Aanhef
De raad van de gemeente Beverwijk;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 oktober 2025, documentkenmerk D-157092;
gehoord de raadscommissie;
gelet op;
•Gemeentewet artikel 156 eerste en tweede lid aanhef en onderdeel h, 216, 220 tot en met 220h, 221, 224, 225, 228, 228a, 229, 234, 255.
•Parkeerverordening 2013 (2012/44466).
•Paspoortwet artikelen 2, tweede lid en 7.
•Artikel 13.1a van de Omgevingswet.
•Wet milieubeheer, artikel 15.33.
•Invorderingswet 1990.
•Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
•Cocensus Leidraad Invordering 2020.
•Begroting gemeente Beverwijk 2026-2029.
besluit:
Vast te stellen:
1Verordening afvalstoffenheffing 2026 (D-150055);
2Verordening binnenhavengelden 2026 (D-150056);
3Legesverordening 2026 (D-150058);
4Verordening marktgelden 2026 (D-150059);
5Verordening parkeerbelastingen 2026 (D-150060)
6Verordening precariobelasting 2026 (D-150061);
7Verordening rioolheffing 2026 (D-150063);
8Verordening toeristenbelasting 2026 (D-150064);
9Verordening zeehavengelden 2026 (D-150065);
10Besluit kwijtscheldingsregels 2026 (D-150066).
Artikel 1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
b.mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
c.verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
d.vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een jaar hebben van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd, voor het gebruik door de huurders voor toeristische of recreatieve doeleinden gedurende de totale huurperiode;
e.vaste seizoensplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten, voor het gebruik door de huurders voor toeristische of recreatieve doeleinden gedurende de totale huurperiode;
f.seizoensplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen wordt verwijderd, voor het gebruik door de huurders voor toeristische of recreatieve doeleinden gedurende de totale huurperiode;
g.vaste of seizoensplaats niet-recreatief gebruik: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een jaar of het seizoen hebben van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan die wordt ingezet ter huisvesting van arbeidsmigranten, woningzoekenden etc, waarbij geen sprake is van recreatief gebruik;
h.toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;
i.verhuureenheden: vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens of verhuurde ruimten die door de eigenaar of exploitant worden verhuurd voor perioden korter dan een maand aan steeds wisselende personen;
j.kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie;
k.stacaravans: caravans die op een seizoens-, vaste seizoens- of jaarplaats op een kampeerterrein zijn neergezet om voor langere tijd als verblijfsplaats te dienen en die bestemd zijn voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
l.strandhuisjes: bouwwerken op het Noordzeestrand, niet zijnde commercieel geëxploiteerde ruimten, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en recreatieve doeleinden.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Artikel 3 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten, dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
Artikel 4 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
a.van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
b.van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;
c.van kinderen tot en met de 17-jarige leeftijd, en hun begeleiders of leerkrachten welk verblijf in georganiseerd educatief verband en onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders of leerkrachten plaatsvindt.
d.van kinderen tot en met 11 jarige leeftijd.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden.
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
1Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a.mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen en vaste seizoen plaatsen bepaald op 2;
b.mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoens-, of toeristische plaatsen bepaald op 2;
c.strandhuisjes bepaald op 2,5;
d.mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste of seizoen plaatsen die niet voor recreatief gebruik worden ingezet, bepaald op 1.
2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:
a.in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op 40;
b.in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op 40;
c.in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op 18;
d.in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op 160.
3In afwijking van de eerste twee leden wordt het forfait niet toegepast op verblijf in verhuureenheden, vakantieonderkomens en mobiele kampeeronderkomens, die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor de gehele jaar- of seizoen periode, doch steeds worden gehuurd door verschillende verblijfhoudenden voor een korte periode.
Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.
Artikel 8 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 2,50
Artikel 9 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 10 Wijze van heffing
1De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
2Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Artikel 11 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het eerste lid en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is een voorlopige aanslag welke is opgelegd voor de elfde maand van het belastingjaar, invorderbaar zoveel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, nog maanden van het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij of zij voor de eerste maal gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de Inspecteur zoals bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a van de Gemeentewet.
Artikel 13 Registratieplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt nachtregister.
2Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar.
3Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister.
4De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6.
Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel
1De verordening toeristenbelasting 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
3Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
4Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2026.