Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten

Gemeente Eersel · geldt sinds 1 juli 2019

Aanhef

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden en de burgemeesters van de gemeente Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft;

Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet 1995;

Besluiten:

Tot het wijzigen van de "Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten".

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a.Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen;

b.deelnemende gemeenten: de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden;

c.regeling: de Gemeenschappelijke regeling Samenwerking Kempengemeenten;

d.taakvelden:

1SSC: Shared Service Center Informatie en communicatie technologie, waaronder Samenwer-king geografische informatievoorziening;

2MD: Maatschappelijke dienstverlening;

3P&O: Personeel en Organisatie de Kempen;

4VTH: Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving;

e.Samenwerking Kempengemeenten: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

f.colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;

g.raden: de gemeenteraden van Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden;

h.burgemeesters: de burgemeesters van de gemeenten Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-Mierden;

i.bestuursorganen: de colleges en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten:

j.directeur: de directeur, bedoeld in artikel 16, eerste lid;

k.algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten, en

l.dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten;

m.Participatiebedrijf: de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus;

n.Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 2 Openbaar lichaam

1Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd Samenwer-king Kempengemeenten.

2De Samenwerking Kempengemeenten is gevestigd te Reusel.

Hoofdstuk 2 Belangen, taken en bevoegdheden

Artikel 3 Belangen

De regeling wordt getroffen ter gezamenlijke behartiging van de afzonderlijke en gemeenschappelijke belangen van de bestuursorganen op het gebied van:

a.Informatie en communicatie technologie, waaronder Samenwerking geografische informatievoor-ziening (SSC);

b.De Wmo, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Jeugdwet, minimaregelingen en bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (MD);

c.Personeel & Organisatie (P&O);

d.Jeugdhulp (JH), en

e.Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

1Het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten heeft ten behoeve van de uit-voering van bevoegdheden van de colleges de overgedragen en opgedragen taken en/of be-voegdheden, bedoeld in het tweede tot en met het tiende lid. Het algemeen bestuur kan de uitoe-fening van deze bevoegdheden delegeren of mandateren aan het dagelijks bestuur.

2Het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten is ten aanzien van het SSC belast met de taken:

a.aanschaf, ontwikkeling, onderhoud, beheer en exploitatie van data en telefonie hardware, -software, -netwerk infrastructuren, -applicaties en alle overige ICT ondersteunende systemen ten behoeve van de Samenwerking Kempengemeenten, het Participatiebedrijf en de deelne-mende gemeenten;

b.landmeetkundige activiteiten ten behoeve van de Samenwerking Kempengemeenten en de deelnemende gemeenten, en

c.vastgoedinformatievoorziening.

3Aan het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten worden de bevoegdheden van de colleges genoemd in de volgende wetten en daarop gebaseerde regelgeving op landelijk niveau overgedragen en alleen in die gevallen waarin delegatie op grond van wettelijke bepalingen niet mogelijk is in mandaat opgedragen:

a.de Wet Inburgering (WI), en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de minimaregelingen met als grondslag de Participatiewet en de bijzondere bijstand, de Participatieregeling 18+ Kempengemeenten en

b.de uitvoering van maatwerkvoorzieningen (waaronder begeleiding) ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie en het geven van informatie, advies en cliëntenondersteuning op dit onderdeel van de Wmo. De deelnemende gemeenten kunnen over de manier waarop de uitvoering op dit onderdeel door de Samenwerking Kempengemeenten plaatsvindt maat-werkafspraken maken;

c.de deelnemende gemeenten kunnen over de manier waarop de uitvoering op het gebied van de Wet inburgering (WI) door de Samenwerking Kempengemeenten plaatsvindt maatwerkaf-spraken maken.

4Aan het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten wordt ten aanzien van P&O de bevoegdheid van de colleges tot het vaststellen van de lokale CAR-UWO overgedragen, be-houdens de bevoegdheid van het college van Bergeijk.

5Het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten is ten aanzien van P&O, be-houdens voor het college dan wel de gemeente Bergeijk, belast met de werkzaamheden ten aan-zien van personeel en organisatie waaronder (salaris)administratie, dossiervorming en dossierbe-heer, personeels- en organisatiebeleid en uitvoering daarvan en andere voorkomende werkzaam-heden ten behoeve van de Samenwerking Kempengemeenten en de deelnemende gemeenten, alsmede ten behoeve van het Participatiebedrijf, met uitzondering van organisatiewijzigingen of ontwikkelingen in de organisatie van een deelnemende gemeente. De Samenwerking Kempen-gemeenten kan een deelnemende gemeente of het Participatiebedrijf desgewenst daarin onder-steunen/faciliteren.

6Aan het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten worden ten aanzien van Jeugdhulp de volgende taken en bevoegdheden van de colleges genoemd in de Jeugdwet en daarop gebaseerde regelgeving op landelijk niveau overgedragen, behoudens de taken en be-voegdheden van het college van Oirschot:

a.het organiseren en uitvoeren van de Jeugdhulp conform het door de raden vastgestelde meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen en dienstverleningsmodel Jeugdhulp, en

b.de coördinatie van beleidsvoorbereiding, evaluatie en verantwoording naar de colleges en ra-den.

7De inzet van beleidscapaciteit op het gebied van Jeugdhulp wordt door de deelnemende gemeen-ten vastgelegd in een aparte dienstverleningsovereenkomst met de Samenwerking Kempenge-meenten.

8Het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten draagt ten aanzien van VTH namens de colleges en de burgemeesters, behoudens voor het college van de gemeente Berge-ijk, zorg voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van door de colleges en de burgemeesters afzonderlijk vast te stellen mandaatbesluiten waarin aan het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten mandaat, volmacht en machtiging ten aanzien van speci-fieke rechtshandelingen en feitelijke handelingen worden verleend. Uitvoering van de bevoegdhe-den, genoemd in de voornoemde mandaatbesluiten, vindt plaats overeenkomstig door de colleges en de burgemeesters te geven instructies als bedoeld in artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

9Voorts is het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten belast met:

a.het verzorgen van voorstellen voor de colleges ten behoeve van de besluitvorming op be-zwaarschriften, alsmede het opstellen van verweerschriften en de vertegenwoordiging in (ho-ger)beroepszaken, voor zover de bezwaar- en (hoger)beroepschriften betrekking hebben op de in mandaat opgedragen taken;

b.afhandeling van klachten voor zover deze betrekking hebben op de Samenwerking Kempen-gemeenten, en

c.registratie, afhandeling, voortgangsbewaking en archivering ten aanzien van (digitale) aanvra-gen, verzoeken, correspondentie en overige post ten aanzien van de werkzaamheden voort-vloeiende uit de taken en bevoegdheden.

10Het algemeen bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten draagt zorg en is verantwoorde-lijk voor de beleidsvoorbereiding van de taken genoemd onder het tweede tot en met achtste lid en doet daartoe voorstellen aan de colleges of als de raden de beslissingsbevoegdheid hebben, via de colleges aan de raden. De deelnemende gemeenten kunnen over de beleidsterreinen waarop en de mate waarin de uitvoering op dit onderdeel wordt overgedragen aan de Samenwer-king Kempengemeenten afspraken maken in een dienstverleningsovereenkomst.

11Het algemeen bestuur kan op verzoek van een deelnemer zorgdragen voor de inzet van een func-tionaris voor de gegevensbescherming voor die deelnemer.

De specificatie en wijze van uitvoering van de taken en bevoegdheden als genoemd in het eerste tot en met elfde lid, kunnen tussen de deelnemende gemeenten en het dagelijks bestuur vastge-legd worden in een dienstverleningsovereenkomst.

Het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten houdt een register aan van alle mandaten, volmachten en machtigingen op grond van dit artikel verleend door de colleges en de bijbehorende instructies overeenkomstig artikel 10:6 van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur

Artikel 5 Samenstelling

1Het algemeen bestuur bestaat uit maximaal 25 leden.

2De colleges wijzen uit hun midden minimaal twee en maximaal vijf collegeleden aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur. De colleges informeren de raden over de aanwijzing, bedoeld in de vorige zin.

3De colleges kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid uit hun midden aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

4Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt.

5Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen.

6Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst het college van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw collegelid aan.

7Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

Artikel 6 Werkwijze

1Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzit-ter dit nodig acht of als de meerderheid van de colleges in het algemeen bestuur daarom vraagt onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen.

2In het algemeen bestuur heeft elke deelnemende gemeente één stem. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

3Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

Artikel 7 Taken en bevoegdheden

1Alle taken en bevoegdheden die in het kader van deze regeling niet zijn opgedragen aan het da-gelijks bestuur, behoren aan het algemeen bestuur.

2Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:

a.het aanwijzen en zo nodig ontslaan van de leden van het dagelijks bestuur;

b.het instellen van een commissie;

c.het vaststellen van de begroting;

d.het vaststellen van de jaarrekening, en

e.het vaststellen van bestuursrapportages.

3Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maat-schappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn ge-steld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Hoofdstuk 4 Het dagelijks bestuur

Artikel 8 Samenstelling

1Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter.

2De leden van het algemeen bestuur wijzen uit hun midden één lid per college aan om zitting te nemen in het dagelijks bestuur.

3Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt.

4De leden van het dagelijks bestuur blijven na het verstrijken van de in het vierde lid bedoelde ter-mijn hun functie waarnemen tot het tijdstip dat de nieuwe leden zijn aangewezen.

5Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen.

Artikel 9 Werkwijze

1Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen.

2Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen, voor zover daarvan niet is afgeweken in deze regeling. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.

3Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer leden van dat bestuur.

4De opgedragen bevoegdheid wordt uit naam en onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur uitgeoefend.

5Het dagelijks bestuur kan te dien aanzien alle aanwijzingen geven die het nodig acht.

6Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

Artikel 10 Taken en bevoegdheden

Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:

a.het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast;

b.beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;

c.beschikkingen te nemen op basis van de in artikel 4 genoemde wetten en regelingen;

d.regels vast te stellen over de organisatie van de Samenwerking Kempengemeenten;

e.ambtenaren en personeel werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht binnen de Samenwerking Kempengemeenten te benoemen, te schorsen en te ontslaan;

f.voor het personeel van de Samenwerking Kempengemeenten en de deelnemende gemeenten, met uitzondering van de gemeente Bergeijk, de arbeidsvoorwaardenregeling conform de CAR-UWO vast te stellen;

g.tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Samenwerking Kempengemeenten te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 7, derde lid;

h.te besluiten namens de Samenwerking Kempengemeenten, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief of hoger beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist, en

i.het behartigen van de belangen van de Samenwerking Kempengemeenten bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen waarmee contact voor de Samenwerking Kempengemeenten van belang is.

Hoofdstuk 5 De voorzitter

Artikel 11 Aanwijzing, taken en bevoegdheden

1De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

2De voorzitter wordt door het algemeen bestuur aangewezen uit de leden van het algemeen be-stuur, met in achtneming van artikel 8, eerste en tweede lid.

3Uit de overige leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen voor het dagelijks bestuur, bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden een of meerdere plaatsvervangend voorzitters aangewe-zen.

4De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij het tekenen van bepaalde stukken aan andere personen heeft opgedragen.

5De voorzitter vertegenwoordigt de Samenwerking Kempengemeenten in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

Hoofdstuk 6 Overleg van portefeuillehouders

Artikel 12 Samenstelling en werkwijze

1Voor MD, VTH en voor bedrijfsvoering (waaronder SSC, P&O en financiën vallen) stelt het alge-meen bestuur een overleg van portefeuillehouders in. Dit overleg is een vaste commissie van ad-vies ten behoeve van het dagelijks bestuur.

2Het overleg bestaat uit de portefeuillehouders van de aan dat taakveld deelnemende gemeenten en wordt voorgezeten door een lid uit het dagelijks bestuur. Dit lid vervult de rol van technisch voorzitter en heeft geen stemrecht in het overleg van portefeuillehouders.

3Het overleg draagt zorg voor de advisering van het dagelijks bestuur voor wat betreft beleidsmati-ge en strategische zaken op de taakvelden.

4Bij afwezigheid kan een portefeuillehouder worden vervangen door een ander lid van het alge-meen bestuur van dezelfde gemeente.

5Het lidmaatschap van het overleg eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt.

6Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen.

7Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd om het dagelijks bestuur advies te geven.

8Het overleg van portefeuillehouders kan voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vaststellen.

Hoofdstuk 7 Inlichtingen en verantwoording

Artikel 13: Verantwoording algemeen bestuur

1Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de Samenwerking Kempengemeenten.

2Het algemeen bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar be-lang.

Artikel 13a: Verantwoording leden algemeen bestuur

1Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat dit lid heeft aangewezen, ter verant-woording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

2Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college dat dit lid heeft aangewezen, alsmede aan de betreffende raad de door een of meer leden van dat college of raad gevraagde inlichtin-gen. De verstrekking geschiedt mondeling of schriftelijk.

3Een college kan besluiten een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit.

Artikel 14: Verantwoording dagelijks bestuur

1Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoor-ding schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

2Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

3Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

4Het dagelijks bestuur geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar be-lang.

5Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.

Artikel 14a: Verantwoording voorzitter

1De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur.

2De voorzitter geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoe-fening van zijn taak nodig heeft.

3De voorzitter geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

4De voorzitter geeft de raden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een van die raden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

5Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien de voorzitter het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.

Hoofdstuk 8 Personeel en directeur

Artikel 15 Personeel

1Bij de Samenwerking Kempengemeenten kan personeel werkzaam zijn voor de uitvoering van de aan de Samenwerking Kempengemeenten opgedragen taken.

2Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast.

3Het dagelijks bestuur volgt bij de vaststelling van de regeling, bedoeld in het tweede lid, zoveel mogelijk de CAR-UWO. Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren volgt het dagelijks bestuur zoveel mogelijk de op basis van die wet geldende cao.

Artikel 16 Directeur

1Aan het hoofd van de werkorganisatie Samenwerking Kempengemeenten staat een directeur.

2De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de door het bestuur ingestelde commissies, waaronder het overleg van de portefeuillehouders, bij de uitoefening van hun taak terzijde. De directeur vervult de functie van secretaris van de Samenwerking Kempengemeenten.

3De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur of van een door het bestuur ingestelde commissie uitgaan, worden door de directeur mede ondertekend.

4De directeur kan de uitoefening van een of meer van haar taken opdragen aan het personeel.

5De directeur zorgt voor een organisatiemodel dat ter besluitvorming aan het dagelijks bestuur wordt voorgelegd.

Hoofdstuk 9 Archief

Artikel 17 Archief

1De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet 1995 zijn van overeenkomstige toepassing op de Samenwerking Kempengemeenten, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op archiefbe-scheiden van gemeenten en waarvoor in dit artikel niet anders is voorzien. In deze bepalingen dient in plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, te worden gelezen respectievelijk het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

2Overeenkomstig door hem vast te stellen beheerregels, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de Samenwerking Kempengemeenten voor zover deze betrekking hebben op de gedelegeerde taken, met uitzondering van de archiefbescheiden die be-trekking hebben op het uitvoeren van de VTH-taken. Het dagelijks bestuur voorziet in voldoende ruimte voor de archiefbescheiden en hij stelt voldoende, deskundig personeel aan.

3De krachtens artikel 5, eerste lid, Archiefwet 1995 voor de gemeente Reusel-De Mierden ontwor-pen selectielijst is van overeenkomstige toepassing voor de Samenwerking Kempengemeenten.

4De gemeentearchivaris van de gemeente Reusel-De Mierden oefent overeenkomstig de voor hem vastgestelde regelen toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden.

5Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de ge-meente Reusel-De Mierden.

6Bij opheffing van de regeling worden de nog niet ingevolge het vorige lid overgebrachte archiefbescheiden, overgebracht naar de archiefwaarplaats van de gemeente Reusel-De Mierden.

Artikel 18 Terbeschikkingstelling

1De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet zijn afgedaan, worden door de deelnemende gemeenten ter beschikking gesteld aan de Samenwerking Kempengemeenten, die deze zaken zal afdoen.

2De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling reeds zijn afgedaan blijven tot hun overbrenging naar de archiefbewaarplaats, berusten onder het archiefvormend overheidsorgaan, dat deze zaken heeft afgedaan. Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de Samenwerking Kempengemeenten worden zij ter beschikking ge-steld.

3Terbeschikkingstelling geschiedt voor 5 jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal 5 jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar.

4Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze verklaring wordt bewaard door het overheidsorgaan waaronder de archiefbescheiden zouden berusten, indien zij niet ter beschikking waren gesteld.

5De Samenwerking Kempengemeenten, brengt slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door het ter beschik-king stellende overheidsorgaan.

6De kosten van het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden komen ten laste van de Samenwerking Kempengemeenten, De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het over-heidsorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle andere aangele-genheden de zorgdrager voor de archiefbescheiden.

7Indien de ordening van de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen terbe-schikkingstelling, is de Samenwerking Kempengemeenten te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen.

Hoofdstuk 10 Begroting en jaarrekening

Artikel 19 Financiën algemeen

1Het algemeen bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het geldelijk beheer van de Samenwerking Kempengemeenten.

2Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie, het kasbeheer en de controle zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3De begroting, jaarrekening en jaarverslag dienen te voldoen aan het bepaalde in het Besluit be-groting en verantwoording provincies en gemeenten.

Artikel 20 Begroting

1Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op voor het volgende kalenderjaar en zendt deze, voorzien van een toelichting, uiterlijk acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden. Daarbij wordt rekening gehouden met de planning en control cyclus van de deelnemende gemeenten. De ontwerpbegroting bevat tevens een meerjarenraming, met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.

2Bij de ontwerpbegroting, bedoeld in het eerste lid, worden eveneens de algemene financiële en beleidsmatige kaders gevoegd.

3De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijg-baarstelling geschiedt openbare kennisgeving.

4De raden geven het dagelijks bestuur voor 1 juni hun zienswijze over de ontwerpbegroting.

5Het dagelijks bestuur zendt zo spoedig mogelijk na 1 juni doch uiterlijk 15 juni mei de opmerkin-gen van de raden en eventueel een nota van wijzigingen aan het algemeen bestuur.

6Het algemeen bestuur stelt de begroting voor 15 juli vast en zendt terstond afschriften aan de deelnemende gemeenten.

7Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.

8De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

9De inkomsten van de Samenwerking Kempengemeenten bestaan uit de door de deelnemende gemeenten te betalen vergoeding voor de uitvoering van de taken van de Samenwerking Kem-pengemeenten.

10Het algemeen bestuur stelt een reglement vast dat aangeeft hoe de kosten voor het leveren van taken in rekening worden gebracht.

11Het bepaalde in dit artikel is voor wat betreft de procedurele gang van zaken van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 21 Bestuursrapportages

Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het algemeen bestuur jaarlijks, minimaal één ontwerp bestuursrapportage op, die na vaststelling door het algemeen bestuur naar de raden worden ge-stuurd. Bij het opstellen van de rapportage wordt rekening gehouden met de planning en control cycli van de deelnemende gemeenten.

Artikel 22 Jaarrekening

1Het dagelijks bestuur legt over elk kalenderjaar verantwoording af over de inkomsten en uitgaven onder overlegging van de daarbij behorende bescheiden.

2Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van een onderzoek naar het getrouwe beeld van de baten en lasten en van een onderzoek naar de rechtmatigheid daarvan, ingesteld door een door het algemeen bestuur ingestelde deskundige overeenkomstig artikel 213 van de Gemeente-wet.

3Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening van het voorafgaande jaar voor 1 juli vast. Het dage-lijks bestuur stuurt deze jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en aan de raden.

4De vaststelling van de jaarrekening verleent aan het dagelijks bestuur décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

5In de jaarrekening wordt voor elk van de deelnemende gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt, onder verrekening van vergoedingen van eventuele diensten, die gemeenten aan de Samenwerking Kempengemeenten heeft geleverd.

6Artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23 Batig en nadelig saldo

1Het algemeen bestuur beslist of een batig saldo van de begroting of jaarrekening:

a.geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan reserves, of

b.geheel of gedeeltelijk aan de deelnemers zal worden uitgekeerd.

2Het algemeen bestuur beslist of een nadelig saldo van de begroting of jaarrekening:

a.geheel of gedeeltelijk ten laste van het volgende dienstjaar zal worden gebracht of

b.geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserves zal worden gebracht, of

c.geheel of gedeeltelijk ten laste van de deelnemers zal worden gebracht.

Artikel 24 Financiering

1Voorschotten voor de dienstverlening van het basispakket worden voor de aanvang van elk kwar-taal door de Samenwerking Kempengemeenten aan de gemeenten gefactureerd. De basis hier-voor vormt de begroting van het betreffende jaar.

2De colleges zullen er steeds voor zorgdragen dat de Samenwerking Kempengemeenten over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

3Indien het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

Hoofdstuk 11 Toetreding, uittreding, wijziging en liquidatie

Artikel 25 Toetreding

1Dagelijkse besturen of burgemeesters van andere gemeenten of andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen een verzoek tot toetreding indienen bij het bestuur.

2Het dagelijks bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de bestuursorganen.

3De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogd toetreder en de bestuursorganen, onverminderd artikel 1, tweede en derde lid, van de wet, daartoe besluiten.

4Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding.

Artikel 26 Uittreding

1Het bestuursorgaan dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige bestuursorganen.

2Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de Samenwerking Kempengemeenten. De kosten voor het ma-ken van het voorstel komen voor rekening van het bestuursorgaan dat voornemens is uit te tre-den.

3Het bestuursorgaan dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste drie kalenderjaren.

4De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vast-gesteld door de bestuursorganen.

Artikel 27 Wijziging

1De regeling kan gewijzigd worden bij daartoe strekkende besluiten van een meerderheid van de bestuursorganen, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet.

2Het algemeen bestuur kan een voorstel tot wijziging sturen naar de bestuursorganen. Een voorstel tot wijziging kan ook worden ingediend bij het bestuur door ten minste twee bestuursorganen van twee gemeenten of een bestuursorgaan indien de regeling twee deelnemers kent. Het algemeen bestuur zendt het voorstel, bedoeld in de vorige volzin, onverwijld door aan de bestuursorganen.

Artikel 28 Liquidatie

1De regeling kan worden opgeheven bij unanieme besluiten van de bestuursorganen, na verkregen toestemming van de raden.

2In geval van opheffing stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast, de bestuursorganen gehoord.

3Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.

4Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen van de opheffing voor het personeel.

5Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

6De organen van de regeling blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Hoofdstuk 12 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29 Inwerkingtreding en duur

1De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 juli 2019, en indien publicatie na die datum plaats-vindt op de eerste dag na bekendmaking in de Staatscourant door het college van Reusel-de Mierden, onverminderd het bepaalde in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke re-gelingen.

2Het college van Reusel-De Mierden draagt zorg voor de in artikel 26, eerste lid, van de wet be-doelde inzending van de regeling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 30 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze regeling of de wet niet voorziet, beslist het algemeen bestuur.

Artikel 31 Titel

Deze regeling kan worden aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempen-gemeenten.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.