Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
a.Actuele zaken: een agendapunt in de raadsvergadering waarbij een raadslid aan het college actuele vragen kan stellen of waarbij het college of een raadslid een actueel onderwerp met (andere) raadsleden kan delen.
b.Agendacommissie: groep raadsleden die de agenda van de raad vormgeeft.
c.Amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen.
d.Beeldvormende bijeenkomst: een bijeenkomst op basis van artikel 82 van de Gemeentewet bestemd voor het vergaren van informatie.
e.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg.
f.Commissielid: lid van een raadscommissie, waarmee zowel raadsleden als commissieleden niet zijnde raadsleden worden aangeduid.
g.Commissielid niet zijnde raadslid: het door een fractie aangewezen vertegenwoordiger, niet zijnde een raadslid, dat het woord mag voeren namens de fractie in de raadscommissies en andere bijeenkomsten;
h.Commissievergadering: een commissie van de raad gericht op de voorbereiding van besluitvorming en ingesteld op basis van artikel 82 van de Gemeentewet waarvan alle commissieleden en raadsleden lid zijn.
i.Consultatie: bijeenkomst waarin raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden namens hun fractie meningen en standpunten kunnen aangeven over een afgebakend onderwerp.
j.Dagpost: een email met gebundelde informatie voor de raads- en commissieleden die op vrijwel alle doordeweekse dagen door de griffie verstuurd wordt.
k.Fractielid: een fractie bestaat uit de raadsleden en commissieleden niet zijnde raadslid van dezelfde groep
l.Griffier: griffier van de raad of dienst plaatsvervanger.
m.Initiatiefvoorstel: een voorstel van één of meerdere raadsleden tot vaststelling van een raadsbesluit.
n.Interpellant: een raadslid dat vragen stelt aan het college vanuit het recht op interpellatie.
o.Interpellatie: een bevraging van het college door een raadslid over een onderwerp dat niet op de agenda van de raadsvergadering staat.
p.Lijst van ingekomen stukken: bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op de lijst van ingekomen stukken geplaatst.
q.Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens, verzoek wordt uitgesproken.
r.Plaatsvervangend voorzitter: waarnemend voorzitter van de raad als bedoeld in artikel 77 van de Gemeentewet.
s.Politieke vragen: vragen waarbij de steller naar een politieke mening of standpunt vraagt.
t.Raadsavond: avond waarbij er activiteiten zijn voor de raadsleden en eventueel commissieleden. In beginsel vinden deze plaats op maandagen en donderdagen.
u.Resultatenlijst: een lijst waarin de resultaten (aanwezigen, adviezen, besluiten, etc.) van de commissievergadering worden weergegeven.
v.Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft.
w.Technische vragen: vragen waarbij de steller om feitelijke informatie zonder politiek waardeoordeel verzoekt.
Artikel 2. Het fractievoorzittersoverleg
1Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de fractievoorzitters en de voorzitter van de raad. De voorzitter van de raad en de griffier (of hun vervangers) zijn bij elke vergadering van het fractievoorzittersoverleg aanwezig als adviseur.
2De fractievoorzitters wijzen elk een vervangend fractielid aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt.
3De voorzitter van de raad is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg.
4Het fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen.
5Het fractievoorzittersoverleg doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.
6Het fractievoorzittersoverleg komt bijeen volgens het door hem vastgestelde vergaderschema en voorts op verzoek van de burgemeester dan wel indien ten minste twee leden daartoe het verzoek doen.
7De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn niet openbaar.
Artikel 3. De agendacommissie
1Er is een agendacommissie die bestaat uit:
a.de voorzitter van de raad
b.de plaatsvervangend voorzitter van de raad en
c.3 leden, een lid zo mogelijk afkomstig uit een coalitiepartij en een lid zo mogelijk uit een oppositiepartij.
2Alle leden van de agendacommissie moeten tevens voorzitter van een raadscommissie zijn.
3Bij langdurige verhindering of afwezigheid kan een commissielid zich laten vervangen door een ander raadslid.
4De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken:
a.het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, raadscommissievergaderingen, beeldvormende bijeenkomsten en overige bijeenkomsten van de raad, waarbij de voorstellen per onderwerp en worden beoordeeld als:
A-onderwerp: Bespreekstuk met Beeldvormende bijeenkomst
B-onderwerp: bespreekstuk
C-onderwerp: hamerstuk
b.het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de beeldvormende bijeenkomsten en raadscommissies;
c.het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet en de vergaderingen genoemd in het zevende lid van dit artikel.
d.het doen van voorstellen over de wijze van afdoening van ingekomen stukken;
e.het bijhouden van de lijst van toezeggingen en aangenomen moties;
f.het behandelen en beoordelen van verzoeken tot agendering zoals bedoeld in de artikelen 52, 54, 55, 58.
g.het evalueren van de raads- en raadscommissievergaderingen;
h.het toezien op en bevorderen van de werkwijze van de raads- en raadscommissievergaderingen.
5Raadsleden kunnen de agendacommissie verzoeken een beeldvormende bijeenkomst te plannen over een bepaald onderwerp. Een verzoek met daarbij een onderbouwing moet uiterlijk één week voor de vergadering van de agendacommissie schriftelijk bij de griffier worden ingediend.
6Raads- en commissieleden kunnen de agendacommissie verzoeken om een informatienotitie of onderwerp te agenderen voor de raadscommissie. Een verzoek met daarbij een onderbouwing moet uiterlijk één week voor de vergadering van de agendacommissie schriftelijk bij de griffier worden ingediend. De informatienotitie of het onderwerp wordt op de voorlopige agenda van de eerstvolgende raadscommissie geplaatst.
7In aanvulling op de raadscommissievergaderingen als bedoeld in het vierde lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.
8De voorzitter van de raad is voorzitter van de agendacommissie.
9De griffier (of zijn vervanger) is bij de vergaderingen van de agendacommissie aanwezig als adviseur, is tevens secretaris van de Agendacommissie en zorgt voor de verslaglegging van de gemaakte besluiten.
10De gemeentesecretaris (of zijn vervanger) is op uitnodiging aanwezig als adviseur.
11De agendacommissie besluit bij meerderheid van stemmen. De leden, met inbegrip van de voorzitter van de agendacommissie hebben elk één stem. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter van de agendacommissie de doorslag.
12De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.
Artikel 4. De werkgeverscommissie
1Er is een commissie als bedoeld in artikel 83 Gemeentewet, genaamd werkgeverscommissie, ter uitvoering van de werkgeversrol van de raad.
2De taken, bevoegdheden en samenstelling van de werkgeverscommissie zijn vastgelegd in een aparte verordening.
Artikel 5. De auditcommissie
1Er is een commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet, genaamd auditcommissie, ter ondersteuning van de raad bij taken als interne beheersing, financiële verslaglegging en accountantscontrole.
2Er is een verordening op de auditcommissie waarin de taken, samenstelling, bevoegdheden en organisatie van de auditcommissie wordt geregeld.
Artikel 6. De griffier
1De griffier staat de raad, de voorzitter van de raad, de door de raad ingestelde commissies en de voorzitters van die commissies bij de uitoefening van hun taak ter zijde.
2De griffier geeft leiding aan de griffie.
3Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger.
Hoofdstuk 3. Toelating raadsleden, fracties, benoeming wethouders
Artikel 7. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden
1Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in, die bestaat uit drie raadsleden en wordt ondersteund door de griffier.
2Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 8. Benoeming commissieleden
1Een commissielid wordt benoemd door de gemeenteraad.
2Per fractie kunnen er 5 commissieleden worden benoemd.
3De artikelen 10, 11, 12,13 en 15 van de Gemeentewet met betrekking tot de benoemingsvereisten, de onverenigbare betrekkingen en de verboden handelingen voor de raadsleden, alsmede de door de raad voor zijn leden vastgestelde gedragscode, zijn van overeenkomstige toepassing op de door de raad benoemde commissieleden.
4Artikel 7 eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing bij de benoeming van commissieleden.
5Commissieleden leggen bij hun benoeming de eed of verklaring en belofte af conform artikel 14 van de Gemeentewet, waarbij in plaats van “lid van de raad” wordt gesproken over ”commissielid”.
6Commissieleden zijn verplicht tot geheimhouding bij de uitoefening van hun taak indien en voor zover geheimhouding is opgelegd als bedoeld in artikel 87 Gemeentewet.
Artikel 9. Fracties
1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
5Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Artikel 10. Benoeming wethouders
1Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere kandidaat-wethouders.
2De commissie bestaat uit drie leden van de raad.
3De commissie wordt ondersteund door de griffier.
4Voorafgaand aan de benoeming van de kandidaat-wethouder wordt een risicoscan uitgevoerd door een daartoe gekwalificeerd bureau. De inhoud van de risicoscan wordt gedeeld met de burgemeester. De benoeming volgt als er geen belemmeringen of bezwarende omstandigheden worden aangetroffen. De kandidaat mag de uitslag van het onderzoek als eerste inzien en besluit dan of een samenvatting van de uitslag openbaar gemaakt mag worden.
5De commissie toetst de benoembaarheid van een kandidaat-wethouder aan de hand van de volgende zaken:
a.de onder lid 4 genoemde openbare samenvatting van de risicoanalyse integriteit;
b.de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet.
6De commissie brengt na haar onderzoek advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies.
Hoofdstuk 4. Vergaderingen en bijeenkomsten
Paragraaf 1 algemeen
Artikel 11. Vergaderingen en bijeenkomsten
1De vergaderwijze van de raad is gebaseerd op het model van Beeldvorming – Oordeelsvorming – Besluitvorming.
2Voor het raadswerk worden de volgende vergaderingen en bijeenkomsten onderscheiden:
a.Beeldvormende bijeenkomsten
b.Raadscommissie (oordeelsvorming)
c.Raadsvergadering (besluitvorming)
Paragraaf 2. Vergaderfrequentie, agenda en stukken
Artikel 12. Vergaderfrequentie en tijdsduur
1De Agendacommissie stelt voor aanvang van het vergaderjaar het vergaderschema vast voor raadsavonden en andere bijeenkomsten.
2Een raadsavond kan bestaan uit:
•Commissievergaderingen;
•Raadsvergadering.
•Beeldvormende bijeenkomsten;
•Vergaderingen van bijzondere commissies en groepen zoals het fractievoorzittersoverleg, de auditcommissie en agendacommissie.
3Een raadsavond vindt plaats vanaf 19.30 uur tot uiterlijk 23.00 uur. De vergaderingen worden in het stadhuis of elders in de stad gehouden. De precieze locatie van de vergadering wordt aangegeven in het raadsinformatiesysteem.
4Als de agenda van een vergadering, of een bespreekpunt, niet afgerond is als de beoogde eindtijd nadert, doet de voorzitter van de vergadering een ordevoorstel, inhoudende
a.schorsing van de beraadslagingen en verdaging van de resterende agendapunten naar een vergadering op een ander tijdstip, of
b.afronding van de beraadslagingen over het agendapunt en verdaging van de resterende agendapunten naar een vergadering op een ander tijdstip,
c.of voortzetting en afronding van de agenda van de raad.
5Op de donderdagen waarop er geen commissies, beeldvormende bijeenkomsten en raadsvergaderingen zijn, kunnen er vanaf 19.30 uur fractie-overleggen plaatsvinden. Er zijn hiervoor ruimtes beschikbaar in het stadhuis.
6De agendacommissie kan bepalen dat bovengenoemde activiteiten kunnen bij wijze van uitzondering ook op andere avonden worden georganiseerd.
7De burgemeester kan in bijzondere gevallen bepalen dat een vergadering op een andere dag, tijdstip of locatie plaatsvindt. De burgemeester voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
Artikel 13. Oproep en agenda
1Behoudens in spoedeisende gevallen, wordt door de voorzitter van de gemeenteraad tenminste 13 dagen voor een vergadering aan de leden van de raad commissieleden, de burgemeester, de wethouders en de gemeentesecretaris een digitale oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering toegezonden of beschikbaar gesteld, inclusief de voorlopige agenda met bijbehorende stukken vastgesteld door de agendacommissie.
2In spoedeisende gevallen kan de burgemeester na het doen van de oproep tot uiterlijk 32 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk digitaal beschikbaar gesteld aan de leden.
3In afwijking van hetgeen is bepaald in het eerste lid, berust informatie waarop geheimhouding is gelegd op grond van het bepaalde in de Gemeentewet onder verantwoordelijkheid van de griffier. De griffier verleent raads- en commissieleden inzage in deze informatie conform het geldende protocol geheimhouding.
4Bij aanvang van de vergadering stellen de leden van de vergadering de agenda vast. Daarbij kunnen onderwerpen aan de agenda worden toegevoegd of van de agenda worden afgevoerd.
Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken
1De voorlopige agenda en de stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van de wet geheimhouding is opgelegd, liggen in afwijking van het eerste en tweede lid ter inzage bij de griffier.
Artikel 15. Openbare kennisgeving
1De raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een huis-aan-huisblad en door plaatsing op de website van de gemeenteraad.
2De openbare kennisgeving vermeldt:
a.de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;
b.een korte vermelding van de onderwerpen die op de agenda staan;
c.een verwijzing naar de website van de gemeente waar de voorlopige agenda en de daarbij behorende openbare stukken zijn geplaatst;
d.bij welke vergaderingen gebruik kan worden gemaakt van het inspreekrecht.
3In spoedeisende gevallen zal de openbare kennisgeving uitsluitend digitaal worden gepubliceerd.
Hoofdstuk 5. Orde van de vergadering
Artikel 16. Volgorde sprekers
1Een lid van de vergadering voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
2De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de vergadering het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Artikel 17. Voorstellen van orde
1De voorzitter en de leden van de vergadering kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen dat kort kan worden toegelicht. De vergadering beslist hier terstond over.
Artikel 18. Handhaving orde; schorsing
1Een lid van de vergadering mag in zijn of haar betoog niet worden gestoord, tenzij:
a.de voorzitter het nodig oordeelt hem of haar aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.een lid van de vergadering hem of haar interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat het lid van de vergadering dat het woord voert zonder verdere interrupties zijn of haar betoog zal afronden. Een interruptie bestaat uit een korte opmerking zonder inleiding gericht aan de spreker in de vorm van een vraag.
2Indien een lid van de vergadering zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt dat lid door in het uiterste geval de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem of haar gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3De voorzitter kan de vergadering voorstellen om aan een lid van de vergadering die door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert de verdere deelname aan een vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat desbetreffend lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem of haar verwijderen. Bij herhaling van wangedrag kan bovendien de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd.
4De voorzitter kan, ter handhaving van de orde de vergadering, besluiten de vergadering tijdelijk te schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Hoofdstuk 6. Verslaglegging & besluitenlijst
Artikel 19. Verslaglegging
1Van iedere commissie- en raadsvergadering wordt een opname gemaakt die zo spoedig mogelijk na de vergadering via het raadsinformatiesysteem van de gemeente beschikbaar wordt gesteld.
2De commissiegriffier maakt bovendien een resultatenlijst. Deze wordt eveneens geplaatst in het raadsinformatiesysteem en bevat in ieder geval:
a.de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een korte zakelijke vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.een vermelding van eventueel door het college gedane toezeggingen;
d.een samenvatting van het advies van de commissie aan de raad onder vermelding van eventuele minderheidsstandpunten;
e.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 31 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.
f.het door de commissievergadering besloten vervolg van een voorstel, als het rijp is voor raadsbehandeling ook de beslissing of het als hamerstuk of als bespreekstuk geagendeerd gaat worden.
3Van een beeldvormende bijeenkomst wordt in beginsel een opname gemaakt als deze in het stadhuis plaatsvindt. Deze opname die zo spoedig mogelijk na de vergadering via het raadsinformatiesysteem van de gemeente beschikbaar wordt gesteld.
4Als de beeldvormende bijeenkomst geheim is, of op een andere locatie wordt gehouden wordt geen opname gemaakt.
Artikel 20. Besluitenlijst
1De griffier draagt zorg voor het maken van een besluitenlijst van de raadsvergadering.
2Op de besluitenlijst wordt vermeld:
a.de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige wethouders, de ter vergadering aanwezige leden evenals van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd;
b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.het vermelden van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, toezeggingen, moties, amendementen en subamendementen;
d.bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;
e.de uitslag van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist.
3De ontwerpbesluitenlijst van de laatstgehouden raadsvergadering wordt uiterlijk tien dagen voor de volgende raadsvergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
4Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld.
5De raadsleden, de burgemeester, de wethouders en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot verandering moet vóór het vaststellen van de besluitenlijst bij de griffier worden ingediend.
6De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier en na vaststelling door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Hoofdstuk 7. Beeldvormende bijeenkomsten
Artikel 21. Beeldvormende bijeenkomsten
1Een beeldvormende bijeenkomst heeft de status van een bijeenkomst zoals bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet.
2Een beeldvormende bijeenkomst wordt voorgezeten door een commissievoorzitter. De agendacommissie wijst per beeldvormende bijeenkomst een commissievoorzitter aan.
3Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden die het woordvoeren dan wel de fractie in de bijeenkomst vertegenwoordigen (max. 2 per onderwerp) de presentielijst, die aan het einde van elke bijeenkomst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
4Een beeldvormende bijeenkomst heeft tot doel het informeren van de raads- en commissieleden over voor de raad relevante onderwerpen of ter uitwisseling van (technische) informatie ter voorbereiding op de bespreking van voorstellen in een commissievergadering.
5Een beeldvormende bijeenkomst kan worden gebruikt voor een:
a.Voorbereidend overleg:
Tijdens een voorbereidend overleg laten raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden zich informeren over een beleidsvoorstel, -nota of verordening, waarbij ingegaan wordt op specifieke en technische details, ten behoeve van goede besluitvorming, hierbij wordt niet altijd vooraf informatie toegezonden.
b.Technische sessie:
Tijdens een technische sessie kunnen raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden zich laten informeren over de feitelijke en technische aspecten van een dossier, de stand van zaken in beleidsuitvoering, de uitkomsten van een onderzoek, of een uitgebracht advies, door zowel interne als externe betrokkenen, bijvoorbeeld in de vorm van een presentatie.
c.Expertmeeting:
In een expertmeeting wisselen raads- en commissieleden niet zijnde raadsleden van gedachten met of laten zich voorlichten door externe deskundigen en betrokkenen over een afgebakend onderwerp.
d.Consultatie:
Tijdens een consultatie kunnen raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden namens hun fractie meningen en standpunten aangeven over een afgebakend onderwerp, waarover vooraf informatie wordt toegezonden.
e.Bijeenkomst om te luisteren naar inwoners, belanghebbende:
Op initiatief van de agendacommissie of een raadscommissie kunnen inwoners en belanghebbenden in een hoorzitting hun mening kenbaar maken aan raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden over een afgebakend onderwerp.
f.Werkbezoek:
Raadsleden en commissieleden niet zijnde raadsleden kunnen zich op locatie laten informeren over initiatieven, algemene en bijzondere beleidsontwikkelingen.
6Beeldvormende bijeenkomsten zijn openbaar, tenzij de agendacommissie oordeelt dat ze niet openbaar zijn. Gedane uitspraken tijdens deze bijeenkomsten zijn niet politiek bindend.
7Het college kan de agendacommissie verzoeken via een daarvoor bestemd formulier beeldvormende bijeenkomsten als in het eerste lid te houden.
8De deelname van ambtenaren geschiedt via het voor hen verantwoordelijke collegelid.
9Na afloop van een beeldvormende bijeenkomst wordt er gelegenheid geboden voor een informeel afstemmoment voor de raads- en commissieleden.
Hoofdstuk 8. Raadscommissie
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 22. Doel en taken
1Er zijn raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de wet. Raadscommissies zijn bedoeld voor politieke oordeelsvorming.
2Een raadscommissie is belast met:
a.het voorbereiden van de besluitvorming door de raad;
b.het bespreken van onderwerpen die niet ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd;
c.het voeren van overleg met de burgemeester en leden van het college;
d.het uitbrengen van verslag door raads- of collegeleden over zaken die in het algemeen bestuur of dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regelingen ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of andere verbonden partijen aan de orde zijn gekomen;
3De raadscommissie kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad over de onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben.
Artikel 23. Samenstelling
1De raadscommissie bestaat uit leden van de raad.
2De raad kan daarnaast niet-raadsleden als commissieleden benoemen.
3Ieder lid kan zich in een vergadering van de raadscommissie laten vervangen door een ander raadslid of commissielid niet zijnde raadslid van zijn fractie.
4Per onderwerp, dat in een commissie aan de orde is, wijzen de fracties één raadslid of commissielid aan als woordvoerder. Er zijn maximaal twee vertegenwoordigers per fractie per agendapunt aanwezig.
5Collegeleden nemen, indien daartoe uitgenodigd, deel aan de commissievergaderingen. Zij kunnen zich daarbij laten ondersteunen door één of meer ambtenaren, welke alleen op verzoek van de commissie het woord voeren.
6De agendacommissie of de commissievoorzitter kunnen het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.
Artikel 24. Zittingsduur
1De commissieleden niet zijnde raadsleden worden telkens tot het einde van de zittingsperiode van de raad benoemd.
2Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden niet zijnde raadsleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd.
3De raad kan een commissielid niet zijnde raadslid ontslaan op eigen verzoek of op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
Artikel 25. Commissievoorzitter
1De commissievoorzitters worden door de raad uit zijn midden gekozen. De raad benoemt minimaal zes commissievoorzitters. Per vergadering worden de voorzitters van de commissievergaderingen door de agendacommissie ingedeeld.
2De commissievoorzitter is belast met:
-het leiden van de commissievergadering;
-het handhaven van de orde tijdens de vergadering met inachtneming van dit reglement;
-het doen naleven van deze verordening.
3In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raadscommissie op voorstel van de commissievoorzitter.
4Bij verhindering van een commissievoorzitter voorziet de agendacommissie in vervanging.
Artikel 26. Commissiegriffier
1Een raadscommissie wordt bijgestaan door de griffier of een plaatsvervangend griffier die aanwezig is in de vergaderingen.
2De griffier wijst de commissiegriffier aan.
3Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar dan wel in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar als commissiegriffier.
4Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Paragraaf 2 Vergaderingen raadscommissies
Artikel 27. Presentielijst
1De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.
2Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden die het woordvoeren dan wel de fractie in de vergadering vertegenwoordigen de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 28. Quorum en stemmen
1Een raadscommissie mag niet beraadslagen of besluiten indien niet ten minste de helft van het aantal raadsfracties vertegenwoordigd is.
2Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.
3Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal raadsfracties vertegenwoordigd is.
4In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 29. Beraadslaging
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats:
a.in ten hoogste twee termijnen of
b.aan de hand van door de commissieleden aangedragen bespreekpunten of
c.aan de hand van de door het college in een consultatienotitie benoemde vraagpunten, tenzij de raadscommissie anders beslist.
2Deelnemers aan de commissievergadering spreken altijd via de voorzitter.
3Vragen van feitelijke aard (technische vragen) over het voorliggende voorstel worden niet gesteld in de commissie.
4Bij een bespreking in termijnen, voeren commissieleden niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
5Reeds bij de bespreking van het aanhangig voorstel in de commissie kondigen commissieleden aan dat een of meerdere motie(s) en/of amendement(en) zal (zullen) worden ingediend conform [de artikelen over moties en amendementen].
6Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld, sluit de voorzitter de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist.
Artikel 30. Advies
1Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.
2In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties.
3Als er geen behoefte is aan nadere beraadslaging over een onderwerp wordt het advies om een onderwerp als hamerstuk (C-stuk) in de raadsvergadering te agenderen. Als deze behoefte bij een of meerdere fracties bestaat, wordt geadviseerd het onderwerp te agenderen als bespreekstuk (B-stuk) in de raadsvergadering.
Artikel 31. Deelname aan de beraadslaging door anderen
1Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 32. Interrupties
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de commissievoorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren of een lid van de raad hem interrumpeert.
2Interrupties dienen te bestaan uit vragen zonder inleiding of korte mededeling.
3De commissievoorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Artikel 33. Spreekrecht inwoners en belanghebbenden
1Een ieder kan een verzoek doen om over een onderwerp dat op de agenda staat het woord te voeren. Een verzoek daartoe moet tenminste twaalf uur voor de vergadering gericht worden aan de griffie, onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het agendapunt waarover men het woord wenst te voeren.
2Het woord kan niet gevoerd worden:
•over de agendapunten betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
•als al eerder over hetzelfde onderwerp door dezelfde persoon van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond;
•over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
•over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
•voor boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard;
•door een politieke partij.
3Degene die het woord wil voeren in de commissievergadering krijgt van de commissievoorzitter aan het begin van de vergadering gedurende 5 minuten de gelegenheid het woord te voeren.
4Er is in totaal maximaal dertig minuten gereserveerd voor anderen om in de vergadering het woord te voeren. Als er meer dan 6 insprekers zijn, wordt de tijd per inspreker naar rato ingekort.
5De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
6De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Hoofdstuk 9. Raadsvergaderingen
Paragraaf 1. Raadsvoorzitter & griffier
Artikel 34. De raadsvoorzitter & de griffier
1De raadsvoorzitter is belast met:
a.het leiden van de vergadering;
b.het handhaven van de orde van de vergadering;
c.het doen naleven van dit reglement;
d.hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. De raadsvoorzitter verleent het woord, formuleert conclusies, deelt mee waarover zal worden gestemd en deelt de uitslag van de stemmingen mede.
2Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een plaatsvervangend raadsvoorzitter. De raad benoemt aan het begin van de raadsperiode uit zijn midden een plaatsvervangend raadsvoorzitter.
3De raadsvoorzitter wordt ondersteund door de griffier.
4De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter of leden van de vergadering aan beraadslagingen deelnemen.
Paragraaf 2. Orde van de vergadering
Artikel 35. Presentielijst
1Voorafgaand aan de vergadering tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
2Een lid dat de vergadering tussentijds verlaat en daarin niet zal terugkeren, geeft hiervan kennis aan de griffier.
Artikel 36. Zitplaatsen
1De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het fractievoorzittersoverleg bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het fractievoorzittersoverleg.
3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 37. Vergaderquorum
1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 38. Primus bij hoofdelijke stemming
1Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, eventuele hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.
Artikel 39. Aantal spreektermijnen
1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten.
3Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.
4Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover.
5Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 40. Spreekregels
1In de regel wordt er vanaf het spreekgestoelte gesproken, indien de voorzitter dit toestaat, vanaf de plaats en richten zich tot de voorzitter.
2Bij bijzondere omstandigheden kan de voorzitter bepalen dat er vanaf een andere plaats gesproken wordt.
3Tijdens de beraadslaging over een onderwerp of voorstel heeft iedere fractie één woordvoerder.
4De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties die een of meerdere amendementen en/of moties indienen.
Artikel 41. Interrupties
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren of een lid van de raad hem interrumpeert.
2Interrupties dienen te bestaan uit vragen of korte mededeling zonder inleiding.
3Een spreker die iemand interrumpeert kan ook zelf worden geïnterrumpeerd.
4De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Artikel 42. Deelname aan de beraadslaging door derden
1Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat derden mogen deelnemen aan de beraadslaging in de raadsvergadering.
Artikel 43. Inspreken
1Inwoners, organisaties en instellingen, die een vraag of vraagstuk aan de gemeenteraad willen voorleggen over een niet geagendeerd onderwerp, zijn welkom om in te spreken in de raadsvergadering. Een verzoek daartoe moet tenminste twaalf uur voor de vergadering gericht worden aan de griffier.
2Het woord kan niet worden gevoerd:
a.over onderwerpen die geagendeerd zijn in de lopende raadsvergadering;
b.over onderwerpen betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c.indien reeds eerder over hetzelfde onderwerp van het spreekrecht gebruik werd gemaakt door dezelfde persoon en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond;
d.over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
e.over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
f.voor het uitdragen van boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard;
g.door een politieke partij.
3Insprekers krijgen in beginsel gedurende maximaal 5 minuten van de voorzitter de gelegenheid om hun bijdrage te leveren.
4Er is in totaal maximaal dertig minuten gereserveerd voor insprekers. Als er meer dan 6 insprekers zijn, wordt de tijd per inspreker ingekort. Raadsleden kunnen alleen informatieve vragen stellen aan de inspreker. Wanneer er behoefte is aan debat over hetgeen ingebracht wordt, dan kan het raadslid een verzoek tot agendering doen.
Artikel 44. Actuele zaken
1Onder het agendapunt “Actuele zaken” kunnen leden van de raad vragen stellen over een actueel onderwerp dat niet op de agenda staat. Leden van de raad en het college kunnen onder dit agendapunt ook mededelingen doen.
2Het college krijgt het woord om de vraag te beantwoorden.
3Indien noodzakelijk kan het college de beantwoording schriftelijk afhandelen tot maximaal 7 dagen nadat de vraag is gesteld.
4Tijdens het stellen en beantwoorden van vragen en het delen van de actuele informatie zijn interrupties niet toegestaan.
5Raadsleden kunnen enkele vragen stellen nadat actuele vragen zijn beantwoord of actuele informatie is gedeeld.
6Indien raadsleden naar aanleiding van het besprokene onder het agendapunt Actuele zaken een debat willen voeren, dan kunnen zij daartoe schriftelijk een gemotiveerd verzoek tot agendering doen bij de Agendacommissie.
Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen
Artikel 45. Stemverklaring
1Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.
Artikel 46. Beslissing
1De voorzitter sluit de beraadslaging als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.
2Na de beraadslaging en de stemming over eventuele (sub)amendementen, wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, gestemd. Tenzij geen stemming wordt gevraagd.
3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 47. Algemene bepalingen over stemming
1Inzake voorstellen die door de raad als hamerstuk op de agenda zijn geplaatst, stelt de voorzitter in principe vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen, tenzij door één of meer raadsleden om stemming wordt gevraagd of de voorzitter dit verlangt.
2De voorzitter kan een voorstel in stemming brengen door de raad te verzoeken bij handopsteken kenbaar te maken wie “voor” dan wel “tegen” het voorstel is.
3Indien door één of meer raadsleden om hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daar mededeling van.
4De voorzitter roept bij hoofdelijke stemming de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 38 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
5Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van de wet moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.
6De raadsleden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
7Heeft een lid zich bij hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan het lid deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid de vergissing pas later, dan kan het lid nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen van de vergissing; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
8Met uitzondering van stemming over de hamerstukken, waarover geen stemming is gevraagd of wordt verlangd, deelt de voorzitter de uitslag na afloop van de stemming mede met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. De voorzitter doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 48. Stemming over amendementen en moties
1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.
2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
Artikel 49. Stemming over personen
1Bij de stemming over een voorstel tot benoeming, voordracht of aanbeveling benoemt de voorzitter drie leden van de raad tot stembureau. De leden van het stembureau wijzen uit hun midden een voorzitter aan. De griffier staat het stembureau bij haar werkzaamheden terzijde.
2Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
a.een blanco ingevuld stembriefje;
b.een ondertekend stembriefje;
c.een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
d.een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
e.een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
6De inhoud van elk briefje wordt door de voorzitter van het stembureau voorgelezen, door de leden van het stembureau nagezien en door de griffier opgetekend.
7In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.
8De voorzitter van het stembureau deelt de uitslag van de stemming mondeling in de raadsvergadering mee.
9Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
10Indien geen der aanwezige leden van de raad zich daartegen verzet, kan de voorzitter de raad voorstellen dat voorgedragen personen geacht worden met algemene stemmen schriftelijk te zijn benoemd.
Artikel 50. Herstemming over personen
1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, vindt er een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 51. Beslissing door het lot
1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt is geacht te zijn gekozen.
Hoofdstuk 10. Instrumenten van de raad
Artikel 52. Agenderingsrecht
1Indien raadsleden over een onderwerp, voorstel of thema een beeldvormende bijeenkomst of commissie wenst, dient dat lid hiertoe een schriftelijk verzoek in bij de Agendacommissie. In het verzoek wordt opgenomen wat het doel van de bespreking is en waar de bespreking toe zou moeten leiden. De agendacommissie bespreekt het verzoek in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het verzoek. Het verzoek met daarbij een onderbouwing moet uiterlijk één week voor de vergadering van de agendacommissie worden aangeleverd bij de griffier.
2Het college kan de agendacommissie verzoeken een onderwerp op de agenda van de beeldvormende bijeenkomst of commissie te plaatsen.
Artikel 53. Ingekomen stukken
1Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst voorzien van een voorgestelde afdoeningswijze in het raadsinformatiesysteem.
2Het deel van deze lijst waarbij nog niet besloten is over de afdoening sinds de voorgaande raadsvergadering, wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproeping voor de volgende vergadering aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld.
3De leden van de raad hebben het recht aan de agendacommissie een voorstel tot verandering van afdoeningswijze voor te leggen. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk de dag voor de raadsvergadering waarin de lijst wordt vastgesteld om 12:00 uur bij de griffier te worden ingediend.
4De voorzitter van de agendacommissie stelt in samenspraak met de griffier voor op welke wijze een ingekomen stuk wordt afgedaan.
Artikel 54. Voorstellen van het college aan de raad
1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad kan nadat het door de agendacommissie is geagendeerd voor behandeling in een commissie niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de agendacommissie in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 55. Voorstel van de raad
1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad kan worden ingediend door:
a.de agendacommissie, voor zover het taken betreft die uit dit of andere reglementen en verordeningen volgen;
b.een andere commissie, voor zover het een onderwerp betreft dat deze andere commissie aangaat.
2Een voorstel moet om in behandeling te kunnen worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
3De voorzitter legt het voorstel voor aan de agendacommissie die beslist over de agendering in de eerstvolgende vergadering van een raadscommissie of de raad, tenzij de oproep van de desbetreffende vergadering reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.
Artikel 56. Moties
1Ieder lid van de raad kan tijdens de vergadering naar aanleiding van een aanhangig voorstel of onderwerp of een onderwerp vreemd aan de agenda een motie indienen. Een motie moet via de griffier schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
2Een lid van de raad of een commissielid kondigt reeds bij de bespreking van het aanhangig voorstel in een commissie aan dat een of meerdere motie(s) zal (zullen) worden ingediend.
3Een motie over een onderwerp dat vreemd is aan de agenda dient uiterlijk op de dag voor de vergadering om 12.00 uur te worden ingediend. Een motie vreemd kan bijna alle onderwerpen omvatten, behalve onderwerpen die op de agenda staan of die de afgelopen 3 maanden op de agenda hebben gestaan.
4De behandeling van een motie naar aanleiding van een aanhangig voorstel of onderwerp vindt tegelijk met de beraadslaging over het betreffende voorstel of onderwerp.
5De behandeling van een motie vreemd aan de agenda vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn afgerond.
6Een motie kan worden ingetrokken door de indiener(s) tot het moment waarop de besluitvorming over de motie door de raad plaatsvindt.
Artikel 57. Amendementen
1Ieder raadslid kan tot het sluiten van de beraadslagingen een wijziging (amendement) voorstellen op het voorgestelde besluit of op een amendement dat door een lid is ingediend. Een amendement moet schriftelijk via de griffier bij de voorzitter worden ingediend.
2Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.
3Een lid van de raad of een commissielid kondigt reeds in de commissie aan, bij de bespreking van het aanhangig voorstel, dat een of meerdere amendement(en) zal (zullen) worden ingediend.
4Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door raadsleden die in de vergadering aanwezig zijn.
5De gemeenteraad kan een amendement ontoelaatbaar verklaren als het amendement een destructief karakter heeft. Van een destructief karakter is sprake als:
a.het amendement een strekking heeft die tegengesteld is aan die van het voorstel;
b.er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat.
6Een amendement of subamendement kan worden ingetrokken door de indiener(s) tot het moment waarop de besluitvorming over het (sub-) amendement door de raad plaatsvindt.
Artikel 58. Initiatiefvoorstellen
1Ieder lid van de raad kan over enig onderwerp een voorstel aan de raad doen.
2Een initiatiefvoorstel wordt conform het format van een raadsvoorstel opgesteld.
3Een initiatiefvoorstel moet schriftelijk via de griffier bij de voorzitter worden ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
4Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
5Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt, hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het vierde lid gestelde termijn is verlopen, plaatst de agendacommissie het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadscommissie en raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadscommissievergadering geplaatst.
6De raad neemt het initiatiefvoorstel niet in behandeling indien het voorstel in strijd is met een wet, een algemene maatregel van bestuur of een verordening.
Artikel 59. Schriftelijke vragen
1Een raadslid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk politieke vragen stellen over onderwerpen, behorend tot het dagelijks bestuur van de gemeente.
2De vragen worden kort, bondig en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Het onderwerp van de vragen moet binnen de bevoegdheid van het gemeentebestuur vallen. De vragen richten zich op het beleid van gemeente en niet op het oplossen van individuele situaties. Het onderwerp komt niet op korte termijn al aan de orde in een raadscommissie of raadsvergadering.
3De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen terstond via de dagpost worden verspreid.
4Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 28 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Als beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd schriftelijk bericht van de burgemeester dan wel het college, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaats vinden.
5De antwoorden met de daarbij behorende vragen worden door het college toegezonden aan de griffier en via griffie door middel van verzending via de dagpost en plaatsing in het raadsinformatiesysteem ter kennis gebracht van alle raads- en commissieleden.
6De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 60. Technische vragen
1Indien een raadslid technische vragen wil stellen aan het college, dient die hiertoe een verzoek in bij de griffier.
2Een afschrift van dit verzoek wordt door griffier via de dagpost verspreid.
3De griffier kan technische vragen terugsturen naar de indiener als het politieke vragen zijn die onder de kop technische vragen worden ingediend
4De technische vragen worden door het college zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 28 dagen beantwoorden via de griffier teruggeleid naar de indiener van de vragen en in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
5Technische vragen over een voorstel dat is geagendeerd dienen in principe voor de commissievergadering te worden ingediend, maar uiterlijk 72 uur voor de raadsvergadering.
Artikel 61. Mondelinge vragen
1Een raadslid kan mondelinge vragen stellen aan de burgemeester of aan het college.
2Een raadslid kan mondelinge politieke vragen over een voorliggend voorstel tijdens de commissiebehandeling aan de portefeuillehouder stellen.
3Politieke vragen over een actueel onderwerp dat niet op de agenda staat kan in de raadsvergadering worden gesteld bij het agendapunt Actuele zaken.
4Vragen aan het college over een onderwerp dat niet op de agenda staat moeten actueel kort, bondig en duidelijk geformuleerd zijn, één onderwerp betreffen en mogen uit maximaal drie deelvragen bestaan. De vragen moeten schriftelijk worden ingediend bij de griffier, tenminste 28 uur vóór aanvang van de raadsvergadering.
5De vragen worden aan de overige leden van de raad ter kennis gebracht door plaatsing van de vragen in het raadsinformatiesysteem.
Artikel 62. Interpellatie
1Ieder gemeenteraadslid kan de raad toestemming vragen voor het houden van een interpellatie.
2Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd, alsmede de te stellen vragen en dient schriftelijk en uiterlijk om 12.00 uur de dag voorafgaand aan de raadsvergadering via de griffier bij de voorzitter van de raad te worden ingediend.
3De voorzitter van de raad brengt de inhoud van het verzoek onmiddellijk ter kennis van de leden van de raad en de leden van het college.
4Bij aanvang van de eerstvolgende raadsvergadering, na indiening van het verzoek, wordt het verzoek in stemming gebracht. Indien de raad toestemming verleent voor het houden van de interpellatie bepaalt die op welk tijdstip tijdens de vergadering deze zal worden gehouden.
5De voorzitter geeft de interpellant als eerste het woord. Daarna krijgt de geïnterpelleerde de gelegenheid de gestelde vragen te beantwoorden. De interpellant kan hierna maximaal drie aanvullende vragen stellen die door de geïnterpelleerde worden beantwoord. Hierbij mag niet worden geïnterrumpeerd.
6Vervolgens starten de beraadslagingen in ten hoogste twee termijnen. Alle fracties mogen een deelnemer aanwijzen om aan de interpellatie deel te nemen. De interpellant krijgt als eerste het woord. Interrupties zijn toegestaan.
Hoofdstuk 11. Openbaarheid
Artikel 63. Toehoorders en pers
1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
2Het verstoren van de orde van de vergadering, waaronder applaudisseren en het blijk geven van andere tekenen van goed- of afkeuring, is verboden.
Artikel 64 Geluid- en beeldregistraties
1Degenen die van een openbare raads- of raadscommissievergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter voorafgaande de vergadering en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 12. Beslotenheid en geheimhouding
Artikel 65. Toepassing reglement op besloten vergaderingen
1Op besloten vergaderingen van de gemeenteraad en van de raadscommissie is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
2In sommige gevallen kan of moet de raad in beslotenheid vergaderen en / of geheimhouding betrachten op aan de raad verstrekte informatie. De basis hiervan is gelegen in de Gemeentewet en ook in de Wet open overheid.
3Voor de werkwijze rondom beslotenheid en geheimhouding wordt verwezen naar het geldende protocol geheimhouding.
Artikel 66. Besluitenlijst besloten raadsvergadering
1Concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen liggen uitsluitend voor raadsleden ter inzage bij de griffier en worden niet verspreid.
2Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst.
3De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 67. Resultatenlijst besloten raadscommissievergadering
1Concept resultatenlijsten van besloten raadscommissievergaderingen worden uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier en niet verspreid.
2Deze resultatenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de resultatenlijst.
3De vastgestelde resultatenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Hoofdstuk 13. Slotbepalingen
Artikel 68. Uitleg reglement
1In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslist de raad of de raadscommissie op voorstel van de voorzitter respectievelijk de commissievoorzitter.
Artikel 69. Intrekking oude reglement
Het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en commissies gemeente Culemborg 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 70. Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit reglement treedt in werking op 27 februari 2026.
2Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde van de gemeenteraad van Culemborg 2026.