Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne;
gelet op artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs en gelet op het bepaalde in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2014 en Verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025
Inleiding
De voorliggende beleidsregels zijn een uitwerking van de verordening leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025 en bieden uitleg over de manier waarop het college van burgemeester en wethouders uitvoering geven aan de verordening. Het zijn zowel handvatten voor de uitvoering als leidraad voor de eenduidige motivering van besluiten.
De in deze beleidsregels opgenomen kaders worden toegepast bij de uitvoering van zowel de Verordening leerlingenvervoer Deurne 2014 als de Verordening leerlingenvervoer Deurne 2025.
Uitgangspunten
Het college hanteert bij de uitvoering van de verordening de volgende uitgangspunten:
-De mogelijkheden van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) staan centraal. Het Leerlingenvervoer draagt zoveel mogelijk bij aan de groei naar zelfstandigheid van de leerling.
-Waar mogelijk stimuleren we het (gedeeltelijk) zelfstandig reizen lopend, per fiets of met openbaar vervoer. Beoordeeld wordt of de leerling in staat is zelfstandig naar school te lopen, fietsen of dat dit onder begeleiding mogelijk is. Ook wordt er gekeken in hoeverre de zelfredzaamheid van de leerling kan worden vergroot. Bijvoorbeeld door het leren van de verkeersregels of het oefenen met reizen. Doel is dat de leerling zo zelfstandig mogelijk naar school reist. Aangepast vervoer is niet het uitgangspunt, maar het vergroten van de eigen zelfstandigheid.
-De verantwoordelijkheid voor het van en naar school brengen van de leerling ligt wettelijk gezien bij de ouder(s)/verzorger(s). Het is aan hen om eventueel samen met hun sociale netwerk of met behulp van andere ouders hun kind zelf te (laten) vervoeren of te leren zelf naar school te reizen. Het leerlingenvervoer is niet bedoeld om ouders te ontlasten van hun verantwoordelijkheid voor een goede schoolgang van de leerling.
-Het leerlingenvervoer is een bekostiging dan wel een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tussen het woon- of verblijfadres of opstapplaats en school. Met uitzondering en onder bepaalde voorwaarden kan er afgeweken worden naar stage, opvoedkundige centra en/of ophaaladressen elders.
-De vorm van vergoeding van leerlingenvervoer is zo goedkoop mogelijk en sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden en eventuele beperking van de leerling.
Begripsomschrijving
1Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Deurne 2025;
1.1. Indienen aanvraag
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 2 van de verordening 2025)
1Een aanvraag kan ingediend worden door ouders, pleegouders of voogd en meerjarige leerling.
2Als er sprake is van co-ouderschap, moeten beide ouders afzonderlijk een aanvraag indienen bij hun eigen gemeente. Elke aanvraag wordt beoordeeld volgens de verordening leerlingenvervoer die in die gemeente van kracht is.
1.2. Meerjarig beschikken
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 7 van de verordening 2025)
1Het college bepaalt voor hoe lang een indicatie Leerlingenvervoer wordt verstrekt. Als duidelijk is dat een leerling de komende schooljaren geen of nauwelijks progressie zal doormaken in zijn/haar ontwikkeling, kan de indicatie voor meerdere schooljaren worden afgegeven. Onderbouwing van deskundige is daarbij nodig.
2Een meerjarige beschikking wordt door het college herzien bij:
a.Het aflopen van de geldigheidsduur van de Toelaatbaarheidsverklaring (TLV);
b.Het schooljaar dat de leerling 11 jaar wordt, met als peildatum 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft;
c.Verandering van thuissituatie.
3Wanneer er een verandering plaatsvindt in de thuissituatie, dienen ouders deze wijziging te melden bij de gemeente. Denk hierbij aan wijziging van woonadres, verandering in werk etc.
1.3. Toetsing vervoersvoorziening
(uitwerking van hoofdstuk 2, artikel 8 van de verordening 2025)
1Tijdens de behandeling van de aanvraag onderzoekt het college of voldaan wordt aan de criteria gesteld in de verordening. Het moet gaan om schoolvervoer. Dat betekent: vervoer van thuis of opstapplaats naar en van school. In de volgende situaties is er geen sprake van leerlingenvervoer in de zin van de verordening:
a.Vervoer tijdens schoolvakanties – met uitzondering van de gevallen genoemd in artikel 15;
b.Vervoer op afwijkende schooltijden, bijvoorbeeld door lesuitval, schoolreisje, sportdag of proefwerkweek, tenzij dit is aangegeven in de schoolgids;
c.Vervoer voor incidentele verzoeken/wijzigingen;
d.Vervoer tussen schoolgebouwen onderling;
e.Vervoer tussen school, zwembad of gymnastieklokaal;
f.Vervoer voor medisch of paramedische behandelingen/therapie zoals huisarts, tandarts, revalidatiecentrum, dagbehandeling, ziekenhuis e.d.;
g.Vervoer vanwege een tijdelijke beperking (< 3 maanden);
h.Vervoer voor andere doeleinden dan schoolonderwijs, zoals vervoer naar huiswerkbegeleiding, remedial teaching, sportvereniging e.d.
2Ouders zijn in de situaties zoals beschreven in het eerste lid zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind.
4.1. Afstand woning – school
(uitwerking van hoofdstuk 2 artikel 9 van de verordening 2025)
1Bij de beoordeling van de aanvragen dienen een aantal afstanden te worden berekend. De afstand wordt berekend:
a.om vast te stellen of aan het afstandscriterium wordt voldaan; In artikel 9, lid 1 van de verordening wordt uitgegaan van 6 km of meer.
b.om te bepalen welke school dichterbij de woning staat;
c.om de hoogte van de vergoeding voor de auto/fiets vast te stellen.
2Voor de berekening van de afstand tussen de woning van de leerling en de school en het bepalen of het de dichtstbijzijnde school betreft, wordt de ANWB routeplanner op www.anwb.nl gebruikt, instelling ‘kortste route’ met de auto en/of fiets.
3Als de afstand tussen de woning en school korter is dan het voor de leerling geldende afstandscriterium, wordt er bij de beschikking op de aanvraag een uitdraai meegestuurd.
4Als de afstand van de heenreis en de terugreis verschillend is, wordt bij het meten van de afstand uitgegaan van de gemiddelde afstand van de heenweg en de terugweg. Afronding op 1 decimaal.
5Als uit bovenstaande berekening blijkt, dat er recht is op een vergoeding leerlingenvervoer en dit resulteert in een vergoeding voor het eigen vervoer (fiets of eigen auto) wordt het aantal te vergoeden kilometers afgestemd op de afstand, die aan de hand van dat vervoermiddel is berekend.
6Er wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.
4.2. Reistijd OV woning- school
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 22 van de verordening 2025)
1Om de reistijd tussen de woning en de school per openbaar vervoer te bepalen wordt de reisplanner 9292 (Externe link:www.9292.nl) gebruikt.
2In het primair onderwijs (PO), speciaal basisonderwijs (SBO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) worden kinderen geacht minimaal 0 tot 2 keer te kunnen overstappen. Voor kinderen in het SO is dit minimaal 0 tot 1 keer.
4.3. Loopafstand woning – opstapplaats
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 11 van de verordening 2025)
1Voor de beoordeling van de vraag of een leerling lopend een afstand kan afleggen naar een opstapplaats gelden de volgende uitgangspunten:
a.onder de 10 jaar: maximaal 1,5 kilometer enkele reis;
b.10 jaar en ouder: maximaal 2,0 kilometer enkele reis.
2De afstanden benoemd in lid 1 zijn alleen van toepassing als de leerlingen en ouders geen andere vervoersmogelijkheden hebben om naar een opstapplaats te gaan.
4.4. Fietsafstand woning – school
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 19 van de verordening 2025)
1Voor de beoordeling van de vraag of een leerling fietsend, al dan niet met begeleiding, een afstand kan afleggen naar school gelden de volgende uitgangspunten:
a.4 t/m 8 jaar: maximaal 6 kilometer; de ouder met kind achterop 6 kilometer;
b.9 t/m 11 jaar: maximaal 10 kilometer enkele reis;
c.12 jaar en ouder: maximaal 15 kilometer enkele reis.
2Deze afstanden gelden voor kinderen zonder beperking die naar het reguliere onderwijs gaan. Voor kinderen die naar het speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) of voortgezet speciaal onderwijs (VSO) gaan, worden de afstanden bijgesteld op basis van informatie, die door ouders en of medisch adviseur aangeleverd worden.
5.1. Bekostiging openbaar vervoer
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 19 van de verordening 2025)
1Als de leerling in aanmerking komt voor een vergoeding voor het openbaar vervoer, dan worden de kosten berekend met de website: Externe link:www.9292.nl. De vergoeding wordt gebaseerd op het goedkoopste tarief voor de gemeente Deurne voor het openbaar vervoersabonnement.
2Bepaalde doelgroepen kunnen bij de NS kosteloos een begeleiderskaart aanvragen. Het college kan ouders verplichten om deze kaart aan te vragen in plaats van het toekennen van een vergoeding voor de begeleiding.
5.2. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 23 van de verordening 2025)
1Op grond van artikel 23 van de geldende Verordening Leerlingenvervoer kan het college een andere passende vervoersvoorziening toekennen, zoals een bijdrage voor aanschaf van een elektrische fiets (e-bike), bakfiets of handbike. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
a.De bijdrage bedraagt maximaal de kosten van het openbaar vervoer, waarbij wordt uitgegaan van een minimale gebruiksduur van twee jaar.
b.Indien alsnog binnen deze 2 jaar voor de leerling een beroep wordt gedaan op ander vervoer op grond van de geldende Verordening Leerlingenvervoer, wordt de verstrekte vergoeding voor de e-bike hiermee verrekend.
c.Er wordt uitgegaan van 400 ritten per schooljaar.
d.De ouders schaffen de e-bike aan en sturen de factuur naar de gemeente.
e.Onderhoud, schade, verzekering of diefstal komen voor rekening van de ouders.
f.De aanschaf van de e-bike, bakfiets of handbike vindt zoveel mogelijk plaats bij de fietsenhandelaar in de woonplaats van de ouders/leerling. Enerzijds in verband met onderhoud (kan praktisch op korte termijn geregeld worden), anderzijds stimuleert dit de plaatselijke economie.
g.Als de leerling de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, wordt een e-bike als algemeen gebruikelijk vervoermiddel gezien en vindt geen bekostiging meer plaats.
h.Het recht op een kilometervergoeding komt te vervallen.
8.1. Aangepast lesrooster vanwege structurele handicap
(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 13 van de verordening 2025)
1Uitsluitend wanneer de structurele handicap van een leerling noodzaakt tot het volgen van slechts een deel van het onderwijsprogramma, dient de gemeente het vervoer tijdens de schooltijd te bekostigen. De ouders dienen hun verzoek om een vervoersvoorziening op deze afwijkende tijden te onderbouwen door:
a.een verklaring van de leerplichtambtenaar waaruit een leerplichtakkoord blijkt;
b.een opbouwschema om te komen tot een volledig schoolprogramma/onderwijstijd;
c.een verklaring van de (directie van de) school waaruit de medische noodzaak blijkt; of
d.een verklaring van een deskundige (bijvoorbeeld een arts, psycholoog of orthopedagoog) waaruit de medische onmogelijkheid blijkt om de volledige schooltijden te volgen.
2Hierbij wordt eerst een beroep gedaan op de van ouders redelijkerwijs te verwachten inzet. Wanneer ouders één of meerdere dagen per week zelf het vervoer verzorgen, kunnen zij in aanmerking komen voor een kilometervergoeding.
3Voorwaarde is dat in ieder geval één rit per dag aansluit bij het reguliere leerlingenvervoer.
4De vervoerder vervoert zoveel mogelijk de leerlingen met afwijkende schooltijden van één of meerdere scholen gezamenlijk. Dit kan met zich meebrengen dat de leerling maximaal twee klokuren later opgehaald wordt van school.