Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Culemborg

Gemeente Culemborg · geldt sinds 24 oktober 2025

Aanhef

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg

BESLUITEN:

gelet op:

•artikelen 2:28, artikel 2:80A t/m 2:80K en 3:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg;

•artikel 8 van de Alcoholwet;

•artikel 30d van de Wet op de Kansspelen gelezen in samenhang met artikel 4, lid 1 onder b, van het Speelautomatenbesluit 2000;

•artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, de volgende beleidsregel vast te stellen:

Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Culemborg

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

•APV: Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Culemborg;

•burgemeester: de burgemeester van de gemeente Culemborg;

•college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg;

•informatiebronnen: bronnen die worden geraadpleegd om levensgedrag te toetsen;

•leidinggevende: de volgende personen in het horecabedrijf, het slijtersbedrijf, de openbare inrichting, het seksbedrijf/escortbedrijf/seksinrichting, de hoogdrempelige inrichting of speelautomatenhal:

1de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend

2de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de onderneming

3de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft aan uitoefening van het bedrijf.

•pleegdatum: datum waarop het feit is gepleegd;

•slecht levensgedrag: een of meerdere gedraging(en) van een leidinggevende van een vergunningplichtige inrichting/bedrijf die aanleiding geeft dan wel geven om een vergunning of bijschrijving van een leidinggevende te weigeren dan wel een vergunning in te trekken;

•vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel artikel 2:28 van de APV (vergunning openbare inrichting), artikel 2:80A t/m 2:80K van APV (vergunning tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat), artikel 3:3 van de APV (vergunning seksbedrijf/seksinrichting/ escortbedrijf), artikel 3 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning), artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautoma(a)t(en)) of artikel 2 van de Verordening speelautomatenhal (vergunning exploitatie speelautomatenhal).

Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregel

Met deze beleidsregel vullen de burgemeester en het college in hoe zij uitvoering geven aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de Alcoholwet (vrije beoordeling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b.), APV, Wet op de kansspelen en de Verordening speelautomatenhal.

Artikel 1.3 Toepassing beleidsregel

Deze beleidsregel is van toepassing op alle inrichtingen, bedrijven en activiteiten, waarbij de burgemeester dan wel het college de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, als de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

Artikel 1.4 Informatiebronnen

1De burgemeester dan wel het college toetst het levensgedrag van leidinggevenden bij de aanvraag van een vergunning, bij een verzoek tot wijziging van de vergunning, dan wel op ieder moment dat de burgemeester of het college dit nodig acht.

2De burgemeester dan wel het college onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de vergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.

3De burgemeester dan wel het college weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens in samenhang.

4De belangrijkste informatiebronnen, die hierbij gebruikt worden zijn:

a.informatie van de politie;

b.het Justitieel Documentatie Systeem;

c.handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;

d.informatie uit openbare bronnen.

Artikel 1.5 Beoordeling levensgedrag

1De burgemeester dan wel het college bepaalt per geval, of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.

2De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag, of een wijziging van een bestaande vergunning.

3De burgemeester dan wel het college kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon.

4De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:

a.gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal, bestuurlijke rapportages of mutaties van de politie;

b.gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;

c.gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;

d.strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;

e.zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;

f.zaken die zijn geseponeerd;

g.het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd.

5In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die in ieder geval meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Nadere uitwerking per type bedrijf of activiteit

Artikel 2.1 Ieder type inrichting, bedrijf of activiteit

Bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden, van ieder type inrichting, bedrijf of activiteit, worden de volgende factoren betrokken:

a.type inrichting;

b.periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.

Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:

1de pleegdatum is leidend;

2de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan telt niet mee;

3de periode van vijf jaar wordt berekend vanaf de datum waarop het primaire besluit wordt genomen over de aanvraag van de vergunning, de bijschrijving van een leidinggevende dan wel de intrekking van de vergunning.;

4als sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken;

a.type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de leidinggevende -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt.

b.Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt;

c.mate van samenhang van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt, evenals gedragingen die een leidinggevende in de privésfeer heeft begaan kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

d.de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de leidinggevende die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;

e.de leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van de leidinggevende. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;

f.de omstandigheid of de leidinggevende verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een inrichting/bedrijf waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, van de Alcoholwet, of een inrichting/bedrijf die voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174 Gemeentewet of op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt kan worden gemaakt.

Artikel 2.2 Alcoholverstrekkend horecabedrijf of openbare inrichting

De burgemeester dan wel het college weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden van een alcoholverstrekkend horecabedrijf of openbare inrichting alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.

Artikel 2.3 Seksinrichting, seksbedrijf en escortbedrijf

De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van een leidinggevende van een seksinrichting, seksbedrijf of escortbedrijf onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de leidinggevende om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting/het bedrijf.

Artikel 2.4 Bedrijven in een aangewezen gebied, gebouw of bedrijfsmatige activiteit

In het geval van bedrijven, die op grond van artikel 2:80A t/m 2:80K van de APV vergunningplichtig zijn, betrekt de burgemeester bij de beoordeling van het levensgedrag ook de reden voor deze vergunningplicht.

Hoofdstuk 3 Overige bepalingen

Artikel 3.1 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 3.2 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Culemborg.

Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Culemborg

Overzicht van de meest relevante feiten en gedragingen

De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.

1Geweldsdelicten en vernieling

Mishandeling

Moord of doodslag

Overige misdrijven tegen het leven

Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen

Vernieling, vandalisme, baldadigheid

Brandstichting

2Alcoholgerelateerde feiten

Rijden onder invloed van alcohol

Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

Weigeren ademanalyse

Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol

3Drugsgerelateerde feiten

Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs

Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs

Rijden onder invloed van drugs en/of verboden medicijnen

Drugsafval

4Wapens en munitie

Bezit, transport en/of handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie

Schiet- of steekpartijen

5Vermogensdelicten

Verduistering

Heling

Chantage en/of afpersing

Witwassen

Fraude

Vals geld aanmaken en/of vals geld uitgeven

Oplichting en flessentrekkerij

6Zedendelicten en mensenhandel

Zedendelicten

Gijzeling of ontvoering

Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en mensensmokkel

7Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

8Wederspannigheid

Niet voldoen aan bevel of vordering

Valsheid in geschrifte

Valse aangifte

Vals ID opgeven

Weigeren bloedproef

Weigeren vervangend (urine) onderzoek

Rijden tijdens rijverbod

Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd

Rijden tijdens rijontzegging

Overtreding huisverbod

(poging tot) Omkopen ambtenaar in functie

9Openbare orde en APV

Hinderlijk gedrag

Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

Verkoop illegaal vuurwerk

Geluidshinder

Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

Meerdere malen overtreden vergunningvoorschriften

10Wegenverkeerswet

Joyriding

Snelheidsovertreding

Agressief rijgedrag

Onveilig rijgedrag

Verkeersongeval met letsel

Verlaten plaats na verkeersongeval

Rijden met vals kenteken

Onverzekerd rijden

11Overig

Diefstal

Overval

Zakkenrollerij

Straatroof

Oplichting

Heling

Discriminatie

Belediging

Bedreiging

Intimidatie

Stalking

Cybercrime

Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)

Huisvredebreuk

Chantage

Machtsmisbruik

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.