Aanhef
Inwerkingtreding 1 januari 2015
Hoofdstuk 2 Wettelijk kader
2.2 Wet- en regelgeving
2.2.1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Net als in de meeste gemeenten dient ook in Druten de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten als basis voor de APV
5Nummering conform de” model APV” van de VNG. Gemeente Druten heeft in 2010 besloten om de toen bestaande nummering aan te houden om de aansluiting tussen de oudere versies gemakkelijker te maken. Omwille van de landelijke uniformiteit gaan we redactioneel uit van de model APV van de VNG.
.
Deze verordening is op 11 februari 2010 vastgesteld door de gemeenteraad en sedertdien diverse malen gewijzigd. De volgende artikelen
6model APV van de VNG: • Artikel 1:3 Indienen aanvraag (algemene bepaling)• Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (algemene bepaling)• Artikel 1:8 Weigeringsgronden (algemene bepaling)• Artikel 2:24 Begripsbepaling evenementen• Artikel 2:25 Evenement (grondslag vergunning en meldingsplicht kleine evenementen)• Artikel 2:26 Ordeverstoring
zijn van toepassing bij het verlenen van een evenementenvergunning:
•Artikel 1.1, leden l, m en n Begripsbepaling evenementen;
•Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (algemene bepaling);
•Artikel 1:8 Weigeringsgronden (algemene bepaling);
•Artikel 2.2.2 Evenement (grondslag vergunning);
•Artikel 2.2.2a Indienen aanvraag;
•Artikel 2.2.3 Ordeverstoring.
2.2.2 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer /Activiteitenbesluit)
In hoofdstuk 1 werd al de term ‘festiviteiten’ gedefinieerd. Bij ‘festiviteiten’ gaat het om publieksactiviteiten die worden (mede) georganiseerd door bedrijven als bedoeld in het “Activiteitenbesluit. Activiteiten die door individuele ondernemers binnen de inrichting worden georganiseerd zijn festiviteiten maar vallen in bepaalde gevallen –en zeker als ze ook buiten de inrichting plaatsvinden- óók onder het begrip evenement zoals bedoeld in de APV.
2.2.3 Drank- en horecawet
Voor het mogen schenken van zwak alcoholische dranken op de openbare weg (en op een andere locatie dan genoemd in de vergunning in de zin van artikel 3 van de Drank- en Horecawet) is een ontheffing noodzakelijk op grond van artikel 35 van die wet. Deze ontheffing kan worden verstrekt bij een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (een aaneengesloten periode van maximaal twaalf dagen).
2.2.4 Wet op de kansspelen
Op grond van de Wet op de Kansspelen is het verboden een bijeenkomst (waaronder een evenement of festiviteit) te organiseren, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het klein kansspel wordt gegeven. Als klein kansspel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en andere vergelijkbare spelen. Burgemeester en wethouders kunnen hier een ontheffing of vergunning (afhankelijk van het soort kansspel) voor verlenen.
2.2.5 Wegenverkeerswet
Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het daarop gebaseerd Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/ of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente staan af te sluiten ten behoeve van een evenement. Bijvoorbeeld voor de Leste Mert.
In sommige gevallen is voor een dergelijke verkeersmaatregel, een verkeersbesluit op basis van die wetgeving nodig. Voor evenementen is ook bepaald dat ontheffing nodig is van het verbod voor het houden van wedstrijden met voertuigen op de openbare weg.
2.2.6 Bouwbesluit en Wabo
Als een evenement gehouden wordt in een gebouw (of deel van een gebouw dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt) of verblijfsruimte (waaronder in sommige gevallen ook semi permanente tenten) moet er een relatie worden gelegd naar het bouwbesluit en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)/ Woningwet. Voor gebouwen dient vaak op basis van het bouwbesluit een gebruiksmelding gedaan te worden. In een aantal andere gevallen (gebouwen/constructies) dient er een vergunning op grond van de Wabo te worden verleend.
2.2.7 Brandbeveiligingsverordening
Indien een evenement in een gebouw en/of als bij een evenement of op een evenemententerrein tijdelijke bouwsels, zoals tenten(-complexen), containercomplexen e.d. worden geplaatst en het gebruik van kramen plaatsvindt, is een melding of vergunning noodzakelijk ingevolge de Brandbeveiligingsverordening.
Doel van deze verordening is om de veiligheid (vluchtroutes, bebording en blusvoorziening) in en om deze bouwwerken te regelen.
Indien er sprake is van gewijzigd gebruik ten opzichte van het reguliere gebruik waarvoor de meldingsplicht is gedaan of vergunning is verleend, zal op grond van de brandbeveiligingsverordening vergunning verleend moeten worden voor dat (afwijkende) gebruik. Deze vergunning heeft tot doel om voor een activiteit of evenement het tijdelijk gebruik van de inrichting vast te leggen en te reglementeren op gebied van brandveiligheid.
Het ministerie van Veiligheid en Justitie werkt aan een AMvB Brandveilig Gebruik Overige Plaatsen. Deze AMvB gaat de brandbeveiligingsverordening vervangen. Het ministerie verwacht dat de AMvB op zijn vroegst pas op 1 januari 2015 ingaat. Tot die tijd moet echter in elke gemeente een brandbeveiligingsverordening van kracht zijn.
2.2.8 Zondagswet
Bij evenementen die op Zondag plaatsvinden geldt de Zondagswet. In de Zondagswet is bepaald dat het algemeen verboden is om op Zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Er kan ontheffing van het bepaalde van de Zondagswet worden verleend.
2.2.9 Wet Luchtvaart
Als er tijdens een evenement feestballonnen op worden gelaten of als er helikopters of hete luchtballonnen starten of landen, of andere vliegende toestellen, is de veiligheid van het luchtverkeer in het geding. In zo’n geval is daarom veelal toestemming van Gedeputeerde Staten nodig om benodigde ontheffingen te krijgen van diverse luchtvaart wetten en -besluiten.
2.2.10 Regeling verkeersregelaars 2009
Om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden, kunnen beroeps- en/of evenementenverkeersregelaars ingezet worden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.
2.2.11 Wet openbare manifestaties
De burgemeester kan naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven voor een openbare manifestatie, als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet openbare manifestaties.
Hoofdstuk 3 Klassering van evenementen
3.1 Indeling
3.1.1 Categorie 0 – Meldingsplichtige evenementen (artikel 2:25 lid 2 (model) APV)
Deze categorie evenementen vraagt niet om een bijzonder kader omdat ze veelal gering van omvang zijn, in de regel overdag plaatsvinden en een beperkte geluidsproductie veroorzaken. Het betreft bijvoorbeeld buurtfeesten, straatbarbecues, schoolfeesten of kleinere evenementen zonder versterkte muziek of omroep.
Evenementen die voldoen aan de bovengenoemde criteria kunnen worden georganiseerd door het doen van een melding. Een melding dient uiterlijk 15 werkdagen voor aanvang ingediend te zijn bij de gemeente. De organisatoren ontvangen z.s.m. daarna een akkoord, een bericht dat er een vergunning nodig is, of een bericht dat de activiteit verboden wordt. Evenementen die niet (kunnen) voldoen aan de bovengenoemde criteria behoeven een evenementen-vergunning.
Of een klein evenement meldings- of vergunningsplichtig is, hangt af van het (nog aan te passen) artikel 2.2.2 APV
10Te wijzingen conform artikel 2:25 lid 2 (model) APV
In dat artikel is bepaald dat er sprake is van een klein evenement dat onder een meldingsplicht valt indien aan alle van de onderstaande volgende critieria wordt voldaan:
•het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 75 personen;
•het evenement tussen 08.00 en 01.00 uur plaats vindt;
•geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur of na 23.00 uur;
•het geluidsniveau op 2 meter afstand en op 1,5 meter hoogte van de gevel van de woningen minder is dan 80 db(A);
•het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (bromfietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
•slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m² per object;
•er een organisator is, en
•de organisator minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester.
Indien blijkt dat een meldingplichtig evenement toch overlast veroorzaakt, kan dat evenement, na eerst eventuele betrokkenen/belanghebbenden te hebben gehoord, als een vergunningplichtig evenement worden aangemerkt.
3.1.2 Categorie A - Reguliere evenementen
De activiteiten, omvang, locatie en tijdstippen vormen weinig tot geen belasting voor de omgeving en hebben een laag risicogehalte.
Deze categorie evenementen heeft veelal een herhalend karakter: ze worden jaarlijks georganiseerd. Categorie A evenementen zijn wel vergunningplichtig op grond van artikel 2.2.2 APV.
De termijn voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning voor categorie A bedraagt minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint. Daarbij dient ook een draaiboek en veiligheidsplan opgesteld te worden met tekeningen/plattegronden en andere bescheiden.
Deze categorie komt in aanmerking voor een meerjarige vergunning welke maximaal vijf jaar geldig is. Onder 3.2 van dit beleidsplan is beschreven hoe dat in z´n werk gaat.
3.1.3 Categorie B – Aandacht evenementen (Beperkt risico)
Aandacht evenementen zijn vergunningplichtig op grond van het bepaalde in artikel 2.2.2 APV. Zij hebben, naast het gestelde in de APV en andere regelgeving, een bijzonder kader nodig omdat deze een belasting (kunnen) vormen voor de leefomgeving rondom de locatie waar deze evenementen worden gehouden.
Dit kader betreft de volgende onderdelen:
•Het evenemententerrein kan -indien nodig- nauwkeurig worden afgebakend waarbij kan worden aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht;
•Er zullen, indien van toepassing, veiligheids- en medische voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden;
•Er zullen, indien van toepassing, algemeen geldende geluidsrichtwaarden en/of eindtijden voor evenementen voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden.
Daarnaast vragen deze evenementen extra inzet van de hulpdiensten. Het is dan ook van belang om deze aanvragen zorgvuldig te behandelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van de direct omwonenden. Het betreft onder meer het Drutens festival, (tent)feesten en kermissen. De indieningtermijn voor aanvragen om een evenementenvergunning voor categorie B bedraagt minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint.
3.1.4 Categorie C - Risico-evenementen (hoog risico)
Categorie C-evenementen vragen, net zoals categorie B-evenementen, om een bijzonder kader. In principe is een risico-evenement gelijk aan een aandacht-evenement met als verschil dat er een extra inzet van de hulpverleningsdiensten noodzakelijk is om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Het betreft hier voornamelijk grote en zeer grote, omvangrijke evenementen met vaak landelijke uitstraling, omvang en aard. Bijvoorbeeld de Dag van Druten, de Leste Mert en het Dickens festival in Druten.
Rol regio, Veiligheidsbureau
Bij categorie C evenementen treedt de Veiligheidsregio op de voorgrond. Op basis van landelijke systematiek en regionale uitwerkingen daarvan, worden categorie C evenementen door het regionale Veiligheidsbureau (mede) beoordeeld en zo nodig van advies voorzien. De besluitvorming ligt formeel bij de gemeente maar de beoordeling en behandeling van de aanvraag vindt ten aanzien van de veiligheidsaspecten plaats door specialisten van het Veiligheidsbureau. Zij maken een advies op voor de gemeente op basis waarvan de besluitvorming op de aanvraag gebaseerd wordt.
Aanvragen voor een evenementenvergunning voor categorie C evenementen dienen minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint te worden ingediend. Indien nodig wordt er een langere termijn bepaald.
Procesbeschrijving evenementenveiligheid
Het stappenplan als beschreven in hoofdstuk 6 van het regionale beleidsplan is voor aanvragen om evenementenvergunningen in de categorieën categorie A, B en C van overeenkomstige toepassing.
Advisering evenementenveiligheid
11Zie onder 5.4 Advisering door het veiligheidsoverleg
Voor alle vergunningsplichtige evenementen geldt dat advies wordt gevraagd aan diverse interne en externe partijen. Aan wie advies wordt gevraagd is mede afhankelijk van de aard en de belastendheid van het evenement. De adviezen kunnen er toe leiden dat vanwege de openbare orde, veiligheidsaspecten, de volksgezondheid of het milieu een vergunning wordt geweigerd, dan wel dat de vergunning onder voorwaarden wordt verleend.
Externe adviespartijen:
•Veiligheidsbureau Gelderland-Zuid;
•Bureau Conflict- en Crisisbeheersing, Politie District Gelderland-Zuid (crowd control);
•GHOR Gelderland-Zuid;
•Politie Regio Oost Nederland, Team Druten;
•Regionale Brandweer, cluster Maas en Waal.
Interne adviespartijen:
•Team Openbare Ruimte (beheer);
•Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving;
•Team Informatievoorziening (IV);
•Team Strategie en Beleid (AOV).
3.1.5 Evenementenkalender
Aandacht- en risico evenementen dienen bovendien uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt te worden gemeld aan de vergunningverlener APV ter vermelding van het evenement op de regionale evenementenkalender
12Zie onder 5.2 van het regionale beleidsplan
.
Procesbeschrijving evenementenkalender
Het stappenplan als beschreven in hoofdstuk 5 van het regionale beleidsplan is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 6 Beperking van overlast
6.2 Vergunningvoorschriften ter beperking van overlast
6.2.1 Eindtijden
Ter beperking van overlast in het algemeen kunnen publieksactiviteiten aan begin- en/of eindtijden gekoppeld worden. De begin- en/of eindtijden voor een publieksactiviteit worden bepaald in het beleid. Ze worden overgenomen in een vergunning of ontheffing. Daarbij kunnen ook de tijden voor op- en afbouw geregeld worden. Welke eindtijden van toepassing zijn wordt bepaald door de soort publieksactiviteit.
Het is wenselijk om de in 2010 vastgestelde eindtijden te blijven hanteren
15De eindtijden lopen gelijk met sluitingstijden voor horecabedrijven in artikel 2.3.1.3 APV, met dien verstande dat het gebruik van geluidsversterkende apparatuur uiterlijk een uur eerder afgelopen dient te zijn
.
•Van zondag tot en met vrijdag geldt een eindtijd van 1.00 uur. Het eventuele gebruik van geluids(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient uiterlijk om 24.00 uur afgelopen te zijn;
•Op zaterdag en zondag geldt een maximale eindtijd van 02.00 uur. Hetzelfde geldt voor dagen die voorafgaan aan een algemene vrije dag. Het eventuele gebruik van geluid(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient uiterlijk om 01.00 uur afgelopen te zijn;
•Op zondag geldt een begintijd vanaf 13.00 uur
16Zie onder 2.2.8 Zondagswet.
.
6.2.2 Geluid
Voor het geluid dat tijdens een evenement geproduceerd wordt, is een ontheffing op grond van artikel 4.1.5 Apv noodzakelijk. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden in deze ontheffing (die deel uitmaakt van de evenementenvergunning) geluidsnormen opgenomen.
Geluid van evenementen kan bij omwonenden leiden tot tal van irritaties en complicaties. De vraag welk geluidsniveau door omwonenden geduld moet worden laat zich moeilijk beantwoorden aangezien de mate waarin overlast wordt ervaren van individu tot individu verschilt. Voor degenen die zich in mindere mate betrokken voelen bij een evenement, zal de acceptatie van het evenement afnemen naarmate de duur van het evenement langer is, het geproduceerde geluidsniveau hoger ligt en de hinder daardoor toeneemt. Enerzijds is het vooral bij grotere evenementen onontkoombaar dat inwoners een zekere mate van hinder ondervinden en dit dienen te accepteren: dit is immers inherent aan het wonen in een dorpskern. Anderzijds mogen inwoners van de gemeente verwachten dat zij duidelijke grenzen stelt en eventuele overlast als gevolg van evenementen zoveel mogelijk beperkt. Eenduidig beleid en een heldere normstelling zijn dan ook voor alle betrokkenen van belang.
Geluidsnormen evenementen
Het beperken van geluidshinder bij evenementen wordt als volgt geregeld:
•het in de vergunning opnemen van eindtijden (zie paragraaf 6.2.1);
•het aangeven van maximale geluidswaarden als richtwaarde.
6.2.2.1 Geluidsnormen bij evenementen in de open lucht/openbare ruimte
Bij het vergunnen van evenementen wordt bijna altijd ontheffing van artikel 4.1.5 van de APV afgegeven. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om tijdens het vergunde evenement (muziek)geluid ten gehore te brengen. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden geluidnomen opgelegd:
▪︎ op 50 meter afstand aan de voorkant van de gebruikte speakers dan wel
▪︎ op de gevel van gevoelige gebouwen
17Gevoelige gebouwen zijn woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van die gebouwen die behoren bij de betreffende inrichting
Periode
Maximale belasting (1 min. Laeq)
Dag (07.00 – 19.00)
80dB(A)
Avond (19.00 - 23.00)
80dB(A)
Nacht* (23.00 – 01.00)
Nacht (23.00 – 07.00)
80dB(A)
50dB(A)
* voor dagen waarop een algemene vrije dag volgt, wordt het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat verschoven naar 01.00 uur.
Hierbij is van belang dat er een onderscheid is tussen evenementen en festiviteiten. Zie paragraaf 1.5 Definities. Hieronder worden beschreven de geluidsnormen bij:
•festiviteiten = binnen, in een inrichting (gebouw e.d.)
o collectieve festiviteiten
o incidentele festiviteiten
•evenementen (buiten, openlucht, tent e.d.).
6.2.2.2 Geluidsnormen bij festiviteiten in (binnen) een inrichting (in de zin van het Barim/Activiteitenbesluit)
Activiteiten die georganiseerd worden in een inrichting, die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit, vallen niet alleen onder het regime van de artikel 2.2.2 van de APV, maar óók onder het Activiteitenbesluit en de daarop gebaseerde artikelen 4.1.1 t/m 4.1.3 van de APV. Op grond van het Activiteitenbesluit mag bijv. een café, naast een aantal collectieve festiviteiten, ook bij een ander te normeren aantal incidentele festiviteiten afwijken van de normale geluidsnormen die in het Activiteitenbesluit gesteld zijn.
Collectieve festiviteiten (artikel 4.1.2 APV)
Op grond van artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit is het mogelijk om in een gemeentelijke verordening (APV) collectieve festiviteiten aan te wijzen tijdens welke er een afwijkende geluidsnorm geldt. Deze mogelijkheid is in artikel 4.1.2 van de APV uitgewerkt. Dat artikel beschrijft de aanwijzing van de collectieve festiviteiten en de daarbij geldende afwijkende normering van geluidswaarden in het Activiteitenbesluit. Het maximum aantal en de aard/soort jaarlijkse collectieve festiviteiten wordt afzonderlijk bij algemeen besluit vastgesteld worden door het college.
Individuele/incidentele festiviteiten (artikel 4.1.3 APV)
Op grond van artikel 4.1.3 van de APV is het een inrichting toegestaan maximaal vier incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij een afwijkende geluidsnorm geldt. Ondernemers die hier gebruik van willen maken van dienen dit te melden door een kennisgeving in te dienen. Deze kennisgeving dient minimaal twee weken voordat de incidentele festiviteit gehouden wordt, bij het college te zijn ingediend.
6.2.2.3. Geluidnormen kermisattracties
Om het geluidsniveau van kermisattracties in de hand te houden, worden hiervoor onderstaande standaard vergunningsvoorwaarden en geluidnormen opgenomen:
•Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis behoudens voor het afstellen en testen op de dag voorafgaande aan de eerste kermisdag gedurende maximaal een half uur;
•Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten anders dan voor begin en einde van een rit dan wel om een andere kermisactiviteit aan te kondigen;
•De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie: de luidsprekers mogen in geen geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht;
•De geluidsinstallatie moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van 85 dB(A) gemeten op 1 meter voor de luidsprekers niet wordt overschreden;
•In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld, geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in of gemeten op 1 meter voor de luidsprekers de 85 dB(A) niet mag worden overschreden;
•Bevorderd zal worden om de kermisexploitanten zoveel mogelijk gelijktijdig dezelfde muziek te laten spelen.
6.2.3 Afval
Afval
Door het niet goed verzamelen van afval en achterblijvende rommel, kan ook overlast ontstaan. Op advies van het team openbare ruimte worden aan de evenementenvergunning voorwaarden op het gebied van de inzameling en afvoer van afval verbonden.
Afvalinzameling en -verwerking
De organisatie dient er voor te zorgen dat er voldoende minicontainers/afvalbakken geplaatst worden. De organisatie van een evenement kan hiervoor een beroep doen bij het team openbare ruimte. Voor grotere evenementen zijn voor zover beschikbaar rol- en/of afzetcontainers beschikbaar.
De kosten van afvalverwerking komen voor rekening van de organisatie.
De tarieven die in rekening worden gebracht voor het gebruik van het gemeentematerieel en de afvalverwerking staan vermeld in de legesverordening
18Tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing van leges van het betreffende kalenderjaar
.
Opruimen terrein
Daarnaast wordt in de evenementenvergunning de voorwaarde opgenomen dat de organisatie verplicht is om uiterlijk de dag na afloop van het evenement vóór 12.00 uur het afval op en in de directe omgeving van de locatie van het evenement te hebben opgeruimd. Indien vergunninghouder dit, naar het oordeel van de gemeente, niet naar genoegen heeft gedaan, wordt het afval door of vanwege de gemeente verwijderd op kosten van de organisatie.
Indien bij een evenement gebruik wordt gemaakt van openbaar groen of gemeentelijke eigendommen, kan als voorschrift bij de vergunning worden opgenomen dat schade hieraan door de gemeente op kosten van de vergunninghouder wordt hersteld. Om onenigheid over mogelijke schade te voorkomen wordt door de gemeente en de vergunninghouder samen voor het evenement de toestand van het terrein geschouwd en vastgelegd.
6.2.4 Vuurwerk
Het ongecontroleerd en onaangekondigd afsteken van vuurwerk is een mogelijke bron van overlast. De ontbranding van vuurwerk is dan ook aan regels verbonden. In het Vuurwerkbesluit (Stb. 33, jaargang 2002) is bepaald dat voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk op locatie afzonderlijk toestemming nodig is van de provincie waar het vuurwerk wordt afgestoken. Aan de toestemming voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk zullen door de provincie voorschriften verbonden worden in het belang van de bescherming van mens en milieu.
Voor de gemeente is als lokaal gezag een nadrukkelijke rol weggelegd. Door de provincie moet aan de burgemeester, in het kader van openbare orde en veiligheid, een verklaring van geen bezwaar worden gevraagd. Indien GS geen verklaring van geen bezwaar ontvangt, dan kunnen zij geen toestemming afgeven voor het bezigen van professioneel vuurwerk.
Niet professioneel vuurwerk/afsteken van vuurwerk door particulieren is verboden.
6.2.5 Parkeren
Indien bij evenementen veel bezoekers komen, kan dat leiden tot grote parkeerdrukte. De beschikbare parkeerruimte kan onder druk komen te staan hetgeen tot overlast kan leiden.
Indien bij een evenement sprake is van grote parkeerbehoefte/-drukte, kunnen aan een vergunning voorschriften verbonden worden die moeten voorzien in een goede regeling, zoals beschikbaarheid van alternatieve parkeergelegenheid en het inzetten van verkeersregelaars.
Parkeren kan ook te maken hebben met verkeersstromen en daarmee verkeersveiligheid. Dat aspect wordt beschreven in hoofdstuk 7.
Hoofdstuk 7 Openbare orde en veiligheid
7.7 Verkeersveiligheid
7.7.1 Calamiteitenstrook/route
De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben op en naar de evenementenlocatie. Er kunnen dan ook voorwaarden gesteld worden met betrekking tot het vrijhouden van een bepaalde route of calamiteitenstrook. In de vergunning wordt dan opgenomen welke afmeting de vrije doorgang dient te hebben. Daarnaast kunnen, afhankelijk van de locatie, aanvullende maatregelen getroffen worden.
7.7.2 Verkeersregelaars
Op basis van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn bij activiteiten op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers geregeld moet worden, verkeersregelaars vereist. Verkeersregelaars die ingezet worden bij evenementen hebben de taak het verkeer voor de veiligheid van deelnemers/bezoekers van het evenement te regelen.
De verplichte instructie van en het directe toezicht op de verkeersregelaars vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de politie. Met de instructie kan ingespeeld worden op de aard van het evenement. Een wielerronde is anders dan een jaarmarkt, maatwerk dus. De gemeente stelt indien nodig, in overleg met de politie, voorwaarden aan het aantal verkeersregelaars dat ingezet moet worden.
In de regio Gelderland Zuid heeft de politie het opleiden en aanstellen van ‘evenementenverkeersregelaars’ centraal georganiseerd via een e-learning module. Evenementenorganisatoren kunnen hun vrijwilligers/medewerkers opgeven bij de gemeente en de politie. De gemeente meldt de organisatie aan bij de Stichting Verkeersregelaars Nederland. De organisator ontvangt daarna een code waarmee de deelnemers in kunnen loggen op de e-learning module. Na het –gratis- volgen van de e-learning krijgen de deelnemers die geslaagd zijn een certificaat van de gemeente. Het betreft een instructieverklaring (voor een specifiek evenement, eenmalig) of een aanstellingspas (voor alle soorten evenementen, 1 jaar geldig).
7.7.3 Verkeersmaatregelen en -besluiten
Bij een evenement kan het nodig zijn om wegen af te sluiten, rijrichtingen te veranderen (bijv. eenrichtingsverkeer) en dergelijke. De organisator geeft in de aanvraag en in het draaiboek en veiligheidsplan aan hoe men hiermee om wil gaan. Het team openbare ruimte beoordeelt dit en vraagt en geeft zo nodig advies of aanwijzingen. Uitgangspunt is dat doorgaande routes, hoofdwegen en routes voor openbaar vervoer niet afgesloten worden. In overleg met de verkeersdeskundige zullen indien nodig verkeersbesluiten genomen worden. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor de organisator.
Omleidingsroutes worden ook samen met de gemeente bepaald. Indien er busroutes tijdelijk moeten vervallen is het de Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van verkeersmaatregelen, zoals welke wegen wanneer en hoe lang/wanneer mogen worden afgezet en eisen aan wegafzettingen en verlichting daarvan. Indien nodig neemt het college verkeersbesluiten om de verkeersmaatregelen te formaliseren. Dit dient in de pas te lopen met de termijnen die verbonden zijn aan de behandeling en beslissing op de evenementenvergunning.
7.8 Drankverstrekking en gebruik glaswerk
7.8.1 Tappen op of aan de openbare weg
Bij evenementen wordt regelmatig bier geschonken. Dit gebeurt door horecaondernemers middels een tappunt op hun eigen terras en/of door de organisatie van een evenement met een (mobiel) tappunt op het evenemententerrein.
Tappunt op eigen terras
Indien het terras is opgenomen in de Drank- en Horecavergunning is het toegestaan om alcoholhoudende dranken te verstrekken op het terras.
Is de horecagelegenheid gelegen binnen het evenemententerrein dan stuit dit niet snel op weigeringsgronden. Wanneer een ondernemer een tappunt op eigen terras plaatst, en dit terras maakt geen deel uit van het evenemententerrein waarvoor vergunning is/ wordt verleend, ligt dit anders. In dergelijke gevallen moet worden bezien in hoeverre dit tappunt gericht is op de directe bezoekers van de horecalokaliteit
Het kan zijn dat de reikwijdte van de bijzondere gebeurtenis van tijdelijke aard verder gaat dan de eigen inrichting. Er kan dan al snel sprake zijn van dat de bijzondere gebeurtenis waar, de buitentap wordt aangevraagd, een negatieve invloed heeft op de organisatie en het verloop van het evenement dat in de nabijheid wordt gehouden. Het is in dat geval verstandiger om ofwel de bijzondere gebeurtenis onder te brengen in de organisatie van het (grote) evenement, ofwel een ander tijdstip te kiezen.
Tappunten op straat
Voor het tappen elders dan in een horeca inrichting inclusief terras (bijvoorbeeld op de openbare weg), moet een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing kan alleen afgegeven worden voor bijzondere gebeurtenissen van zeer tijdelijke aard. Dat kan een evenement zijn. Voorwaarde voor het tappen op straat middels (bier-)tappunten of andere vorm van verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank is derhalve dat er sprake moet zijn van een evenement en dat de tappunten binnen het evenemententerrein zijn gelegen (let op andere ontheffingen kunnen ook van toepassing zijn, zoals ontheffing geluid). Daarnaast dient de aanvrager te voldoen aan de wettelijk gestelde eisen en – indien de verstrekker van de alcoholhoudende drank niet de organisator zelf is, maar bijvoorbeeld een cateraar - de toestemming van de organisator.
7.8.2 Gebruik glaswerk
Tijdens evenementen kunnen voorwaarden aan de vergunning worden verbonden zoals de voorwaarde dat in verband met de veiligheid van de bezoekers en ter bescherming van het milieu drank uitsluitend in plastic glazen of in duurzame kunststofbekers mag worden geschonken.
Indien nodig bepaalt de burgemeester op grond van zijn bevoegdheden dat de regel ook geldt voor lokale openbare inrichtingen zoals lokale commerciële en paracommerciële horecabedrijven/-instellingen en of deze voor alleen buiten of ook voor binnen geldt. Hiertoe wordt bij voorkeur op basis van zelfregulering (eventueel in de vorm van een convenant tussen betrokkenen, gemeente en politie) naleving aan gegeven. Indien nodig kan de burgemeester echter daartoe een besluit van algemene strekking nemen met daarin nadere voorschriften ten aanzien van tijden en locaties waarin een verbod op het gebruik van glaswerk uitgevaardigd wordt. In het horecaoverleg c.q. met de werkgroep horecabeleid wordt hier over nader afgestemd en invulling gegeven in het horecabeleid.
Hoofdstuk 8 Toezicht en Handhaving
8.2 Invulling handhavingsbeleid
8.2.1 Gemeentelijke klachtenregistratie
Om irritatie bij omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen, is het van belang dat adequaat wordt ingegrepen indien blijkt dat omwonenden onaanvaardbare overlast ondervinden van een evenement.
Burgers kunnen (geluids-)klachten overdag melden op een centraal nummer: Bel- en herstellijn 0487-581571. Het team VTH houdt een centrale klachtenregistratie bij.
Behalve bij de gemeente kunnen burgers ook bellen met de provinciale milieuklachtentelefoon (026 - 359 9999) en de meldkamer van de Politie Gelderland-Zuid (0900-8844).
8.2.2 Handhavingsbeleid en -scenario’s
In het “Handhavingsbeleid VTH 2012” is vastgelegd hoe de gemeente Druten komt tot een zo integraal mogelijke afstemming van toezicht en handhaving. Daarin zijn o.m. binnen de handhavingstaken van de APV en bijzondere wetten opgenomen. Handhavend optreden voorspelbaar en consequent te zijn. Door het ontwikkelen van handhaving scenario’s voor de van de meest voorkomende overtredingen tot in het uiterste geval het stilleggen van een evenement in verband met grote veiligheidsrisico’s, wordt hieraan tegemoet gekomen. De scenario’s zijn opgenomen als bijlage.
8.2.3 Aanvullende voorwaarden
Aan een (volgende) evenementenvergunning kunnen op advies van team VTH aanvullende voorwaarden worden verbonden indien blijkt dat:
•de gemeente de klacht(en) heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is;
•de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven.
Indien deze aanvullende voorwaarden niet tot verbetering hebben geleid, kan dit een reden zijn om de vergunning in de toekomst te weigeren.
8.2.4. Weigeren evenementenvergunning:
Een (volgende) evenementenvergunning kan worden geweigerd indien blijkt dat:
•De gemeente de klacht(en) van eerdere evenementen heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is.
•Wanneer overlast onaanvaardbaar wordt is lastig te bepalen. Toch kunnen er in voorkomende gevallen wel degelijk aanwijzingen zijn dat dit het geval is. Gedacht kan worden aan:
o een forse toename van het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren.
o wanneer niet alleen direct aanwonenden klagen maar ook burgers die op enige afstand van het evenement wonen.
o wanneer uit geluidsmetingen blijkt dat de geluidsniveaus vergeleken met voorgaande jaren drastisch zijn gestegen.
o Indien de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven.
o Wanneer de vergunningsvoorwaarden (herhaaldelijk) niet worden nageleefd.