Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik

Gemeente Bunnik · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;

gelet op artikel 3, tweede lid van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunnik, artikel 163 van

de Wet op het primair onderwijs en het Besluit specifieke uitkeringen gemeentelijk

onderwijsachterstandenbeleid van 1 april 2022;

OVERWEGENDE DAT:

•investeren in de eerste levensjaren van kinderen een positieve invloed heeft op de start in

het basisonderwijs en latere schoolprestaties;

•de gemeente jaarlijks een specifieke uitkering voor gemeentelijk

onderwijsachterstandenbeleid van het rijk ontvangt, ter subsidiëring van rechtspersonen die

zorgdragen voor voorschoolse educatie;

•deze subsidieregeling als doel heeft het beschikbaar stellen van de genoemde specifieke

uitkering als subsidie voor de houders van kindercentra die voorschoolse educatie aan

peuters aanbieden, ten behoeve van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang

en voorschoolse educatie in de gemeente Bunnik.

BESLUIT VAST TE STELLEN:

De Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;

b.doelgroeppeuter: een kind dat:

1een achterstand heeft in het ontwikkelingsgebied Nederlandse taal vanaf de leeftijd

van twee jaar (onder andere te zien aan de negatieve score op Van

Wiechenonderzoek item 41 en 42); of

2Nederlands niet als thuistaal heeft en weinig taalaanbod thuis heeft, waardoor de

taalontwikkeling tussen tweeënhalf en vierjarige jarige leeftijd een goede start in het

basisonderwijs in de weg staat; of

3een sociaal-emotionele achterstand heeft, waardoor er een verhoogd risico is op een

Nederlandse taalachterstand.

c.fiscaal uurtarief: maximaal uurtarief dat de Belastingdienst hanteert voor de vergoeding van

de kosten voor kinderopvang (peuteropvang);

d.gemengde peutergroep: voorschoolse educatie peutergroep die bestaat uit

doelgroeppeuters en reguliere peuters;

e.houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007

toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert;

f.kindercentrum: kindercentrum, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang, dat

gevestigd is in de gemeente Bunnik en dat is opgenomen in het Landelijk Register

Kinderopvang;

g.kinderopvangtoeslag (KOT): de tegemoetkoming van de Belastingdienst bedoeld als

gedeeltelijke bijdrage in de kosten voor in het LRK geregistreerde kinderopvang of

peuteropvang;

h.LRK: het Landelijk Register Kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet kinderopvang;

i.ve-locatiesubsidie: bijdrage per gecertificeerde voorschoolse educatie locatie in de gemeente

Bunnik;

j.ouder/verzorger: de bloed- of aanverwanten in opgaande lijn tot en met de 1e graad, de

adoptief- of pleegouder van een kind dat opgevangen wordt in een peuterplaats of vepeuterplaats;

k.ouderbijdrage: inkomensafhankelijke financiële bijdrage die de ouder/verzorger betaalt voor

de deelname van hun kind aan een peuterplaats of ve-peuterplaats;

l.peuter: kind in de leeftijd van twee tot vier jaar;

m.peuteropvang: kortdurende opvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar gericht op

ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool;

n.peuterplaats: een aanbod aan peuteropvang voor reguliere peuters;

o.reguliere peuter: een peuter die woont in de gemeente Bunnik en die gebruik maakt van

peuteropvang;

p.subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het

oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager;

q.subsidieuurtarief: het uurtarief dat de gemeente hanteert bij het berekenen van de subsidie;

r.subsidieverantwoording: inzichtelijk maken welke prestatieafspraken zijn gerealiseerd

inclusief de daaraan verbonden kosten;

s.toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de Wet kinderopvang;

t.verzamelinkomen: door de Belastingdienst gehanteerde term voor het jaarinkomen van

ouders/verzorgers uit box 1, box 2 en box 3 verminderd met de aftrekposten. Het betreft

hier het jaarinkomen van het gezin;

u.Ve: voorschoolse educatie, zijnde kortdurende opvang met een aanbod voor kinderen van

tweeënhalf tot vier jaar waarin op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten

worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het

gebied van rekenen, taal en motoriek en op het stimuleren van de sociaal-emotionele

ontwikkeling;

v.ve-peuterplaats: een aanbod van voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters.

w.Pilot ve geïntegreerd in dagopvang: voorschoolse educatie wordt aangeboden in een

reguliere kinderdagopvangsetting. Per dag van elf uur opvang wordt zes uur ve geboden en

vijf uur reguliere kinderdagopvang welke ouders/verzorgers bekostigen, dit is in 2025 gestart

als pilot, in 2026 wordt de pilot verlengt;

x.kinderdagopvang: reguliere kinderdagopvang, opvang van jonge kinderen gedurende de dag.

Een hele dag bestaat uit elf uur opvang.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies

voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Doelgroep

1Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de houder van een kindercentrum dat peuteropvang of

ve aanbiedt in de gemeente Bunnik:

a.waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers niet in

aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

b.waar ve wordt geboden aan een doelgroeppeuter, waarvan de ouders/verzorgers wel in

aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

c.waar peuteropvang wordt geboden aan een reguliere peuter, waarvan de ouders/verzorgers

niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag;

2Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub a en b dient het

kindercentrum maximaal 640 uur ve per jaar per peuter aan te bieden, verdeeld over drie dagen

per week. Dit komt neer op zestien uur per week, 640 uur ve : 40 weken (52 weken min de twaalf

vakantieweken gedurende het jaar).

3In afwijking van lid 2 komt eveneens voor subsidieverlening in aanmerking de omstandigheid

waarin een peuter twaalf uur per week ve volgt op een locatie waar ve is geïntegreerd in de

dagopvang (pilot die is gestart in 2025 en wordt gecontinueerd in 2026), wanneer

ouders/verzorgers van de peuter daaraan behoefte hebben.

4Onverminderd het bepaalde in lid 3 blijft het aanbod van zestien uur per week, verdeeld over

drie dagen beschikbaar, mochten ouders/verzorgers van de peuter op een later moment toch

zestien uur ve willen afnemen.

5Voor subsidieverlening op grond van lid 1 sub c dient het kindercentrum minimaal zes uur per

week en maximaal 12 uur per week peuteropvang aan te bieden tot een maximum van 320 uur

op jaarbasis, verdeeld over minimaal 2 dagen per week.

6Een subsidieaanvraag wordt alleen in behandeling genomen indien:

a.de (doelgroep)peuter volgens de gemeentelijke basisadministratie ingezetene is van de

gemeente Bunnik;

b.het kindercentrum is gevestigd in gemeente Bunnik en is gecertificeerd voor ve en als

zodanig is geregistreerd in het LRK.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

1Het college kan voor de volgende kosten een subsidie toekennen:

a.de kosten per uur van een gecontracteerde (ve-)peuterplaats;

b.de locatiesubsidie;

c.de kosten van een hbo geschoold pedagogisch beleidsmedewerker.

2Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub a vallen onder meer: extra taakuren om het ve

programma uit te voeren (extra tutoring peuter, monitoring ontwikkeling kinderen,

voorbereiden, uitvoeren en evalueren van onderdelen van het ve-programma), stimuleren

ouderbetrokkenheid, coördinatie en managementuren, taakuren voor (warme)overdracht,

participeren in ve-overleg, proactief samenwerken met samenwerkingspartners, signalering en

oudergesprekken en scholing.

3Onder de subsidie als bedoeld in het eerste lid sub b vallen onder meer: het voldoen aan alle

wettelijke eisen, het waarborgen van een ve-locatie in alle kernen van gemeente Bunnik, de

uitvoering van (ve-)activiteiten en huisvesting.

4Onder de kosten als bedoeld in het eerste lid sub c vallen de loonkosten van de hbo geschoolde

pedagogisch beleidsmedewerker voor de taken ter uitvoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit

Kinderopvang.

Artikel 5 Berekening subsidiebedrag en tarieven

1Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep wordt

berekend als volgt: aantal uren per week x aantal weken x subsidie-uurtarief voor ve, verminderd

met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7.

2Het subsidiebedrag per jaar voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep wordt berekend

als volgt: aantal uren per week x aantal weken x het subsidie uurtarief voor peuteropvang,

verminderd met de berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 7.

3Het subsidie uurtarief voor 2026 voor ve bedraagt € 12,57.

4Het subsidie uurtarief voor 2026 voor peuteropvang bedraagt € 12,47.

5De ve-locatiesubsidie voor 2026 bedraagt per ve locatie € 6.464,-

6De subsidie voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de ve bedraagt € 590,- per

ve-doelgroepkind (peildatum 1 februari van het subsidiejaar).

7Het college stelt jaarlijks de subsidie tarieven vast.

Artikel 6 Subsidieplafond

1De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting het subsidieplafond vast gebaseerd op de

specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en de beschikbare gemeentelijke

middelen voor voorschoolse voorzieningen (peuteropvang).

2De verdeling van de subsidie geschiedt, totdat het subsidieplafond is bereikt, in de volgende

volgorde:

a.Aanvragen voor (ve-)peuteropvanglocaties waarvoor in het jaar voorafgaand aan de

aanvraag gemeentelijke subsidie peuteropvang en/ of voorschoolse educatie is

verleend.

b.Aanvragen voor nieuwe (ve-)peuteropvanglocaties van houders die in het jaar

voorafgaand aan de aanvraag geen gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/of

voorschoolse educatie hebben ontvangen.

Artikel 7 Ouderbijdrage

1De houder brengt voor deelname van de peuter aan het ve-programma peuteropvang dan wel

aan de reguliere peuteropvang een ouderbijdrage in rekening bij de ouder/verzorger.

2De ouderbijdrage voor ve als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub a is inkomensafhankelijk tot aan het

fiscaal uurtarief en is beperkt tot 50% van de ve-uren per maand.

3De ouderbijdrage voor ve als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub b is gelijk aan het fiscaal uurtarief en is

beperkt tot 50% van de ve-uren per maand.

4De ouderbijdrage voor reguliere peuteropvang als bedoeld in artikel 3 lid 1 sub c is

inkomensafhankelijk tot aan het fiscaal uurtarief.

5De hoogte van de in lid 2 en 4 genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de

houder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar volgens de

Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk.

6Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage leveren de

ouders/verzorgers een inkomensverklaring van de Belastingdienst aan bij de houder en

ondertekenen een verklaring dat zij niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag zodat

de houder kan vaststellen dat de ouders/verzorgers geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Artikel 8 Aanvraag en vaststelling subsidie

1Indien- en behandeltermijnen:

a.De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor

subsidie wordt aangevraagd ingediend. Het college kan in individuele gevallen wegens

bijzondere omstandigheden een andere datum vaststellen. Bij een niet tijdige indiening

van de aanvraag kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen.

b.De aanvraag voor de subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 mei in het jaar volgend op het

subsidiejaar ingediend.

c.De beslistermijn is tien weken voor zowel de aanvraag voor de verlening als de aanvraag

voor de vaststelling van de subsidie.

2In afwijking van artikel 21, lid 1 sub b van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunnik

wordt de vaststelling van de subsidie berekend op basis van het werkelijke aantal in het

subsidiejaargecontracteerde (ve-)peuterplaatsen. Daaronder wordt verstaan het aantal

contracturen per werkelijk gecontracteerde (ve)peuterplaats, het gehanteerde subsidieuurtarief,

en de totaal in rekeninggebrachte ouderbijdragen op basis van het door de gemeente

aangeleverde registratieformulier.

3Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie levert de houder, naast het aantal

gecontracteerde (ve-)peuterplaatsen, een inhoudelijk jaarverslag over het subsidiejaar, waarin

beschreven is op welke wijze invulling is gegeven aan de ondersteuning aan (doelgroep)peuters,

hoe gewerkt is aan de kwaliteit van ve en de algehele uitvoering van ve inclusief de onder artikel

10genoemde verplichtingen. In het inhoudelijk jaarverslag is tevens beschreven op welke wijze

de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker in de ve heeft bijgedragen aan de

kwaliteitsverbetering van ve.

4In afwijking van artikel 21 van de Algemene subsidieverordening gemeente Bunnik wordt de

verantwoording altijd vergezeld van een accountantsverklaring, dit kan zijn een

beoordelingsverklaring of een controleverklaring, specifiek over de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 9 Aanvullende weigeringsgrond

Het college kan weigeren subsidie te verlenen indien door de toezichthouder één of meer

overtredingen zijn geconstateerd van de voorwaarden voor de wettelijke basiskwaliteit van

kindercentra en van voorschoolse educatie zoals opgenomen in de Wet kinderopvang en het Besluit

basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Artikel 10 Verplichtingen van gesubsidieerde kindercentra

1Het kindercentrum dient te voldoen aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van

kindercentra, gesteld bij of krachtens de wet.

2Het kindercentrum levert aan de gemeente per kwartaal gegevens aan over de bezette reguliere

peuterplaatsen in het kindercentrum, de ontvangen ouderbijdragen en het aantal deelnemende

peuters met het door de gemeente aangeleverde registratieformulier en bespreekt per kwartaal

de voortgang met de gemeente.

3Het kindercentrum stimuleert actief ouderbetrokkenheid zodat ouders/verzorgers gestimuleerd

worden om hun kind in de thuissituatie handreikingen te geven voor een goede taalontwikkeling.

4Het kindcentrum dient tevens te voldoen aan onderstaande verplichtingen inzake ve-peuters:

a.Het kindercentrum werkt mee aan een warme overdracht van doelgroeppeuters aan de

basisschool, ondersteund door het overdrachtsformulier;

b.Het kindercentrum stimuleert maximale deelname aan ve. Indien ouders/verzorgers

structureel geen gebruik maken van (delen van) het ve-aanbod, past het kindercentrum het

contract van de ouder/verzorger aan;

c.De groepen met doelgroeppeuters zijn zo veel mogelijk gemengd samengesteld, met nietdoelgroeppeuters en doelgroeppeuters. De houder spant zich in om doelgroepkinderen

veelvuldig in contact te laten komen met andere, taalrijke kinderen en laat middels het

jaarlijks, kwalitatief verslag zien hoe dit is gedaan;

d.Het kindercentrum is actief deelnemer aan door de gemeente geïnitieerde overleggen, zoals de vve-werkgroep;

e.Het kindercentrum houdt zich aan de resultaatafspraken ve en levert gegevens aan voor de monitoring daarvan;

f.Het kindercentrum levert aan de gemeente per kwartaal gegevens aan over de bezette vepeuterplaatsen in het kindercentrum, de ontvangen ouderbijdragen en het aantal

deelnemende ve-peuters met het door de gemeente aangeleverde registratieformulier en

bespreekt per kwartaal de voortgang van ve met de gemeente.

Artikel 11 Slotbepalingen

1Deze subsidieregeling treedt in werking op 1-1-2026.

2De Subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik geldend van 1 februari 2025 tot en met 31 december 2025 wordt ingetrokken.

3De subsidieregeling voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik geldend van 1 februari 2025 tot en met 31 december 2025 blijft van toepassing op subsidies verstrekt op grond van die subsidieregeling en op ontvankelijke aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze subsidieregeling.

4Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voorschoolse educatie en

peuteropvang gemeente Bunnik.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.