Aanhef
De burgemeester van Breda,
Gelet op de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet;
BESLUIT:
Vast te stellen de navolgende beleidsregels ‘Aanpak voetbalvandalisme en overlast Breda 2017’:
1 Juridisch kader
Artikel 172a Gemeentewet
1Onverminderd artikel 172, derde lid, en hetgeen bij gemeentelijke verordening is bepaald omtrent de bevoegdheid van de burgemeester om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde, kan de burgemeester aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven:
a.zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente;
b.zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden, of
c.zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
2De burgemeester kan tevens een bevel geven aan een persoon aan wie door een private organisatie een sanctie is opgelegd, wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
3De burgemeester van een andere gemeente kan een burgemeester verzoeken om een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven, indien de burgemeester die het bevel geeft, de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de andere gemeente de openbare orde zal verstoren. Het verzoek bevat een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. De burgemeester zendt een afschrift van het bevel dat hij namens een andere burgemeester heeft gegeven, aan die burgemeester.
4Van een bevel zich te melden in een andere gemeente, wordt tijdig mededeling gedaan aan de burgemeester van die gemeente.
5Indien de officier van justitie een persoon als bedoeld in het eerste lid een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, geeft de burgemeester aan deze persoon niet een bevel als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, voor hetzelfde gebied.
6Het bevel geldt voor:
a.een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden, in welk geval het bevel ten hoogste driemaal kan worden verlengd met een door de burgemeester vast te stellen periode van telkens ten hoogste drie maanden, of
b.door de burgemeester vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden.
7Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene.
8De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden of geboden die voortvloeien uit het bevel, dan wel van een of meer onderdelen daarvan. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
9Indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven, wijzigt de burgemeester het bevel ten gunste van betrokkene. Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
Artikel 172b Gemeentewet
1De burgemeester kan aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zorg te dragen:
a.dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid; of
b.dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige als bedoeld in het derde lid.
2Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.
3De burgemeester kan voor de toepassing van het eerste lid ten hoogste twee andere meerderjarigen naast de persoon of personen die het gezag uitoefenen over een minderjarige aanwijzen ter begeleiding van de minderjarige.
4Artikel 172a, zevende, achtste en negende lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Opleggen maatregel
4.1 Wanneer wordt een maatregel opgelegd?
Indien een persoon voldoet aan de in de voornoemde voorwaarden kan de burgemeester een maatregel opleggen op basis van artikel 172a of 172b Gemeentewet. De maatregelen zijn herstelmaatregelen. De maatregel wordt genomen om herhaling van de openbare orde verstoringen te voorkomen. Dat zal in ieder geval zijn gedurende de periode dat de maatregel wordt opgelegd.
De burgemeester zal bij een openbare orde verstoring normaliter eerst gebruik maken van de reguliere bevoegdheden in de APV. Uitzondering daarop zijn situaties waarbij een zwaarder instrument als in de artikelen 172a en 172b Gemeentewet aangewezen is, te weten:
· situaties waarbij er zich een ernstige openbare orde verstoringen heeft voorgedaan die noodzaakt tot het direct opleggen van een maatregel als genoemd in artikel 172a Gemeentewet,
· situaties waarin de reguliere instrumenten geen effectief instrument bieden maar wel de bevoegdheden van artikel 172a of artikel 172b Gemeentewet ;
· situaties waarin een zwaarder regime noodzakelijk wordt geacht om de herstelmaatregel effectief te laten zoals als een persoon eerder een gebiedsverbod op basis van de artikelen 2.50 en 2.65 APV heeft overtreden.
A. Artikel 172a Gemeentewet (gebieds- of groepsverbod en/of meldplicht)
De burgemeester kan een maatregel op grond van artikel 172a Gemeentewet opleggen als:
1Blijkt dat een persoon in de 12 maanden voorafgaand aan een openbare orde verstoring al eerder de openbare orde heeft verstoord;
2Blijkt dat een persoon een ernstige openbare orde verstoring heeft gepleegd die zodanig ernstig en ingrijpend voor de openbare orde is dat dit het bevel rechtvaardigt om een herhaling te voorkomen.
B. Artikel 172b Gemeentewet (begeleiding 12-minner)
Wat betreft het opleggen van een gebiedsverbod op grond van artikel 172b Gemeentewet wordt de navolgende werkwijze gehanteerd:
1Een bevel wordt gegeven als een minderjarige binnen een termijn van 12 maanden minimaal driemaal groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord, en
2als een geïntegreerde persoonsgerichte aanpak van minder vergaande middelen en hulpverlening geen effect hebben gehad.
4.2 Voor welke duur wordt de maatregel opgelegd?
Het door de burgemeester gegeven bevel waarmee een maatregel artikel 172a of 172b Gemeentewet wordt opgelegd wordt in de regel opgelegd voor de duur van drie maanden. De ernst van de openbare orde verstoring dan wel de herhaling van de openbare orde verstorende gedraging rechtvaardigt het opleggen van een maatregel voor deze duur.
Een bevel op grond van artikel 172a Gemeentewet kan daarbij ten hoogste drie maal verlengd worden met een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden. Dit kan alleen indien na afloop van het bevel nog steeds aanwijsbare ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde bestaat. Een bevel mag inclusief verlengingen niet langer duren dan twaalf maanden. Een maatregel op grond van artikel 172b Gemeentewet kan niet worden verlengd.
Op basis van specifieke feiten of omstandigheden kan de burgemeester besluiten om een bevel toch voor een kortere duur op te leggen dan in de beleidsregel. Indien de burgemeester daartoe besluit motiveert hij dit. Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene.
Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.
4.3 Voor welk gebied wordt de maatregel opgelegd?
Een gebiedsverbod of groepsverbod wordt in beginsel opgelegd voor het gebied waar de overlast heeft plaatsgevonden. Dit is meestal ook het gebied waar zich de kans op herhaling voor zal doen en volgt uit de plaats (en tijdstippen) van de eerder gepleegde orde verstoringen. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. Voetbal gerelateerde ordeverstoringen kunnen zich ook bijvoorbeeld voordoen in het centrum, terwijl de kans op herhaling van de orde verstoring dan niet alleen in het centrum maar ook rondom het stadion kan voordoen. In dergelijke gevallen wordt in het bevel gemotiveerd waarom een bepaald gebied is aangewezen. Wat betreft bepaalde gebieden kan aansluiting worden gezocht bij de beleidsregels ‘Gebiedsverboden Breda 2017’ (uitgaanscentrum en gebied VAST) en de beleidsregels ‘stadionomgevingsverboden Breda 2015’.
Wat betreft een gebiedsverbod mag dit betrokkene niet beperken in de uitoefening van zijn godsdienst of levensovertuiging, tenzij bijzondere omstandigheden dat noodzakelijk maken. Ook de mogelijkheid om naar school te gaan of in het levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien mag niet worden beperkt. Indien een betrokkene een dergelijk zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt het gebied zo aangepast dat de desbetreffende persoon een aanlooproute heeft. Of iemand een zwaarwegend belang heeft zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Het zal in het algemeen dus gaan om belangen in de persoonlijke sfeer zoals wonen, werken, bezoek aan een huisarts, advocaat, hulpverleningsinstantie of kerk.
4.4 Voor welke dagen en tijden geldt de maatregel?
De burgemeester kan de maatregelen 172a Gemeentewet opleggen voor alle dagen gedurende de aangegeven periode waarvoor de maatregel geldt. Dus voor een aaneengesloten periode. De burgemeester kan de maatregel op deze dagen beperken in tijd. Het opleggen van een maatregel voor zo’n aaneengesloten periode is effectief waar het gaat om het bestrijden van ernstige overlast met een min of meer continu karakter, zoals wijkoverlast.
Er zijn echter ook situaties waarbij de ernstige overlast niet een continu karakter heeft maar een meer periodiek terugkerend karakter kan hebben. Een voorbeeld is bij voetbalwedstrijden. De maatregel op grond van artikel 172a Gemeentewet kan daarom ook worden opgelegd voor door de burgemeester vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste twee jaar. Deze optie maakt het voor de burgemeester mogelijk de maatregel effectiever in te zetten bij voorbeeld voetbalcriminaliteit (op wedstrijddagen) of evenementen (op evenementdagen).
De bevelen op grond van artikel 172b Gemeentewet worden alleen opgelegd voor een aaneengesloten periode.
De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden of geboden die voortvloeien uit het bevel 172a of 172b Gemeentewet, dan wel van een of meer onderdelen daarvan. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden