5. Juridische overwegingen omtrent privacy
5.1 Rechtmatigheid
5.1.1 Gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke
Met de inzet van bodycams wordt getracht om incidenten en onrechtmatige gedragingen te voorkomen. Met de veiligheid van de BOA in combinatie met de preventie van ongewenst gedrag tegenover de BOA is een gerechtvaardigd belang gemoeid.
Het college van Burgemeester en wethouders is de verantwoordelijke. Het belang van de verantwoordelijke is goed werkgeverschap en bescherming van personeel door de verantwoordelijke.
Uit evaluatiemomenten moet blijken of het gebruik van bodycams een positieve invloed heeft op het veiligheidsgevoel van de boa’s en of deze een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen dan wel de-escaleren van ongewenst gedrag.
Bovendien, maar dit is niet het hoofddoel, kunnen beelden van een bodycam worden gebruikt als bewijsmateriaal in een strafzaak en dienen als ondersteunend materiaal inzake bestuurlijke handhaving.
5.1.2 Proportionaliteit
Aan het vereiste van proportionaliteit wordt voldaan doordat strikte voorwaarden aan het gebruik van bodycams wordt gesteld. Deze voorwaarden zijn onder andere:
•De beelden van de bodycam worden pas opgeslagen wanneer de BOA’S in situaties terechtkomen die dreigen te escaleren en hij/zij de opslag van beelden activeert;
•Er is een uitleesprotocol waarin staat wie na autorisatie door de proceseigenaar bevoegd is om na toestemming de beelden uit te lezen;
•De beelden worden versleuteld opgeslagen en op een beveiligde omgeving in de cloud opgeslagen zodat ze niet zomaar kunnen worden uitgelezen;
•Er geldt een bewaartermijn van maximaal 28 dagen, tenzij de beelden worden opgevraagd;
•De beelden mogen niet via internet of social media of andere gegevensdragers verspreid worden, zonder expliciete toestemming van de proceseigenaar;
•Bij verstrekking van de beelden worden de overige personen (bijvoorbeeld voorbijgangers) in beeld geblurd, waardoor ze onherkenbaar zijn.
5.1.3 Subsidiariteit
Er wordt met regelmaat aandacht besteed aan de veiligheid van de BOA’s en er worden maatregelen getroffen. Zo doen alle BOA’s jaarlijks examen RTGB (Regeling Toetsing Geweldbeheersing BOA). De huidige uitrusting van de BOA behelst tot op heden geen vergelijkbaar middel dat kan worden ingezet in escalerende situaties om de in de inleiding gestelde doelen te bereiken.
5.1.4 Privacy van de geobserveerde
Ter waarborging van de privacy zijn werkinstructies en een uitleesprotocol opgesteld. Voor iedere verwerkingsgrondslag schrijft de Wpg (Wet politiegegevens) voor hoe lang de gegevens mogen worden verwerkt en bewaard en wanneer ze moeten worden vernietigd. Mocht naar aanleiding van een incident een uitleesverzoek komen, dan wordt dit alleen verstrekt indien voldaan wordt aan het opgestelde uitleesprotocol. Indien er vanuit de politie/justitie een uitleesverzoek komt, worden de beelden ter beschikking gesteld. Een uitleesverzoek moet schriftelijk worden aangevraagd. Hierbij gelden de voorwaarden dat de verzoeker een aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden en dat het niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG. Dat houdt bijvoorbeeld in dat derden (niet de verzoeker) die eveneens op de beelden te zien zijn, voor verzoeker onherkenbaar worden gemaakt. De opgevraagde beelden worden, alvorens deze ter inzage worden aangeboden, getoetst op inhoud door de beheerders, zodat informatie van/over derden voor verzoeker niet inzichtelijk is.
5.1.5. Bijzondere persoonsgegevens
De hoofregel is dat verwerking van bijzondere persoonsgegevens niet is toegestaan. Bijzondere persoonsgegevens zijn onder andere gegevens over iemand godsdienst, ras, politieke overtuiging, gezondheid of seksuele leven. Op camerabeelden kunnen bijzondere persoonsgegevens zichtbaar zijn. Echter beschouwt de Autoriteit Persoonsgegevens camerabeelden niet als een bijzonder persoonsgegevens indien het doel van de verwerking niet gericht is op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens.
Bijlage 1: Werkinstructies bodycams
Bij het in gebruik nemen van de bodycam worden de volgende gebruiksregels gehanteerd:
Uitgifte bodycam
Bij aanvang van de dienst ontvangt iedere BOA een bodycam (met uniek typenummer), waarna deze zal worden gekoppeld aan de betreffende BOA (met uniek personeelsnummer). De registratie van de uitgiften wordt beveiligd opgeslagen.
Gebruik van de bodycam
•De BOA draagt de bodycam duidelijk zichtbaar. Dit betekent dat het voor het publiek goed te zien moet zijn dat de BOA een bodycam draagt.
•Op het moment dat de BOA het voor zijn eigen veiligheid of voor de veiligheid van derden nodig acht, wordt de opnameknop van de bodycam ingedrukt. Op het moment van het indrukken neemt de bodycam de voorgaande 120 seconden ook op. Het activeren van de bodycam geschiedt, mits dit mogelijk is en de situatie dit toelaat, pas na het waarschuwen van de betreffende individuen. De BOA geeft dan aan, mits dit mogelijk is en de situatie dit toelaat, dat hij de bodycam laat opnemen. Als de BOA direct moet handelen hoeft hij deze waarschuwing niet te geven.
•Zodra de dreigende situatie voorbij is, zet de BOA de bodycam uit.
•De BOA stelt, mits dit mogelijk is, de betreffende individuen op de hoogte dat zij gefilmd zijn. Ook stelt hij, mits dit mogelijk is, de betreffende individuen op de hoogte waar en hoe lang zij de beelden nog kunnen inzien.
•De opname geschiedt in beginsel enkel in de openbare ruimte en openbare gebouwen.
•Bij een (integrale) instap in een pand is het mogelijk om de bodycam op te laten nemen. Dit omdat het een explosieve situatie kan zijn in een kleine ruimte. Dit is ten behoeve van de veiligheid van de BOA’s. De BOA bepaalt zelf of hij dit nodig acht.
•De BOA stelt de collega’s op de hoogte die bij het maken van opnames met de bodycam herkenbaar in beeld zijn gekomen.
•De BOA stelt de teamleider DOOV en verwerkingsverantwoordelijke op de hoogte dat hij opnames met de bodycam heeft gemaakt.
•De BOA maakt een proces-verbaal zo veel mogelijk op, voordat hij de opnamen bekijkt.
•De BOA heeft zelf geen toegang tot de beelden en mag/kan de beelden niet zelfstandig verwijderen.
Informeren:
•De inwoners waarvan opnames zijn gemaakt, worden geïnformeerd over waar ze terecht kunnen voor informatie over de opnamen en binnen welke termijn de opnamen worden gewist.
•Bij ontdekking van verlies, diefstal of beschadiging van de bodycam dient dit direct gemeld te worden aan de teamleider DOOV.
Inname bodycam:
•Aan het einde van de dienst wordt de bodycam in de daarvoor bestemde locatie op kantoor opgeslagen.
•De bodycams worden in het dockingstation van Zepcam gezet. Dit dockingstation uploadt de beelden naar de beveiligde cloud. Tevens wordt de batterij opgeladen.
Verslaglegging bij opnamen:
Als de BOA opnamen heeft gemaakt, dan dient hij dit vast te leggen in het zaaksysteem in afstemming met de teamleider DOOV. De volgende gegevens legt hij vast:
•Plaats van de opnamen;
•Datum van de opnamen;
•Tijd van de opnamen;
•Reden om op te nemen.
•Link naar het beeldmateriaal
Bijlage 2: Uitleesprotocol en inzageverzoek
Opslag beeldmateriaal
Beveiliging
De beelden zijn versleuteld en worden in een beveiligde omgeving in de cloud van de leverancier opgeslagen.
Toegang tot beelden
•De Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid en teamleider DOOV zijn de beheerders van de gemaakte opnamen en hebben toegang tot de beelden. Er wordt toezicht gehouden door de Functionaris Gegevensbescherming.
•Zepcam (leverancier bodycams) heeft geen toegang tot de beelden.
Bewaartermijn
De bewaartermijn van de gemaakte opnamen is 28 dagen. Als er in die periode geen uitleesverzoek is ontvangen, worden de opnamen definitief vernietigd. Het vernietigen van de opnamen wordt geautomatiseerd uitgevoerd. Indien er een uitleesverzoek is ontvangen in verband met een opsporingsonderzoek of voor andere (reeds) genoemde doeleinden worden de opnames pas vernietigd als de procedure is afgehandeld.
Herleiden beelden
Het is altijd te herleiden welke BOA de opnamen heeft gemaakt. Dit dient onverwijld gemeld te worden bij de teamleider DOOV.
Uitlezen beeldmateriaal
Wie kunnen een verzoek tot uitlezen doen?
Het proces tot uitlezen van de gemaakte beelden start met een verzoek tot uitlezen van de opnamen. Een verzoek tot uitlezing van de opnamen kan gedaan worden door:
•De politie of het Openbaar Ministerie.
Dit kan in het geval van een opsporingsonderzoek (artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering), waarbij de gemaakte opnamen als bewijsmateriaal kan dienen. De opnamen worden digitaal verstrekt aan de aanvrager (politie of OM). De aanvrager is hierna verantwoordelijk voor de gemaakte opnamen.
•Een inwoner.
Een inwoner die gefilmd is, mag een uitleesverzoek indienen. In beginsel heeft de betrokkene alleen recht op inzage in beeldopnamen waarop de betrokkene te zien is. Als dit verzoek ingewilligd wordt, kan één van de beheerder(s) en de betrokken inwoner samen de beelden bekijken. Alleen de betrokkenen of een gemachtigde persoon mag de beelden bekijken. Vooraf aan het bekijken van de beelden moet de betrokkene of gemachtigde een geldig identiteitsbewijs laten zien.
•De betrokken BOA die zijn eigen optreden wil evalueren.
Indien een BOA de opnamen wil bekijken ter zelfreflectie, leerdoeleinden of ter onderbouwing van een proces-verbaal kan deze een verzoek indienen tot uitlezen. Indien dit verzoek goedgekeurd wordt door de beheerder(s) zal één van de beheerders samen met de BOA de beelden bekijken. De opnamen zullen niet gebruikt worden als personeelsvolgsysteem of ter beoordeling van de BOA.
Waar moet een uitleesverzoek aan voldoen?
Een uitleesverzoek dient per brief te worden gericht aan:
Gemeente Berkelland
t.a.v. Beheerder bodycam
Postbus 200, 7270HA Borculo
Ook is het mogelijk dat de inwoner via de gemeentelijke website (middels DigiD) een verzoek tot inzage doet.
In beginsel doet men een verzoek tot inzage zo veel mogelijk schriftelijk of digitaal. Als men er op deze manier niet uitkomt, is het mogelijk om een afspraak te maken om op het gemeentehuis het verzoek tot inzage in te dienen.
Men dient zich in alle gevallen te identificeren. Het identificeren van de verzoeker wordt door de daartoe aangewezen beheerder/functionaris uitgevoerd. Een identiteitsbewijs mag niet worden gekopieerd.
Het uitleesverzoek bevat minimaal:
•Een naam, adres, telefoonnummer en/of emailadres van de aanvrager
•Een aantoonbaar belang voor het uitkijken van de beelden
•Datum, plaats, tijdstip waarop de beelden zijn opgenomen
Registratie van uitleesverzoeken
Alle verzoeken tot uitlezen van gemaakte opnamen worden apart geregistreerd. Zo is achteraf te herleiden wanneer de bodycams zijn ingezet en met welk doel, maar ook van welke bodycam de beelden afkomstig waren, wie de drager was, wie de beelden heeft ingezien en aan wie ze eventueel verstrekt zijn.
De verzoeker tekent ter bevestiging van de inzage onder de vermelding van datum en tijd.
Het verzoek wordt ter archivering door de aangewezen beheerders opgeslagen in het zaaksysteem.
Toe- of afwijzen van uitleesverzoeken
•Het uitlezen van de gemaakte opnamen dient altijd, in overleg, goedgekeurd te worden door de beheerder(s). Deze zullen de noodzaak van het ter beschikking stellen of verstrekken van opnamen beoordelen. De Privacy Officer heeft geen toegang tot de beelden. Het identificeren van de verzoeker wordt eveneens door de aangewezen beheerders uitgevoerd.
•Het goedkeuren of afwijzen van het uitlezen van beelden wordt op schrift gesteld, zodat duidelijk is wat de gronden voor de toe- of afwijzing zijn.
•Bij het toewijzen van het uitleesverzoek moeten de belangen van andere betrokkenen niet geschaad worden. Dit betekent dat voor de inzage alle andere betrokkenen onherkenbaar moeten worden gemaakt. Het onherkenbaar maken van de beelden (blurren) wordt uitgevoerd door de beheerder(s).
Weigering verzoek tot inzage
Als de gemeente Berkelland het verzoek tot inzage weigert, zijn de bezwaar- en beroepsregels uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (artikel 41 Uitvoeringswet AVG en artikel 29 lid 1 Wet politiegegevens).
Verwerking en verspreiding beeldmateriaal
-Het is niet toegestaan om privémiddelen te gebruiken om de gemaakte opnamen te verwerken. Enkele voorbeelden zijn gegevensdragers, software en hardware.
-Het is niet toegestaan om beelden of andere persoonsgegevens te verspreiden, tenzij dit noodzakelijk is.