Artikel 1. Recht op geldlening en bijkomende kosten
Als bijstand als bedoeld in artikel 50 van de Participatiewet wordt verleend aan de eigenaar van een woning die door de eigenaar of zijn gezin wordt bewoond, wordt de bijstand verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek voor zover het betreft een registergoed of in de vorm van een pandovereenkomst voor zover het betreft een niet-registergoed en voor-zover de bijstand naar verwachting meer bedraagt dan € 5.000,-. Tot de bijstand wordt mede gerekend de eventuele kosten voor bijstand als genoemd in artikel 2, derde lid.
Artikel 2. Waardebepaling
1De geldlening, bedoeld in artikel 1, is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdelen b en d, van de Participatiewet.
2Ter vaststelling van de waarde van de woning vindt taxatie plaats door een beëdigd taxateur voor onroerende zaken die door het college in overeenstemming met de belanghebbende wordt aangewezen.
3De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, dan wel de kosten van de vestiging van het pandrecht met de bijkomende kosten, komen ten laste van de belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand, tenzij aan de belanghebbende alleen bijzondere bijstand wordt verleend.
Artikel 3. Voorwaarden
1Aan de geldlening worden in elk geval verbonden de voorwaarden genoemd in de artikelen 4 en 5.
2De in het eerste lid bedoelde voorwaarden worden samen met de gebruikelijke bedingen opgenomen in de hypotheekakte dan wel de akte van het pandrecht.
Artikel 4. Aflossing geldlening
1Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste 10 jaar.
2De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening en vindt maandelijks plaats.
3Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van 1 jaar vastgesteld.
4Het maandbedrag van de aflossing wordt vastgesteld op minimaal 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet, vermeerderd met 25% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, overeenkomstig de Beleidsregels en uitvoerings-voorschriften terugvordering Participatiewet.
5Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt het maandbedrag van de aflossing, zonodig tussentijds, op een lager dan wel hoger bedrag vastgesteld.
6Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen.
7Als belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van 10 jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
Artikel 5. Rente geldlening
1Als door toepassing van artikel 4, vierde tot en met zesde lid, na afloop van de
aflossingsperiode van 10 jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
2De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met 1/5 deel van de wettelijke rente.
3Als belanghebbende de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
4Als belanghebbende geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
5Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.
Artikel 6. Verkoop woning
1Bij verkoop of bij vererving van de woning, en als het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, met de op grond van artikel 5, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, direct afgelost.
2Bij verkoop van de woning kan het college wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding door belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek of pandrecht voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning.
3Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aan belanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 34, eerste lid, onderdeel a en tweede lid onderdeel b van de Participatiewet bij de vaststelling van de geldlening op de waarde van de woning in mindering is gebracht.
4Als bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.
Artikel 7. Hernieuwde bijstandsverlening
Als binnen een periode van 2 jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek of pandrecht wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek of het laatst gevestigde pandrecht.
Artikel 8. Saldobevestiging
Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
Artikel 10. Citeertitel
De beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels bijstand onder verband van hypotheek en/of verpanding Participatiewet Bernheze 2019.
Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 26 november 2019
Het college van burgemeester en wethouders,
De secretaris, De burgemeester,
Ineke Lissenberg Marieke Moorman