Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Eersel.
Gelet op het bepaalde in:
•Artikel 24 van de Wet waardering onroerende zaken
•Artikel 1 van de verordening onroerende-zaakbelastingen;
•Artikel 2 van de verordening forensenbelasting;
•Artikel 3 van de verordening afvalstoffenheffing;
•Artikel 2 van de verordening rioolheffing;
•Artikel 4 van de verordening reclamebelasting.
b e s l u i t :
Artikel 1 Voorkeursvolgorde bij verschillende zakelijke rechten
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:
1De beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:
•de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;
•de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;
•de erfpachter.
2de eigenaar of de appartementsgerechtigde;
3degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.
Artikel 2 Voorkeursvolgorde bij gelijk zakelijk recht
Met betrekking tot de gemeentebelastingen die worden geheven van de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt binnen één categorie genothebbenden de aanslag gesteld ten name van:
1degene die in de gemeente woont of is gevestigd;
2degene die het grootste aandeel in het genotrecht heeft;
3een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;
4bij gelijkheid van de andere kenmerken krijgt een persoon (PRS of MOB) met een adres in Nederland de voorkeur boven een persoon met een adres in het buitenland.
5bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd.
Artikel 3 Voorkeursvolgorde gebruiker woning/ woonruimte
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van de genothebbende krachtens gebruik van een woning, wordt binnen een categorie genothebbenden de aanslag gesteld ten name van:
1degene die ook als eigenaar wordt aangemerkt;
2degene die in de gemeente woont of is gevestigd;
3een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon;
4bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd.
Artikel 4 Voorkeursvolgorde gebruiker niet-woning
Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van de genothebbende krachtens gebruik van een niet-woning, wordt binnen een categorie genothebbenden de aanslag gesteld ten name van:
1degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;
2degene die in de registratie van de Kamer van Koophandel het adres als vestigingsadres voert;
3in het geval van meerdere vennoten of maten, de oudste in leeftijd;
4degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt, bijvoorbeeld in een huurcontract.
Artikel 5 WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie
Met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, is hetgeen in deze beleidsregels is bepaald voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6 Overige bepalingen
Het bepaalde genoemd onder onderdeel 2 vindt geen toepassing indien:
•de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;
•bij de afdeling Belastingen bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, althans voor zover dit niet leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.
Artikel 7
Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is de bij de toepassing van de voor-keursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Artikel 8
Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.
Artikel 9
Wijzigingen kunnen - indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd - pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.
Artikel 10
Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur. Beroep bij de rechter is mogelijk.
Artikel 11
Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op een andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 Inwerkingtreding
De ‘Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie Eersel 2019’ treden in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
Artikel 13 Citeerregel
Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als 'Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en/of WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie Eersel 2019’.
Burgemeester en wethouders van Eersel,
de secretaris, de heer ing. H.M.L. Offermans
de burgemeester (waarnemend), de heer J.A.M. Vos