeleid gemeenten Zuid-Limburg zoals in de toelichting is opgenomen, als leidend gezien.

Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete

1Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72 lid 1 van de Wet kinderopvang wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als richtlijn gehanteerd.

2In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 kan worden vermenigvuldigd. Dit geldt niet wanneer het een kwaliteitseis is die specifiek alleen aan de gastouder wordt opgelegd

Artikel 8 Recidive

Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van:

a.1,5 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van drie jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd;

b.2 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van drie jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd.

Artikel 9 Matiging

1Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van

a.de ernst van de overtreding;

b.de mate van verwijtbaarheid;

c.de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;

d.de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang onevenredig is.

2Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien.

Artikel 10 Samenloop

De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

Artikel 11 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Eijsden-Margraten 2018’.

Artikel 12 Ingangsdatum

Deze beleidsregels gaan in per 1 januari 2018. Hiermee komt het eerder vastgestelde handhavingsprotocol ‘kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen Eijsden-Margraten’ te vervallen.

Bijlage 1:

Bijlage 1

Toelichting

Toelichting

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.