Aanhef
De raad van de gemeente Bunnik;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 mei 2022;
gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht
en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;
besluit vast te stellen de:
Procedureverordening nadeelcompensatie gemeente Bunnik
Artikel 1. Toepassingsbereik
Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.
Artikel 2. Heffen recht
1Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van
geheven van € 500,-.
2Het bedrag van de toegewezen schadevergoeding wordt vermeerderd met het geheven recht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 3. Aanvraag
1De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van het door het bestuursorgaan vastgesteld
formulier voor aanvragen nadeelcompensatie.
2In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:
a.Een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis
b.Een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade, het bedrag van de schade en de specificatie daarvan.
c.als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting
d.als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.
Artikel 4. Advisering
1Het bestuursorgaan wint advies in bij een adviescommissie of een adviseur, voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen.
2Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als:
a.de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
b.de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;
c.de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; of
d.de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,-.
3Het bestuursorgaan wijst een adviseur aan die aantoonbaar over voldoende deskundigheid beschikt om over een aanvraag om nadeelcompensatie te adviseren.
4Onder een adviseur wordt mede verstaan een ter zake kundig adviesbureau.
5Onder aanwijzing wordt mede verstaan een opdrachtverlening van het bestuursorgaan aan een adviseur om op een of meerdere aanvragen om nadeelcompensatie te adviseren.
Artikel 5 Adviescommissie
1Het bestuursorgaan kan een adviescommissie voor de besluitvorming op aanvragen om nadeelcompensatie instellen.
2Een adviescommissie bestaat uit een of meer door het bestuursorgaan benoemde deskundigen en een onafhankelijke voorzitter.
3De taken en werkwijze van de adviescommissie worden bij het instellingsbesluit als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bepaald.
Artikel 6. Procedure bij advies
1Ingeval advies wordt ingewonnen stelt het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden daarvan op de hoogte.
2Ingeval advies wordt ingewonnen draagt de adviseur, c.q. de adviescommissie zorg voor het houden van een hoorzitting met het bestuursorgaan en de belanghebbenden bij het besluit op de aanvraag om nadeelcompensatie, voordat het concept advies als bedoeld in het vierde lid van dit artikel wordt uitgebracht.
3Onder belanghebbenden worden naast de aanvrager om nadeelcompensatie voor zover van toepassing in elk geval verstaan:
a.degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet (schadevergoedingsovereenkomst) is gesloten;
b.de aanvrager van een besluit als bedoeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet of degene die de toegestane activiteit verricht, indien sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet.
4De adviseur, c.q. de adviescommissie zendt binnen acht weken na dagtekening van de opdracht een concept advies aan het bestuursorgaan, de aanvrager en overige belanghebbenden.
5Het bestuursorgaan, de aanvrager en de overige belanghebbenden kunnen binnen vier weken na de datum van toezending van het concept advies hun zienswijze indienen bij de adviseur, c.q. de adviescommissie.
6De adviseur, c.q. de adviescommissie brengt binnen zestien weken na dagtekening van de opdracht het definitieve advies, waarin de zienswijzen zijn betrokken, uit.
Artikel 7. Uitbetaling
Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen
schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.
Artikel 8. Slotbepalingen
1De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade, vastgesteld op 28 mei 2009, wordt ingetrokken.
2Deze verordening treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
3Op aanvragen om tegemoetkoming in planschade die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening blijven de bepalingen van de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade van toepassing.
4Deze verordening wordt aangehaald als: “Procedureverordening nadeelcompensatie gemeente Bunnik”.