Aanhef
De raad van de gemeente Dronten,
gelezen het voorstel van het college van Dronten d.d. 7 oktober 2025 met documentnummer 872141;
gelet op artikel 227 van de Gemeentewet
BESLUIT:
vast te stellen de volgende verordening op de heffing en invordering van een reclamebelasting 2026 (Verordening Reclamebelasting 2026).
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.Openbare aankondiging: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar van de openbare weg.
b.Onroerende zaak: elk afzonderlijk WOZ-object, afgebakend op grond van artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken;
c.Jaar: een kalenderjaar.
d.GBLT: het openbare lichaam GBLT.
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.
Artikel 3. Belastingplicht
1De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de niet-woning waarop en/of waarbij één of meer openbare aankondigingen worden aangetroffen.
2Onder niet-woning wordt verstaan de onroerende zaak die op grond van artikel 220a, lid 2 van de Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.
Artikel 4. Vrijstellingen
De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen
a.door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;
b.die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen.
Artikel 5. Maatstaf van heffing
De reclamebelasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelasting zoals die voor het belastingobject voor het belastingjaar is vastgesteld.
Artikel 6. Belastingtarief
De belasting bedraagt 0,316% van de WOZ-waarde van de onroerende zaak waarop en/of waarbij één of meer openbare aankondigingen worden aangetroffen.
Artikel 7. Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8. Wijze van heffing
De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt bestaat aanspraak op ontheffing voor een evenredig aantal dagen dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
4Indien de belastingplicht eindigt na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
5Een aanslag van minder dan € 5,00 wordt niet opgelegd.
6Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.
Artikel 10. Termijn van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de aanslag worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van lid 1 van dit artikel worden belastingaanslagen waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, betaald in tien maandelijkse termijnen. Als de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen voor of op de 15de van een kalendermaand, vervalt de eerste incassotermijn nog in diezelfde kalendermaand. In alle andere gevallen vervalt de eerste incassotermijn aan het einde van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gelegen.
3Indien het totaal te betalen bedrag zoals vermeld op het aanslagbiljet € 10,00 of minder bedraagt, wordt dit bedrag in afwijking van lid 2 van dit artikel in één termijn afgeschreven twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 11. Nadere regels
Het dagelijks bestuur van GBLT kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
1De ‘Verordening Reclamebelasting 2025’ van 28 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4De verordening wordt aangehaald als “Verordening Reclamebelasting 2026”.