Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2026

Gemeente De Ronde Venen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente De Ronde Venen;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van liggeld voor woonschepen 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder

a.woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of daartoe is bestemd;

b.kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

c.ligplaats water binnen de kern Abcoude-Baambrugge, zie kaart bijlage 1.

Artikel 2 Belastbaar feit en tarief

1Voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in het water binnen de kern Abcoude wordt een recht geheven van € 26,70 per maand of een gedeelte van een maand, waarbij een gedeelte van een maand als een volle maand wordt aangemerkt.

2Per kalenderjaar is niet meer verschuldigd dan € 255,00.

3De rechten zijn slechts verschuldigd voor elke maand of gedeelte van een maand waarmee het verblijf in bedoeld openbaar water binnen deze gemeente een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende dagen te boven gaat.

Artikel 3 Belastingplicht

1Het liggeld, bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

2Bij gebreke van een vergunninghouder dan wel hoofdbewoner, wordt de belasting geheven van de eigenaar van het woonschip. Het recht wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt.

Artikel 4 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 5 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het verzoek om ontheffing dient binnen zes weken na de opgetreden wijziging te zijn ingediend.

Artikel 7 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een kennisgeving worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en de tweede twee maanden later.

2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Ter zake de belasting, zoals bedoeld in deze verordening, wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 verleend.

Artikel 9 Overgangsrecht en inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De ‘Verordening liggeld woonschepen 2025’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld woonschepen 2026.

Bijlage 1, Ligplaats water binnen de kern Abcoude-Baambrugge

Het in deze bijlage aangeduide gebied omvat de wateren binnen de kern Abcoude-Baambrugge waar het innemen van een ligplaats met een woonboot uitsluitend is toegestaan tegen betaling van liggeld.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.