Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, houdende regels over de vrijlating van inkomsten uit arbeid bij toepassing van de Participatiewet, IOAW en IOAZ (Beleidsregel Vrijlating van inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Den Helder 2025)

Gemeente Den Helder · geldt sinds 1 december 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

Gelet op artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y, z en aa van de Participatiewet, alsmede de artikelen 8 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

overwegende dat:

•het wenselijk is om arbeidsinschakeling te bevorderen door het tijdelijk buiten beschouwing laten van inkomsten uit arbeid;

•het noodzakelijk is om duidelijkheid te bieden over de voorwaarden, duur en toepassing van inkomstenvrijlating;

besluit:

de volgende beleidsregel vast te stellen.

Beleidsregel Vrijlating van inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Den Helder 2025

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

-College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder;

-Inkomstenvrijlating: het tijdelijk buiten beschouwing laten van een deel van inkomsten uit arbeid bij de vaststelling van het recht op bijstand, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y en z van de Participatiewet;

-Participatiewet: de wet van 1 januari 2015, inclusief latere wijzigingen.

Hoofdstuk 2 Toepassing van de vrijlating

Artikel 2 Doel en reikwijdte

1Deze beleidsregel heeft tot doel het bevorderen van arbeidsinschakeling door het tijdelijk vrijlaten van inkomsten uit arbeid.

2Deze beleidsregel wordt door het college toegepast bij de beoordeling van inkomsten uit arbeid van belanghebbenden met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ.

Artikel 3 Ambtshalve toepassing

1De inkomstenvrijlating wordt ambtshalve toegepast zodra de belanghebbende inkomsten uit arbeid ontvangt en aan de voorwaarden voldoet.

2Op basis van de loonstroken wordt beoordeeld of de vrijlating van toepassing is.

3De vrijlating wordt schriftelijk bevestigd in een beschikking.

4Indien twijfel bestaat over de aard of duur van het werk, kan aanvullende informatie worden opgevraagd.

Artikel 4 Voorwaarden

1De arbeidswerkzaamheden zijn aangevangen na de ingangsdatum van de bijstandsverlening.

2Onder nieuwe werkzaamheden wordt mede verstaan een substantiële uitbreiding van het aantal uren (bijvoorbeeld een structurele toename van meer dan 5 uur per week).

3De inkomsten zijn afkomstig uit arbeid in loondienst of als zelfstandige.

4De vrijlating wordt slechts toegepast indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling of participatie.

5De vrijlating wordt niet toegepast bij fraude of opzettelijk onrechtmatig gedrag.

Artikel 5 Toepassing bij latere melding of extern signaal

1Als inkomsten uit arbeid met terugwerkende kracht worden gemeld door de belanghebbende, wordt de inkomstenvrijlating niet toegepast over de periode voorafgaand aan de melding. Vanaf het moment van melding kan de vrijlating alsnog worden toegepast, mits aan de voorwaarden wordt voldaan en geen sprake is van fraude of opzettelijk onrechtmatig gedrag.

2Als het inkomen uit arbeid wordt vastgesteld op basis van een extern signaal (bijvoorbeeld een signaal van een landelijke gegevensuitwisseling), en de belanghebbende op dat moment nog steeds werkzaam is, kan de vrijlating alsnog worden toegepast vanaf het moment waarop het inkomen is vastgesteld, mits aan de voorwaarden wordt voldaan en geen sprake is van fraude of opzettelijk onrechtmatig gedrag.

3De beoordeling of sprake is van fraude of onrechtmatig gedrag vindt plaats volgens de gemeentelijke kaders voor rechtmatigheid en handhaving. Bij twijfel wordt de vrijlating niet ambtshalve toegepast en volgt nader onderzoek.

Artikel 6 Duur en omvang van de vrijlating

1De duur en omvang van de vrijlating van inkomsten uit arbeid zijn geregeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n, r, y en z van de Participatiewet.

2Voor de toepassing van onderdeel n (algemene vrijlating) geldt aanvullend:

a) De termijn van zes maanden hoeft niet aaneengesloten te zijn;

b) Alleen maanden waarin sprake is van recht op bijstand én inkomsten uit arbeid tellen mee;

c) Maanden waarin het inkomen (met vrijlating) boven de norm ligt en geen recht op bijstand bestaat, tellen niet mee;

d) De einddatum van de vrijlating kan met deze maanden worden verlengd.

Artikel 7 Toepassing bij meerdere vrijlatingsgronden

Indien een belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor meerdere vormen van inkomstenvrijlating, past het college de regeling toe die voor de belanghebbende het hoogste netto voordeel oplevert, tenzij op grond van individuele omstandigheden een andere keuze gerechtvaardigd is.

De wettelijke bepalingen zijn leidend; dit artikel verduidelijkt de beleidsmatige toepassing.

Artikel 8 Heronderzoek en aanpassing einddatum

Het college bevestigt de toepassing van de inkomstenvrijlating schriftelijk in een beschikking. In deze beschikking wordt vermeld dat de vrijlating geldt voor de maximale termijn zoals in de wet is bepaald, zonder dat een exacte einddatum wordt opgenomen.

Aan het einde van deze termijn vindt een heronderzoek plaats. Als blijkt dat in deze periode één of meer maanden geen recht op bijstand bestond, wordt de einddatum aangepast met hetzelfde aantal maanden, binnen de maximale termijn zoals in de wet is bepaald.

Artikel 9 Beëindiging

De inkomstenvrijlating eindigt zodra één van de volgende situaties zich voordoet:

a) het recht op bijstand eindigt;

b) de werkzaamheden eindigen;

c) de maximale termijn van de vrijlating is bereikt;

d) de belanghebbende niet langer voldoet aan de voorwaarden;

e) sprake is van fraude of onrechtmatig gedrag.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 december 2025 en vervangt de Beleidsregel Vrijlating inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ Den Helder 2021.

Artikel 11 Overgangsbepalingen

1Vrijlatingen die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregel zijn toegekend, worden voortgezet onder de voorwaarden van de Beleidsregel Vrijlating inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ Den Helder 2021 tot het einde van de oorspronkelijke termijn.

2Bij verlenging van een lopende vrijlating na inwerkingtreding van deze beleidsregel, zijn de bepalingen van deze beleidsregel van toepassing.

3Deze beleidsregel heeft geen terugwerkende kracht. Voor perioden vóór de inwerkingtreding geldt de oude beleidsregel.

Artikel 12 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Vrijlating van inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Den Helder 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.