Aanhef
DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DEURNE
DE BURGEMEESTER VAN DEURNE
ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d 27 oktober 2020;
gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de Verordening Commissie bezwaarschriften Deurne 2020
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Awb: Algemene wet bestuursrecht;
b.bestuursorgaan: college van burgemeester en wethouders, burgemeester en gemeenteraad;
c.bezwaarmaker: degene die tegen een besluit van een bestuursorgaan een bezwaarschrift indient bij dat bestuursorgaan;
d.belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij het door het bestuursorgaan genomen besluit is betrokken, ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
e.college: het college van burgemeester en wethouders;
f.commissie: de Commissie bezwaarschriften voor Deurne; een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;
g.raad: de gemeenteraad;
h.verwerend orgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.
Artikel 2 De commissie en haar adviesbevoegdheden
1Er is een commissie welke advies uitbrengt ter voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften ingediend tegen een besluit van een bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
2Van het bepaalde in het eerste lid zijn uitgesloten de bezwaarschriften waarvoor een specifieke regeling is betreffende de behandeling van het bezwaar.
3De commissie is niet bevoegd te adviseren over bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:
a.een wettelijk voorschrift inzake gemeentelijke belastingen of de Wet waardering onroerende zaken en leges;
b.personele- en rechtspositionele aangelegenheden.
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.
2De voorzitter en leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
3De voorzitter en de leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan in Deurne, mogen geen banden hebben bij een in Deurne werkzame belangenorganisatie en mogen geen deel uitmaken van de Deurnese advocatuur.
4Alle commissieleden kunnen optreden als plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 4 De secretaris van de commissie
1De secretaris van de commissie (secretaris) is een door het college aangewezen ambtenaar.
2Het college wijst tevens één of meer plaatsvervangers voor de secretaris aan.
Artikel 5 Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar, met de mogelijkheid tot verlenging.
2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment schriftelijk ontslag nemen.
3De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven zo mogelijk hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 6 Gemandateerde bevoegdheden
De volgende bevoegdheden worden voor de toepassing van deze verordening namens de voorzitter uitgeoefend door de secretaris:
a.verzoeken om een schriftelijke machtiging van gemachtigden, ingevolge artikel 2:1, tweede lid, van de Awb;
b.stellen van een hersteltermijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb, indien niet wordt voldaan aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:5 van de Awb;
c.verzending van de op de zaak betrekking hebbende stukken aan gemachtigden, ingevolge artikel 6:17 van de Awb;
d.verzenden van uitnodigingen voor een hoorzitting, als bedoeld in artikel 7:2 van de Awb;
e.ter inzage leggen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, ingevolge artikel 7:4, tweede lid, van de Awb;
f.ambtshalve of op verzoek afzonderlijk horen van belanghebbenden, als bedoeld in artikel 7:6, tweede lid, van de Awb;
g.opschorten, verdagen en verder uitstel verlenen ten aanzien van de beslistermijn, als bedoeld in artikel 7:10 van de Awb.
Artikel 7 Ontvangst bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de secretaris gesteld.
3De secretaris bevestigt schriftelijk de ontvangst van het bezwaarschrift. Daarin wordt vermeld dat de commissie over het bezwaar zal adviseren.
4De secretaris onderzoekt namens de commissie of de zaak voor minnelijke schikking in aanmerking komt, alvorens de zaak door de commissie in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de benodigde handelingen.
5In geval van een minnelijke schikking, worden de gemaakte afspraken vastgelegd door de secretaris of door de vertegenwoordiger van het verwerend orgaan.
Artikel 8 Vooronderzoek
1De voorzitter en de secretaris zijn bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter en de secretaris kunnen uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen.
Artikel 9 Hoorzitting
1De secretaris bepaalt in overleg met de voorzitter plaats, datum en tijdstip van de hoorzitting waarin bezwaarmaker, het verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De secretaris nodigt de bezwaarmaker, het verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden ten minste tien werkdagen voor de hoorzitting uit. Bij de uitnodiging voor de hoorzitting is het verweerschrift van het verwerend orgaan gevoegd.
3Binnen drie werkdagen na de dag van verzending van de uitnodiging kunnen bezwaarmaker, het verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken datum of tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.
4De beslissing van de secretaris op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de hoorzitting aan de bezwaarmaker, het verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden meegedeeld.
5De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden afwijking toe te staan van de termijnen als in het tweede tot en met het vierde lid.
6De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb; het afzien van horen. De secretaris doet daarvan mededeling aan bezwaarmaker, verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden.
7De commissie kan uit eigen beweging dan wel op verzoek van belanghebbenden beslissen tot schriftelijke behandeling of telefonisch horen, indien bezwaarmaker, verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden hiermee hebben ingestemd.
Artikel 10 Quorum
1Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden van de commissie aanwezig is, waaronder in ieder geval de voorzitter of zijn plaatsvervanger.
2Het houden van een hoorzitting kan, overeenkomstig artikel 7:13, derde lid van de Awb, door de commissie worden opgedragen aan de voorzitter of een lid.
Artikel 11 Niet deelnemen aan de behandeling
De voorzitter of de leden van de commissie nemen geen deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Artikel 12 Openbaarheid van de zitting
1De hoorzitting van de commissie is openbaar.
2De hoorzitting vindt achter gesloten deuren plaats indien er naar het oordeel van de voorzitter of één van de leden gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.
3Behandeling van een bezwaarschrift inzake het sociaal domein vindt in ieder geval achter gesloten deuren plaats.
Artikel 13 Gang van zaken tijdens de hoorzitting
1De voorzitter bepaalt de gang van zaken tijdens de hoorzitting en is verantwoordelijk voor een ordelijk verloop.
2De voorzitter kan indien de orde tijdens de hoorzitting naar zijn inzien in het geding is een aanwezige de toegang tot de hoorzitting ontzeggen dan wel de hoorzitting zonder hem of haar voorzetten.
3De voorzitter heeft de bevoegdheid om de hoorzitting te schorsen.
4De voorzitter beslist of het maken van beeld- en geluidopnamen tijdens de hoorzitting is toegestaan, nadat hij partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich hierover uit te laten.
Artikel 14 Horen van jeugdigen
1Het horen van jeugdigen als bedoeld in artikel 12 van het Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), die belanghebbende zijn bij een procedure die voortvloeit uit de Jeugdwet of een procedure op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, gebeurt door een deskundige. Dit kan een persoon zijn die geen lid is van de commissie.
2De deskundige heeft een specifieke opleiding gevolgd voor het horen van kinderen.
3Bij het horen is enkel de persoon aanwezig die hoort en de jeugdige die gehoord wordt. De jeugdige kan zich laten bijstaan.
4De jeugdige wordt vooraf op correcte wijze geïnformeerd over de procedure en wordt zoveel mogelijk op zijn of haar gemak gesteld.
5De deskundige brengt een schriftelijk verslag uit aan de commissie. Het verslag van het horen is primair bestemd voor de voorzitter en de leden van de commissie. De commissie stelt de betrokken partijen door een korte en zakelijke weergave op de hoogte van hetgeen de jeugdige heeft verklaard, uitsluitend indien de jeugdige daarmee vooraf heeft ingestemd. De jeugdige krijgt voldoende tijd om het verslag te bestuderen.
Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging van de hoorzitting
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder tijdens de hoorzitting is voorgevallen.
3Indien de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.
4Het verslag verwijst naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, welke aan het verslag worden gehecht.
5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Artikel 16 Nader onderzoek
1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter van de commissie uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in een afschrift aan de leden van de commissie, bezwaarmaker, verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, bezwaarmaker, verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het tweede lid bedoelde informatie aan de voorzitter een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist over een dergelijk verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Indien bij een stemming de stemmen staken, dan is de stem van de voorzitter beslissend.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.
5De commissie brengt schriftelijk advies uit aan het bestuursorgaan.
6Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
7Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
Artikel 18 Tijdig verlengen van de beslistermijn
Indien naar het oordeel van de secretaris de termijn voor de afhandeling van een bezwaarschrift ingevolge artikel 7:10 van de Awb ontoereikend is voor het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing door het bestuursorgaan, verdaagt hij namens het bestuursorgaan tijdig de beslissing.
Artikel 19 Waarborgen voor privacy
1De voorzitter en de leden zijn, in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, verplicht tot geheimhouding van de aangelegenheden die de bezwaarmaker, het verwerend orgaan en eventuele belanghebbenden betreffen. Deze verplichting is ook van toepassing na beëindiging van het lidmaatschap van de commissie.
2De voorzitter en leden zijn gehouden de stukken die hen voor de uitoefening van hun taken worden toegezonden niet te vermenigvuldigen dan wel te verspreiden en zo nodig na afloop de stukken te vernietigen.
3Bij schending van de geheimhoudingsplicht als bedoeld in dit artikel, kan de voorzitter of het commissielid worden geschorst. Alvorens hiertoe over te gaan, wordt de gelegenheid geboden om te worden gehoord. Vervolgens kan de voorzitter of het commissielid een schriftelijke waarschuwing worden gegeven of worden ontslagen.
4De voorzitter of het commissielid is de werkelijk geleden schade verschuldigd.
Artikel 20 Indien de verordening niet voorziet
In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de voorzitter.
Artikel 21 Jaarverslag
De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan het college verslag uit van de werkzaamheden van de commissie in het voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 22 Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel
1Deze verordening treedt na officiële bekendmaking in werking op 1 november 2020.
2De Verordening commissie bezwaarschriften Deurne 2015, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 26 mei 2015 wordt ingetrokken, gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening.
3Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Commissie bezwaarschriften Deurne 2020.