Gemeentelijke regelgeving

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht

Gemeente Dordrecht · geldt sinds 24 oktober 2025

Aanhef

De RAAD van de gemeente Dordrecht;

gelet op de artikelen 16, 82, 83 en 84 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

het volgende reglement vast te stellen:

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.agendacommissie: een commissie zoals bedoeld in artikel 44 van dit reglement;

b.amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit;

c.college: het college van burgemeester en wethouders, zoals bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet;

d.commissie(vergadering): een raadscommissie(vergadering) als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet;

e.commissiegriffier: griffier van een adviescommissie of diens plaatsvervanger;

f.commissielid: een door de raad benoemd persoon, niet zijnde raadslid, die mede uitvoering geeft aan de taken van een adviescommissie;

g.commissievoorzitter: voorzitter van een adviescommissie of diens plaatsvervanger;

h.Dordtse Dinsdag: het vergadermodel van de gemeenteraad

i.griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

j.hamerraad: een korte raadsvergadering, waarin alleen hamerstukken of stukken ter kennisname besluitvormend aan de orde komen;

k.hamerstuk: raadsvoorstel waarover tijdens de raadsvergadering geen beraadslaging plaatsvindt en dat zonder stemming wordt aangenomen.

l.initiatiefvoorstel: raadsvoorstel van een raadslid;

m.interpellatie: het tijdens de raadsvergadering vragen van inlichtingen aan het college of de burgemeester over een niet-geagendeerd onderwerp;

n.motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

o.stemstuk: raadsvoorstel waarover tijdens de raadsvergadering geen beraadslaging plaatsvindt en waarover alleen wordt gestemd;

p.subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

q.voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.

Artikel 2 Elektronisch aanbieden

Waar in dit reglement sprake is van het verzenden of publiceren van (voorlopige) agenda's en stukken, kan worden volstaan met elektronisch aanbieden van bedoelde stukken, tenzij het geheime status van de stukken zich daartegen verzet.

Artikel 3 Het presidium

1Er is een presidium. Het presidium is een overige commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

2Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters. Fractievoorzitters van fracties die tijdens de raadsperiode door afsplitsing van andere fracties zijn ontstaan, zijn geen lid van het presidium.

3Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.

4De voorzitter van de raad is de voorzitter van het presidium. Hij heeft geen stemrecht.

5De voorzitter roept het presidium bijeen

a.volgens een vooraf vastgesteld schema,

b.indien daar naar zijn inzicht directe aanleiding voor is en

c.indien ten minste twee leden van het presidium hierom verzoeken.

6Het presidium wordt bijgestaan door de griffier.

7Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.

8Elk lid van het presidium heeft één stem. Het lid, dat in voorkomende gevallen waarnemend voorzitter is, heeft in afwijking van lid 4 van dit artikel één stem.

9Het presidium neemt besluiten over de organisatie en het functioneren van de raad en de commissies (inclusief de rekenkamer), inclusief het vaststellen van het vergaderschema voor het betreffende kalenderjaar.

10Het presidium vormt uit zijn midden een werkgeversdelegatie die de werkgeversrol gestalte geeft. De samenstelling en rol worden verder uitgewerkt in de 'Verordening werkgeversdelegatie griffie gemeente Dordrecht.'

11De agenda en stukken voor de vergadering van het presidium worden uiterlijk 5 dagen voor de vergadering verzonden en gepubliceerd op de website van de gemeenteraad. Van een besloten (deel van de) vergadering wordt het verslag en de stukken enkel beschikbaar gesteld aan de leden van het presidium en overige raads- en commissieleden.

12De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om in beslotenheid te vergaderen.

13De notulen van de vergadering zijn openbaar behoudens de onderdelen waarover in beslotenheid is vergaderd.

Artikel 4 De griffier

1De griffier staat de raad en de door haar ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde;

2De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van de agendacommissie, het presidium en de werkgeversdelegatie en kan aanwezig zijn in vergaderingen van adviescommissies.

3Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger.

4De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.

Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

1Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden.

2De commissie als bedoeld in het vorige lid onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en onderzoekt of de benoeming voldoet aan de vereisten van de artikelen 10, eerste en tweede lid, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet.

3De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

4Na gemeenteraadsverkiezingen gebeurt het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling.

5Na gemeenteraadsverkiezingen roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

6In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 6 Benoeming wethouders

1Bij de benoeming van een of meerdere wethouders stelt de raad een commissie "Benoembaarheid wethouders" in bestaande uit drie raadsleden. De burgemeester en de griffier treden op als adviseur van deze commissie.

2Deze commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.

3Deze commissie onderzoekt tevens of de benoeming mogelijke integriteitsrisico’s met zich meebrengt. De burgemeester heeft het mandaat van de raad voor het opdrachtgeverschap voor het uitvoeren van een risicoanalyse integriteit.

4De uitkomsten van de risicoanalyse integriteit worden door de burgemeester en de griffier met de kandidaat-wethouder besproken en vervolgens door de burgemeester met de commissie en de raad als geheel gedeeld middels een rapportagevorm met enkel conclusies.

5Bij tussentijdse benoeming van een of meerdere wethouders zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. De vorige volzin is niet van toepassing bij een nieuwe collegebenoeming.

6De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering.

7De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de door hem/haar aangedragen documenten en informatie mondeling in de commissie toe te lichten.

8Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een advies aan de raad over de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Dit advies wordt tijdens de raadsvergadering waarin de benoeming aan de orde is mondeling aan de raad kenbaar gemaakt en als zodanig ook opgenomen in het verslag van de raadsvergadering.

9Als de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies.

Artikel 7 Fracties

1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. Deze naam geldt voor de gehele raadsperiode.

3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter als:

a.één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden;

b.twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

c.één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.

5Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in lid 4 onder a. wordt aangeduid als 'fractie' gecombineerd met de naam van zijn fractievoorzitter;

6Een nieuw gevormde fractie als bedoeld in lid 4 onder b. wordt aangeduid met de gecombineerde namen van de oorspronkelijke fracties.

7Met de gewijzigde situatie als bedoeld in lid 4 wordt rekening gehouden met ingang van de volgende raads- of commissievergadering na de mededeling daarvan.

Hoofdstuk 2 Dordtse Dinsdag - Raadsvergaderingen

Paragraaf 1 Voorbereiding raadsvergadering

Artikel 8 Vergaderfrequentie- en tijden

1De raadsvergaderingen vinden plaats overeenkomstig het door het presidium vast te stellen vergaderschema.

2Het presidium kan om bijzondere redenen bepalen van het vastgestelde vergaderschema af te wijken.

3Voor raadsvergaderingen worden de volgende vergadertijden- en locaties gehanteerd:

a.Besluitvormende raad: aanvang 14:00 uur in het Stadhuis;

b.Wanneer de agenda van de in lid 3 onder b. bedoelde raadsvergadering om 18:00 uur nog niet is afgewerkt, wordt de raadsvergadering geschorst tot 20:00 uur. De raad kan op voorstel van de voorzitter in incidentele gevallen hiervan afwijken met dien verstande dat de raadsvergadering uiterlijk om 18.30 uur wordt beëindigd;

c.Wanneer de agenda van de in lid 3 onder b. bedoelde raadsvergadering om 23:59 uur niet is afgewerkt, kan de raad op voorstel van de voorzitter besluiten tot een nader te bepalen datum te schorsen of besluiten tot een nader te bepalen tijdstip door te gaan.

d.Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

Artikel 9 Oproep en voorlopige agenda

1De griffier stelt op basis van de door de adviescommissies aan de raad uitgebrachte adviezen, de voorlopige agenda voor de raadsvergadering op.

2Namens de voorzitter publiceert de griffier ten minste vijf dagen voor een raadsvergadering een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken en doet hiervan mededeling aan de leden van de raad.

3In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het publiceren van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk achtenveertig uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken gepubliceerd. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de leden van de raad.

Artikel 10 Openbare kennisgeving vergaderingen

1Openbare kennisgeving van raadsvergaderingen vindt plaats door aankondiging op de website van de gemeenteraad.

2De aankondiging vermeldt de datum, het aanvangstijd en de plaats van de vergadering.

Artikel 11 Openbare publicatie van stukken

1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het publiceren van de schriftelijke oproep op de website van de gemeenteraad gepubliceerd. Als na het publiceren van de schriftelijke oproep stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

2Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, wordt, in afwijking van het eerste lid, alleen gepubliceerd in de digitale vergaderapplicatie waarbij de toegang is beperkt tot collegeleden, raadsleden, commissieleden en medewerkers van de griffie.

Paragraaf 2 Ter raadsvergadering

Artikel 12 Presentielijst

1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.

2Bij binnenkomst in de vergaderlocatie tekenen raadsleden de presentielijst.

Artikel 13 Zitplaatsen

1De voorzitter, de raadsleden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met de fractievoorzitters.

3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen, die voor de raadsvergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 14 Voorzitter

1De burgemeester is voorzitter van de raad;

2De voorzitter is belast met:

a.Het leiden van de raadsvergadering;

b.Het handhaven van de orde tijdens de raadsvergadering;

c.Het doen naleven van het reglement van orde;

d.Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

3De gemeenteraad benoemt bij aanvang van de zittingsperiode één of meer plaatsvervangend voorzitters conform artikel 77 van de Gemeentewet en stelt de volgorde voor waarnemen vast.

Artikel 15 Opening raadsvergadering; quorum

1De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal raadsleden aanwezig is.

2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip het in het eerste lid genoemde aantal raadsleden niet aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige raadsleden, dag en uur van de volgende raadsvergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 16 Vaststellen agenda

1De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

2Een raadslid of de voorzitter kan voorafgaand aan de vaststelling van de agenda voorstellen onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren, de wijze van behandelen van agendapunten te wijzigen en de volgorde van behandeling van de agendapunten te wijzigen. De raad besluit hierover bij de vaststelling van de agenda.

3Wanneer bij een hamerstuk of ter kennisnamestuk alsnog een of meerdere moties of amendementen worden ingediend wordt dit agendapunt een bespreekstuk, tenzij de raad bepaalt dat het een stemstuk kan zijn.

4Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.

Artikel 17 Intrekken raadsvoorstel

Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

Artikel 18 Spreekregels

1De raadsleden spreken in eerste termijn bij de behandeling van P&C-documenten (kadernota, begroting, bestuursrapportage en jaarrekening) vanachter het katheder. Bij behandeling van andere onderwerpen en in de tweede termijn, wordt de plaats van spreken aan de spreker gelaten.

2De indiener van een initiatiefvoorstel maakt bij de indiening van en toelichting op het initiatiefvoorstel gebruik van het katheder.

3Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 19 Volgorde sprekers

1Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

2De volgorde van sprekers geschiedt in volgorde van grootte van fractie bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de grootste fractie begint. Nieuwe fracties die gedurende de raadsperiode door afsplitsing zijn ontstaan komen achteraan in de volgorde van sprekers waarbij de laatst ontstane nieuwe fractie achteraan in de volgorde komt.

3Bij agendapunten waarbij slechts een minderheid van het aantal fracties het woord wil voeren, beginnen de fracties die om bespreking hebben gevraagd met de woordvoering, waarbij de in het tweede lid genoemde volgorde van toepassing is.

4Bij de behandeling van de Kadernota en de Begroting is de volgorde van sprekers, in afwijking van lid 2, als volgt: om en om oppositie – coalitiefractie, te beginnen bij de grootste oppositiefractie. Ook bij deze volgorde is de grootte van de fractie bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen van toepassing.

Artikel 20 Spreektermijnen en spreektijden

1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2Bij elk bespreekstuk, tevens bij een motie 'vreemd aan de orde van de dag' en een interpellatie, geldt een standaard spreektijd per fractie van 2 minuten de eerste termijn en 1 minuut in de tweede termijn.

3De behandelende commissie kan, in afwijking van lid 2 en als onderdeel van het advies aan de raad, bepalen dat een afwijkende spreektijd van toepassing is: per fractie 5 minuten in de eerste termijn en 2 minuten in de tweede termijn.

4Bij een motie 'vreemd aan de orde van de dag' en een interpellatie kan de raad, in afwijking van lid 2, bepalen dat de spreektijd per fractie 5 minuten in de eerste termijn en 2 minuten in de tweede termijn bedraagt.

5Bij het indienen en toelichten van moties en amendementen –wanneer de raadsbehandeling op advies van de commissie alleen over eventuele moties en amendementen gaat–, en moties vreemd aan de orde van de dag geldt een spreektijd van 2 minuten per fractie. Dit wordt niet gezien als spreektermijn zoals bedoeld in lid 1.

6Resterende spreektijd na afronding van de inbreng in de eerste of tweede termijn vervalt en wordt niet toegevoegd aan de spreektijd in de tweede termijn of de spreektijd bij een ander bespreekstuk.

7De standaard spreektijd van het college –als geheel– bedraagt 10 minuten in de eerste termijn en 5 minuten in de tweede termijn. Bij een afwijkende spreektijd per fractie, zoals bedoeld in het derde en vierde lid, geldt een spreektijd van 20 minuten in de eerste termijn en 10 minuten in de tweede termijn;

8Als bij een bespreekstuk meerdere portefeuillehouders het woord willen voeren verdelen zij onderling de voor het college beschikbare spreektijd.

9Voor de behandeling van de kadernota en de begroting gelden afwijkende spreektijden. Deze worden door het presidium vastgesteld.

10Interrupties en de reactie daarop gaan niet af van de spreektijd van degene die interrumpeert of degene die wordt geïnterrumpeerd. Dit geldt voor zowel raadsleden als collegeleden.

11Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.

12Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

13Het twaalfde lid is niet van toepassing op:

a.een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende.

b.De rapporteur van een commissie.

14Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen

Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 22 Voorstellen van orde

De voorzitter en de raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Paragraaf 3 Stemmingen

Artikel 23 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag mondeling toelichten.

Artikel 24 Beslissing

1De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

Artikel 25 Stemming

1De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

2Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

3Als een raadslid om een stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

4Wanneer stemmingen plaatshebben wordt gebruik gemaakt van een daartoe geschikt bevonden mogelijkheid tot elektronisch stemmen.

5Indien elektronisch stemmen niet mogelijk is wordt gestemd bij handopsteking. De voorzitter vraagt achtereenvolgens wie van de raadsleden 'voor' en wie 'tegen' het voorstel is en noemt de namen van de fracties en/of raadsleden die voor en tegen hebben gestemd.

6Indien elektronisch stemmen niet mogelijk of naar het oordeel van een raadslid niet wenselijk is en minimaal één raadslid verzoekt om hoofdelijke stemming, roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Bij loting wordt een volgnummer van de presentielijst aangewezen, bij het daar genoemde raadslid begint de hoofdelijke stemming. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

7Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

8Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

9De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 26 Volgorde stemming over amendementen en moties

1Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

3Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Ook als het voorstel is verworpen, wordt er vervolgens over ingediende moties gestemd, tenzij de ingediende moties door de indieners worden ingetrokken.

Artikel 27 Stemming over personen

1Bij stemmingen over de benoeming van wethouders vindt, na voordracht van een kandidaat door de betrokken fractie, een stemming plaats waarbij raadsleden voor of tegen de voorgedragen kandidaat kunnen stemmen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een daartoe geschikt bevonden mogelijkheid tot elektronisch stemmen, onder de voorwaarde dat de stemming geheim is.

2Ook bij overige stemmingen over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen waarbij sprake is van een keuze die is beperkt tot de voorgedragen/voorgestelde perso(o)n(en) wordt gebruik gemaakt van een daartoe geschikt bevonden mogelijkheid tot elektronisch stemmen, onder de voorwaarde dat de stemming geheim is.

3Indien elektronisch stemmen zoals bedoeld in lid 1 en 2 technisch niet mogelijk is, wordt schriftelijk gestemd.

4Bij overige stemmingen over personen waarbij sprake is van een vrije keuze –zonder dat personen zijn voorgedragen/voorgesteld– wordt schriftelijk gestemd.

5Bij een schriftelijke stemming benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

6Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde schriftelijke stemmingen worden samengevat op één briefje.

7Ieder ter vergadering aanwezig raadslid dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht aan de stemming deel te nemen;

8Bij schriftelijke stemming wordt de inhoud van elk stembriefje door een van de leden van het stembureau voorgelezen, door een ander nagezien en door het stembureau opgetekend.

9Als de aantallen uitgebrachte stemmen niet gelijk zijn aan het aantal raadsleden dat aan de stemming geacht wordt te hebben deelgenomen, wordt een nieuwe stemming gehouden.

10Indien het getal van de ingeleverde stembriefjes na telling door het stembureau minder bedraagt dan het voor de opening van de vergadering vereiste aantal raadsleden, bepaalt de voorzitter datum en tijdstip waarop opnieuw gestemd wordt.

11Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet, worden die raadsleden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd geacht geen stem te hebben uitgebracht. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:

a.een blanco ingevuld stembriefje;

b.een ondertekend stembriefje;

c.een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;

d.een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

12In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

13Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 28 Herstemming over personen bij beperkte keuze

1Wanneer bij een stemming als bedoeld in artikel 27 lid 1 en 2 de stemmen staken wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan.

2Wanneer ook bij deze tweede stemming de stemmen staken beslist terstond het lot.

3Bij een stemming over personen waarbij er meer dan twee voorgedragen/voorgestelde kandidaten zijn, en geen van de kandidaten bij de eerste stemming een volstrekte meerderheid van stemmen heeft verkregen, wordt in dezelfde vergadering tot een tweede stemming overgegaan.

4Wanneer ook bij een tweede stemming als bedoeld in lid 3 geen van de kandidaten de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Als daarbij twee personen een gelijk aantal stemmen heeft gekregen, wordt bij een tussenstemming uitgemaakt welke persoon door gaat naar de derde stemming.

5Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 29 Herstemming over personen bij vrije keuze

1Wanneer bij een stemming als bedoeld in artikel 27 lid 4 niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 30 Beslissing door het lot

1Als het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf 4 Verslaglegging raadsvergadering

Artikel 31 Verslag en besluiten

1De griffier draagt zorg voor verslagen van raadsvergaderingen en de publicatie van de genomen besluiten op de website van de gemeenteraad.

2Een verslag bevat in ieder geval:

a.de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.een aantekening van welke raadsleden afwezig waren;

c.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

d.een woordelijke weergave van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers;

e.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij niet elektronische hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

f.de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

g.bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 17 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

3Het ontwerpverslag wordt meteen na het beschikbaar komen op de website van de gemeenteraad geplaatst met het watermerk “nog niet vastgesteld”. Zodra het verslag is vastgesteld, wordt het nog niet vastgestelde exemplaar op de website van de gemeenteraad vervangen door het vastgestelde exemplaar. Als bij de vaststelling van het verslag een wijziging wordt aangebracht, dan wordt dat aan het einde van het aangepaste verslag vermeld, waarbij op de plek van de wijziging een voetnoot wordt aangebracht dat er ten aanzien van dit deel van de tekst bij de vaststelling een wijziging is aangebracht.

4Wijzigingsvoorstellen voor het verslag worden in beginsel via een tekstvoorstel op de dag vóór de vergadering van de vaststelling bij de griffier ingediend. De griffier brengt deze voorstellen ter kennis van de raad.

5Het staat een ieder raadslid vrij in het verslag te doen aantekenen dat hij zich met een besluit, zonder hoofdelijke stemming genomen, niet heeft verenigd, evenwel zonder daarbij zijn beweegredenen te vermelden.

6Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier.

7Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt het vastgestelde verslag zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt door publicatie op de website van de gemeenteraad.

Paragraaf 5 Besloten raadsvergaderingen en geheimhouding

Artikel 32 Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 33 Verslag besloten vergadering

Van besloten raadsvergaderingen wordt een woordelijk verslag gemaakt. Nadere afspraken over de verslaglegging worden vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeenteraad Dordrecht.

Artikel 34 Opheffing geheimhouding

Nadere afspraken over de opheffing van geheimhouding worden vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeenteraad Dordrecht.

Hoofdstuk 3 Bevoegdheden en instrumenten raadsleden

Artikel 35 Amendementen en subamendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen schriftelijk en ondertekend in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. Indiening is mogelijk totdat de beraadslagingen zijn afgerond en tot besluitvorming over het onderwerp waarop de amendementen en subamendementen betrekking hebben wordt overgegaan.

2Over amendementen en subamendementen bij een raadsvoorstel dat als hamerstuk of stemstuk op de gepubliceerde agenda van de raadsvergadering staat en die niet minimaal 24 uur voor aanvang van de vergadering zijn gedeeld met de voorzitter, de griffier en de leden van de raad, vindt geen debat plaats. Als minimaal twee fracties het amendement of subamendement toch willen bespreken, wordt het voorstel terugverwezen naar de agendacommissie

3Zodra dit technisch en juridisch mogelijk is, worden amendementen en subamendementen digitaal ondertekend ingediend.

4Amendementen en subamendementen worden direct na indiening digitaal beschikbaar gesteld op de website van de gemeenteraad en in de digitale vergaderapplicatie van de gemeenteraad.

5Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

6Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 36 Moties

1Raadsleden dienen moties schriftelijk en ondertekend in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. Indiening is mogelijk totdat de beraadslagingen zijn afgerond en tot besluitvorming over het onderwerp waarop de moties betrekking hebben wordt overgegaan.

2Over moties bij hamerstukken, stemstukken en ter kennisnamestukken die niet minimaal 24 uur voor aanvang van de vergadering zijn gedeeld met de voorzitter, de griffier en de leden van de raad, vindt geen debat plaats. Als minimaal twee fracties de motie toch willen bespreken, wordt het voorstel terugverwezen naar de agendacommissie.

3Moties over niet op de agenda opgenomen onderwerpen worden 48 uur voor aanvang van de vergadering gedeeld met de voorzitter, de griffier en de leden van de raad, tenzij het spoedeisende karakter van het onderwerp waarop de motie betrekking heeft dit onmogelijk maakt.

4Zodra dit technisch en juridisch mogelijk is, worden moties digitaal ondertekend ingediend.

5Moties worden direct na indiening digitaal beschikbaar gesteld op de website van de gemeenteraad en in de digitale vergaderapplicatie van de gemeenteraad en het college.

6De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

7De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

8Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 37 Initiatiefvoorstel

1Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen, desgewenst vergezeld van een mondelinge toelichting, tijdens een besluitvormende raadsvergadering schriftelijk in bij de voorzitter.

2De griffier brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

3Het college wordt in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van 4 weken schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het initiatiefvoorstel ter kennis van de raad brengen.

4Een initiatiefvoorstel wordt na indiening geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie. De agendacommissie bepaalt dan wanneer en hoe het initiatiefvoorstel en de eventuele wensen en bedenkingen van het college in de commissie worden behandeld.

5Op de behandeling van een initiatiefvoorstel zijn de artikelen 48 en 49 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

6Nadat de commissie haar advies aan de raad heeft uitgebracht neemt de raad een besluit over het initiatiefvoorstel.

7De indieners kunnen het initiatiefvoorstel nog wijzigen tot het moment dat besluitvorming in de raad aan de orde is. Als de indieners het voorstel –al dan niet naar aanleiding van de reactie van het college– wijzigen, doen zij daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter. Deze stelt vervolgens de raad in kennis van de wijzigingen.

8In het geval van een te wijzigen initiatiefvoorstel bepaalt de raad, dan wel de commissie (afhankelijk van waar het initiatiefvoorstel op de agenda staat) bij meerderheid of het gewijzigde initiatiefvoorstel opnieuw beeld- en/of oordeelsvormend moet worden besproken en of hiervoor een besluit van de agendacommissie nodig is.

Artikel 38 Interpellatie

1Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter en de griffier. Het verzoek bevat in ieder geval het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en de te stellen vragen.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

3Als het verzoek ten minste 24 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

4De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Artikel 39 Schriftelijke technische vragen

1Schriftelijke technische vragen zijn bedoeld om over een onderwerp, raadsvoorstel of overig stuk feitelijke informatie van het college te krijgen.

2Raadsleden dienen technische vragen aan het college schriftelijk in bij de griffier.

3De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de portefeuillehouder.

4Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen tien dagen nadat de technische vragen zijn ingediend.

5De schriftelijke beantwoording wordt rechtstreeks aan de vragensteller(s) beschikbaar gesteld en, als deze betrekking heeft op een stuk dat bij de raad in behandeling is, als bijlage aan dit stuk toegevoegd. Als deze betrekking heeft op een overig onderwerp wordt de beantwoording als ingekomen stuk op de agenda van de eerstvolgende agendacommissie geplaatst.

6Ook commissieleden kunnen technische vragen stellen. Het eerste tot en met het vijfde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 40 Schriftelijke politieke vragen

1Schriftelijke politieke vragen zijn bedoeld om over een onderwerp een politiek-bestuurlijke duiding en/of mening van het college of de burgemeester te krijgen.

2Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier.

3De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college of de burgemeester.

4Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijke lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.

5De schriftelijke vragen en de schriftelijke beantwoording van het college of de burgemeester worden als ingekomen stuk voorgelegd aan de agendacommissie.

6Ook commissieleden kunnen schriftelijke vragen stellen. Het eerste tot en met het vijfde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Artikel 41 Mondelinge politieke vragen

1Mondelinge politieke vragen zijn bedoeld om over een actueel en politiek onderwerp een politiek-bestuurlijke mening van het college of de burgemeester te krijgen.

2Mondelinge vragen kunnen worden gesteld tijdens het plenair vragenhalfuur overeenkomstig artikel 51 van dit reglement.

3Ook commissieleden kunnen mondelinge vragen stellen. Het eerste en tweede lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4 Dordtse Dinsdag - Commissievergaderingen

Artikel 42 Benoeming commissieleden en commissievoorzitters

1De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd, met een maximum van twee per fractie. De benoeming heeft plaats zo spoedig mogelijk nadat de voordracht heeft plaatsgevonden. Fracties die na de verkiezingen door afsplitsing zijn ontstaan kunnen geen commissieleden voordragen.

2Na het besluit tot benoeming leggen commissieleden, in handen van de voorzitter van de raad, de eed of belofte af. Daarmee zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op deze commissieleden.

3Alleen bij benoemingen door de raad binnen de laatste zes maanden tot de eerstvolgende raadsverkiezingen geldt het vereiste dat deze commissieleden tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende fractie hebben gestaan.

4De raad kan commissieleden ook benoemen voor maximaal de periode waarin zij een ander commissielid vervangen omdat het betreffende commissielid raadslid is geworden ter tijdelijke vervanging van een ander raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend. Het derde lid is op deze commissieleden van overeenkomstige toepassing.

5De raad benoemt uit haar midden de commissievoorzitters.

6Elke fractie draagt minimaal één raadslid uit haar midden voor benoeming als commissievoorzitter voor.

Artikel 43 Zittingsduur commissieleden en commissievoorzitters

1De zittingsperiode van een commissielid en een commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad of na de periode waarvoor hij op grond van artikel 41, tweede lid, is benoemd.

2Een commissielid houdt op commissielid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 41, tweede lid, gestelde eisen.

3Een commissielid houdt tevens op commissielid te zijn op het moment dat het commissielid als raadslid is geïnstalleerd.

4Als een commissielid als raadslid is geïnstalleerd ter tijdelijke vervanging van een ander raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend, herleeft het commissielidmaatschap van rechtswege op het moment dat het tijdelijke raadslidmaatschap ten einde is gekomen.

5De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.

6De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.

7Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.

8Het ontslag gaat in per de datum die in de schriftelijke mededeling is opgenomen. Als in de schriftelijke mededeling geen datum is opgenomen gaat het ontslag met onmiddellijke ingang in.

9Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

10Het lidmaatschap van een adviescommissie van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 44 De commissiegriffier

1De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van de adviescommissies een of meerdere op de griffie werkzame ambtenaren aan als commissiegriffier.

2Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.

3Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de gemeentesecretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.

4Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Artikel 45 De agendacommissie

1De agendacommissie is een overige commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet en bestaat uit vier raadsleden: twee uit de coalitie en twee uit de oppositie. De leden van de agendacommissie worden door de raad benoemd en hebben elk een aan zijn/haar persoon gekoppelde plaatsvervanger die ook als zodanig door de raad wordt benoemd.

2De agendacommissie wordt onafhankelijk voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. Deze heeft een beslissende stem als de stemmen staken.

3De griffier treedt op als secretaris van de agendacommissie.

4De taken van de agendacommissie zijn:

a.Bepalen of ingekomen stukken 'behandelrijp' zijn;

b.Besluiten over de wijze van afhandeling van ingekomen stukken uit het college, de raad en de stad/de regio, inclusief agenderingsverzoeken zoals bedoeld in artikel 45 van dit reglement;

c.Besluiten over het als afgehandeld beschouwen van moties en toezeggingen op basis van de overzichten 'stand van zaken moties en toezeggingen';

d.Besluiten over de invulling van beeldvormende sessies;

e.Vaststellen van de agenda's (dagschema's) van de komende Dordtse Dinsdagen;

f.Acteren op onderwerpen uit de termijnagenda en de bestuurlijke planner van het college.

5Als de agendacommissie van oordeel is dat een ingekomen stuk van het college slechts een enkele technische wijziging behoeft om behandeld te kunnen worden, kan de agendacommissie, bij wijze van uitzondering, besluiten de volgende wijzigingsprocedure toe te passen:

a.De portefeuillehouder laat de griffier per e-mail weten welke wijzigingen in het stuk aangebracht mogen worden;

b.De griffier zorgt ervoor dat deze wijzigingen worden doorgevoerd en legt het gewijzigde stuk voor aan de portefeuillehouder;

c.De portefeuillehouder geeft zijn goedkeuring per e-mail aan de griffier;

d.De griffier brengt het gewijzigde stuk in procedure voor behandeling waarbij voor de raad zichtbaar wordt gemaakt welke wijzigingen zijn aangebracht.

6De burgemeester kan de agendacommissie gevraagd en ongevraagd adviseren vanuit zijn rollen als voorzitter van de raad en schakel tussen het college en de raad en vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de besluitvorming.

Artikel 46 Agenderingsverzoeken

1Collegeleden, raads- en commissieleden, het presidium, de auditcommissie, het CTOO, raadswerkgroepen en de Rekenkamer kunnen agenderingsverzoeken bij de agendacommissie indienen.

2Agenderingsverzoeken van raads- en commissieleden bij ingekomen stukken die op de agenda van de agendacommissie staan kunnen tot 12.00 uur op de dinsdag dat de agendacommissie hierover vergadert worden ingediend via de daarvoor beschikbare online tool binnen de vergaderapplicatie. Deze agenderingsverzoeken zijn alleen nodig als een fractie zich niet kan vinden in het behandeladvies van de griffie;

3Agenderingsverzoeken bij ingekomen stukken die voldoende steun hebben worden altijd door de agendacommissie gehonoreerd. Dat is het geval bij:

a.3 fracties voor een raadsvoorstel;

b.De helft plus één (de absolute meerderheid) van het aantal in de raad zitting hebbende fracties voor raadsinformatiebrieven en overige stukken en onderwerpen.

4Voor agenderingsverzoeken over onderwerpen waarover geen stukken op de agenda van de agendacommissie staan wordt het daarvoor opgestelde format gebruikt. Deze agenderingsverzoeken worden -voorzien van een behandeladvies van de griffie- op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie geplaatst.

5Agenderingsverzoeken zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel worden altijd door de agendacommissie gehonoreerd bij steun van de helft plus één (de absolute meerderheid) van het aantal in de raad zitting hebbende fracties;

6Als de agendacommissie heeft besloten af te wijken van het behandeladvies van de griffie zonder dat er een agenderingsverzoek met de benodigde steun van fracties onder ligt, en een fractie kan zich niet in dit besluit vinden, dan kan ook na de vergadering van de agendacommissie nog een agenderingsverzoek (ter correctie) worden ingediend. Dit kan tot 12.00 uur op de dinsdag na de dinsdag waarop de agendacommissie heeft besloten.

Paragraaf 1 Opzet Dordtse Dinsdag - Commissievergaderingen

Artikel 47 Dagschema Dordtse Dinsdag

1De commissiedagen van de Dordtse Dinsdag starten om 16.00 uur.

2Op commissiedagen vinden in het middaggedeelte maximaal twee sessies parallel aan elkaar plaats en in het avondgedeelte maximaal drie.

3Elk onderwerp in de parallelstructuur is een aparte commissievergadering.

4Onderwerpen worden willekeurig achter en naast elkaar geagendeerd. Er wordt naar gestreefd het dagschema zo samen te stellen dat er niet gelijktijdig twee sessies over eenzelfde domein of begrotingsprogramma plaatsvinden.

5De starttijden van de parallelsessies worden zoveel als mogelijk gelijkgeschakeld.

6Elk onderwerp heeft een aparte commissievoorzitter. Als een voorzitter dat wil kan deze ook voor meerdere onderwerpen of een hele avond worden ingepland.

7Beeldvormende commissievergaderingen kunnen in zowel het middag- als het avondgedeelte plaatsvinden.

8Oordeelsvormende commissievergaderingen vinden alleen in het avondgedeelte plaats.

9Een beeldvormende en oordeelsvormende commissievergadering over hetzelfde onderwerp worden niet op een en dezelfde Dordtse Dinsdag geagendeerd.

10Overige commissies zoals presidium, agendacommissie, auditcommissie, CTOO en raadswerkgroepen vinden zoveel mogelijk in het middaggedeelte plaats.

Artikel 48 Consulterende commissievergadering

1Een consulterende commissievergadering is bedoeld om het college gevoelens, meningen, wensen en/of suggesties over een onderwerp mee te geven. Dit zijn geen uitspraken van de raad als geheel en hebben derhalve een vrijblijvend karakter. Een consulterende commissievergadering kan ook geen eindstation van de behandeling van een onderwerp zijn.

2Op consulterende commissievergaderingen is geen quorum van toepassing.

3Aan het eind van de consulterende vergadering bepaalt de commissie of zij het college voldoende input heeft kunnen meegeven. Als de meerderheid van het aantal aanwezige fracties (de voorzitter niet meegerekend) van mening is dat dit niet het geval is wordt het onderwerp voor een tweede keer in een consulterende vergadering geagendeerd.

Artikel 49 Beeldvormende commissievergadering

1Op beeldvormende commissievergaderingen is geen quorum van toepassing.

2Aan het eind van de beeldvormende vergadering bepaalt de commissie of er voldoende informatie is verzameld om tot een standpunt te kunnen komen.

3Als ten minste drie fracties bij een raadsvoorstel en de meerderheid van het aantal aanwezig fracties (de voorzitter niet meegerekend) bij overige stukken van mening is dat nog onvoldoende informatie is verzameld wordt het onderwerp voor een tweede keer in een beeldvormende vergadering geagendeerd.

4Als voldoende informatie is verzameld bepaalt de commissie of er nog een oordeelsvormende bespreking nodig is of dat het onderwerp, in het geval van een raadsinformatiebrief of raadsvoorstel, direct ter kennisname respectievelijk als stemstuk of hamerstuk naar de raad kan.

5Als de commissie bepaalt dat een oordeelsvormende bespreking nodig is formuleert zij politieke vragen voor deze bespreking.

Artikel 50 Oordeelsvormende commissievergadering

1Een oordeelsvormende commissievergadering kan pas worden geopend als meer dan de helft van het aantal in de raad zitting hebbende fracties aanwezig is of als de aanwezige fracties de meerderheid van het aantal zetels in de raad vertegenwoordigen (de voorzitter niet meegerekend).

2In de eerste termijn van de oordeelsvormende commissievergadering houden fracties hun woordvoering. Interrupties zijn hierbij toegestaan. Aan het einde van de eerste termijn krijgt de portefeuillehouder de gelegenheid te reageren. In de tweede termijn maken fracties hun (voorlopige) standpunt kenbaar.

3In de oordeelsvormende commissievergadering is er geen gelegenheid meer voor het stellen van technische en informatieve vragen aan de portefeuillehouder.

4Aan het einde van een oordeelsvormende commissievergadering bepaalt de commissie of het onderwerp voldoende is besproken en of de argumenten voldoende zijn gewisseld. De commissie kan vervolgens besluiten:

a.Het onderwerp nogmaals te agenderen voor een oordeelsvormende commissievergadering;

b.Het onderwerp, in het geval van een raadsinformatiebrief, ter kennisname door te sturen naar de besluitvormende raadsvergadering;

c.Het onderwerp, in het geval van een raadsvoorstel, als hamerstuk door te sturen naar de besluitvormende raadsvergadering;

d.Het onderwerp, in het geval van een raadsvoorstel, als stemstuk door te sturen naar de besluitvormende raadsvergadering waarbij er in de raadsvergadering alleen wordt gestemd;

e.Het onderwerp als bespreekstuk door te sturen naar de besluitvormende raadsvergadering.

5Een verzoek van ten minste drie fracties bij een raadsvoorstel en de meerderheid van het aantal aanwezig fracties (de voorzitter niet meegerekend) bij raadsinformatiebrieven en overige stukken is voldoende om een onderwerp nogmaals oordeelsvormend te agenderen of het als bespreekstuk voor de raad te agenderen. Daarbij moet aangegeven worden op welke politieke vragen de bespreking in de raad zich zal richten en of in de raadsvergadering een spreektijd van 2 minuten of 5 minuten per fractie wordt gehanteerd.

6Als een of meerdere fracties concreet moties en/of amendementen aankondigen wordt het onderwerp standaard als bespreekstuk doorgestuurd naar de besluitvormende raadsvergadering waarbij de bespreking zich zal richten op de inhoud van de moties en/of amendementen, tenzij de commissie bepaalt dat het als stemstuk wordt doorgestuurd.

Artikel 51 Plenair vragenhalfuur

1Het plenair vragenhalfuur vindt tijdens commissiedagen van de Dordtse Dinsdag plaats van 19.00 tot 19.30 uur;

2Het plenair vragenhalfuur wordt voorgezeten door de plaatsvervangend voorzitter van de raad.

3Vragen voor het vragenhalfuur moeten voor 09.00 uur op de vergaderdag zijn aangemeld bij de griffie.

4Vragen voor het plenair vragenhalfuur moeten politiek van aard zijn en over een actueel onderwerp gaan. Aangemelde vragen worden vooraf door de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het plenair vragenhalfuur aan deze criteria getoetst.

5De vragensteller krijgt maximaal 1 minuut de tijd om de vraag toe te lichten.

6Na beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de vragensteller de mogelijkheid aanvullende of verduidelijkende vragen te stellen. Vervolgens mogen ook andere raads- en commissieleden aanvullende of verduidelijkende vragen stellen. Er vindt géén debat plaats.

7Om 13.00 uur op de dag van het plenair vragenhalfuur wordt een overzicht gepubliceerd van de mondelinge vragen die die avond worden gesteld.

Artikel 52 Inspreekmogelijkheden belanghebbenden

1Belanghebbenden kunnen inspreken over onderwerpen die op de agenda van de Dordtse Dinsdag (commissievergaderingen) staan en over niet geagendeerde onderwerpen, voor zover deze onderwerpen binnen de bevoegdheid of directe invloedssfeer van de gemeenteraad, het college of de burgemeester als bestuursorgaan liggen.

2Inspreken kan tijdens beeldvormende commissievergaderingen. Tijdens het plenair vragenhalfuur, consulterende en oordeelsvormende commissievergaderingen en besluitvormende raadsvergaderingen kan niet worden ingesproken.

3Als zich insprekers melden voor een oordeelsvormend onderwerp waarover geen beeldvormende commissievergadering heeft plaatsgevonden, kunnen deze, in uitzondering op het bepaalde in lid 2 van dit artikel, in het begin van de oordeelsvormende commissievergadering inspreken. De commissie bepaalt vervolgens of het onderwerp daarna direct oordeelsvormend kan worden behandeld of dat dit naar een later moment wordt doorgeschoven.

4Als zich insprekers melden over een onderwerp dat niet geagendeerd staat zal de agendacommissie het verzoek tot inspreken beoordelen en , bij een positief besluit, zo spoedig mogelijk beeldvormend agenderen.

5Van de mogelijkheid tot inspreken kan geen gebruik worden gemaakt:

a.wanneer aangaande het onderwerp van inspreken sprake is van een bezwaar- of beroepsprocedure of een bij de rechter of ombudsman aanhangig gemaakt juridisch geschil, respectievelijk ingediende klacht, tussen de inspreker of de door hem vertegenwoordigde partij enerzijds en de gemeente of een aan de gemeente verbonden partij anderzijds;

b.over zaken waarvoor de gemeentelijke klachtenprocedure open staat, inclusief aantijgingen en/of bejegeningen aan het adres van bestuurders, raadsleden en/of ambtenaren;

c.voor individuele en niet tot een algemeen belang herleidbare belangen;

d.indien de inspreker in de voorgaande 6 maanden over hetzelfde onderwerp heeft ingesproken.

6Insprekers over geagendeerde onderwerpen moeten zich voor 16.00 uur op de dag voorafgaand aan de dag van de vergadering aanmelden bij de griffie onder vermelding van het onderwerp waarover zij willen inspreken en de boodschap die zij willen overbrengen.

7In beginsel krijgt elke inspreker 5 minuten spreektijd, tenzij de agendacommissie of de betreffende commissievergadering een andere spreektijd heeft bepaald.

Paragraaf 2 Voorbereiding commissievergadering

Artikel 53 Oproep en agenda

1Namens de commissievoorzitters publiceert de griffier ten minste vijf dagen voor aanvang van de Dordtse Dinsdag een schriftelijke oproep en de agenda (het dagschema) van commissievergaderingen met de bij de commissievergaderingen behorende stukken en doet hiervan mededeling aan alle raadsleden en commissieleden.

2In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden van een schriftelijke oproep de agenda (het dagschema) aanvullen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 24 uur voor aanvang van de Dordtse Dinsdag, wordt het aangevulde dagschema met de daarbij behorende stukken gepubliceerd. Hiervan wordt mededeling gedaan aan alle raadsleden en commissieleden.

Artikel 54 Openbare kennisgeving vergaderingen

1Openbare kennisgeving van commissievergaderingen vindt plaats door aankondiging op de website van de gemeenteraad.

2De aankondiging vermeldt de datum, het aanvangstijd en de plaats van de vergadering.

Artikel 55 Openbare publicatie van stukken

1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het publiceren van de schriftelijke oproep op de website van de gemeenteraad gepubliceerd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden gepubliceerd, wordt hiervan mededeling gedaan aan alle raadsleden en commissieleden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

2Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden, in afwijking van het eerste lid, alleen gepubliceerd in de digitale vergaderapplicatie waarbij de toegang is beperkt tot collegeleden, raadsleden, commissieleden en medewerkers van de griffie.

Paragraaf 3 Ter commissievergadering

Artikel 56 Presentielijst

Bij binnenkomst op de vergaderlocatie tekenen alle raads- en commissieleden de presentielijst.

Artikel 57 Spreekregels en handhaving orde en schorsing

1Over hetzelfde onderwerp of voorstel voert per fractie maximaal een persoon het woord (interrupties inbegrepen). Dit is niet van toepassing op het stellen van vragen over presentaties.

2De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering.

3De commissievoorzitter kan raadsleden, commissieleden, collegeleden en overige sprekers het woord ontnemen als hun woordvoering buitenproportioneel lang is.

4De commissievoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

5De commissievoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

6De commissievoorzitter kan de adviescommissie voorstellen aan een raadslid of commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadslid of commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadslid of commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 58 Voorstellen van orde

Raadsleden, commissieleden en de commissievoorzitter kunnen tijdens een commissievergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De adviescommissie beslist hier terstond over.

Paragraaf 4 Verslaglegging commissievergadering

Artikel 59 Besluitenlijst en verslag

1Een commissiegriffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van commissievergaderingen.

2Een besluitenlijst bevat in ieder geval:

a.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

b.een beknopte samenvatting van het besprokene waaruit de essentie van het besprokene blijkt;

c.het advies aan de raad met –indien de adviescommissie bespreking in de raad adviseert– vermelding van waar de bespreking zich op zal richten;

d.de namen van de fracties voor zover zij mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring;

3Een verslag bevat in ieder geval:

a.de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de raadsleden en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

c.een woordelijke weergave van het gesprokene onder vermelding van de namen van de sprekers;

4Een verslag wordt, zodra deze gereed is, ter vaststelling aan de raad voorgelegd.

5Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en verslagen worden op de website van de gemeenteraad geplaatst.

Artikel 60 Toepassing verordening op besloten commissievergaderingen

Op besloten commissievergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 61 Verslag besloten commissievergadering

Van besloten commissievergaderingen wordt een woordelijk verslag gemaakt. Nadere afspraken over de verslaglegging worden vastgelegd in het Protocol geheimhouding gemeenteraad Dordrecht.

Hoofdstuk 5 Toehoorders en pers

Artikel 62 Toehoorders en pers

1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raads- en commissievergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

3De voorzitter cq. commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

4Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 63 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare raads- of commissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter cq. commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 64 Uitleg reglement

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad cq. commissie op voorstel van de voorzitter cq. commissievoorzitter.

Artikel 65 Intrekken oude reglement en verordening

De Reglementen van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht, zoals vastgesteld in de openbare raadsvergaderingen van 12 maart 2024 en 24 september 2024, worden ingetrokken.

Artikel 66 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit reglement treedt met onmiddellijke ingang in werking nadat deze is gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl.

2Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Dordrecht.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.