Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent het handhavingsbeleid met betrekking tot de Drank- en Horecawet

Gemeente Den Helder · geldt sinds 24 maart 2014

Aanhef

De burgemeester van Den Helder,

besluit:

het handhavingsbeleid (nummer ID14.00348) vast te stellen.

Aldus vastgesteld op 25 februari 2014.

De burgemeester

Koen Schuiling

Implementatie Nieuwe Drank- en Horecawet

Modelbeleid NHN

Handhavingsbeleid

Oplegnotitie + matrix

Versie 31 januari 2014

Oplegnotitie bij handhavingsmatrix Drank- en Horeca

De regionale werkgroep wijziging Drank- en Horecawet heeft de consequenties van de veranderingen per 1 januari 2013 in kaart gebracht en is gekomen tot een voorstel met betrekking tot de thema’s die daarmee gepaard gaan. Een van die thema’s is de handhaving van de Drank- en Horecawet en de beleidsregels die daarop betrekking hebben. Daarvoor is een handhavingsmatrix opgesteld, waarbij de matrix van Den Helder en Texel als startpunt is genomen. Van belang is dat regionaal zoveel mogelijk hetzelfde beleid wordt gevoerd, zowel voor wat betreft de bepalingen in de verordening, als die van de handhavingsmatrix en andere horecathema’s. Daarbij moet natuurlijk wel worden opgemerkt dat iedere gemeente een eigen autonome bevoegdheid hierin blijft houden.

Bestuurlijke boete, strafbaarstelling, bestuursdwang

In de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2008/2009, 32 022) staat op pagina 51 vermeld dat aan de bestaande arrangementen niets verandert als het gaat om de afbakening tussen bestuursrechtelijke handhaving via bestuurlijke boeten en strafrechtelijke handhaving via de Wet op de economische delicten (WED). “Uitgangspunt is en blijft dat de handhaving van de DHW zal geschieden door het opleggen van bestuurlijke boeten. Alleen indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft of het door de wetsovertreder genoten economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boetes zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen aan het OM om via de WED af te doen: de WED voorziet namelijk in een breder arsenaal aan sancties, zoals hogere maxima voor boetes en de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Zolang dit duale stelsel bestaat heeft deze situatie zich nog geen enkele keer voorgedaan. We mogen constateren dat tot op heden het duale stelsel in het kader van de DHW probleemloos functioneert“, aldus de MvT.

De grondslag voor het opleggen door de burgemeester van een bestuurlijke boete voor overtreding van onder meer op deze modelbepalingen gebaseerde bepalingen is artikel 44a van de DHW. Op grond van datzelfde artikel 44a kan de burgemeester ook voor overtreding van een aantal andere bepalingen uit de DHW een bestuurlijke boete opleggen. Informatie over de toepassing van de bestuurlijke boete vindt u op de website van het Expertisecentrum handhaving DHW van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, http://www.handhavingdhw.nl, onder FAQ.

Overtredingen van de voorschriften uit afdeling 8a van de model-APV zijn strafbaar als overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º, van de WED. De desbetreffende artikelen van afdeling 8a van de model-APV dienen dus niet in de opsomming van overtredingen in hoofdstuk 6 van de APV te worden opgenomen.

In artikel 44 van de DHW is bepaald dat de Minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden (artikel 5:20, eerste lid, van de Awb).

Overige uitgangspunten van de werkgroep

Mede op grond van het hierboven vermelde, heeft de werkgroep ervoor gekozen de bestuurlijke boete als uitgangspunt in het handhavingstraject te nemen. In het besef dat de praktijk de toepassing daarvan (nog) niet altijd toelaat, heeft de werkgroep bij ieder artikel ook een alternatief aangeboden, veelal bestaande uit een last onder dwangsom.

De werkgroep adviseert verder voor een ‘getrapte‘ handhaving. Dat wil zeggen dat we in beginsel starten met een waarschuwing, daarna twee maal een boete opleggen en bij de vierde overtreding opschalen. Een en ander is afhankelijk van de aard van de overtreding. Sommige overtredingen rekenen we de ondernemer immers strenger aan.

De hoogte van de bestuurlijke boetes is in de matrix opgenomen (per categorie) en is gekoppeld aan de in het alternatief opgenomen last onder dwangsom. Verder is de wijze waarop bestuursdwang wordt toegepast mede afhankelijk van de eerder opgelegde boetes en de hoogte daarvan. Voorbeeld: wanneer een ondernemer al twee keer een bestuurlijke boete van categorie C heeft ontvangen, zal bij een volgende overtreding een zwaardere sanctie worden opgelegd dan wanneer hij eerst twee boetes van categorie A heeft ontvangen.

Omdat het overtredingen van de Drank- en Horecawet betreft, is bij de sanctionering zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de sanctiemogelijkheden die deze wet biedt. Dat betekent dat bij het toepassen van bestuursdwang in eerste instantie is gekozen voor het schorsen van de drank- en horecavergunning. Het (tijdelijk) intrekken van de exploitatievergunning is in sommige gevallen juridisch wel mogelijk, maar een zwaarder middel. Desalniettemin is het in enkele gemeenten gewoon een koppeling te maken met de overtreding van de Drank- en Horecawet en het intrekken van de exploitatievergunning, wanneer de aantasting van de openbare orde en veiligheid kan worden aangetoond.

De overtredingen van de horecaverordening zoals de werkgroep die heeft voorbereid, zijn in de matrix volgens het vaste stramien vertaald. Echter, er bestaat veel discussie over de afzonderlijke artikelen. Iedere gemeente zal daarin bestuurlijke keuzes moeten maken en dat geldt dientengevolge ook voor de handhavingsmatrix.

Leeswijzer:

-Op dit document is altijd het Besluit bestuurlijke boete Drank- en horecawet van toepassing. Eventuele wijzigingen van dit besluit dienen dan ook verwerkt te worden in dit document. In het geval van een discrepantie tussen het sanctiemodel en het besluit, is het besluit te allen tijde leidend.

-Het is mogelijk, gemotiveerd, van de aangegeven bestuursrechtelijke sancties af te wijken, niet zijnde de bestuurlijke boete.

-In de meeste gevallen zijn tot slechts 5 overtredingen omschreven. In het zeldzame geval dat er een 6e overtreding plaats vindt is het algemene advies de vergunning in te trekken.

-Bij de bestuurlijke boetebedragen is een I en een II bedrag opgenomen. Het onder I genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan minder dan vijftig werknemers telde. Het onder II genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan meer dan vijftig werknemers telde.

-De bestuurlijke boete wordt met maximaal 50% verhoogd indien aan de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend door Onze Minister een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds die eerdere bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

-De bestuurlijke boete wordt met maximaal 100% verhoogd indien aan de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend door Onze Minister twee maal of vaker een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de Drank- en Horecawet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds de eerste van die bestuurlijke boetes onherroepelijk is geworden.

-In de matrix worden diverse handhavingsmomenten benoemd. Uitganspunt is dat de volgende stap in het handhavingstraject wordt uitgevoerd wanneer de overtreding plaatsvindt binnen een jaar na de vorige overtreding.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.