Aanhef
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders,
overwegende dat,
•het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent de bestuursrechtelijke aanpak van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen binnen de gemeente Blaricum, al dan niet aanvullend op eventuele strafrechtelijke handhaving;
•de burgemeester verantwoordelijk is voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente Blaricum;
•de burgemeester, met het oog op de openbare orde en veiligheid, bevoegd is overtredingen van wettelijke voorschriften te beletten;
•het college op grond van het bepaalde in de Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2025 bevoegd is om handhavend op te treden tegen illegale handel in – en opslag van consumentenvuurwerk; omdat:
•de aanwezigheid van illegaal vuurwerk in panden of op erven en terreinen, zonder benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik, gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;
•de afgelopen jaren diverse malen illegaal vuurwerk is aangetroffen in panden;
•het integraal voorkomen van (verdere) vuurwerkoverlast en overtredingen wenselijk is.
•het integraal voorkomen van (verdere) handel in (illegaal) vuurwerk wenselijk is.
gelet op:
•de artikelen 1:3 vierde lid, 4:81 eerste lid en 4:83 vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
•het Vuurwerkbesluit;
•de Omgevingswet, in het bijzonder de artikelen 1.6, 4.3, 4.21 en 5.1;
•het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), in het bijzonder de artikelen 6.1 t/m 6.4;
•het Besluit activiteiten leefomgeving, in het bijzonder artikel 3.31;
•de Woningwet, in het bijzonder artikel 17;
•artikel 174abc Gemeentewet;
•voorschriften van het omgevingsplan binnen de gemeente Blaricum;
•artikel 2.1 van de Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2025
•artikel 2.72 van de Algemene plaatselijke verordening Blaricum 2025
besluiten: vast te stellen de beleidsregel ‘Bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Blaricum 2025’
Inleiding
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Begrippen en definities
In het kader van deze beleidsregel en bijlagen wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:
•Vuurwerk: pyrotechnische artikelen voor vermaak;
•Pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat, die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook, dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van een zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;
•Vuurwerkbesluit: het vigerende vuurwerkbesluit;
•Consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F1 en F2 en dat bij of krachtens het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
•Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld Categorie F3 of F4 van het Vuurwerkbesluit, alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 van het Vuurwerkbesluit, en dat bij of krachtens dat besluit niet is aangewezen als vuurwerk, dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, alsmede een door de Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp, dan wel een stof of preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat of dat voorwerp of dat onderdeel van dat voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen;
•Theatervuurwerk: met het oog op de opslag daarvan door de Minister aangewezen pyrotechnische artikelen, ingedeeld in Categorie T1 of Categorie T2;
•Categorie F1, F2, F3, F4: categorie-indeling van consumenten- en professioneel vuurwerk zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;
•Categorie F1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar oplevert en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik buitenshuis;
•Categorie F2: vuurwerk dat weinig gevaar en een laag geluidsniveau oplevert en bestemd is voor buitenshuis in een afgebakende plaats;
•Categorie F3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;
•Categorie F4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitende bestemd is voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis en waarvan het geluidsniveau niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid;
•Categorie T1, T2: categorie-indeling van theatervuurwerk, zoals bedoeld in artikel 1A.1.3 van het Vuurwerkbesluit;
•Categorie T1: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik met gering gevaar;
•Categorie T2: pyrotechnische artikelen voor podiumgebruik, die uitsluitend zijn bestemd om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gebruikt;
•Categorie P1/P2: categorie-indeling van overige pyrotechnische artikelen, zoals bedoeld in artikel 7 , derde lid Regeling overige pyrotechnische artikelen;
•Categorie P1: pyrotechnische artikelen die weinig gevaar opleveren;
•Categorie P2: pyrotechnische artikelen die uitsluitende bedoeld zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruik.
•Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;
•Handreiking bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk: een door het functioneel parket van de Politie en het Openbaar Ministerie op 14 augustus 2020 opgestelde handreiking voor de gezamenlijke bestuursrechtelijke aanpak van illegaal vuurwerk;
•Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten: aanwijzing op grond van artikel 130 Wet RO, opgesteld door het College van procureurs-generaal, Versie 2020R001 of latere versies;
•Regeling aanwijzing consumenten en theatervuurwerk: regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juli 2010, nr. BJZ2010018765, tot aanwijzing van consumenten- en theatervuurwerk;
•Lijsten: indeling van soorten vuurwerk in lijsten, zoals vermeld in de Richtlijn Strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij deze lijsten een indeling bevatten in de algemene gevaarzetting, die van dat vuurwerk uitgaat, onafhankelijk van de omstandigheden waaronder het vuurwerk is aangetroffen;
•Lijst I: in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk, zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumenten en theatervuurwerk, dat is ingedeeld in Categorie F1 en F2 siervuurwerk;
•Lijst II: professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in Categorie F2 en F3 van het
•Vuurwerkbesluit en niet is aangewezen als consumentenvuurwerk in de Regeling aanwijzing consumenten en theatervuurwerk, alsmede rookbommen in de Categorie T1 en T2 van het Vuurwerkbesluit en handfakkels:
•Lijst III: professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in Categorie F4 van het Vuurwerkbesluit of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F1, F2, F3 Categorie van het Vuurwerkbesluit en daarnaast vuurwerk in categorie P1/P2 met uitzondering van handfakkels;
•Lijst IV: geïmproviseerd vuurwerk, te weten zelfgemaakt vuurwerk of vuurwerk waaraan geknutseld is;
•Locatie: een pand, lokaal, bouwwerk en/of open erf of terrein of anderszins besloten ruimte(n)/gebied;
•Woning: een voor bewoning bestemd gebouw;gebruik
•Lokaal: een voor het publiek toegankelijk gebouw of een niet voor het publiek toegankelijk gebouw.
•Voertuig: een rijdend object dat zich anders dan langs spoorstaven over de grond voortbeweegt
Paragraaf 2: Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
Artikel 2: Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
1Bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op een locatie, woning of persoon kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;
2Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere last onder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten;
3Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 en 2 weergegeven handhavingsmatrixen en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;
4De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;
5De in de handhavingsmatrixen gebruikte criteria zijn slechts een richtlijn. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte of sluitingstermijn aangepast worden, als verzwarende of verzachtende omstandigheden dit rechtvaardigen;
6Bij de toepassing van in deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
Tabel 1: Lijst I betreffende in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk
Hoeveelheid vuurwerk
1eovertreding
1eherhaling
2eherhaling
3eherhaling
26-50 kg
Oplegging dwangsom van €3.000,00 per overtreding met een maximum van € 6.000,00
Verbeuring eerste dwangsom van €3.000,00
Verbeuring 2e dwangsom van € 6.000,00 of
Bij verzwarende omstandigheden:
woningsluiting 1 week
Woningsluiting 3 weken
51-100 kg
Oplegging dwangsom van €3.500,00 bij per overtreding met een maximum van €7.000,00
Verbeuring 1e dwangsom van € 3.500,00
Verbeuring 2e dwangsom van € 7.000,00
Of
Bij verzwarende omstandigheden:
woningsluiting 1,5 week
Woningsluiting 4,5 weken
> 100 kg
Oplegging dwangsom van €3.750,00 per overtreding met een maximum van €7.500,00
Verbeuring 1e dwangsom van € 3750,00
Verbeuring 2e dwangsom €
7.500 Of
Bij verzwarende omstandigheden:
woningsluiting 2 weken
Woningsluiting 6 weken
Tabel 2: Lijst II professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 of F3 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RACT en daarnaast rookbommen T1/T2 en handfakkels
Hoeveelheid vuurwerk
1eovertreding
1eherhaling
2eherhaling
3eherhaling
< 50 kg
< 50 stuks
Oplegging dwangsom van € 4.250 per overtreding met een maximum van € 8.000
Verbeuring 1e dwangsom € 4.250
Verbeuring 2e dwangsom € 8.000
Of
Bij verzwarende omstandigheden: woningsluiting 3,5 weken
Woningsluiting 6 weken
51– 100 kg
51– 100 stuks
Oplegging dwangsom van €5.000 per overtreding met een maximum van € 9.000
Verbeuring 1e dwangsom van € 5.000
Verbeuring 2e dwangsom € 9.000
Of
Bij verzwarende omstandigheden: woningsluiting, 5 weken
Woningsluiting 9 weken
> 100 kg
> 100 stuks
Oplegging dwangsom van €6.000 met een maximum van € 10.000
Verbeuring 1e dwangsom van € 6.000
Verbeuring 2e dwangsom €10.000
Of
Bij verzwarende omstandigheden: woningsluiting 6 weken
Sluiting locatie 12 weken
Tabel 3: Lijst III professioneel vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie (categorie F1, F2, F3) en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels
Hoeveelheid vuurwerk
1eovertreding
1eherhaling
2eherhaling
3eherhaling
< 100 stuks
< 100 kg
Oplegging dwangsom van € 5.500 met een maximum van € 11.000
Verbeuring 1e dwangsom van € 5.500
Verbeuring 2e dwangsom € 11.000
Of
Bij verzwarende omstandigheden: woningsluiting 6 weken
Sluiting locatie 12 weken
> 100 stuks
> 100 kg
Oplegging dwangsom van € 6.500met een maximum van € 12.000
Verbeuring 1e en dwangsom van € 6.500
Verbeuring 2e dwangsom € 12.000
Of
Bij verzwarende omstandigheden: woningsluiting 8 weken
Sluiting locatie 16 weken
Lijst IV geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of is aangepast)
Zelfgemaakt vuurwerk is een categorie vuurwerk die niet in een bestaande matrix is opgenomen. Dit type vuurwerk is zeer onberekenbaar en de gevolgen van (onbedoelde) ontsteking zijn niet te voorzien. Daarom wordt gehandeld op basis van de beschikbare informatie die door experts van de politie wordt aangeleverd. De mate waarin de leefbaarheid wordt bedreigd en/of gevaar voor de gezondheid en veiligheid ontstaat, bepaalt de zwaarte van de te nemen maatregel.
Voor deze categorie geldt eveneens de herhaaldelijkheidseis. Dit betekent dat bij een eerste constatering, afhankelijk van de hoeveelheid, wordt volstaan met een last onder dwangsom. Indien er echter ernstige vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde, kan direct worden overgegaan tot sluiting.
Artikel 3: Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
1De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel de maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.
2In afwijking van lid 1 kan het college van burgemeester en wethouders in genoemde situatie een lagere lijst toepassen indien:
a.de aangetroffen hoeveelheden/aantallen van een lagere lijst aanzienlijk hoger zijn/ dan de hoeveelheden/aantallen van die hogere lijst én;
b.de totale hoeveelheden/aantallen van alle aangetroffen vuurwerksoorten bij elkaar opgeteld, gelet op de gezamenlijke gevaarzetting van al deze vuurwerksoorten bij elkaar, toepassing van een lagere lijst niet verhinderen.
Artikel 4: Verzwarende omstandigheden
Er kunnen zich situaties voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat enkel een last onder dwangsom niet afdoende is en dat om die reden direct overgegaan wordt tot het opleggen van een hogere dwangsom of, in geval van recidive, tot een (langere) sluiting. Dit kunnen de volgende situaties zijn:
1Als de overtreder volgens de door de politie verstrekte gegevens, voorafgaand aan de eerste ontdekking op huidige locatie, eerdere strafrechtelijke vuurwerkovertredingen of vuurwerk gerelateerde overtredingen elders heeft begaan, waardoor de kans op herhaling op de huidige locatie groter is. In geval van verzwarende omstandigheden kan de hoogte van de dwangsom met maximaal 50% worden verhoogd, alsmede de sluitingstermijn worden verlengd;
2Het vuurwerk ligt in een ruimte opgeslagen of wordt verwerkt binnen een veiligheidsafstand van een beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen, zoals bepaald in bijlage 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
3Het vuurwerk wordt aangetroffen in een pand of woning waarin ook soft- en/of harddrugs in de zin van de Opiumwet of illegale wapens of munitie wordt aangetroffen ingevolge de Wet Wapens en Munitie.
4Illegale handel in vuurwerk waarbij ernstig vermoeden is van loop naar de locatie.
5Andere omstandigheden of strafbare feiten die kunnen zorgen voor gevaarlijkere of meer bezwaarlijke situatie.
Artikel 5: Verzachtende omstandigheden
1Andersom kan bij toepassing van de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders ook sprake zijn van verzachtende omstandigheden. In dergelijke gevallen kan ten gunste van de overtreder worden afgeweken van de maatregelen die in de handhavingsmatrixen zijn opgenomen.
2Van verzachtende omstandigheden is in ieder geval sprake wanneer de vuurwerkovertreding door een minderjarige is gepleegd. Afhankelijk van diens rol kan in dat geval tevens aan de ouders of verzorgers een bestuursrechtelijke maatregel worden opgelegd.
Artikel 6: Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet
1Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen;
2Onder calamiteiten vallen in ieder geval niet:
a.Voorafgaand aan de sluiting al voorzienbare feiten en omstandigheden;
b.Het rondleiden van geïnteresseerde kopers/huurders (met uitzondering van verzekeringsmedewerkers).
3Het schriftelijke verzoek bevat tenminste;
a.De reden en noodzaak voor tijdelijke opheffing;
b.De gewenste aanvangsdatum en – tijdstip;
c.De einddatum en -tijdstip;
d.Een overzicht van de te verrichten activiteiten/werkzaamheden;
e.De namen van de toe te laten personen, inclusief functie en organisatie;
4Indien voorzienbaar na sluiting, wordt het onder lid 1 en 3 genoemde verzoek tenminste een week voordat de tijdelijke schorsing noodzakelijk is, schriftelijk ingediend;
5In de uitzonderlijke situatie dat een schriftelijk verzoek niet kan worden afgewacht vanwege spoedeisendheid, geeft de betrokkene de onder lid 3 genoemde noodzakelijke gegevens telefonisch of per e-mail door aan de gemeente;
6Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt tijdelijk de verzegeling verwijderd door de gemeente gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;
7Uitzonderingen en noodzaak daartoe daargelaten, stemt het college van burgemeester en wethouders gedurende de sluitingstermijn slechts éénmalig in met een tijdelijke opheffing van de sluiting.
Artikel 7: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet
1Een betrokkene van een locatie kan gedurende de eerste sluiting van een locatie, een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot matiging van de sluitingstermijn indienen bij het college van burgemeester en wethouders;
2Het verzoek moet bestaan uit een plan van aanpak en motivering hoe de betrokkene zal voorkomen dat er opnieuw sprake is van illegaal vuurwerk op deze locatie;
3Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 2, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen;
4Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt de sluitingstermijn verminderd tot maximaal 1/3 van de opgelegde termijn.
Paragraaf 3: Handhavingsmaatregelen door de burgemeester
Artikel 8: Sluitingsmaatregel in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 174a Gemeentewet
1Wanneer er door de aanwezigheid van illegaal vuurwerk op een locatie, naast de algemene gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de directe omgeving die uitgaat van die aanwezigheid, aanvullend ook sprake is van (ernstige vrees voor herhaling) van verstoring van de openbare orde door eerdere gedragingen in die woning of het lokaal of op het erf van de locatie, dan kan de burgemeester in het uiterste geval de locatie tijdelijk sluiten;
2Een eerder geconstateerde vuurwerkovertreding op een locatie is hier, in tegenstelling tot de sluitingsbevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders niet noodzakelijk. In plaats daarvan staat centraal of er ernstige vrees is voor herhaling van openbare orde verstorende feiten die zich opnieuw voor kunnen doen of zich voort kunnen zetten, als niet ingegrepen wordt;
3Bij de sluiting hanteert de burgemeester de sluitingstermijnen, zoals weergegeven in tabel 6 van deze beleidsregel;
4Er is sprake van een (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, indien naast de geconstateerde vuurwerkovertredingen, op basis van door de politie aangeleverde gegevens, sprake is van één of meer van de volgende ernstige feiten of omstandigheden :
a.Ernstige (dreiging van) vernielingen als gevolg van misbruik van vuurwerk, brandstichting of anderszins in de direct omgeving van het pand of erf;
b.Ernstige (dreiging van) bedreigingen of feitelijk toegepast geweld door middel van inzet van vuurwerk of anderszins, door de betrokkene (eigenaar /bewoner /rechthebbende /huurder etc.) van het pand of erf;
c.Grootschalige illegale handel in vuurwerk vanuit het pand of vanaf het erf met vastgestelde verkeersbewegingen van en naar het pand door klanten. De loop moet dan uit de locatie worden genomen, zodat duidelijk is dat daar geen illegaal vuurwerk verkocht wordt, of andere criminele activiteiten plaatsvinden;
d.Aanwezigheid van verboden wapens of andere overtredingen van de Wet wapens en munitie;
e.Aanwezigheid van verboden middelen en stoffen of verboden voorbereidingshandelingen, zoals bedoeld in artikel 13, lid 1 onder a en b Opiumwet (mogelijk treft de burgemeester in dat geval een bestuurlijke maatregel op basis van het Damoclesbeleid);
f.De aanwezigheid van onverklaarbaar grote hoeveelheden cashgeld, die kunnen duiden op handel of criminele activiteiten;
g.Andere ernstige feiten of omstandigheden, waaruit blijkt dat er gerechtvaardigde vrees is voor (herhaalde) ernstige verstoring van de openbare orde;
5Indien er niet sprake is van 1 van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden, dan maakt de burgemeester geen gebruik van de sluitingsbevoegdheid van artikel 174abc Gemeentewet. In dat geval past het college van burgemeester en wethouders één van de in artikel 2 t/m 7 genoemde herstelmaatregelen toe;
6Indien er volgens de politiegegevens wel 1 of meer van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden zijn aangetroffen, dan past de burgemeester artikel 174abc Gemeentewet met voorrang op de collegebevoegdheden, zoals genoemd in paragraaf 1 van deze beleidsregel, toe;
7Bij de toepassing van de in tabel 5 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt de burgemeester omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van te voren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
8De in tabel 5 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, kunnen eenmalig met 4 weken worden verlengd als meerdere feiten en omstandigheden, zoals bedoeld lid 4 van dit artikel, gelijktijdig aanwezig zijn vastgesteld. De burgemeester motiveert dat in de besluitvorming.
Artikel 9: Opleggen gebiedsverbod en/of meldplicht in verband met verstoring openbare orde in de zin van artikel 172a Gemeentewet
9De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht door middel van (illegaal) vuurwerk een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 120 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
10De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen, goederen of vuurwerk een meldplicht opleggen op een door de burgemeester te bepalen punt en tijdstip.
11Met het oog op de in het negende lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
12De burgemeester beperkt het krachtens het opgelegde verbod, als hij/zij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
13Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod of meldplicht op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
14Een gebiedsontzegging moet worden gezien als een ultimum remedium. Voorafgaande aan de gebiedsontzegging moeten strafbare feiten zijn gepleegd, die betrekking hebben op de openbare orde. De gebiedsontzegging wordt opgelegd ter voorkoming van overlast in de toekomst en niet als straf. De juridische kaders waarbinnen een gebiedsontzegging mogelijk is zijn het beginsel van proportionaliteit (de gebiedsontzegging staat in verhouding tot de ernst of mate van verstoring van de openbare orde) en subsidiariteit (de ontzegging is afgewogen tegen andere mogelijke maatregelen).
Tabel 5: Duur van de gebiedsontzegging
In het volgende overzicht wordt de duur van de gebiedsontzegging aangegeven.
-1e constatering
48uur
-2e constatering binnen 12 maanden na de 1e constatering
72uur
-3e constatering binnen 12 maanden na de 2e constatering
1week
-4e constatering binnen 12 maanden na de 3e constatering
2weken
-5e constatering binnen 12 maanden na de 4e constatering
4weken
-6e constatering binnen 12 maanden na de 5e constatering
6weken
-7e constatering binnen 12 maanden na de 6e constatering en daarna volgende constateringen binnen 12 maanden 8 weken
8weken
Tabel 6: Sluitingstermijnen bij toepassing bevoegdheid ex artikel 174a Gemeentewet
Lijst I + openbare orde aspecten
Sluiting locatie voor 6 weken
Lijst II + openbare orde aspecten
Sluiting locatie voor 12 weken
Lijst III + openbare orde aspecten
Sluiting locatie voor 18 weken
Lijst IV + openbare orde aspecten
Sluiting locatie voor 24 weken
Artikel 10: Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
1De burgemeester kan op verzoek van een bij de gesloten locatie betrokkene op basis van de in artikel 6 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden besluiten om tijdelijk de sluiting op te heffen.
Artikel 11: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
1De burgemeester kan op verzoek van een noch bij de vuurwerkovertreding noch bij de verstoring van de openbare orde betrokken verhuurder van de locatie op basis van de in artikel 7 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden, besluiten de sluitingsperiode te matigen tot maximaal 1/3 van de toegepaste sluitingstermijn;
2Aanvullende voorwaarde is wel dat de verhuurder, naast het voorkomen van herhaling van illegale vuurwerkovertredingen, ook voldoende aantoont hoe verdere verstoringen van de openbare orde in de toekomst worden voorkomen;
3De burgemeester kan gedurende een uitgevoerde sluiting in specifieke gevallen altijd ambtshalve de sluitingsmaatregel alsnog matigen of opheffen, indien daar concrete aanleiding voor is volgens verkregen aanvullende gegevens.
Artikel 12: Afwijkingsbevoegdheid
1De in deze beleidsregel uitgewerkte bevoegdheidstoepassingen gelden als uitgangspunt, waarvan de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders in bijzondere situaties altijd kan afwijken. Dat betekent concreet dat de burgemeester en het college afzonderlijk bevoegd zijn om op grond van de concrete feiten en omstandigheden van het geval van deze beleidsregels af te wijken, zowel in het voordeel als in het nadeel van betrokkene. Dit wordt altijd per situatie beoordeeld (maatwerk) en gemotiveerd. In beginsel wordt overeenkomstig de beleidsregel beslist.
Artikel 13: Citeertitel en inwerkingtreding
1Deze beleidsregels worden aangehaald als “Bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Blaricum”.
2Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.