Gemeentelijke regelgeving

Procedureverordening nadeelcompensatie Dinkelland 2022

Gemeente Dinkelland · geldt sinds 1 januari 2023

Aanhef

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.aanvrager: degene die een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht indient;

b.adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 5 van deze verordening;

c.college: het college van burgemeester en wethouders;

d.gemeente: gemeente Dinkelland;

e.schade: schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.

Artikel 3 Heffen recht

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 300,- geheven.

Artikel 4 Aanvraag

1De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

2In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:

a.als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, of

b.als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.

Artikel 5 Adviseur of adviescommissie

1Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid over het gebied waarop de veronderstelde schade wordt veroorzaakt.

2Een advies als bedoeld in het eerste lid, wordt niet ingewonnen als de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling.

3Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aard en de omvang van de aanvraag en de bepaling van de omvang van de schade dermate complex is, behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wordt het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied ter zake van de betreffende schade.

4Indien naar het oordeel van het college het derde lid van toepassing is, wordt hiertoe door het college en adviseur aangewezen.

5Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is.

6De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.

Artikel 6 Deskundigheid en onafhankelijkheid

1Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in artikel 5, eerste en derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen.

2Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad en het college. Eveneens mag de adviseur niet betrokken zijn bij het besluit waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 7 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzen adviseur of adviescommissie

1Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden.

2De aanvrager en belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het college indienen.

3Het college beslist binnen vier weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs.

4Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:

a.degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en

b.als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:

1°. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of

2°. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 8 Werkwijze adviseur of adviescommissie

1Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke informatie ter beschikking.

2Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur of de adviescommissie bij de uitvoering van het advies bijstaat.

3De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager en in het tweede lid bedoelde ambtelijke vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid om de aanvraag toe te lichten, onderscheidenlijk de voor de advisering relevante informatie te verschaffen danwel het standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele ander betrokken bestuursorganen alsmede eventuele andere belanghebbenden als belanghebbenden als bedoeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

4De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de adviseur of de adviescommissie de in het derde lid bedoelde organen en personen hun toelichting kunnen laten geven. Dit kan afzonderlijk of in elkaars nabijheid. Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt door de adviseur of de voorzitteer van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak gemaakt.

5Van de in het vierde lid bedoelde toelichting en standpunten alsmede van de bezichtiging wordt een verslag gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het advies.

6Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan eventuele belanghebbenden als bedoeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet. De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen.

7Partijen als bedoeld in het zesde lid worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies schriftelijk hierop te reageren.

8In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

9In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies uit aan het college

Artikel 9 Uitbetaling

Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op het moment dat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet inwerking treden.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Procedureverordening nadeelcompensatie Dinkelland 2022.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.