Aanhef
de gemeenteraad van de gemeente Eersel;
gelezen het voorstel van het Presidium van 16 december 2024;
gelet op de artikelen:
•Gemeentewet (artikelen 95 lid 1 en 2, 96 lid 1 en 2, en 98 en 99),
•Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikelen 3.1.3, lid 1, 3.1.4 lid 1, 3.1.9 lid 1, 3.3.2, 3.3.3 lid 2, 3.3.8, 3.4.1 lid 1 en 3.4.2);
b e s l u i t
vast te stellen de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Eersel 2025
Artikel 1 Definitiebepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
b.griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.
c.raadslid: lid van de gemeenteraad.
Artikel 2 Toelage raadslid onderzoeks- en bijzondere commissie
1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een maandelijkse toelage toegekend van € 103,23.
3Het bedrag in het tweede lid wordt jaarlijks aangepast in overeenstemming met het bedrag genoemd in artikel 3.4.1. derde lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
4Voor de toepassing van het tweede lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
Artikel 3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
1Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1. van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten.
2Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
3Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
4De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
1Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kosten-specificatie.
3De presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.
Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden
1Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
2Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers éénmaal per kwartaal plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten
1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
b.betaling vooruit uit eigen middelen of
c.betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.
2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat via het door de gemeente gebruikte systeem, vergezeld van bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
3De declaratie wordt binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen één maand na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 9. Intrekking oude verordening
De ‘Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden Eersel 2019’ wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst.
Artikel 11. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Eersel 2025’.