Gemeentelijke regelgeving

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026

Gemeente Berkelland · geldt sinds 11 april 2026

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland;

Gelet op het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 5.5.2 eerste lid en artikel 8.3.3 achtste lid van de Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026, de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026 en hun rechtsopvolgers;

Gelet op het wettelijk minimumloon;

Besluiten vast te stellen:

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026

Inleiding

Artikel 1. Begripsbepalingen

De begrippen die in dit Besluit gehanteerd worden hebben, tenzij anders aangegeven, de betekenis zoals omschreven in de Wmo 2015 en de Jeugdwet, en ook de daarop gebaseerde gemeentelijke Verordening en beleidsregels op het terrein van de Wmo en jeugdhulp.

Artikel 2. Zorg in natura tarieven

1De tarieven voor Wmo integrale ondersteuning (artikel 3.7.2 van de Verordening) en jeugdhulp (artikel 4.3 van de Verordening) in natura (zin) voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gaan uit financiering middels PxQ. PxQ-financiering is een bekostigingsvorm waarbij de kosten worden berekend op basis van de prijs (P) en de geleverde inzet (Q). De tarieven zijn vastgesteld conform het kostprijsmodel waarmee de tarieven voldoen aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

2De tarieven voor huishoudelijke ondersteuning (artikel 5.2.2 van de Verordening) in natura voor maatschappelijke ondersteuning zijn vaste tarieven en worden vastgesteld door middel van een objectief tariefmodel waarmee de tarieven voldoen aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële prijs Wmo 2015. De tarieven worden voorgelegd aan de gecontracteerde zorgaanbieders op basis van marktconsultatie, welke indien van toepassing, jaarlijks worden geïndexeerd.

Hiermee voldoen de tarieven aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel 3. Hoogte persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor professionele hulp

Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 4 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1.

Daarnaast zijn in de Verordening de mogelijkheden opgenomen voor het in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in noodzakelijke kosten, artikelen 3.7.5 lid 2 en 5.2.1 lid 2 en 3 van de Verordening.

Artikel 3.1 Hoogte persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor niet professionele hulp, met uitzondering van logeren

Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 5 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3.2 Vergoeding logeren voor niet professionele hulp Wmo en Jeugd

Voor logeren kan een symbolische vergoeding worden toegekend van maximaal € 141,- per kalendermaand. Er kan geen vergoeding sociaal netwerk voor een etmaal of dagdeel worden verstrekt. Zie artikel 8.3.3. lid 6 van de Verordening.

Let op! Pgb en een symbolische vergoeding kunnen niet gezamenlijk worden verstrekt (artikel 2ab Uitvoeringsregeling Wmo 2015).

Artikel 3.3 Overgangsregeling bij aanpassen van bestaande pgb’s

In dit Besluit zijn de (nieuwe) pgb-tarieven vastgesteld. Aanpassing van deze tarieven, een heronderzoek of een veranderde thuissituatie bij de inwoner kunnen redenen zijn om bestaande pgb’s aan te passen. Om bestaande pgb’s op een verantwoorde en acceptabele wijze aan te passen is een overgang nodig. De overgangsregeling voorziet in het afbouwen van de toegekende budgetten. Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.

Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:

•De duur van de afbouwtermijn hangt af van de duur van het toegekende pgb;

•De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de mate waarin de pgb-houder afhankelijk is van het pgb;

•De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de verplichtingen die hiermee gemoeid zijn;

•De duur waarin de pgb-houder het huidige pgb ontvangt speelt geen rol bij de afbouwperiode;

•Een overgangstermijn van een half jaar is redelijk in algemene zin;

•Een kortere termijn kan in sommige gevallen gehanteerd worden, mits de inwoner tijdig (minimaal drie maanden) van de mogelijke komende wijzigingen op de hoogte is gesteld en/of er goede alternatieven geboden kunnen worden aan de inwoner.

Afbouwregeling bij tussentijdse wijziging

Als de indicatie niet van rechtswege wordt beëindigd, wordt met een besluit de afbouwperiode bekend gemaakt aan de budgethouder. In het besluit staat de reden van de wijziging van het pgb, de hoogte van het nieuwe pgb en de ingangsdatum (deze ligt tussen de 3 en 6 maanden na de bekendmaking). Ook staat er in het besluit hoe de afbouwregeling wordt toegepast en een uitleg dat de benodigde hulp/zorg met het nieuwe budget te betalen is (en/of blijft). De aanpassing van het pgb-tarief staat niet open voor bezwaar en beroep, omdat deze mogelijkheid voor het aanpassen van het tarief is opgenomen in de Verordening. Uitzondering op deze regel is als met het nieuwe tarief niet minstens bij één aanbieder ondersteuning kan worden ingekocht.

Afbouwregeling

Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.

•Als het afbouwbedrag in totaal niet hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000 per jaar is er geen afbouwperiode. Iedereen moet zelf een oplossing kunnen vinden in 3 maanden die er zijn voordat het besluit in gaat.

•Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats.

•Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 833,- per maand/€ 10.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats.

Omzetting pgb in voorziening in natura

Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura, tijdens de toegekende periode, is niet meer mogelijk nadat het pgb is besteed aan een voorziening.

Artikel 3.4 Financiële tegemoetkomingen

In de Verordening is voor een aantal zaken de mogelijkheid opgenomen om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend en bedraagt voor:

1verhuizing en inrichtingskosten: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 2)

2bezoekbaar maken van één woning: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 3)

3sportvoorziening 1x in de 3 jaar: € 3.250,00 (artikel 3.7.5 lid 2)

Voor deze tegemoetkomingen is geen eigen bijdrage verschuldigd.

Artikel 4. Maximumhoogte pgb overige hulp-op-maat

Bij het verstrekken van hulp-op-maat wordt uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Dit betreft altijd maatwerk.

Artikel 5. Afschrijvingstermijnen hulp-op-maat

1Voor een kind-, douchevoorziening en autoaanpassing geldt een technische levensduur van 5 jaar, voor trapliften geldt een technische levensduur van 10 jaar en voor overige Wmo-hulpmiddelen geldt een technische levensduur van 7 jaar. Elk hulpmiddel, dat met behulp van een persoonsgebonden budget of in natura is verstrekt, heeft een afschrijvingstermijn van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en dient dus in principe respectievelijk 5, 7 of 10 jaar mee te gaan. Is een hulpmiddel afgeschreven dan ontstaat niet automatisch het recht op een nieuw of gebruikt hulpmiddel. Zolang het verstrekte hulpmiddel of het via een persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel technisch nog voldoet, bestaat geen recht op vervanging van het hulpmiddel. Dit tenzij een medische noodzaak wordt aangetoond.

2Indien met een persoonsgebonden budget een voorziening als genoemd in de beschikking tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt verwacht dat deze minimaal nog de in lid 1 genoemde periode meegaat. Het pgb wordt geacht te zijn verstrekt voor de duur van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en er bestaat geen recht op vervanging binnen deze afschrijvingstermijn.

3Het pgb voor het onderhoud en de service van een voorziening kan na afloop van de afschrijvingstermijn van de voorziening doorlopen als de voorziening nog adequaat en passend is. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente.

4Het is de inwoner (of de erven van de inwoner) niet toegestaan om de met een pgb aangeschafte voorziening te verkopen, zonder hiervoor toestemming te hebben van de gemeente.

Artikel 6. Berekening bijdrage in de kosten collectief vervoer van ZOOV

We hanteren 3 categorieën bij het opleggen van de jaarlijkse bijdrage in de kosten (artikel 3.7.3 lid 4 uit de Verordening) voor collectief vervoer “ZOOV Op Maat”:

1Bestaande gebruikers: gebruikers die op de peildatum 1 januari in het systeem staan, ontvangen een nota van € 60,- om hun jaarbijdrage te voldoen;

2Nieuwe gebruikers: het jaarbedrag wordt berekend aan de hand van de maand waarin de toekenning wordt gestuurd; € 5,- voor iedere resterende maand van het jaar. Daarbij wordt de maand van verzending meegerekend als de beschikking vóór de 15e van de maand wordt gestuurd. De totale bijdrage wordt in één keer in rekening gebracht;

3Tijdelijke gebruiker: deze gebruiker betaalt afhankelijk van de duur van de indicatie een bedrag in de kosten, op basis van € 5,- per maand. Daarbij wordt de maand van verzending meegerekend als de beschikking vóór de 15e van de maand wordt gestuurd. De totale bijdrage wordt in één keer in rekening gebracht.

Restitutie bij stopzetting van de indicatie vindt niet plaats, tenzij de gebruiker is overleden.

Let op! Voor minderjarigen is er geen bijdrage voor ZOOV verschuldigd.

Artikel 7. Bijdrage in de kosten voor hulp-op-maat

De omvang van de eigen bijdrage per maand wordt vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. In artikel 8.5 van de Verordening staan een aantal vastgelegde regels over de bijdrage in de kosten. Hieronder een aanvulling daarop.

In een aantal situaties hoeft iemand geen bijdrage te betalen (artikel 3.8 lid 3 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).

•de inwoner betaalt al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de Wet langdurige zorg;

•voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing;

Voor Jeugdigen geldt:

•als de gemeente, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;

•voor voorzieningen die onder de Jeugdwet worden verstrekt.

Artikel 7.1 Bijdragen voor Beschermd Wonen

Uitzondering op de (in artikel 7 genoemde) bijdrage in de kosten is de bijdrage voor beschermd wonen. Deze wordt berekend volgens artikel 3.11 tot en met 3.19 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Berekening van de eigen bijdrage doet het CAK op basis van het inkomen, vermogen, de leeftijd, de huishouding en de zorg.

Artikel 7.2 Bijdrage in de kosten voor een Algemene Voorziening

Ook voor een Algemene Voorziening wordt de omvang van de bijdrage in de kosten per maand vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). In Berkelland is de Mantelzorgregeling aangewezen als Algemene Voorziening.

Artikel 8. Mantelzorgwaardering en de hoogte van de waardering

De mantelzorgwaardering zoals opgenomen in artikel 5.5.2 van de Verordening is bedoeld voor de mantelzorger(s) van de inwoner (zorgvrager) die woonachtig is in de gemeente Berkelland. De hoogte van de mantelzorgwaardering wordt jaarlijks in dit Besluit vastgesteld door het college en bedraagt in 2026 een éénmalig bedrag van € 50,00.

De mantelzorger kan het hele jaar deze financiële waardering aanvragen met DigiD op de website www.gemeenteberkelland.nl. Het aanvragen kan tot en met 31 december 2026. Binnen 3 weken ontvangt de aanvrager de financiële waardering op het opgegeven bankrekeningnummer.

Artikel 9. Citeertitel, inwerkingtreding, overgangsbepaling en intrekking

1Dit besluit wordt aangehaald als het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026.

2Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

3Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2026 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025, tenzij de toepassing van de bepalingen van de Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026 gunstiger is.

4Met de inwerkingtreding van dit besluit vervalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025.

Bijlage 1 Tarieflijsten pgb Wmo en jeugdhulp 2026 - SDA

Tarieflijsten pgb Wmo en jeugdhulp 2026 - SDA

Perceel 1. Jeugd ambulant

Subsegment

Dienstverlening

code

Tarief per 1-1-2026

Eenheid

Behandeling

Behandeling Individueel (niet GGZ)

45P12

€ 99,58

uur

Behandeling Groep (niet GGZ)

41P12

€ 98,82

dagdeel

Basis GGZ

54P10

€ 127,27

uur

Specialistische GGZ

54P11

€ 181,45

uur

Ondersteuning

Ondersteuning individueel

45P10

€ 73,93

uur

Ondersteuning individueel intensief

45P11

€ 88,68

uur

Ondersteuning groep

41P10

€ 68,27

dagdeel

Ondersteuning groep intensief

41P11

€ 86,57

dagdeel

Logeren

44P15

€ 178,16

etmaal

Persoonlijke Verzorging

Persoonlijke verzorging

40P10

€ 65,41

uur

Perceel 4. Wmo begeleiding

Subsegment

Dienstverlening

code

Tarief per 1-1-2026

Eenheid

Begeleiding

Begeleiding individueel basis

02P10

€ 65,24

uur

Begeleiding individueel extra

02P11

€ 74,10

uur

Begeleiding groep belevingsgericht

07P10

€ 40,72

dagdeel

Begeleiding groep ontwikkelgericht

07P11

€ 51,63

dagdeel

Begeleiding individueel Beschermd Thuis

15P22

€ 82,93

uur

Logeren- professionele hulp

Subsegment

Dienstverlening

code

Tarief per 1-1-2026

Eenheid

Logeren

Logeren

04P10

€ 117,18

etmaal

Wmo Huishoudelijke Ondersteuning – professionele hulp

Subsegment

Dienstverlening

code

Tarief per 1-1-2026

Eenheid

Huishoudelijke Ondersteuning Professioneel

Ondersteuning

01P01

€ 36,21

uur

Niet – professionele hulp

Subsegment

Dienstverlening

code

Tarief per 1-1-2026

Eenheid

Ondersteuning individueel (jeugdhulp)

Ondersteuning

45P09

€ 20,21

uur

Ondersteuning individueel (Wmo)

Ondersteuning

02P09

€ 20,21

uur

Huishoudelijke ondersteuning (Wmo)

Ondersteuning

01P09

€ 20,21

uur

NB: deze tarieven omvatten de vergoeding voor zowel directe als indirecte cliëntgebonden tijd, zoals het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit, reistijd van en naar de cliënt of hersteltijd na een intensieve behandelsessie. Hiervoor kunnen geen aparte uren gedeclareerd worden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.