Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland;
Gelet op het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 5.5.2 eerste lid en artikel 8.3.3 achtste lid van de Verordening Sociaal Domein Berkelland 2026, de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026 en hun rechtsopvolgers;
Gelet op het wettelijk minimumloon;
Besluiten vast te stellen:
Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026
Inleiding
Artikel 1. Begripsbepalingen
De begrippen die in dit Besluit gehanteerd worden hebben, tenzij anders aangegeven, de betekenis zoals omschreven in de Wmo 2015 en de Jeugdwet, en ook de daarop gebaseerde gemeentelijke Verordening en beleidsregels op het terrein van de Wmo en jeugdhulp.
Artikel 2. Zorg in natura tarieven
1De tarieven voor Wmo integrale ondersteuning (artikel 3.7.2 van de Verordening) en jeugdhulp (artikel 4.3 van de Verordening) in natura (zin) voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gaan uit financiering middels PxQ. PxQ-financiering is een bekostigingsvorm waarbij de kosten worden berekend op basis van de prijs (P) en de geleverde inzet (Q). De tarieven zijn vastgesteld conform het kostprijsmodel waarmee de tarieven voldoen aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
2De tarieven voor huishoudelijke ondersteuning (artikel 5.2.2 van de Verordening) in natura voor maatschappelijke ondersteuning zijn vaste tarieven en worden vastgesteld door middel van een objectief tariefmodel waarmee de tarieven voldoen aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële prijs Wmo 2015. De tarieven worden voorgelegd aan de gecontracteerde zorgaanbieders op basis van marktconsultatie, welke indien van toepassing, jaarlijks worden geïndexeerd.
Hiermee voldoen de tarieven aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel 3. Hoogte persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor professionele hulp
Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 4 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1.
Daarnaast zijn in de Verordening de mogelijkheden opgenomen voor het in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in noodzakelijke kosten, artikelen 3.7.5 lid 2 en 5.2.1 lid 2 en 3 van de Verordening.
Artikel 3.1 Hoogte persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor niet professionele hulp, met uitzondering van logeren
Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 5 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1.
Artikel 3.2 Vergoeding logeren voor niet professionele hulp Wmo en Jeugd
Voor logeren kan een symbolische vergoeding worden toegekend van maximaal € 141,- per kalendermaand. Er kan geen vergoeding sociaal netwerk voor een etmaal of dagdeel worden verstrekt. Zie artikel 8.3.3. lid 6 van de Verordening.
Let op! Pgb en een symbolische vergoeding kunnen niet gezamenlijk worden verstrekt (artikel 2ab Uitvoeringsregeling Wmo 2015).
Artikel 3.3 Overgangsregeling bij aanpassen van bestaande pgb’s
In dit Besluit zijn de (nieuwe) pgb-tarieven vastgesteld. Aanpassing van deze tarieven, een heronderzoek of een veranderde thuissituatie bij de inwoner kunnen redenen zijn om bestaande pgb’s aan te passen. Om bestaande pgb’s op een verantwoorde en acceptabele wijze aan te passen is een overgang nodig. De overgangsregeling voorziet in het afbouwen van de toegekende budgetten. Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:
•De duur van de afbouwtermijn hangt af van de duur van het toegekende pgb;
•De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de mate waarin de pgb-houder afhankelijk is van het pgb;
•De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de verplichtingen die hiermee gemoeid zijn;
•De duur waarin de pgb-houder het huidige pgb ontvangt speelt geen rol bij de afbouwperiode;
•Een overgangstermijn van een half jaar is redelijk in algemene zin;
•Een kortere termijn kan in sommige gevallen gehanteerd worden, mits de inwoner tijdig (minimaal drie maanden) van de mogelijke komende wijzigingen op de hoogte is gesteld en/of er goede alternatieven geboden kunnen worden aan de inwoner.
Afbouwregeling bij tussentijdse wijziging
Als de indicatie niet van rechtswege wordt beëindigd, wordt met een besluit de afbouwperiode bekend gemaakt aan de budgethouder. In het besluit staat de reden van de wijziging van het pgb, de hoogte van het nieuwe pgb en de ingangsdatum (deze ligt tussen de 3 en 6 maanden na de bekendmaking). Ook staat er in het besluit hoe de afbouwregeling wordt toegepast en een uitleg dat de benodigde hulp/zorg met het nieuwe budget te betalen is (en/of blijft). De aanpassing van het pgb-tarief staat niet open voor bezwaar en beroep, omdat deze mogelijkheid voor het aanpassen van het tarief is opgenomen in de Verordening. Uitzondering op deze regel is als met het nieuwe tarief niet minstens bij één aanbieder ondersteuning kan worden ingekocht.
Afbouwregeling
Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.
•Als het afbouwbedrag in totaal niet hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000 per jaar is er geen afbouwperiode. Iedereen moet zelf een oplossing kunnen vinden in 3 maanden die er zijn voordat het besluit in gaat.
•Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats.
•Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 833,- per maand/€ 10.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats.
Omzetting pgb in voorziening in natura
Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura, tijdens de toegekende periode, is niet meer mogelijk nadat het pgb is besteed aan een voorziening.
Artikel 3.4 Financiële tegemoetkomingen
In de Verordening is voor een aantal zaken de mogelijkheid opgenomen om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend en bedraagt voor:
1verhuizing en inrichtingskosten: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 2)
2bezoekbaar maken van één woning: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 3)
3sportvoorziening 1x in de 3 jaar: € 3.250,00 (artikel 3.7.5 lid 2)
Voor deze tegemoetkomingen is geen eigen bijdrage verschuldigd.
Artikel 4. Maximumhoogte pgb overige hulp-op-maat
Bij het verstrekken van hulp-op-maat wordt uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Dit betreft altijd maatwerk.
Artikel 5. Afschrijvingstermijnen hulp-op-maat
1Voor een kind-, douchevoorziening en autoaanpassing geldt een technische levensduur van 5 jaar, voor trapliften geldt een technische levensduur van 10 jaar en voor overige Wmo-hulpmiddelen geldt een technische levensduur van 7 jaar. Elk hulpmiddel, dat met behulp van een persoonsgebonden budget of in natura is verstrekt, heeft een afschrijvingstermijn van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en dient dus in principe respectievelijk 5, 7 of 10 jaar mee te gaan. Is een hulpmiddel afgeschreven dan ontstaat niet automatisch het recht op een nieuw of gebruikt hulpmiddel. Zolang het verstrekte hulpmiddel of het via een persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel technisch nog voldoet, bestaat geen recht op vervanging van het hulpmiddel. Dit tenzij een medische noodzaak wordt aangetoond.
2Indien met een persoonsgebonden budget een voorziening als genoemd in de beschikking tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt verwacht dat deze minimaal nog de in lid 1 genoemde periode meegaat. Het pgb wordt geacht te zijn verstrekt voor de duur van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en er bestaat geen recht op vervanging binnen deze afschrijvingstermijn.
3Het pgb voor het onderhoud en de service van een voorziening kan na afloop van de afschrijvingstermijn van de voorziening doorlopen als de voorziening nog adequaat en passend is. De inwoner dient de nota(‘s) hiervan in bij de gemeente.
4Het is de inwoner (of de erven van de inwoner) niet toegestaan om de met een pgb aangeschafte voorziening te verkopen, zonder hiervoor toestemming te hebben van de gemeente.
Artikel 6. Berekening bijdrage in de kosten collectief vervoer van ZOOV
We hanteren 3 categorieën bij het opleggen van de jaarlijkse bijdrage in de kosten (artikel 3.7.3 lid 4 uit de Verordening) voor collectief vervoer “ZOOV Op Maat”:
1Bestaande gebruikers: gebruikers die op de peildatum 1 januari in het systeem staan, ontvangen een nota van € 60,- om hun jaarbijdrage te voldoen;
2Nieuwe gebruikers: het jaarbedrag wordt berekend aan de hand van de maand waarin de toekenning wordt gestuurd; € 5,- voor iedere resterende maand van het jaar. Daarbij wordt de maand van verzending meegerekend als de beschikking vóór de 15e van de maand wordt gestuurd. De totale bijdrage wordt in één keer in rekening gebracht;
3Tijdelijke gebruiker: deze gebruiker betaalt afhankelijk van de duur van de indicatie een bedrag in de kosten, op basis van € 5,- per maand. Daarbij wordt de maand van verzending meegerekend als de beschikking vóór de 15e van de maand wordt gestuurd. De totale bijdrage wordt in één keer in rekening gebracht.
Restitutie bij stopzetting van de indicatie vindt niet plaats, tenzij de gebruiker is overleden.
Let op! Voor minderjarigen is er geen bijdrage voor ZOOV verschuldigd.
Artikel 7. Bijdrage in de kosten voor hulp-op-maat
De omvang van de eigen bijdrage per maand wordt vastgesteld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. In artikel 8.5 van de Verordening staan een aantal vastgelegde regels over de bijdrage in de kosten. Hieronder een aanvulling daarop.
In een aantal situaties hoeft iemand geen bijdrage te betalen (artikel 3.8 lid 3 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).
•de inwoner betaalt al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de Wet langdurige zorg;
•voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing;
Voor Jeugdigen geldt:
•als de gemeente, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
•voor voorzieningen die onder de Jeugdwet worden verstrekt.
Artikel 7.1 Bijdragen voor Beschermd Wonen
Uitzondering op de (in artikel 7 genoemde) bijdrage in de kosten is de bijdrage voor beschermd wonen. Deze wordt berekend volgens artikel 3.11 tot en met 3.19 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Berekening van de eigen bijdrage doet het CAK op basis van het inkomen, vermogen, de leeftijd, de huishouding en de zorg.
Artikel 7.2 Bijdrage in de kosten voor een Algemene Voorziening
Ook voor een Algemene Voorziening wordt de omvang van de bijdrage in de kosten per maand vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). In Berkelland is de Mantelzorgregeling aangewezen als Algemene Voorziening.
Artikel 8. Mantelzorgwaardering en de hoogte van de waardering
De mantelzorgwaardering zoals opgenomen in artikel 5.5.2 van de Verordening is bedoeld voor de mantelzorger(s) van de inwoner (zorgvrager) die woonachtig is in de gemeente Berkelland. De hoogte van de mantelzorgwaardering wordt jaarlijks in dit Besluit vastgesteld door het college en bedraagt in 2026 een éénmalig bedrag van € 50,00.
De mantelzorger kan het hele jaar deze financiële waardering aanvragen met DigiD op de website www.gemeenteberkelland.nl. Het aanvragen kan tot en met 31 december 2026. Binnen 3 weken ontvangt de aanvrager de financiële waardering op het opgegeven bankrekeningnummer.
Artikel 9. Citeertitel, inwerkingtreding, overgangsbepaling en intrekking
1Dit besluit wordt aangehaald als het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026.
2Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
3Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2026 en waarover de gemeente pas later een besluit neemt, handelt de gemeente af volgens het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025, tenzij de toepassing van de bepalingen van de Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2026 gunstiger is.
4Met de inwerkingtreding van dit besluit vervalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025.
Bijlage 1 Tarieflijsten pgb Wmo en jeugdhulp 2026 - SDA
Tarieflijsten pgb Wmo en jeugdhulp 2026 - SDA
Perceel 1. Jeugd ambulant
Subsegment
Dienstverlening
code
Tarief per 1-1-2026
Eenheid
Behandeling
Behandeling Individueel (niet GGZ)
45P12
€ 99,58
uur
Behandeling Groep (niet GGZ)
41P12
€ 98,82
dagdeel
Basis GGZ
54P10
€ 127,27
uur
Specialistische GGZ
54P11
€ 181,45
uur
Ondersteuning
Ondersteuning individueel
45P10
€ 73,93
uur
Ondersteuning individueel intensief
45P11
€ 88,68
uur
Ondersteuning groep
41P10
€ 68,27
dagdeel
Ondersteuning groep intensief
41P11
€ 86,57
dagdeel
Logeren
44P15
€ 178,16
etmaal
Persoonlijke Verzorging
Persoonlijke verzorging
40P10
€ 65,41
uur
Perceel 4. Wmo begeleiding
Subsegment
Dienstverlening
code
Tarief per 1-1-2026
Eenheid
Begeleiding
Begeleiding individueel basis
02P10
€ 65,24
uur
Begeleiding individueel extra
02P11
€ 74,10
uur
Begeleiding groep belevingsgericht
07P10
€ 40,72
dagdeel
Begeleiding groep ontwikkelgericht
07P11
€ 51,63
dagdeel
Begeleiding individueel Beschermd Thuis
15P22
€ 82,93
uur
Logeren- professionele hulp
Subsegment
Dienstverlening
code
Tarief per 1-1-2026
Eenheid
Logeren
Logeren
04P10
€ 117,18
etmaal
Wmo Huishoudelijke Ondersteuning – professionele hulp
Subsegment
Dienstverlening
code
Tarief per 1-1-2026
Eenheid
Huishoudelijke Ondersteuning Professioneel
Ondersteuning
01P01
€ 36,21
uur
Niet – professionele hulp
Subsegment
Dienstverlening
code
Tarief per 1-1-2026
Eenheid
Ondersteuning individueel (jeugdhulp)
Ondersteuning
45P09
€ 20,21
uur
Ondersteuning individueel (Wmo)
Ondersteuning
02P09
€ 20,21
uur
Huishoudelijke ondersteuning (Wmo)
Ondersteuning
01P09
€ 20,21
uur
NB: deze tarieven omvatten de vergoeding voor zowel directe als indirecte cliëntgebonden tijd, zoals het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit, reistijd van en naar de cliënt of hersteltijd na een intensieve behandelsessie. Hiervoor kunnen geen aparte uren gedeclareerd worden.