Aanhef
Burgemeester en wethouders van Brummen hebben besloten om:
1De beleidsregels Jeugdhulp (INT14.4237, versie 3) vast te stellen als behorende bij de geactualiseerde Verordening Jeugdhulp gemeente Brummen 2017, die op 30 maart a.s. ter vaststelling voorligt bij de gemeenteraad en te bepalen dat de beleidsregels Jeugdhulp in werking treden op de dag na die van bekendmaking en terug werken tot en met 1 januari 2017.
2De bijlagen "Het familiegroepsplan", "Woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet", "Toegangscriteria", "Psychologische interventies" en "Gebruikelijke hulp" vast te stellen als bijlagen bij de beleidsregels Jeugdhulp.
1. Algemeen
1.1 Definities en begrippen
Alle definities die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de wet en de verordening.
1.2 Algemene inleiding
Voor u liggen de beleidsregels Jeugdhulp behorende bij de verordening Jeugdhulp gemeente Brummen.
De Verordening Jeugdhulp en deze Beleidsregels Jeugdhulp geven uitvoering aan de Jeugdwet. In de Jeugdwet wordt de verantwoordelijkheid van de gemeenten uitgebreid met de provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg, geestelijke gezondheidzorg voor kinderen en jongeren (jeugd-ggz), zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking (jeugd-lvb), ggz in het kader van het jeugdstrafrecht (forensische zorg), jeugdbescherming en jeugdreclassering.
Daarnaast wordt met deze wet een omslag gemaakt naar een stelsel met een voorzieningenplicht, waarvan de aard en omvang in beginsel door de gemeente worden bepaald (maatwerk). Het doel van het jeugdzorgstelsel blijft echter onverminderd overeind: jeugdigen en ouders krijgen waar nodig tijdig bij hun situatie passende hulp, met als beoogd doel ervoor te zorgen de eigen kracht van de jeugdige en het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin te versterken.
Met deze stelselwijziging streven we naar een grotere inzet op preventie, tijdige ondersteuning en het versterken van eigen kracht van jeugdigen en hun ouders. Door gemeenten verantwoordelijk te maken voor alle taken op het gebied van jeugdhulp, krijgen zij de mogelijkheid om een samenhangend stelsel te realiseren. Daarbij gelden in Brummen de volgende uitgangspunten:
•Preventie en vroege signalering van opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen.
•De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren door onder meer het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, buurten, scholen en voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen.
•Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders en de sociale omgeving, zodat de ouders zoveel mogelijk in staat worden gesteld om zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding te dragen.
•Het inschakelen, herstellen en versterken van het eigen probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en zijn sociale omgeving (eigen kracht).
•Ondersteuning zoveel mogelijk inzetten op lokaal niveau, zo dicht mogelijk bij het kind en gezin.
•Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit.
•Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt: één gezin, één plan, één regisseur.
•Transitie en transformatie vraagt om een forse cultuuromslag bij álle betrokkenen.
Brummen kiest ervoor om aan te sluiten bij de behoefte binnen de jeugdhulpsector om niet alles nodeloos dicht te regelen met protocollen. Aansluitend bij bovenstaande doelstellingen streven wij creatieve en innovatieve ideeën na voor hulp die aansluit bij de vraag van het gezin en daarvoor zijn beleidsregels die ‘lucht’ geven van belang.
Kernbegrippen zijn het leveren van zorg en ondersteuning op maat, uitgaan van te bereiken resultaten en eigen verantwoordelijkheid. Een belangrijk uitgangspunt bij de toeleiding en toegang is het centraal stellen van de hulpvraag van de inwoner. De aanpak is vervolgens oplossingsgericht.
Omdat maatwerk nodig is vindt een uitgebreid gesprek plaats ter verkenning van de mogelijkheden, waaronder ook de eigen.
In het beleidsplan Jeugdhulp, hetgeen bestaat uit een lokaal beleidsplan en een regionale uitvoeringsnota, is door het gemeentebestuur het te voeren beleid op het terrein van de zorg voor jeugd vastgesteld. In de Verordening Jeugdhulp Brummen 2015 staat opgenomen dat het college bij nadere regeling regels stelt met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. In deze beleidsregels wordt het proces van de toegang tot een individuele voorziening vastgelegd.
Jeugdigen en ouders hebben het recht op een zorgvuldige procedure. Een dergelijke procedure die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal tot een juist besluit moeten leiden; passende zorg en ondersteuning waar deze nodig is.
De verordening jeugdhulp legt veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door deskundigen in het Team voor Elkaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit de startsituatie betreft bij de inwerkingtreding van de wet. Aangezien het veel nieuwe taken betreft en de uitvoering nog in ontwikkeling is, kan het nodig zijn de beleidsregels op basis van opgedane ervaring aan te passen in de loop van de tijd. Dat is ook precies de reden om de beleidsregels een dergelijke flexibiliteit mee te geven: soms is een kleine snelle aanpassing vereist om optimale ondersteuning te kunnen blijven bieden aan inwoners van Brummen.
Het beleidsplan, de verordening en de beleidsregels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
In deze beleidsregels wordt verwezen naar de volgende documenten:
1Het familiegroepsplan
2Woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet
3Toegangscriteria
4Psychologische interventies
5Gebruikelijke hulp
4. Procedure jeugdhulp via Team voor Elkaar
4.1 toegang via deskundigen
Op grond van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet moeten gemeenten onder meer de voorwaarden voor toekenning van jeugdhulp regelen, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening. Het college is verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Het college is bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. In de praktijk zal het college de beslissing over het inzetten van jeugdhulp niet zelf uitvoeren, maar mandateren aan deskundigen. Deze deskundigen zijn werkzaam in het Team voor Elkaar.
Oplossingsgericht werken
Het Team voor Elkaar werkt oplossingsgericht en investeert in het probleemoplossend vermogen van inwoners die zich bij het team melden. Het team zoekt oplossingen zoveel mogelijk in de buurt, wijk, kern. De teamleden zoeken op creatieve manier mee naar antwoorden en oplossingen. Tevens werkt het team vraaggericht, integraal en vanuit de menselijke maat.
Oplossingsgericht werken is een zeer cliëntgecentreerde en doelgerichte manier van werken. Het is gericht op het benutten van de eigen kracht en hulpbronnen van de inwoner. Deze werkwijze zal besproken worden met de inwoner. Het teamlid gebruikt hierbij het leefringenmodel, zoals ook benoemd in het lokaal beleidsplan jeugdhulp gemeente Brummen (zie ook H. 4.2 van deze beleidsregels). Bij het bespreken van de behoeften en doelen van de inwoner gebruikt het team de zelfredzaamheidsmatrix als onderlegger. Deze zelfredzaamheidsmatrix is opgenomen in de werkprocessen van het team.
Woonplaatsbeginsel
In de Jeugdwet is uitgewerkt hoe het woonplaatsbeginsel dient te worden toegepast bij de inzet van deze voorzieningen. Hiermee wordt helderheid verschaft welke gemeente verantwoordelijk is voor de in te zetten hulp in bijzondere of onduidelijke gevallen. In bijlage 2 worden deze kaders per situatie verder beschreven en is tevens een stroomschema opgenomen ter bepaling van de verantwoordelijke gemeente.
Zoals eveneens in de toelichting op de verordening jeugdhulp is aangegeven hebben jeugdigen en ouders onder de Jeugdwet geen wettelijk recht op jeugdzorg en geen individuele aanspraken op jeugdzorg. Wel is er een voorzieningenplicht voor de gemeente en het daaruit voortvloeiende recht van jeugdigen en ouders op een zorgvuldige procedure. In deze beleidsregels wordt deze procedure nader omschreven.
4.2 Melding hulpvraag
-Iedere jeugdige of ouder die zijn woonplaats heeft in de gemeente kan zich rechtstreeks met een jeugdhulpvraag melden bij het Team voor Elkaar.
-Het Team voor Elkaar bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en neemt binnen 7 werkdagen contact op. Als het gaat om een vertrouwelijke melding die mede betrekking heeft op de relatie tussen de jeugdigen en een ander gezinslid kan het Team voor Elkaar afzien van een schriftelijke melding naar het woonadres als dit recht doet aan de privacy of veiligheid van de melder.
-In spoedeisende gevallen treft het Team voor Elkaar, namens het college, zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vragen zij een machtiging gesloten jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6 van de (jeugd)wet.
-Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening.
Toelichting
Het college is verantwoordelijk voor de inzet van de noodzakelijke voorzieningen op het gebied van jeugdhulp. Het college is bevoegd om de toegang tot jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. In onze gemeente is de beslissing over het inzetten van jeugdhulp gemandateerd aan deskundigen in het Team voor Elkaar. Zij zullen deze melding in ontvangst nemen.
De melding is het eerste contact van jeugdigen en ouders met het team om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp.
Het team dient te bekijken waar het gezag ligt; welke gemeente is verantwoordelijk voor de desbetreffende jeugdige. Ter bepaling hiervan hebben het Rijk en de VNG
6VNG: Vereniging van Nederlandse gemeenten
samen een stroomschema ontwikkeld voor gemeenten (zie bijlage 2 woonplaatsbeginsel). Door de stappen in het schema te volgen, wordt duidelijk welke gemeente verantwoordelijk is voor het bepalen en financieren van de benodigde jeugdhulp.
Het team zorgt dat de vraag van de inwoner zo duidelijk mogelijk is (ook wel vraagverheldering genoemd). Het team zal vervolgens waar mogelijk informatie of advies geven op basis waarvan de inwoner verder kan. Het zal dan over het algemeen gaan over relatief eenvoudige vragen. Het advies kan bestaan uit meedenken vanuit het leefringenmodel:
-wat kan de inwoner zelf, vanuit zijn of haar mogelijkheden en kwaliteiten en hoe kunnen deze mogelijkheden en kwaliteiten worden benut en versterkt
-welke mogelijkheden zijn er binnen het sociale netwerk van de inwoner en op welke wijze kunnen deze mogelijkheden worden benut en versterkt
-en hetzelfde voor organisaties, verenigingen, initiatieven, individuen en algemene voorzieningen
-en als laatste: welke aanvullende ondersteuning is nodig om te komen tot antwoorden of oplossingen.
De informatie kan bestaan uit het aanreiken van suggesties uit de sociale kaart van Brummen, waarin onder meer de organisaties, verenigingen, initiatieven, individuen en algemene voorzieningen zijn opgenomen.
De vraag van de inwoner kan ook bestaan uit een aanvraag voor toegang tot een individuele voorziening. Het team bespreekt de (achterliggende) vraag volgens bovenstaande stramien en gaat desgewenst een keukentafelgesprek aan (zie H. 4.5).
Jeugdigen en ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening ook schriftelijk indienen bij de gemeente (middels een aan te vragen formulier).
Het team toetst bij de inwoner of de aangedragen informatie en advies leiden tot beantwoording van de gestelde vraag. Als de informatie en advies niet (direct) leidt tot beantwoording van de vraag of het aandragen van oplossingen voor problemen, vindt een keukentafelgesprek plaats tussen de inwoner en het Team voor Elkaar. Het team registreert de vraag en de gegevens van de inwoner en/of zijn/haar vertegenwoordiger.
De huisarts, medisch specialist, jeugdarts of andere betrokken instanties kunnen jeugdigen en ouders ook rechtstreeks verwijzen naar zowel een individuele (zie artikel 3 Verordening Jeugdhulp) als een overige voorziening.
De overige voorzieningen zijn vrij toegankelijk, inwoners kunnen hier direct naartoe zonder meldingsprocedure.
4.3 Vooronderzoek
-Het Team voor Elkaar bepaalt de te hanteren woonplaats, met dien verstande dat bij de start van jeugdhulp of een maatregel altijd een bepaling wordt gedaan van het woonplaatsbeginsel volgens de landelijke richtlijnen.
-Het Team voor Elkaar verzamelt, in overleg met de jeugdige en/of de ouders, ten behoeve van het (keukentafel) gesprek alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie.
-Het Team voor Elkaar wijst de jeugdige en ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van cliëntondersteuning.
-Het Team voor Elkaar neemt binnen 7 werkdagen na aanmelding contact op en brengt de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.
-Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het Team voor Elkaar alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het Team voor Elkaar voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
-In overleg met de jeugdige of zijn ouders kan worden afgezien van een vooronderzoek.
Toelichting
Voor het onderzoek (naar aanleiding van de jeugdhulpvraag)worden relevante bekende gegevens in kaart gebracht, zodat cliënten niet worden belast met vragen over zaken die bij de gemeente al bekend zijn. Ook is een goede afstemming mogelijk met eventuele andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
De regels met betrekking tot de privacy van betrokkenen en gegevensuitwisseling die gelden op grond van de Jeugdwet en de Wet bescherming persoonsgegevens zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Indien gegevens nodig zijn waartoe het Team voor Elkaar geen toegang heeft in verband met de privacyregels, kan zij de jeugdige of zijn ouders vragen om toestemming om deze op te vragen of in te zien. Het vooronderzoek kan afhankelijk van de inhoud van de melding meer of minder uitgebreid zijn en omvat ook de uitnodiging voor het gesprek.
In het kader van de rechtmatigheid wordt in ieder geval de identiteit van de jeugdige of ouders vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Tevens kan worden beoordeeld of sprake is van een voorliggende voorziening en of het college op grond van artikel 1.2 van de wet al dan niet is gehouden om een voorziening op basis van deze wet te treffen.
Het Team voor Elkaar kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek. Als het team al een dossier heeft van de jeugdige of zijn ouders, en de jeugdige of zijn ouders geven toestemming om dit dossier te gebruiken, dan kan een vooronderzoek achterwege blijven. Een gesprek over de acute hulpvraag is dan in de regel nog wel nodig. Indien de hulpvraag ook al bekend is, en het bijvoorbeeld over een vervolgvraag gaat, dan kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders ook van het gesprek worden afgezien.
Het teamlid dat het eerste contact heeft met de inwoner, maakt zelf de inschatting of het gezien de aard van de vraag en eventuele eerdere contacten met de inwoner nodig is om:
-de voorbereiding en terugkoppeling van het gesprek met een collega met een specifieke deskundigheid door te nemen en/of in te brengen in een casusoverleg waaraan het team (kan) deelneemt;
-het gesprek samen met een collega te voeren;
-een collega met een specifieke deskundigheid te vragen het gesprek te voeren;
-externe deskundigheid te betrekken voorafgaand, tijdens en/of na afloop van het gesprek (bijvoorbeeld vanuit een expertpool).
Het teamlid informeert de inwoner dat hij zich kan laten bijstaan door iemand uit zijn of haar sociale netwerk of een kosteloze cliëntondersteuner, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is. De inwoner kan zelf ook verzoeken om een (onafhankelijke) cliëntondersteuner.
De gemeente heeft de taak om haar beleid zo vorm te geven dat het gericht is op het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen (artikel 2.1, onder g, van de wet).
Dat jeugdigen en ouders niet gedwongen kunnen worden om een familiegroepsplan op te stellen spreekt voor zich, uiteraard kan het Team voor Elkaar het – in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben – wel aanraden en stimuleren. Bovendien, ook als er geen familiegroepsplan wordt opgesteld, zullen bepaalde zaken die ter sprake kunnen komen tijdens het opstellen van een familiegroepsplan óók ter sprake komen tijdens het onderzoek (een gesprek tussen het Team voor Elkaar en de jeugdige of zijn ouders, zie H. 4.5). Dan gaat het bijvoorbeeld om het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden.
Het familiegroepsplan wordt getoetst door een professional in het Team voor Elkaar.
Het kan zijn dat het nodig is om enige vorm van ondersteuning te bieden bij het opstellen van een familiegroepsplan om hier effectief uitvoering aan te geven. Deze ondersteuning dient geboden te worden als de jeugdige of zijn ouders hier behoefte aan hebben. Uiteraard kunnen de jeugdige of zijn ouders niet gedwongen worden om ondersteuning te accepteren, maar kan het Team voor Elkaar het – in bepaalde gevallen waar dat meerwaarde zou kunnen hebben – ook hier wel aanraden en stimuleren. Welke vorm deze ondersteuning heeft, is aan het Team voor Elkaar, bovendien kan deze van geval tot geval verschillen (zie ook bijlage 1).
Het familiegroepsplan moet binnen redelijke termijn opgesteld worden. Een vaste termijn stellen is niet mogelijk, aangezien dit ook mede afhangt van de mate waarin en de vorm van eventuele geboden ondersteuning. Omdat het onderwerp zal zijn van het onderzoek, ligt het voor de hand dat het familiegroepsplan voorafgaand aan het begin van het onderzoek wordt opgesteld. Maar ook tijdens het onderzoek kan mogelijk nog de (gedeelde) wens ontstaan om de eigen kracht nader te onderzoeken en een familiegroepsplan op te stellen. Zo de situatie zich daarvoor leent, kan dan besloten worden hiermee aan de slag te gaan en het onderzoek daarna voort te zetten (zie ook bijlage 1 familiegroepsplan).
4.4 Het (keukentafel) gesprek
Als het Team voor Elkaar een vraag niet kan beantwoorden door middel van informatie en advies – ter beoordeling van de inwoner en/of verwijzer/signaleerder – vindt er een keukentafelgesprek plaats. Het gesprek vindt plaats bij de inwoner/gezin thuis, of als dat niet op prijs wordt gesteld op de locatie van het team, de vindplaats (bijv. school) of eventueel ander afgesproken locatie.
-Het Team voor Elkaar informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun
persoonsgegevens te verwerken.
-Het team onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders en mogelijk andere betrokkenen, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
a.de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en
gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;
b.het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
c.het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van denaaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
d.de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
e.de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overigevoorziening;
f.de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;
g.de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemdmet andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;
h.hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, delevensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en
i.de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van diekeuze.
-De deskundige kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.
-Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het team dat als eerste bij het onderzoek.
-De jeugdige en/of ouders stellen samen met het team een ondersteuningsplan
7Een ondersteuningsplan is een hulpverleningsplan zoals bedoeld in de Jeugdwet (art. 1.1). Waar in deze beleidsregels gezinsplan staat kan ook ondersteuningsplan of hulpverleningsplan worden gelezen. Een familiegroepsplan is een plan dat is opgesteld door de familie en hun sociale netwerk.
(gezinsplan) op.
-Het gezinsplan wordt opgesteld vanuit het kader: een gezin, een plan zoals genoemd in het lokaal beleidsplan jeugdhulp Brummen.
Toelichting
Voor gesprekken met het Team voor Elkaar mogen jeugdigen en ouders altijd iemand meenemen ter ondersteuning zoals een partner, familielid of vriend. Iemand die hen helpt de hulpvraag te formuleren. Iemand die denkt en handelt vanuit hun belang. Ook mogen zij ondersteuners van bijvoorbeeld steunpunten of cliëntorganisaties meevragen naar een gesprek met het Team voor Elkaar. Daarnaast kunnen jeugdigen en ouders gebruik maken van kosteloze en onafhankelijke cliëntondersteuning om bijgestaan te worden tijdens het gesprek. Het belang van de cliënt is daarbij het uitgangspunt. Dit kan via het Team voor Elkaar geregeld worden. Inwoners worden actief gewezen op de mogelijkheden voor cliëntondersteuning voordat de afspraak plaatsvindt.
In de onderdelen a tot en met i zijn de onderwerpen van het gesprek weergegeven. Het betreft uiteraard altijd maatwerk. Indien de jeugdige al bij de gemeente bekend is, zullen een aantal gespreksonderwerpen niet meer uitgediept hoeven te worden en zal bijvoorbeeld alleen kunnen worden gevraagd of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn. Komen een jeugdige of zijn ouders voor het eerst bij de gemeente, dan zal het gesprek dienen om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn situatie te krijgen.
In onderdeel c wordt de eigen kracht van jeugdigen en ouders voorop gesteld overeenkomstig het in de considerans van de wet [en de verordening] vermelde uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. Een te verstrekken voorziening kan ook juist nodig zijn om de mate van probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn ouders en die van de naaste omgeving te versterken.
Ten aanzien van de afstemmingsplicht in onderdeel g valt te denken aan een voorziening die een jeugdige ontvangt op grond van de Wlz of de Zvw en een voorziening op het gebied van passend onderwijs.
Bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp houdt het Team voor Elkaar redelijkerwijs rekening met de behoeften, persoonskenmerken, de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. Voor zover redelijkerwijs mogelijk, wordt de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp.
Uiteraard zal altijd het team moeten oordelen welke jeugdhulp zij nodig acht en in welke mate de jeugdige en zijn ouders, zo nodig met hulp uit de naaste omgeving, op eigen kracht bepaalde problemen (deels) kunnen oplossen. Een deugdelijk familiegroepsplan, al dan niet opgesteld met hulp van de gemeente, kan deze stap in het proces vergemakkelijken. Het team dient een familiegroepsplan als eerste te betrekken bij het onderzoek; het kan een deugdelijk familiegroepsplan niet zomaar naast zich neer leggen. Dit plan wordt getoetst door de professional in het Team voor Elkaar die toegang verleent.
Voor een zorgvuldig te nemen besluit is het van belang dat alle feiten en omstandigheden van de specifieke hulpvraag worden onderzocht. Daarbij is het van belang dat het onderzoek in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders wordt verricht. Voor een zorgvuldig onderzoek is veelal persoonlijk contact nodig om een totaalbeeld van de jeugdige en zijn ouders te krijgen. Het ligt daarom ook voor de hand dat tijdens een gesprek met de jeugdige en zijn ouders het een en ander wordt besproken. Of dit gesprek bij het Team voor Elkaar plaatsvindt, op school, bij de jeugdige of zijn ouders thuis, of bij een andere deskundige zal afhankelijk van de concrete situatie worden besloten. Indien nodig voor het onderzoek, kan ook sprake zijn van meerdere
(opeenvolgende) gesprekken.
Aangegeven is dat het gesprek zo spoedig mogelijk moet plaatsvinden. Het hangt af van de situatie hoe snel dat kan of moet plaatsvinden.
In het gesprek zou duidelijk moeten worden hoe ook de meest complexe individuele voorzieningen kunnen worden getroffen. De wetgever omkleedt de procedure om te komen tot een individuele voorziening met allerlei waarborgen rond een deskundige beoordeling. Het kan zelfs gaan om diagnostiek om voor een psychiatrische behandeling in aanmerking te komen of voor een verblijf in 24-uursopvang. Dat zijn zwaarwegende beslissingen waaraan professioneel onderzoek en afweging aan ten grondslag ligt.
4.5 Verslag
-Het Team voor Elkaar maakt van het gesprek een verslag. Het verslag wordt zo spoedigmogelijk na het gesprek aan de jeugdige en/of de ouders gestuurd, overhandigd, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen.
-Het gespreksverslag bevat afspraken over vervolgstappen in verband met de besproken jeugdhulpvraag. In deze vervolgstappen wordt in ieder geval aangegeven of de jeugdhulpvraag aanleiding geeft tot het opstellen van een gezinsplan.
-Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders worden aan het verslagtoegevoegd.
-Het verslag kan worden aangemerkt als gezinsplan, indien deze door de jeugdige en/of zijn ouders is ondertekend en dit expliciet is aangegeven.
Toelichting
Het verslag is in het belang van een zorgvuldige dossiervorming en een zorgvuldige procedure.
De invulling van deze verslagplicht is vormvrij. Hierbij is een voorbeeld genomen aan de praktijk van de Wmo. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wmo 2015 (Kamerstukken II 2013/14 33 841, nr.3) staat hierover dat het college een weergave van de uitkomsten van het
onderzoek verstrekt om de cliënt in staat te stellen een aanvraag te doen voor een maatwerkvoorziening. Dat moet in beginsel schriftelijk. Een goede weergave maakt het voor het team ‘Voor elkaar’ inzichtelijk om een juiste beslissing te nemen te nemen op een jeugdhulpvraag en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. Uiteraard zal de weergave van de uitkomsten van het onderzoek variëren met de uitkomsten van het onderzoek.
Zo zal de weergave van het onderzoek bijvoorbeeld heel beperkt kunnen zijn als de cliënt van mening is goed geholpen te zijn en de uitkomst is dat geen aanvraag van een maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Bij meer complexe onderzoeken zal uiteraard een uitgebreidere weergave noodzakelijk zijn.
Desgewenst kan het Team voor Elkaar de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek ook gebruiken als een met de cliënt overeengekomen gezinsplan waarin de gemaakte afspraken en de verplichtingen die daaruit voortvloeien, zijn vastgelegd. Het is in dat geval
passend dat het Team voor Elkaar en de cliënt dit plan ondertekenen.
Het later toevoegen van opmerkingen of het aanbrengen van wijzigingen of het herstellen van feitelijke onjuistheden is eveneens vormvrij.
4.6 Opstellen van het gezinsplan
Het gezin treedt op als penvoerder van het gezinsplan en stelt het plan op volgens het vaste sjabloon, tenzij het gezin en/of zijn/haar vertegenwoordiger te kennen geeft dit niet te willen en/of te kunnen. In dat geval treedt het team op als penvoerder en stelt zij samen met de jeugdige en/of de ouders een gezinsplan op. Daarnaast is er de mogelijkheid voor de jeugdige en zijn ouders om zelf een familiegroepsplan op te stellen.
-Het gezinsplan wordt opgesteld vanuit het kader: een gezin, een plan zoals genoemd in het Lokaal Beleidsplan Jeugd.
-Als er een familiegroepsplan is opgesteld, kan dit als ondersteuningsplan gaan gelden.
-In het gezinsplan wordt vermeld van welke vrij toegankelijke jeugdhulpvoorzieningen dejeugdige en/of de ouders gebruik gaan maken en/of voor welke individuele jeugdhulpvoorzieningen de jeugdige en/of de ouders een aanvraag indienen bij het Team voor Elkaar.
Toelichting
Het Team voor Elkaar zal stimuleren dat het ondersteuningsplan in eerste instantie zo veel mogelijk wordt opgesteld door het gezin (penvoerder). Een plan, waarin het gezin zelf de regie over hun eigen problemen en oplossingen in eigen hand krijgt, zal meer gedragen worden door het gezin en het sociale netwerk. Dit is de beste manier om de situatie te verbeteren en te zorgen voor een duurzame oplossing. Deze werkwijze sluit aan bij de doelstelling: het vergroten van de eigen en sociale kracht.
Indien het gezin te kennen geeft dit niet te willen en/of te kunnen wordt het gezinsplan samen met de jeugdige en/of de ouders en mogelijk andere betrokkenen opgesteld. In de praktijk kan dit betekenen dat het gespreksverslag dat in 4.6 wordt genoemd wordt omgebouwd tot een gezinsplan. Op het moment dat in het gesprek blijkt dat uitsluitend een enkelvoudige individuele voorziening nodig is (in termen van de overeenkomsten op het gebied van de voormalige AWBZ- en jeugdzorg: één bouwsteen), dan gaat het team direct over naar het organiseren van de inzet en wordt er geen gezinsplan opgesteld. Als er een mix van inzet nodig is (ook in de combinatie van een algemene voorziening en een individuele voorziening), dan wordt een gezinsplan opgesteld op basis waarvan een beschikking kan worden opgesteld.
Het gezinsplan wordt opgesteld aan de hand van de werkwijze één huishouden, één plan.
In het gezinsplan staan in de eerste plaats de afspraken over wat de jeugdige en/ of zijn ouders zelf gaan oppakken. Daarnaast wordt beschreven welke overige jeugdhulpvoorzieningen en welke individuele jeugdhulpvoorzieningen nodig zijn. Het gezinsplan beschrijft niet de wijze van invulling van de ondersteuning, van het ‘hoe’. i.c. de concrete werkafspraken. Dat is onderwerp van gesprek tussen de inwoner en degene die ondersteuning verleent, specifiek in het geval van individuele voorzieningen en wordt vastgelegd in bijvoorbeeld het uitvoeringsplan.
Het gezinsplan vormt de verbinding met ondersteuning uit andere voorzieningen bijvoorbeeld onderwijs, participatie en volwassenenzorg. Het gezinsplan is geen statisch document. Er kunnen afspraken aan toegevoegd worden, wanneer dat naar inzicht van de jeugdige en/of de ouders of het Team voor Elkaar van belang is. Bovendien kan het zijn dat als er meerdere vragen/problemen in een gezin zijn, deze niet allemaal tegelijkertijd worden opgepakt.
4.7 Aanvraag
-Jeugdigen en/of de ouders kunnen een aanvraag om een individuele jeugdhulpvoorzieningschriftelijk indienen bij het Team voor Elkaar.
-Het Team voor Elkaar kan een ondertekend verslag van het gesprek en, in voorkomendgeval het gezinsplan, aanmerken als aanvraag als de jeugdige of zijn ouders dat op het verslag hebben aangegeven.
-Uit de aanvraag blijkt welke ondersteuning wordt aangevraagd door de jeugdige en/of zijnouders en welk doel deze ondersteuning dient.
Toelichting
Een aanvraag is nodig om een verleningsbeschikking voor een individuele jeugdhulpvoorziening te verkrijgen.
In de Awb worden regels gegeven omtrent de aanvraag. Deze beleidsregels wijken daarvan niet af.
Op grond van artikel 4:1 van de Awb wordt een aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen (hier bij mandaat het Team voor Elkaar), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
Ter voorkoming van onnodige administratieve lasten is de mogelijkheid opgenomen om een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend verslag als aanvraag aan te merken.
4.8 Criteria voor een individuele voorziening
-Het Team voor Elkaar kent een individuele voorziening toe indien en voor zover in het onderzoek in ieder geval is vastgesteld dat:
a.een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
b.de jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naasteomgeving, geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, en
c.Er geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan nietgedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening of
d.Geen oplossing gevonden kan worden voor zijn hulpvraag door, al dan nietgedeeltelijk, gebruik te maken van andere voorzieningen
Bij het beoordelen hiervan hanteert het team de regionale toegangscriteria voor individuele voorzieningen jeugdhulp, zoals beschreven in de bijlage ‘toegangscriteria’.
-Het Team voor Elkaar kent eveneens een individuele jeugdhulpvoorziening toe voor zovermet betrekking tot de jeugdige een verwijzing is afgegeven via de huisarts, medisch specialist, jeugdarts en rechter of gecertificeerde instelling.
-Het Team voor Elkaar kent geen individuele voorziening toe voor psychologische interventies binnen de GGZ die niet voldoen aan de stand der wetenschap en praktijk, zoals opgesteld door het zorginstituut Nederland, conform de bijlage ‘psychologische interventies’.
Toelichting
In deze paragraaf wordt duidelijk gemaakt welke afwegingsfactoren het Team voor Elkaar hanteert bij toekenning van individuele jeugdhulpvoorzieningen. Hierbij is het voor het team van belang om goed te beoordelen: de mate van ‘eigen kracht’ en het al of niet gedeeltelijk gebruik kunnen maken van overige of andere voorzieningen.
We verwijzen naar het overzicht van het Zorginstituut Nederland, waarin wordt aangegeven welke psychologische interventies binnen de ggz wel en niet voldoen aan de stand der wetenschap en praktijk. Dit is een dynamische lijst, die meegaat met de ontwikkelingen in de wetenschap en praktijk. Deze lijst werd in 2014 gehanteerd als basis voor vergoeding van ggz uit de basiszorgverzekering. Het gaat dus om voortzetting van het huidige landelijke beleid op dit terrein.
4.9 Advisering
-In complexe situaties wordt er door het Team voor Elkaar advies gevraagd aan de expertpool,voordat een individuele jeugdhulpvoorziening wordt toegewezen door het team.
Toelichting
Het Team voor Elkaar kan extern advies inwinnen indien dat voor de beoordeling van een aanvraag of het opstellen van het gezinsplan nodig is; als dat de enige mogelijkheid is om een zorgvuldig onderzoek naar de aanvraag te doen, is het zelfs in zekere zin verplicht. Het is bij de adviesvraag van belang dat hierbij een heldere vraag of afgebakende opdracht wordt versterkt, zodat duidelijk is voor de inwoner en de adviseur welk aanvullend onderzoek nog nodig is.
In deze (regionale) expertpool zijn vertegenwoordigd: een kinder- en jeugdpsychiater, een kinderrevalidatiearts, verslavingsdeskundige, kinderarts en LVG-arts (LVG= licht verstandelijk gehandicapt).
4.10 Inhoud beschikking en beslistermijn
-In de beschikking tot verstrekking van een individuele maatwerkvoorziening wordt in iedergeval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens
aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
-Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder gevalvastgelegd:
a.welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;
b.wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
c.hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, en
d.welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
-Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
a.voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;
b.welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb.
c.wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
d.wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
e.de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Voor wat betreft de termijn om te beslissen op een aanvraag, geldt de regeling in de Awb onverkort. In artikel 4:13 van de Awb is bepaald dat een beschikking dient te worden gegeven binnen een redelijke termijn van acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, dient het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede te delen en daarbij een redelijk termijn te noemen
waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien (artikel 4:14, derde lid, van de Awb).
Deze termijnen zijn maximumtermijnen. Het streven is om zo spoedig mogelijk, de nodige zorgvuldigheid daarbij in acht nemend, een beschikking af te geven. Indien nodig kan na een melding binnen enkele dagen een individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt, in complexe situaties zal in de regel in het belang van een zorgvuldig onderzoek een langere termijn nodig zijn. Bijvoorbeeld, indien een langer durend diagnosetraject benodigd is, kan dit ook tot een wat langere afhandelingsduur van de aanvraag leiden.
Bijlage 1 Familiegroepsplan
Het familiegroepsplan
Bijlage 2 Toepassing woonplaatsbeginsel
Toepassing woonplaatsbeginsel
Bijlage 3 Toegangscriteria
Toegangscriteria
Bijlage 4 Psychologische interventies
Psychologische interventies
Bijlage 5 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp