Aanhef
Voorwoord
Armoede en schulden pakken we samen aan!
Graag presenteer ik u het nieuwe Beleidsplan Armoedebestrijding & Schuldhulpverlening 2025-2029.
In dit plan leest u hoe we een geïntegreerd beleid rondom armoedebestrijding en schuldhulpverlening gaan voeren. Dat is nieuw; dat we de armoedeproblematiek én schuldenproblematiek aan elkaar koppelen, en dat we ons beleid daarop afstemmen.
Het leven in armoede en het hebben van schulden zijn beide hardnekkige problemen die veel met elkaar te maken hebben en die beide invloed hebben op veel, zo niet alle aspecten van een mensenleven. Het beïnvloedt bijvoorbeeld de gezondheid, schoolprestaties, of het vermogen om mee te doen in deze maatschappij. Het werkt stress in de hand en eenzaamheid.
Uit onderzoek blijkt dat het aanbod van hulp bij financiële zorgen in Best ruimhartig is. Daar zijn we trots op. Tegelijk blijkt dat niet iedereen er gebruik van maakt. Daar ligt dan ook een belangrijke uitdaging voor de komende jaren: om de ondersteuning rondom geldzorgen (nog) laagdrempeliger en toegankelijker te maken.
Met de komst van een Armoederegisseur in 2025 zetten we daartoe een belangrijke stap. Deze regisseur legt de verbinding tussen de inwoner en de mogelijke oplossingen die er in Best maar ook landelijk zijn, zodat armoede en/of schulden geheel verdwijnen of belangrijk verminderen.
Armoede en schulden zorgen vaak een vicieuze cirkel waaruit het moeilijk loskomen is. Vandaar dat we kiezen voor een integrale aanpak. De persoon staat centraal, niet het oplossen van één specifiek probleem. Op die manier zorgen we ervoor dat we onze inwoners beter kunnen helpen en de bestaanszekerheid in Best vergroten.
Wethouder Veronique Zeeman
Juni 2025
Managementsamenvatting
Dit beleidsplan markeert een belangrijke mijlpaal, doordat het voor het eerst armoedebestrijding en schuldhulpverlening samenbrengt in één samenhangend beleid. Hiermee zetten we in op een integrale aanpak om armoede en schulden in Best effectief aan te pakken.
Het biedt een brede aanpak voor armoede en schulden, met aandacht voor de impact van levensgebeurtenissen, laaggeletterdheid, eenzaamheid en inclusie. Door te focussen op participatie en normalisering, streven we naar een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt en volwaardig kan deelnemen, ook op financieel gebied.
Een belangrijke stap in de uitvoering is de introductie van de armoederegisseur in 2025. Deze functionaris richt zich op het opbouwen en versterken van een netwerk van partners binnen de sociale basis. De armoederegisseur vervult een brugfunctie tussen beleid en praktijk, en tussen inwoners en hulpverlenende instanties, zoals schuldhulpverlening. Bij de vier speerpunten die hieronder worden benoemd, speelt de armoederegisseur een centrale en verbindende rol.
Het beleidsplan is opgebouwd rond vier speerpunten:
1Voorkomen: We zetten in op het vroegtijdig herkennen en aanpakken van financiële risico’s, om te voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot ernstige schulden. Dat doen we door nauwe samenwerking, tijdige signalering en gerichte ondersteuning. Ook na een schuldregeling blijven we mensen begeleiden om terugval te voorkomen. Preventie, vroegsignalering én nazorg vormen zo samen een sterke basis voor duurzame financiële stabiliteit.
2Laagdrempelig: Ondersteuning bij financiële problemen moet voor alle inwoners eenvoudig bereikbaar zijn. We zorgen voor duidelijke informatie, goede doorverwijzing en persoonlijke hulp op toegankelijke plekken. Zowel online als via fysieke loketten maken we het makkelijker om regelingen te vinden en ondersteuning aan te vragen. Door begrijpelijke communicatie en betere vindbaarheid versterken we de aansluiting op de behoeften van inwoners.
3Rondkomen: We willen inwoners ondersteunen in hun financiële bestaanszekerheid, zodat zij beter kunnen meedoen in de samenleving. Door inkomensondersteunende regelingen beter af te stemmen en toegankelijker te maken, vergroten we het besteedbaar inkomen en voorkomen we geldzorgen. Daarbij werken we aan het terugdringen van niet-gebruik en bieden we waar mogelijk maatwerk, zodat ondersteuning beter aansluit op individuele situaties.
4Schuldenvrij: We zetten in op een integrale aanpak van schulden, waarbij inwoners niet alleen worden geholpen bij het oplossen van hun schulden, maar ook bij het versterken van hun financiële vaardigheden. Door de onderliggende oorzaken van financiële problemen aan te pakken, streven we naar duurzame oplossingen en vergroten we de financiële veerkracht van onze inwoners.
Belangrijke besluitpunten in dit beleidsplan:
•Harmoniseren van de inkomensgrens bij de minimaregelingen. De inkomensgrens wordt 120% van de bijstandsnorm voor alle minimaregelingen. (Besluitpunt 1).
•De minimaregeling ‘Bijdrage eigen risico ziektekosten’ blijft onverkort van kracht, ook indien het verplicht eigen risico (zorgverzekering) per 2027 wordt verlaagd. (Besluitpunt 2).
•Kiezen voor de optie van gezondverzekerd.nl als het gaat om energiearmoede. Via dit platform kunnen inwoners met hulp en ondersteuning een passend energiecontract kiezen, waarbij ze gegarandeerd worden geaccepteerd en geen borg hoeven te betalen. Dit wordt beschreven in Hoofdstuk 5. (Besluitpunt 3).
Dit beleidsplan biedt concrete handvatten voor het aanpakken van armoede en schulden in onze gemeente. Samen werken we aan een toekomst waarin iedereen de kans krijgt om zelfstandig en zonder financiële zorgen deel te nemen aan de samenleving.
Inleiding
Voor u ligt het beleidsplan Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening van de gemeente Best. In dit beleidsplan staat wat de gemeente in de periode 2025 2029 samen met haar maatschappelijke partners gaat doen om armoede en schulden in Best te bestrijden.
Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van Best mee kunnen doen in onze samenleving, zoals dit ook in ons Beleidsakkoord 2022 2026 staat. We richten ons in dit beleidsplan vooral op mensen die vanwege een (tijdelijk) laag inkomen en/of schulden moeite hebben om mee te doen. Daarnaast moet sinds de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) periodiek een gemeentelijk beleidskader voor schuldhulpverlening worden vastgesteld.
Leven in armoede kan iedereen overkomen. Ondanks de vele verschillende oorzaken en vormen van armoede is er een aantal groepen dat een hoger risico heeft om in armoede te belanden. Eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en werklozen hebben het hoogste risico op armoede. Dit komt omdat zij vaker onder de lage inkomensgrens (zoals het CBS die hanteert) leven. Andere groepen die een verhoogd risico lopen op leven in armoede zijn: migranten en vluchtelingen, laagopgeleiden, chronisch zieken en gehandicapten, ouderen met een laag pensioen, en jongeren.
Daarnaast is leven in armoede een vicieuze cirkel, waarbij de gevolgen van armoede zelf bijdragen aan het in stand houden van de armoedesituatie. Onderstaande figuur geeft een beeld van de gevolgen van in armoede leven. Voor alle onderzochte sociale, mentale en fysieke problematiek geldt dat mensen in armoede hier significant vaker mee te maken hebben dan mensen die niet in armoede leven.
Uit: De maatschappelijke kosten van armoede in Rotterdam, Cigarbox, februari 2025
In armoede leven betekent niet kunnen beschikken over dat wat in een samenleving minimaal noodzakelijk is. Dit kan ertoe leiden dat mensen gedwongen worden te kiezen tussen basale behoeften zoals een adequate woning, voeding of kleding. Kwaliteit van leven en brede welvaart betreffen meer dan alleen het inkomen en beslaan ook de toegang tot onderwijs, deelname aan de arbeidsmarkt en de gezondheid. Ook deze zaken komen onder druk op het moment dat een huishouden in armoede leeft. Armoedebestrijding heeft daarmee relevantie buiten de terreinen van inkomen en sociale zekerheid, heeft een waardevolle overloop naar andere beleidsterreinen en bevordert het welbevinden van mensen in brede zin.
In beleid, rapporten en ook in de praktijk worden armoede en schulden niet altijd samen besproken. In Best gaan we deze onderwerpen vanaf nu wél met elkaar verbinden. Dit doen we omdat beide problematieken:
•Inhoudelijk om geld lijken te gaan, maar in beide gevallen gaan de oorzaak en gevolgen veel verder dan alleen het financiële aspect.
•Armoede en schulden staan beide sterk in relatie met gezondheid, laaggeletterdheid en participatie in de samenleving.
•Er is een grote overlap van organisaties, professionals en vrijwilligers in het werkveld.
Ondanks de overlap die veelal bestaat, zijn wij ons ook bewust van de verschillen. Armoede en het hebben van problematische schulden is niet één op één hetzelfde.
Het verbinden van armoede– en schuldenproblematiek heeft ertoe geleid dat er nu één beleidsplan armoedebestrijding en schuldhulpverlening is gemaakt waarin onze speerpunten verwerkt zijn.
De gemeente neemt een steviger regierol in de armoedebestrijding door in te zetten op het voorkomen van armoede en schulden, zodat bewoners niet in een zorgelijke financiële situatie terechtkomen. Door laagdrempelige ondersteuning te bieden, kunnen mensen gemakkelijker toegang krijgen tot hulp bij het rondkomen en het bereiken c.q. behouden van een schuldenvrije situatie. Het doel is om een geïntegreerde aanpak te realiseren die alle vier de speerpunten – voorkomen, laagdrempelig, rondkomen en schuldenvrij – effectief in de praktijk brengt.
Leeswijzer
Dit beleidsplan biedt een integrale benadering van armoedebestrijding en schuldhulpverlening in Best met als doel de situatie van inwoners met geldzorgen te verbeteren. Het plan is opgedeeld in verschillende hoofdstukken en speerpunten die samenhangen met de aanpak van armoede en schulden.
In hoofdstuk 1 worden de globale, landelijke en lokale ontwikkelingen besproken, de wettelijke context uitgelegd, en de impact van factoren zoals levensgebeurtenissen, laaggeletterdheid en eenzaamheid op armoede onderzocht. Hoofdstuk 2 beschrijft de vier speerpunten van ons beleid: Voorkomen, Laagdrempelig, Rondkomen en Schuldenvrij. Per speerpunt wordt ingegaan op de redenen, doelen, huidige en toekomstige acties. In hoofdstuk 3 wordt beschreven waarop we de komende jaren gaan inzetten als het gaat om schuldhulpverlening in Best. In hoofdstuk 4 wordt besproken hoe de kwaliteit van schuldhulpverlening geborgd wordt en hoe we de dienstverlening optimaliseren. Hoofdstuk 5 gaat in op het specifieke probleem van energiearmoede in relatie tot schuldhulpverlening. Hoofdstuk 6 behandelt de financiële middelen die beschikbaar zijn voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening, evenals de verdeling en inzet van deze middelen. Dit beleidsplan eindigt met een begrippenlijst, een lijst met afkortingen en diverse bijlagen met daarin aanvullende informatie. In Bijlage 1 (behorend bij Hoofdstuk 3) wordt het gehele proces van schuldhulpverlening beschreven, inclusief de specifieke benaderingen voor diverse doelgroepen, zoals ondernemers en gezinnen met kinderen. Deze bijlage biedt een gedetailleerd overzicht van de verschillende fasen en doorlooptijden van schuldhulpverlening.
Hoofdstuk 2 Onze speerpunten
§ 3.c Wat doen we al?
I. Minimaregelingen
Inwoners van de gemeente Best met een beperkt inkomen kunnen aanspraak maken op verschillende inkomensondersteunende regelingen – allemaal uitgevoerd door de gemeente Best – dat zijn:
1) Meedoenregeling: Deze regeling ondersteunt volwassenen vanaf 18 jaar met een beperkt inkomen, zodat zij kunnen deelnemen aan culturele, sportieve of sociale activiteiten.
2) Gemeentepolis: Een collectieve zorgverzekering die zowel de basiszorgverzekering als de aanvullende zorgverzekering dekt. Een ander belangrijk aspect is dat er een bijdrage (een geldbedrag) wordt gegeven aan de kosten van de aanvullende zorgverzekering.
Gemeente Best maakt voor de uitvoering van deze regeling al jaren – naar volle tevredenheid – gebruik van de diensten van gezondverzekerd.nl, beheerd door Bureau BS&F, net als zo'n 300 andere gemeenten in Nederland.
3) Bijdrage eigen risico ziektekosten: Een financiële bijdrage voor inwoners die het eigen risico van hun zorgverzekering niet kunnen betalen.
4) Individuele Inkomenstoeslag: In een grijs verleden werd dit ook wel de langdurigheidstoeslag genoemd, een begrijpelijker term. Het is een toeslag voor inwoners die al langere tijd van een laag inkomen moeten rondkomen.
5) Bijzondere Bijstand: Deze bijstand is bedoeld voor onvoorziene, noodzakelijke kosten die ontstaan door bijzondere of dringende omstandigheden, en die niet op een andere manier vergoed kunnen worden. De kosten moeten aantoonbaar zijn en kunnen niet uit het reguliere inkomen worden betaald.
In bijlage 2 vindt u een uitgebreide toelichting over deze minimaregelingen. Deze toelichting is specifiek geschreven voor de gemeenteraad, met de nadruk op de relevante informatie die nodig is voor beleidsbeslissingen en het vergemakkelijken van de besluitvorming.
II. Andere regelingen en ondersteuning
Inwoners van Best met een laag inkomen kunnen daarnaast gebruik maken van de volgende ondersteuningsmogelijkheden:
6) St. Leergeld voor kinderen (onder de 18 jaar): Deze regeling biedt financiële ondersteuning aan kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, zodat zij kunnen meedoen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur en welzijn, of bijvoorbeeld een laptop kunnen aanschaffen.
7) Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen: Inwoners met een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van bepaalde gemeentelijke belastingen.
8) Noodfonds: Het Noodfonds biedt financiële steun voor huishoudens die buiten de reguliere minimaregelingen vallen, maar in een schrijnende noodsituatie verkeren. De schuldhulpverleners van Lumens behandelen de aanvragen.
9) Energiecoaches: Via LEV kunnen inwoners zich aanmelden voor een energiecoach, die gratis energiebesparende maatregelen aanbrengt en advies op maat geeft. De energiecoaches signaleren naast energieproblemen ook andere zorgen en verwijzen door naar de juiste ondersteuning. Er wordt niet op inkomen getoetst.
10) Witgoedregeling: Deze regeling biedt een behoorlijke bijdrage voor de aanschaf van energiezuinige apparaten (koelkast, vriezer, of wasmachine) om kosten te besparen op energieverbruik. Dit kan gezien worden als een zuster project van de energiecoaches.
11) Voedselbank: De Voedselbank verstrekt wekelijks gratis voedselpakketten, inclusief hygiëneproducten, aan inwoners die tijdelijk in financiële nood verkeren, zodat zij kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Hierbij wordt gekeken naar het besteedbare inkomen.
In bijlage 2 vindt u een uitgebreide toelichting over deze andere regelingen en ondersteuning. Deze toelichting is specifiek geschreven voor de gemeenteraad, met de nadruk op de relevante informatie die nodig is voor beleidsbeslissingen en het vergemakkelijken van de besluitvorming.
§ 3.d Wat gaan we nog meer doen?
I. Minimaregelingen
Het belangrijkste voorstel geldend voor alle 5 minimaregelingen is dat we de inkomensgrens voor al deze regelingen gelijk willen trekken.
Harmoniseren inkomensgrens voor alle minimaregelingen:
Besluitpunt 1:
We gaan de inkomensgrens van alle minimaregelingen gelijk trekken op 120% van de bijstandsnorm per 1 januari 2027. Nu is de inkomensgrens op 110% van de bijstandsnorm gezet voor de Meedoenregeling, Individuele Inkomenstoeslag en Bijzondere Bijstand. En de inkomensgrens voor de Gemeentepolis en Compensatie eigen risico ziektekosten is al gezet op 120% van de bijstandsnorm.
Minimaregeling
Inkomensgrens
(% bijstandsnorm)
Voorstel inkomensgrens
(% bijstandsnorm)
Meedoenregeling
110%
120%
Individuele Inkomenstoeslag
110%
120%
Bijzondere Bijstand
110%
120%
Gemeentepolis
120%
120%
Compensatie eigen risico ziektekosten
120%
120%
De harmonisatie van de inkomensgrens maakt het voor inwoners gemakkelijker om te bepalen of ze voor meerdere minimaregelingen in aanmerking komen, wat de toegang vergemakkelijkt en het risico op niet-gebruik vermindert. De harmonisatie kan hogere kosten met zich meebrengen, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat meer mensen, inclusief werkende inwoners, in aanmerking komen voor de minimaregelingen, waardoor de ondersteuning breder beschikbaar is.
Nieuwe beleidsregels
Het harmoniseren van de inkomensnorm voor de 5 minimaregelingen brengt met zich mee dat er nieuwe beleidsregels moeten worden vastgelegd. Er zijn meerdere beleidsdocumenten en verordeningen die hierdoor moeten worden gewijzigd. Vanuit de uitvoering is nadrukkelijk geadviseerd om de start van een geharmoniseerde inkomensgrens te laten vallen op het begin van een kalenderjaar, dus per 1 januari. Dat advies nemen we ter harte. Het is onwaarschijnlijk dat het per 1 januari 2026 haalbaar is om alle beleidsregels te hebben aangepast en dit geldt ook voor de implementatie voor de uitvoering. Dit kan daarom ingevoerd worden per 1 januari 2027. De mogelijke financiële gevolgen gaan pas spelen ná de startdatum van de harmonisatie. U vindt deze financiële gevolgen in Hoofdstuk 6.
Naast het harmoniseren van de inkomensgrens gaan we per minimaregeling het volgende doen:
1) Meedoenregeling
Door de jaarlijkse indexatie wordt het nieuwe bedrag van de meedoenbijdrage jaarlijks op de gemeentelijke website gecommuniceerd. We zijn in 2024 gestart met het ‘automatisch’ overmaken van de meedoenbijdrage aan de mensen die bij de gemeente bekend zijn (een uitkering hebben). Dit blijven we elk jaar doen. We gaan het bijhorende proces verder inbedden in de uitvoering.
2) Gemeentepolis
De Gemeentepolis is een waardevol instrument binnen ons armoedebeleid. Het biedt inwoners met een laag inkomen toegang tot een goede en betaalbare zorgverzekering, en draagt bij aan het voorkomen van zorgmijding. We blijven daarom actief inzetten op dit instrument.
We verwachten dat de gemeentelijke bijdrage aan de Gemeentepolis de komende jaren stabiel blijft. Tegelijkertijd blijven we de maatschappelijke ontwikkelingen en financiële mogelijkheden nauwgezet volgen. Indien nodig passen we de hoogte van de bijdrage aan, zodat de polis toegankelijk en effectief blijft voor de doelgroep.
3) Bijdrage eigen risico ziektekosten
Voor 2024, 2025 en 2026 bedraagt het eigen risico € 385,- per jaar. Vanaf 2027 is het de bedoeling van de regering dat het eigen risico verlaagd wordt naar € 165,- per jaar.
In onze huidige regeling kan er maximaal de helft van € 385,- vergoed worden, dat is € 192,50.
Besluitpunt 2:
De gemeentelijke minimaregeling voor compensatie van het verplicht eigen risico blijft onverkort van kracht, ook indien de verlaging van het eigen risico door de rijksoverheid per 1 januari 2027 wordt ingevoerd.
De voorgenomen verlaging van het verplicht eigen risico per 1 januari 2027 is onderdeel van kabinetsbeleid en heeft als doel de zorg toegankelijker te maken, met name voor mensen met een lager inkomen. Deze maatregel maakt deel uit van bredere hervormingen in het zorgstelsel, gericht op het financieel ontlasten van kwetsbare groepen.
De gemeente kiest ervoor om deze minimaregeling te behouden, ook indien de verlaging van het verplicht eigen risico per 1 januari 2027 wordt doorgevoerd. De regeling wordt daarmee voortgezet als vangnet voor inwoners met een laag inkomen.
Indien nodig wordt de regeling aangepast aan het dan geldende niveau van het verplicht eigen risico, zodat de ondersteuning in verhouding blijft staan tot de daadwerkelijke zorgkosten.
4) Individuele Inkomenstoeslag (IIT)
De gemeenteraad heeft in 2023 de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Best 2023 vastgesteld. De hoogte van de Individuele Inkomenstoeslag wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarbij geldt een referteperiode van 2 jaar voorafgaand aan de datum van het ingediende verzoek; deze periode vormt de basis voor het begrip ‘langdurig’ in de verordening. Hiermee onderscheiden wij ons positief ten opzichte van omliggende gemeenten, die vaak langere referteperioden hanteren (vaak 3 jaar en een enkeling zelfs 5 jaar). Het ingeslagen beleid op gebied van de IIT zetten we voort.
Indien de Eerste Kamer in september 2025 instemt met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans, treedt deze wet op zijn vroegst per 1 januari 2026 in werking. Een van de maatregelen binnen deze wet is de mogelijkheid tot ambtshalve toekenning van de Individuele Inkomenstoeslag, die per 1 januari 2027 van kracht wordt. De gemeente Best is voornemens van deze mogelijkheid gebruik te maken. Hiervoor zal het gemeentelijke systeem zodanig worden aangepast dat ambtshalve toekenning technisch en administratief uitvoerbaar is. Daarnaast zal de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Best 2023 worden herzien om aan te sluiten bij de nieuwe wettelijke kaders.
5) Bijzondere Bijstand
De ervaring leert dat de Beleidsregels Bijzondere Bijstand met enige regelmaat opnieuw moeten worden vastgesteld. De komende jaren blijven we goed in de gaten houden of deze beleidsregels aangepast moeten worden. Wanneer de Beleidsregels Bijzondere Bijstand opnieuw worden vastgesteld, dan vinden we o.a. daarin terug de volgende onderwerpen: Collectieve ziektekostenverzekering/Gemeentepolis, Compensatie eigen risico ziektekosten en andere onderwerpen zoals inrichtingskosten en gehandicaptenparkeerkaart. Die onderwerpen staan er nu ook al in, en worden dan geactualiseerd, rekening houdend met jurisprudentie, lokale, landelijke en wettelijke ontwikkelingen en wensen.
Samengevat:
Harmoniseren inkomensgrens voor alle minimaregelingen
Harmonisering van de inkomensgrens naar 120% van de bijstandsnorm voor alle 5 de minimaregelingen. De beleidsregels die hierop betrekking hebben moeten worden aangepast. De waarschijnlijke ingangsdatum van de harmonisering is per 1 januari 2027.
Meedoenregeling
Voorzetten ‘automatische’ toekenning van de Meedoenbijdrage aan de inwoners van Best die bij ons bekend zijn. Voortzetten van de jaarlijkse indexatie van de hoogte van bedrag van de Meedoenregeling.
Gemeentepolis
De gemeentelijke bijdrage in de kosten van de zorgverzekering kan indien maatschappelijke ontwikkelingen daartoe aanleiding geven, gewijzigd worden.
Bijdrage eigen risico ziektekosten
De gemeentelijke minimaregeling voor compensatie van het verplicht eigen risico blijft onverkort van kracht, ook indien de verlaging van het eigen risico door de rijksoverheid per 1 januari 2027 wordt ingevoerd.
Individuele Inkomenstoeslag (IIT)
Voortzetten van de jaarlijkse indexatie van de hoogte van de IIT. Voorbereiden op ambtshalve toekenning per 1 januari 2027, inclusief aanpassing van systemen en herziening van de verordening.
Bijzondere Bijstand
De Beleidsregels Bijzondere Bijstand zullen – net als in voorgaande jaren – regelmatig geactualiseerd worden. Dit op basis van jurisprudentie, landelijke –, lokale –, en wettelijke ontwikkelingen.
II. Andere regelingen en ondersteuning
6) Stichting Leergeld
De subsidie voor St. Leergeld wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gemeentelijke prijsindexatie. Als er in de komende jaren een (veel) groter beroep wordt gedaan op St. Leergeld dan tot nu toe het geval is, dan moeten we onderzoeken of de subsidie daarop kan worden aangepast.
7) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Aantallen verleende kwijtschelding van de jaren 2021-2023: de cijfers schommelen tussen 550 tot 560 per jaar. Er is geen stijgende (of dalende) lijn in te ontdekken. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is door alle wet- en regelgeving hieromtrent geen instrument dat flexibel kan worden ingezet voor armoedebestrijding.
8) Noodfonds
De gemeente is van plan om in 2026 beleidsregels rondom het Noodfonds vast te leggen zodat zowel de schuldhulpverleners als de armoederegisseur beter kunnen vaststellen aan welke voorwaarden een gift uit het Noodfonds moet voldoen. Gezien de aard van het Noodfonds moeten deze beleidsregels wél veel ruimte bieden om in allerhande situaties een gift te verstrekken.
In de begroting is opgenomen dat jaarlijks € 30.000,- in het Noodfonds beschikbaar is. Terugkijkend naar de afgelopen jaren moet dit ruimschoots voldoende zijn. In de jaren 2022 - 2024 is er nooit meer dan € 15.000,- per jaar besteed.
We hopen dat door het vastleggen van beleidsregels, het toegang geven aan de armoederegisseur voor verstrekkingen uit het Noodfonds, én meer communicatie rondom het Noodfonds, inwoners die het nodig hebben, meer gebruik gaan maken van dit fonds.
9) Energiecoaches
De komende jaren (in ieder geval in 2025 en 2026, en mogelijk in 2027) wordt dit project voortgezet. Steeds wordt bezien of en hoe we binnen dit project betere resultaten kunnen behalen. Het doel is om méér mensen te bereiken die gebruik maken van de diensten van de energiecoaches, zodat meer mensen geholpen worden bij energiebesparing.
De armoederegisseur zal in het contact met inwoners en andere partijen aandacht vragen voor de energiecoaches.
10) Witgoedregeling
De witgoedregeling wordt niet elk jaar aangeboden, maar in 2025 is deze er wel. We hebben zorgvuldig nagedacht over hoe we inwoners kunnen bereiken: wat we communiceren, voor wie de regeling bestemd is en op welke manier dit gebeurt. Tijdens de looptijd van de witgoedregeling kan de armoederegisseur inwoners hier actief op wijzen en van informatie voorzien.
11) Voedselbank
De gemeente Best geeft jaarlijks subsidie aan Stichting Voedselbank. Dit is een geïndexeerde subsidie.
De Voedselbank heeft al aangegeven dat ze graag willen gaan samenwerken met de armoederegisseur. Van dat aanbod gaan we zeker gebruik maken. De Voedselbank is een belangrijke vindplaats van inwoners met geldzorgen.
Samengevat:
Stichting Leergeld
Subsidie jaarlijks indexeren.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen voortzetten.
Noodfonds
Beleidsregels rondom het Noodfonds vastleggen. Budget borgen voor de komende jaren.
Energiecoaches
Voortzetten van het project energiecoaches, in ieder geval voor 2025 en 2026 en mogelijk voor 2027.
Witgoedregeling
In 2025 komt er weer een witgoedregeling. Over de jaren daarna is nog niets bekend.
Voedselbank
Subsidie jaarlijks indexeren.
Voor zowel de minimaregelingen als andere regelingen streven we ernaar zoveel mogelijk maatwerk te bieden binnen de kaders van de betreffende regelingen. Bij sommige regelingen worden we hierin beperkt door de wettelijke voorschriften, terwijl er bij andere regelingen meer ruimte is voor maatwerk. De wetgeving rondom kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is strikt en biedt weinig ruimte voor maatwerk, terwijl de wetgeving voor bijzondere bijstand juist wel mogelijkheden biedt voor maatwerk. Desondanks blijft het belangrijk om bij elke aanvraag maatwerk te leveren, waarbij in sommige gevallen een beroep kan worden gedaan op de hardheidsclausule die in veel beleidsregels is opgenomen.
Bijlage 1 Schuldhulpverlening in Best (behorend bij Hoofdstuk 3)
§ 1 Schuldhulpverlening in de 1e fase
Al sinds 2012 voert Lumens schuldhulpverlening uit voor de gemeente Best. Lumens is hiertoe gemandateerd. De hulpverlening die Lumens biedt is breed en is tevens maatwerk.
NVVK
Lumens is lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) wat inhoudt dat Lumens volgens de richtlijnen van de NVVK werkt. https://www.nvvk.nl/over-nvvk/onze-leden. Dit geldt ook voor de organisatie Verdergroep. De NVVK is een Nederlandse koepelorganisatie voor schuldhulpverlening waar openbare instellingen en private ondernemingen die financiële diensten aanbieden, bij zijn aangesloten. De dienstverlening gebeurt op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de Gedragscode Sociale Kredietverlening.
De NVVK werkt tevens samen met organisaties als Divosa, Stimulansz en de VNG. De NVVK heeft een model voor schuldhulpverlening ontwikkeld welke Lumens en Verdergroep als lid van de NVVK volgen en (moeten) uitvoeren. Dit model is opgebouwd uit verschillende modules. In bijlage 8 treft u het model voor de totale keten van schuldhulpverlening aan.
De modules van de NVVK zijn beschreven op hun site. De modules zijn voor klanten openbaar toegankelijk. Hierdoor is transparant welke handelingen en stappen de NVVK-leden en dus ook schuldhulpverleners van Lumens uitvoeren en volgen in hun dienstverlening aan mensen met financiële problemen. Dit biedt overzicht en houvast voor klanten, schuldeisers en schuldhulpverleners. De doelen van de dienstverlening worden in een plan van aanpak voor de betreffende klant vastgesteld. Dit plan wordt in samenspraak met de klant opgesteld en vervolgens ook door de klant ondertekend. Hierna wordt een beschikking afgegeven uit naam van de gemeente. De modules vormen samen met de Gedragscode de belangrijkste basis voor de audit waarmee de kwaliteit en uniformiteit van de dienstverlening van de NVVK leden wordt gewaarborgd.
Alle NVVK-leden houden zich sinds 2020 aan de NVVK Belofte. De NVVK Belofte wordt zowel intern (medewerkers), extern (o.a. via social media) als richting cliënten actief uitgedragen.
Onder de speerpunten zijn de activiteiten van de schuldhulpverleners van Lumens die vallen onder Preventie, Vroegsignalering en Nazorg al beschreven. Voor de volledigheid van deze bijlage volgt hieronder nog een korte herhaling van deze onderwerpen.
Preventie
Preventie richt zich op het tijdig voorkomen van schulden door het bevorderen van financieel bewustzijn en zelfredzaamheid. Dit wordt onder andere gedaan door inwoners te ondersteunen bij het verkrijgen van basiskennis over hun financiële situatie, het beheren van hun inkomsten en uitgaven, en het bevorderen van een gezonde relatie met geld. Preventieve maatregelen bestaan uit voorlichtingsbijeenkomsten, workshops of het verstrekken van informatie over de gevolgen van schulden. Dit helpt inwoners te voorkomen dat zij in een problematische situatie terechtkomen.
Vroegsignalering
Vroegsignalering heeft als doel om schuldenproblematiek in een zo vroeg mogelijk stadium te identificeren, voordat deze escaleert. Het richt zich op het monitoren van risicosignalen, zoals betalingsachterstanden of veranderingen in het gedrag van inwoners, om zo tijdig ondersteuning te bieden. De schuldhulpverleners van Lumens maken hierbij gebruik van het VPS-systeem, waarmee risicosignalen snel en efficiënt kunnen worden geïdentificeerd. Dit systeem maakt het mogelijk om gegevens uit te wisselen met lokale en regionale partners, zoals woningcorporaties of energiemaatschappijen. Het doel is om de inwoner snel te bereiken, zodat de problematiek in een vroeg stadium kan worden aangepakt en verdere financiële problemen kunnen worden voorkomen.
Nazorg
Nazorg wordt aangeboden na het oplossen van de schulden om ervoor te zorgen dat de inwoner op lange termijn financieel zelfstandig blijft. Het richt zich op het voorkomen van terugval in schulden door ondersteuning te bieden bij het beheren van de financiën na de sanering. Dit kan onder andere door het aanbieden van budgetbegeleiding, financiële educatie of periodieke evaluaties van de situatie. Nazorg helpt inwoners bij het ontwikkelen van de juiste vaardigheden om zelfstandig om te gaan met hun financiën, waardoor ze minder snel opnieuw in financiële problemen komen.
Crisisinterventie
Hulp bij een crisis – een crisisinterventie – is een belangrijke taak voor schuldhulpverlening. Dit valt dan ook terug te vinden in de Wgs in artikel 4.2. Volgens de wet is er sprake van een bedreigende situatie (= crisis) in geval van:
•gedwongen woningontruiming;
•beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water;
•opzegging of ontbinding van de zorgverzekering.
Bij een crisis vindt het eerste gesprek plaats binnen 3 werkdagen nadat de inwoner zich hiervoor aanmeldt of nadat een signaal van een bedreigende situatie van een schuldeiser ontvangen is. Onze schuldhulpverleners voeren dit binnen deze termijn uit. Ze zijn zeer betrokken en daadkrachtig in dit soort situaties. Wanneer een crisis niet kan worden opgelost of tegengehouden, dan kan in samenwerking met Verdergroep een moratorium bij de Rechtbank worden aangevraagd. Dat wordt hierna bij de 2e fase van schuldsanering omschreven. Dit is in de afgelopen 10 jaar slechts een enkele keer gebeurd. Door de signalen in het kader van de vroegsignalering, in het VPS-systeem, op te pakken worden veel crisissen voorkomen.
Stabilisatie
De kernactiviteit van de schuldhulpverleners die te maken heeft met het daadwerkelijk oplossen van de schuldenproblematiek is het stabiliseren van de schuldensituatie van de klant. Oftewel de stabilisatiefase.
Stabilisatie bestaat uit de volgende onderdelen:
•overzicht in de administratie krijgen;
•kijken hoe de inkomsten omhoog kunnen;
•kijken hoe de uitgaven omlaag kunnen;
•werken aan financiële stabiliteit.
Dit alles is natuurlijk een samenspel van de schuldhulpverlener en de klant.
Wanneer de situatie van de klant voldoende stabiel is en een schuldsanering is noodzakelijk, dan wordt het dossier van de klant overgedragen aan de schuldhulpverleners van Verdergroep.
§ 2 Schuldsanering in de 2e fase
Het tot stand brengen van een minnelijke schuldregeling (= Msnp) ligt sinds 1 januari 2024 bij de organisatie Verdergroep. Dit is zo op basis van een regionale aanbesteding in 2023. Mocht in de toekomst een andere partij de 2e fase gaan uitvoeren (door bijvoorbeeld een nieuwe aanbesteding), dan verandert dit weinig aan het hieronder beschreven proces. Verdergroep is lid van de NVVK. Verdergroep heeft een mandaat van de gemeente Best gekregen om deze fase uit te voeren.
Na de warme overdracht van het klantdossier van Lumens naar Verdergroep gaat deze laatste aan de slag met de schuldsanering. Verdergroep gaat de schulden proberen te saneren in de vorm van een saneringskrediet of een schuldbemiddeling, waarbij een saneringskrediet de voorkeur heeft. Daar is sinds kort het 0-aanbod bij gekomen als derde optie.
Met een saneringskrediet worden alle schuldeisers in één keer aan het begin van het traject afgelost. Dit heeft de vorm van een lening die de schuldenaar in 18 maandtermijnen moet aflossen.
Een schuldbemiddeling is een overeenkomst waarbij tussen cliënt en schuldeisers wordt afgesproken dat de totale schuldenlast gedeeltelijk wordt terugbetaald in termijnen naar draagkracht tegen finale kwijting aan het einde van de looptijd.
Een saneringskrediet is vaak aantrekkelijker voor de schuldeisers omdat zij meteen in één keer een bedrag uitgekeerd krijgen en daarna hun dossier kunnen sluiten. De NVVK stimuleert hun leden om saneringskredieten in te zetten, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dat niet te doen. Inmiddels verstrekken NVVK leden meer saneringskredieten dan schuldbemiddelingen.
Sinds 1 juli 2024 is er nog een derde, nieuwe mogelijkheid voor een minnelijke schuldregeling, het zogenaamde 0-aanbod. In dat geval heeft de schuldenaar geen afloscapaciteit en wordt aan de schuldeisers een aanbod gedaan van € 0, met het verzoek om de schuld kwijt te schelden. Wanneer op die manier de schuldregeling tot stand komt, dan wordt er door de schuldeisers meteen finale kwijting verleend. De relatie tussen de schuldenaar/inwoner en de schuldeisers komt daarmee ten einde.
De relatie tussen de schuldhulpverlener bij Lumens en de inwoner blijft echter bestaan voor de bijhorende financiële begeleiding die bij het 0 aanbod hoort. Verdergroep voert het technische gedeelte van het 0 aanbod uit en Lumens voert de bijhorende financiële begeleiding uit.
Wanneer Verdergroep er met de schuldeisers niet uitkomt en er geen minnelijke schuldsanering tot stand gebracht kan worden, dan er zijn er een aantal opties waarvoor een gang naar de Rechtbank gemaakt moet worden.
De verklaring van deze juridische procedures die door Verdergroep worden aangevraagd bij de Rechtbank vindt u terug in de Begrippenlijst.
Dwangakkoord
Bureau Wsnp geeft aan dat in 80% van de gevallen een gang naar de Rechtbank voor dwangakkoord succesvol is. Dat is als volgt opgesplitst: in 45% van de gevallen gaat (gaan) de weigerende schuldeiser(s) alsnog akkoord en trekken hun weigering in, en in de andere 35% van de gevallen wijst de Rechtbank het dwangakkoord toe. De verwachting is dat met de komst van het 0 aanbod er meer schuldeisers zijn die niet willen meewerken aan een minnelijke schuldregeling. Hierdoor kan het aantal (verzoeken tot) dwangakkoorden toenemen.
Moratorium
Bij een moratorium gaat het om een afkoelingsperiode waarin de dreigende situatie tijdelijk wordt stil gelegd. Er wordt dan niet ontruimd en er vindt ook geen afsluiting van energie plaats. De schuldhulpverlener van Verdergroep beoordeelt samen met de schuldhulpverlener van Lumens of een moratorium moet worden aangevraagd bij de Rechtbank. Deze aanvraag wordt alleen ingediend als deze afkoelingsperiode noodzakelijk is voor de totstandkoming van een schuldenregeling. In Best komt een verzoek tot moratorium vrij weinig voor.
Voorlopige voorziening
Dit komt zelden tot nooit voor.
Wsnp
De schuldhulpverlener van Verdergroep stelt namens de schuldenaar een verzoekschrift op voor toelating tot de Wsnp en dient dat in bij de Rechtbank. De Rechter bepaalt of de schuldenaar wordt toegelaten tot de Wsnp. Na toelating wordt er een Wsnp bewindvoerder aangewezen. De werkzaamheden van de schuldhulpverlener van Verdergroep houden hier op. Financiële begeleiding of budgetcoaching tijdens het Wsnp traject wordt door de schuldhulpverlener van Lumens uitgevoerd. Dit valt onder de Nazorg.
§ 3 Doorlooptijden en termijnen
Tijdige dienstverlening en weten hoe lang een traject in beslag neemt is belangrijk voor inwoners met schulden. Juist onzekerheid maakt dat mensen gedurende een traject uitvallen. Er is een aantal wettelijke termijnen waar de gemeente zich aan houdt. Binnen 4 weken na melding vindt er een eerste gesprek plaats. En als er sprake is van een urgente situatie, een dreigende huisuitzetting of aankondiging om energie of water af te sluiten, vindt dit gesprek binnen 3 dagen plaats. Na het eerste gesprek wordt er binnen 8 weken een beschikking afgegeven op basis van een voorlopig plan van aanpak. Het streven is om het uiteindelijke schuldentraject binnen 120 dagen tot stand te brengen om vervolgens na 18 maanden schuldenvrij te zijn. Daarna wordt nog gedurende in ieder geval 6 maanden nazorg geboden.
Zowel Lumens als Verdergroep nemen deze termijnen in acht, zoals ook van ze gevraagd wordt in de NVVK-modules waaraan ze gehouden zijn.
Schuldhulpverlening voor specifieke groepen
§ 4 Schuldhulpverlening voor ondernemers (waaronder zzp’ers)
Ondernemers kunnen bij de gemeente terecht voor hulp bij schulden wanneer zij deze niet zelf kunnen oplossen. Als de onderneming een negatief eigen vermogen heeft en de continuïteit van het bedrijf bedreigd wordt, is het belangrijk om te bepalen of de ondernemer de onderneming wil voortzetten of beëindigen. Als voortzetting gewenst is, wordt de levensvatbaarheid van het bedrijf beoordeeld. Is de exploitatie gezond, maar is er onvoldoende geld om schulden af te lossen, dan wordt de afloscapaciteit voor de komende 18 maanden berekend. Dit bedrag vormt de basis voor de financiering, die mogelijk is via een krediet op basis van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), tot een maximumbedrag van € 247.047,-, met rente terug te betalen. Het Bbz is een gemeentelijke bijstandsregeling voor zelfstandige ondernemers met financiële problemen en vormt een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Participatiewet, waardoor het een nauwe relatie heeft met deze wet.
Wanneer het Bbz niet toepasbaar is door de strikte toelatingscriteria, zoals een partner met een inkomen boven de bijstandsnorm, wordt het Waarborgfonds saneringskredieten (Wsk) ingezet. Hierbij wordt de financiering ondergebracht bij een Kredietbank, zonder een maximaal bedrag voor de financiering. Bij een sanering moeten de schuldeisers akkoord gaan met het voorstel, en er wordt samengewerkt met externe partijen om tot de beste oplossing voor de (ex-)ondernemer te komen.
Er wordt samengewerkt met partijen als OverRood, Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK) en Philips, Stiels en Gielkens (PSG). OverRood is een landelijke non-profit organisatie die ondernemers met financiële zorgen bijstaat. Het IMK is gespecialiseerd in Bbz. PSG is NVVK-lid en gespecialiseerd in schuldhulpverlening voor (ex-)ondernemers. OverRood wordt ingeschakeld wanneer een ondernemer geen actuele jaarrekeningen of belastingaangiftes kan overleggen, en de accountant deze niet meer wil of kan opstellen. Het IMK levert advies over de levensvatbaarheid van het bedrijf, de aflossingscapaciteit en het maximaal te verstrekken krediet. Bij een positief oordeel over deze factoren, wordt PSG ingezet om de praktische stappen van de schuldregeling en de kredietverstrekking uit te voeren. Dit krediet kan via het Bbz door de gemeente worden verstrekt. Als het Bbz niet mogelijk is, wordt het krediet via een Kredietbank verstrekt, die een borg kan aanvragen bij het Wsk. Deze optie wordt ook gebruikt wanneer een ondernemer zijn bedrijf wil beëindigen en er afloscapaciteit is.
Indien het niet mogelijk is om een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen voor de (ex-)ondernemer, dan kan gekozen worden voor toeleiding tot de Wsnp. Dit verloopt via Verdergroep.
§ 5 Schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen
Gezinnen met minderjarige inwonende kinderen verdienen op grond van de Wgs extra aandacht ter voorkoming van de negatieve gevolgen van schulden op de ontwikkeling van minderjarige kinderen. Onze schuldhulpverleners hebben altijd oog en zorg voor de kinderen van het gezin dat zich meldt met geldzorgen. Extra aandacht wordt – wanneer dat nodig is – gegeven aan de situatie van deze gezinnen en de situatie van de kinderen. Dit is vormgegeven via de nauwe samenwerking tussen schuldhulpverlening en de andere ketenpartners zoals: algemeen maatschappelijk werk, jongerenwerk, sociaal raadslieden, het OTB (Ondersteuningsteam Best), Stichting Leergeld, Voedselbank, Vluchtelingenwerk, Formulierenspreekuur, Administratiemaatjes, en vanaf 2025 de armoederegisseur. Hiermee wordt aangesloten bij de integrale benadering tussen alle partijen, waardoor (financiële) problemen bij ouders en hun kinderen snel opgepakt kunnen worden.
§ 6 Schuldhulpverlening en jongeren
De schuldhulpverlening voor jongeren richt zich op zowel preventie als het versterken van financiële vaardigheden. Door hen vroeg te informeren over geldbeheer, schulden te voorkomen en regelingen te benutten, wordt financiële zelfredzaamheid opgebouwd. Digitale tools zoals online platforms (geldfit.nl) en budgetcoaching, evenals ondersteuning via school of jongerenwerkers, spelen hierbij een rol. Zie bijlage 7 voor meer informatie over geldfit.nl.
Wanneer jongeren in een schuldsituatie terechtkomen, is snel toegankelijke hulp essentieel. Schuldhulp wordt afgestemd op hun situatie, zoals het starten van een huishouden of het behalen van een diploma, met maatwerk in terugbetalingsregelingen. Ook de psychologische gevolgen van schulden krijgen aandacht. We werken samen met welzijnspartners in Bestwijzer en buiten Bestwijzer, zoals jongerenwerk en Humanitas, voor een integrale aanpak van de financiële, sociale en mentale situatie. Daarnaast wordt bij de aanpak rekening gehouden met de overgang naar volwassenheid (18 jaar), waarvoor jaarlijks een bijeenkomst wordt georganiseerd voor de leerlingen van het Heerbeeck College.
In Best wordt schuldhulpverlening voor jongeren geïntegreerd in de reguliere schuldhulpverlening. Er is geen aparte aanpak, maar de bestaande diensten zijn zo vormgegeven dat ze rekening houden met de specifieke uitdagingen van deze doelgroep.
Bijlage 2 Toelichting op de (minima-)regelingen en ondersteuning
Minimaregelingen:
1) Meedoenregeling
De gemeente wil sportieve, sociale, culturele en educatieve activiteiten onder inwoners met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm stimuleren. Daarvoor is er de meedoenregeling. Zowel in 2023 als in 2024 is de Meedoenregeling bijgesteld. Het bedrag, de meedoenbijdrage, is nu geïndexeerd, waardoor deze jaarlijks wordt bijgesteld. Daarnaast is het bedrag begin 2024 verhoogd naar € 250,- per jaar, per persoon. Deze verhoging is er gekomen o.a. doordat het NIBUD in de Minima-effectrapportage (MER) deze aanbeveling heeft gedaan. Deze regeling bestaat voor volwassenen. Sinds 2024 wordt de meedoenbijdrage ‘automatisch’ toegekend aan de inwoners die een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet (PW) [de Bbz is onderdeel van de PW], de IOAW of de IOAZ. Deze mensen hoeven geen aanvraag meer in te dienen en krijgen het bedrag automatisch overgemaakt. St. Leergeld is – zoals hieronder wordt beschreven – betrokken bij het laten participeren en meedoen van kinderen onder de 18 jaar. In de Verordening Meedoen in Best 2023 zijn de regels rondom de meedoenbijdrage vastgelegd.
2) Gemeentepolis
Dit wordt ook wel de collectieve zorgverzekering genoemd. Een belangrijk aspect van de Gemeentepolis is dat we onze inwoners een goede en relatief betaalbare zorgverzekering kunnen bieden met vrij uitgebreide vergoedingen. Er kan gekozen worden uit 2 verschillende zorgverzekeraars (VGZ en CZ) en die hebben ieder 3 pakketten (uitgebreid en minder uitgebreid) om uit te kiezen, 6 pakketten in totaal. 1 van de opties biedt een zorgverzekering waarin het eigen risico van € 385,- is afgedekt. In een aantal pakketten geldt dat de eigen bijdrage (abonnementstarief) in het kader van de Wmo (CAK-bijdrage) vergoed kan worden. Een ander belangrijk aspect is, dat wij een bijdrage (een geldbedrag) geven aan de kosten van de aanvullende zorgverzekering. Dit doen we in de vorm van bijzondere bijstand. Deze bijdrage staat volledig los van de Zorgtoeslag die bij de Belastingdienst kan worden aangevraagd. Voor de Gemeentepolis geldt als voorwaarde: een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. De mogelijkheid om een Gemeentepolis of collectieve zorgverzekering te regelen komt voort uit artikel 35 lid 3 van de Participatiewet. In de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Best 2023 staat in artikel 7 het een en ander uitgewerkt.
Wij kiezen voor het hebben van een Gemeentepolis voor onze inwoners – net zoals 95% van alle gemeenten in Nederland – omdat relatief veel inwoners met een laag inkomen kampen met (chronische) gezondheidsklachten. We willen dat deze inwoners goede toegang tot zorg hebben via een gepaste zorgverzekering. Wanneer inwoners ervoor kiezen om zichzelf zo goedkoop mogelijk te verzekeren bij een willekeurige zorgverzekeraar – waardoor bepaalde zorg niet vergoed wordt – kan dit leiden tot andere problemen. Ook bestaat er een grotere kans om aangemeld te worden bij het CAK i.v.m. 6 maanden zorgpremie achterstand, waardoor er nóg meer betaald moet worden per maand. In het bedrag dat aan het CAK betaald moet worden zit immers een boetedeel. Tevens vervalt de aanvullende zorgverzekering en is men alleen basis verzekerd. Uit onderzoek blijkt dat de inzet van een Gemeentepolis leidt tot 40% minder betalingsachterstanden bij verzekerden.
Wanneer mensen onvoldoende zorgverzekerd zijn, bestaat het risico dat we als gemeente op een andere manier hiermee te maken krijgen; door meer aanvragen bijzondere bijstand, een verhoogde kans op het ontstaan van schulden en daardoor een groter beroep op schuldhulpverlening of anderszins. Daarom is dit een goed instrument ter voorkoming van schuldenproblematiek.
De toegang tot de Gemeentepolis verloopt via het portaal Gezondverzekerd.nl. Dat platform is van het Bureau BS&F. De gemeente Best maakt al jaren gebruik van de diensten van dit bureau en dit platform, net zoals ± 300 andere gemeenten in Nederland dat doen. We zijn hier erg tevreden over. Bureau BS&F heeft zich ontwikkeld tot een adviseur en kennispartner voor het sociaal domein op gebied van minimaregelingen. Hun expertise gaat verder dan alleen de Gemeentepolis.
3) Bijdrage eigen risico ziektekosten
De rijksoverheid zegt het volgende over het ‘eigen risico’. “U betaalt een eigen risico als u 18 jaar of ouder bent en gebruikmaakt van zorg uit het basispakket. Behalve als het over zorg gaat waarvoor geen eigen risico geldt, zoals bijvoorbeeld de huisarts. De overheid heeft het verplicht eigen risico vastgesteld op € 385,-. U betaalt dus zelf de eerste € 385,- aan zorgkosten die onder het eigen risico vallen.”
Deze regeling is bedoeld voor de inwoners van Best met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm die te maken hebben met het moeten betalen van het eigen risico doordat ze veel zorg gebruiken. Daarvoor krijgen ze een tegemoetkoming in deze kosten (in de vorm van bijzondere bijstand).
Een bedrag van € 385,- op jaarbasis is een hoog bedrag voor iemand met een laag inkomen. Vandaar dat we deze regeling hebben. Een dergelijke regeling zien we niet veel terug bij andere gemeenten. We maken hierin een ruimhartige keuze. Hierbij geldt dat we met deze regeling een bijdrage leveren aan een ruimer besteedbaar inkomen, het voorkomen van schulden, het voorkomen van zorgmijding i.v.m. hoge kosten. In artikel 8 van de Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Best 2023 is deze regeling uitgewerkt.
4) Individuele Inkomenstoeslag
In een grijs verleden werd dit ook wel de langdurigheidstoeslag genoemd. Dat is een wat begrijpelijker term. Het gaat hier om een toeslag die inwoners kunnen krijgen wanneer ze gedurende langere tijd van een laag inkomen moeten rondkomen. In Best hebben we het over een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm gedurende 2 jaar. De hoogte van het vermogen en het (geen) zicht hebben op inkomensverbetering spelen hier ook een rol. De gemeente moet dit beoordelen aan de hand van de individuele omstandigheden van de aanvrager. Deze toeslag kan jaarlijks worden aangevraagd.
De Individuele Inkomenstoeslag komt voort uit artikel 36 van de Participatiewet. In de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Best 2023 zijn onze plaatselijke regels omtrent deze toeslag verder uitgewerkt en vastgelegd.
De keuze die in het verleden is gemaakt om uit te gaan van een periode van 2 jaar voor het hebben van een laag inkomen, is een ruimhartige keuze van Best. De meeste gemeenten in deze regio kijken tenminste 3 jaar terug en soms zelfs 5 jaar.
5) Bijzondere bijstand
Voor het aanvragen van Bijzondere Bijstand geldt een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Er kan Bijzondere Bijstand aangevraagd worden als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
De kosten waarvoor Bijzondere Bijstand wordt aangevraagd, moeten aantoonbaar, onvoorzien en noodzakelijk zijn. De kosten zijn ontstaan door bijzondere of dringende omstandigheden en deze kosten kunnen niet op een andere manier worden vergoed. Hier kunnen allerlei soorten kosten onder vallen, bijvoorbeeld bewindvoeringskosten, inrichtingskosten of griffiekosten. Er kan geen limitatieve opsomming gegeven worden van het soort kosten dat hieronder valt. Het idee van de wetgever is dat heel veel verschillende soorten kosten hieronder zouden kunnen vallen, zolang ze maar aan bovenstaande voorwaarden voldoen.
Bijzondere Bijstand komt voort uit de Participatiewet (artikel 35) en in de Beleidsregels Bijzondere Bijstand gemeente Best 2023 zijn de lokale regels omtrent Bijzondere Bijstand verder uitgewerkt en vastgelegd. De regels rondom inrichtingskosten worden genoemd in artikel 9 van deze Beleidsregels. De voorwaarden die zijn vastgelegd in de Participatiewet zoals de vermogensgrens gelden ook voor de Bijzondere Bijstand.
Andere regelingen en ondersteuning
6) St. Leergeld voor kinderen
Stichting Leergeld Best is een vrijwilligersorganisatie die ondersteuning biedt aan gezinnen met kinderen van 0 tot 18 jaar met een besteedbaar inkomen van 120% van de bijstandsnorm. Vanuit de stichting wordt gekeken naar het daadwerkelijk te besteden inkomen.
De Stichting Leergeld biedt vergoedingen voor activiteiten op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn. Op deze manier worden kinderen extra gestimuleerd om deel te nemen aan sportieve en culturele activiteiten en ook schoolgerelateerde kosten kunnen vergoed worden. Voor volwassenen hebben we de Meedoenregeling (zie hierboven) en voor kinderen tot hun 18e verjaardag hebben we St. Leergeld.
Vanaf 2016 ontvangt St. Leergeld Best jaarlijks subsidie om kinderen te ondersteunen in het meedoen en participeren in de samenleving. In 2024 is het subsidiebedrag met € 15.000,- verhoogd. Deze extra € 15.000,- is erbij gekomen zodat vooral de oudere kinderen (vanaf 12 jaar) beter ondersteund kunnen worden. Voor oudere kinderen moeten vaak meer en hogere kosten betaald worden, zoals bijvoorbeeld een fiets of een laptop. Deze verhoging is mede gekomen omdat in de Minima-effectrapportage van het NIBUD in najaar 2023 de aanbeveling stond om dit te doen. Deze aanbeveling is opgevolgd.
Stichting Leergeld is een landelijke organisatie met een vestiging in Best die werkt voor Best, Oirschot en Son en Breugel. St. Leergeld opereert onafhankelijk van gemeenten. Dat werkt zeer positief, want de medewerker (vrijwilliger) van St. Leergeld komt bij de mensen thuis om een aanvraag te bespreken. Dan zit er géén medewerker van de overheid tegenover je, maar een vrijwilliger. Daardoor is het bereik van St. Leergeld veel groter, dan wanneer wij zelf kindregelingen zouden uitvoeren. St. Leergeld heeft als centraal uitgangspunt: het leveren van maatwerk, en als centrale vraag: ‘wat is er nodig voor het kind?’
7) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Als iemand weinig vermogen en onvoldoende betalingscapaciteit heeft, kan een gemeente kwijtschelding verlenen. De belastingaanslag hoeft dan niet betaald te worden.
De mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen, is geregeld in de Gemeentewet. Daarnaast geldt voor gemeenten de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Hoofdregel is dat gemeenten de kwijtscheldingsregels van de rijksoverheid volgen. Er kan maar zeer beperkt afgeweken worden. Gemeenten mogen uitgaan van hogere ‘kosten van bestaan’ dan in de landelijke regels vastligt. Ze mogen de kosten van bestaan op 100% (niet hoger) zetten in plaats van 90% die landelijk gehanteerd wordt. In onze ‘Verordening verhoging vermogensnorm kwijtschelding gemeentelijke belastingen Best 2023’ is vastgelegd wat de vermogensnorm is van bepaalde doelgroepen. Hierin staat ook dat wij het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan inderdaad op 100% stellen.
8) Noodfonds
Huishoudens kunnen financieel in de problemen komen om verschillende redenen. Ondanks het feit dat er veel (minima-)regelingen zijn (zoals genoemd in dit beleidsdocument) waar mensen een beroep op kunnen doen als er financiële problemen zijn, vallen sommige huishoudens daarbuiten. Er kan zich bijvoorbeeld een situatie voordoen waarbij inkomensondersteuning vanuit bijvoorbeeld bijzondere bijstand niet mogelijk is, maar er wél sprake is van een schrijnende noodsituatie. De gemeente Best heeft daarvoor de voorziening Noodfonds. De schuldhulpverleners van Lumens behandelen aanvragen voor het Noodfonds. Wanneer in 2025 de armoederegisseur aan het werk is, dan kan ook de armoederegisseur een gift uit het Noodfonds inzetten, wanneer de noodzaak daartoe wordt gezien. De armoederegisseur zal daarvoor altijd in overleg gaan met een schuldhulpverlener van Lumens.
9) Energiecoaches
Via LEV kunnen inwoners zich aanmelden voor het bezoek van een energiecoach. De energiecoaches zijn opgeleide vrijwilligers die inwoners kunnen helpen bij het besparen van energie. Dat doen ze op allerlei manieren; door tips, door het gratis aanbrengen van kleine maatregelen (zoals tochtstrips en Ledlampen) en door advies over energiebesparing op maat. Dit project wordt aangestuurd door de gemeente vanuit Team Duurzaamheid. De coördinatie, uitvoering en begeleiding van de energiecoaches ligt bij LEV. Er wordt samengewerkt met het Domein Samenleving in het kader van minimabeleid.
De huisbezoeken van de energiecoaches zijn bestemd voor mensen met een kleine portemonnee, maar er wordt niet getoetst op de hoogte van het inkomen. Er zijn weinig drempels voor de inwoners, behalve dat ze zich hiervoor moeten aanmelden wanneer ze belangstelling hebben. Er wordt hier regelmatig over gecommuniceerd. Zo hebben inwoners met energietoeslag een brief ontvangen over de energiecoaches. Daarnaast staat het op de website van LEV en liggen er folders in Bestwijzer. Mond-op-mond reclame van mensen die al een bezoek van de energiecoach hebben gehad, gebeurt ook regelmatig.
Dit project wordt als succesvol ervaren en dat komt ook door de bijvangst die dit project oplevert. De vrijwilligers komen bij de mensen thuis en gaan in gesprek met de inwoner. Hierdoor kunnen ze naast de coaching en het aanbrengen van klein duurzaam materiaal, ook andere problemen signaleren, om vervolgens door te verwijzen naar de juiste ondersteuning. De inwoners weten dat de energiecoaches vrijwilligers zijn, en geen medewerkers van de gemeente of van LEV. Dat geeft de inwoners vertrouwen, en draagt bij aan het succes van de energiecoaches.
10) Witgoedregeling
In 2023/begin 2024 is er een witgoedregeling geweest. En in 2025 is deze er weer. Wanneer de inwoner een oud witgoedapparaat heeft, zoals een koelkast, vriezer, of wasmachine, dat veel energie verbruikte, dan kan hij/zij in aanmerking kan komen voor een nieuw witgoedapparaat. Het uitgangspunt daarbij is dat het nieuwe witgoedapparaat minder energie verbruikt. De inwoner kreeg een bon van € 600,- die ingewisseld kon worden bij 2 lokale witgoedwinkels voor een nieuw energiezuinig(er) apparaat. De energiecoaches controleerden de leeftijd van het witgoedapparaat.
De communicatie over deze witgoedregeling was gericht op inwoners die al een bezoek van de energiecoach hadden gehad, waarbij geconstateerd was dat er een energieslurpend witgoedapparaat aanwezig was. Daarnaast ging het om inwoners die aangeschreven werden om ze attent te maken op de witgoedregeling. Hierbij is o.a. samengewerkt met schuldhulpverlening van Lumens. Vanuit schuldhulpverlening zijn al hun klanten per brief geïnformeerd over de witgoedregeling. Vanuit de gemeente zijn de inwoners aangeschreven die gebruik maakten van de Gemeentepolis.
Dit kan gezien worden als een zuster-project van de energiecoaches. Ook dit werd geleid van vanuit Team Duurzaamheid van de gemeente. LEV deed de coördinatie, en de energiecoaches werden hierbij ingezet.
11) Voedselbank
De Stichting Voedselbank Best e.o. is een vrijwilligersorganisatie die vanuit een grote betrokkenheid wekelijks gratis voedselpakketten (inclusief hygiëneproducten) verstrekt aan mensen die dat nodig hebben. De voedselpakketten zijn bedoeld als noodhulp voor mensen die kortere of langere tijd financieel niet rond kunnen komen. De Voedselbank gaat hierbij uit van het werkelijk besteedbaar inkomen nadat alle vaste lasten van het inkomen zijn afgetrokken. Er wordt gewerkt op aanvraag en er vindt altijd bij de Voedselbank een intakegesprek plaats. Medewerkers in Bestwijzer verwijzen inwoners door naar de Voedselbank. Ook is er maandelijks een medewerker (vrijwilliger) van de Voedselbank aanwezig in Bestwijzer om hulp te bieden bij het aanvragen van hulp van de Voedselbank.
De Voedselbank Best is heel actief om sponsoren en leveranciers te vinden die hen willen helpen met hun doelstelling. Regelmatig worden er extra acties/activiteiten georganiseerd waarvan de klanten van de Voedselbank kunnen profiteren. Bijvoorbeeld een Sinterklaasactie of een Verjaardagsactie. Kledingboetiek ‘de smalle beurs’ is aanwezig in het pand van de Voedselbank, waar de klanten voor een (heel) klein prijsje tweedehands kleding kunnen kopen.
Bijlage 3 Cijfers rond inkomen, schulden en armoede in Best
Cijfers Armoede in Nederland, 2018 – 2023, volgens de nieuwe methode.
CBS, oktober 2024
Gemeente
2022: arm (%)
2023: arm (%)
Best
2,1
2,0
Eindhoven
4,4
4,1
Oirschot
1,4
1,2
Son en Breugel
1,6
1,3
CBS, volgens de nieuwe methode, oktober 2024
Problematische schulden van huishoudens met een inkomen van 120% van het sociaal minimum, 2022
Problematische schulden van huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, 2022 verwijzen naar huishoudens die in 2022 net iets meer verdienen dan het sociaal minimum, maar toch schulden hebben die ze niet kunnen aflossen. Dit kan leiden tot financiële instabiliteit en verhoogde risico’s op verdere verslechtering van hun situatie. Ondanks dat deze huishoudens niet in de bijstand zitten, ervaren zij grote financiële druk en hebben vaak moeite om de dagelijkse kosten te dekken, wat hen kwetsbaar maakt voor een escalatie van hun problemen.
Gebied
%
Best
9,6
Eindhoven
13,1
Oirschot
7,9
Son en Breugel
7,3
Nederland
13,1
Cijfers van CBS uit de Armoedescan
Via Waarstaatjegemeente
Bijlage 5 Overheidsbrede loketten
Waarvoor kunnen inwoners terecht in het kader van overheidsbrede loketten?:
Bijlage 6 Niet-gebruik van toeslagen (landelijke regelingen)
Uit ‘Onbenut recht, een onderzoek naar het niet-gebruik van de huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget’ van het Centraal Planbureau, maart 2025
Bijlage 7 Informatie over Geldfit
Geldfit is een online platform, te vinden op geldfit.nl, dat mensen helpt bij het oplossen van financiële problemen en het voorkomen van schulden. Het biedt een handige en laagdrempelige manier voor mensen om inzicht te krijgen in hun financiën en om op eigen kracht stappen te zetten richting een gezondere financiële situatie.
Via de website kunnen gebruikers anoniem een gratis en onafhankelijk online geldcheck doen. Deze check biedt direct inzicht in hun financiële situatie en geeft praktische tips en advies over hoe ze geldzorgen kunnen aanpakken. Daarnaast verwijst Geldfit naar lokale hulpverlening en instanties die mensen verder kunnen ondersteunen, mocht dat nodig zijn.
Geldfit is dus niet alleen voor mensen met acute schulden, maar ook voor wie preventief met zijn of haar geldzaken aan de slag wil. Het platform werkt samen met verschillende gemeentelijke en sociale organisaties, waardoor het een breed bereik heeft. Zo draagt Geldfit bij aan het versterken van de financiële zelfredzaamheid van mensen en het voorkomen van schulden.
Geldfit is het startpunt bij vragen en zorgen over geld. Het is onderdeel van de onafhankelijke Stichting NSR (Nederlandse Schuldhulproute). De Nederlandse Schuldhulproute is een publiek-private samenwerking van bedrijven, gemeenten, (hulp)interventies en andere samenwerkingspartners. Samen werken zij aan een financieel gezond Nederland. Dit doen ze door mensen eerder te vinden, te bereiken en te leiden naar passende tools, informatie of hulp. Gemeente Best is lid van de NSR. Daarnaast is binnen het regionale programma Financieel Fit van Brainport voor Elkaar gekozen voor (de tools van) Geldfit.