Gemeentelijke regelgeving

Verordening cliënt- en burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Barneveld

Gemeente Barneveld · geldt sinds 1 januari 2015

Aanhef

De raad van de gemeente Barneveld;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nummer 14-90;

overwegende, dat de gemeenteraad op grond van het bepaalde in artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.10 Jeugdwet en artikel 84 van de Gemeentewet verplicht is bij verordening regels te stellen over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken;

besluit:

vast te stellen de Verordening cliënt- en burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Barneveld

Artikel 1 Begripsbepalingen

1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.

2In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

a.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

b.Afdeling: Afdeling Sociaal Domein van de gemeente Barneveld;

c.Doelgroep: ingezetenen en andere natuurlijke personen die een belang hebben bij het beleid en het vaststellen van plannen betreffende maatschappelijke ondersteuning, arbeidsparticipatie en jeugdhulp;

d.Integraal gemeentelijk beleid: de samenhangende wijze waarop de gemeente de uitvoering van haar verantwoordelijkheden voortvloeiend uit Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 vorm geeft;

e.Cliënt- en burgerparticipatie beleid: de gestructureerde wijze waarop de gemeente de ervaringsdeskundigheid van de doelgroepen betrekt in het integrale gemeentelijk beleid, beleidsvoorbereiding, -vaststelling, -uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid;

f.Adviesraad Sociaal Domein (ASD): adviesorgaan waarin de verschillende relevante doelgroepen, waaronder mantelzorgers, vrijwilligers, ouderen, sociaal minima, mensen met lichamelijke, verstandelijke, psychiatrische en arbeidsbeperkingen of chronische ziekte en jeugdigen en hun ouders vertegenwoordigd zijn.

Artikel 2 Doel cliënt- en burgerparticipatie

1Het doel van cliënt- en burgerparticipatie is het bevorderen van de betrokkenheid van de doelgroep bij de vorming, uitvoering en evaluatie van het integraal gemeentelijk beleid en daarmee het bewaken en vergroten van de kwaliteit van de dienstverlening van de afdeling.

2Ten behoeve van het doel, genoemd in het eerste lid, stelt het college de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) in.

Artikel 3 Samenstelling Adviesraad Sociaal Domein (ASD)

1De ASD bestaat uit leden die belangen van de verschillende doelgroepen in de gemeente vertegenwoordigen.

2Het college benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden.

3De benoeming van de leden gebeurt op voordracht van de ASD.

4Bij de benoeming wordt recht gedaan aan een evenredige afspiegeling van de diverse doelgroepen om een zo breed mogelijk draagvlak voor de ASD na te streven.

5De ASD beschikt over een onafhankelijk voorzitter, welke via een sollicitatieprocedure wordt voorgedragen.

6De voorzitter en leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Zij zijn daarna terstond herbenoembaar.

7De ASD benoemt een secretaris en een penningmeester uit haar midden, die tezamen met de voorzitter het dagelijks bestuur vormen.

8De leden kunnen te allen tijde ontslag verzoeken bij het college en geven daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de adviesraad.

9Het lidmaatschap van de ASD is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad en/of het werkzaam zijn als medewerker of bestuurslid van een professionele organisatie op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, arbeidsparticipatie en jeugdhulp of vergelijkbare diensten in Barneveld.

10Het college ontslaat het lid indien er blijk is van handelingen van het lid welke onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de ASD.

Artikel 4 Taak van de ASD

1De ASD stelt zich ten doel een bijdrage te leveren aan:

a.de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening;

b.de vorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid op het terrein van maatschappelijke ondersteuning, arbeidsparticipatie en jeugdhulp;

c.de vorming, uitvoering en evaluatie van het integraal gemeentelijk beleid.

2De ASD brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college over de in het eerste lid genoemde onderwerpen.

3De ASD adviseert niet over individuele klachten, bezwaarschriften en andere zaken, die betrekking hebben op individuele personen.

Artikel 5 Werkwijze

1Het college vraagt de ASD op een zodanig tijdstip advies dat het van invloed kan zijn op het te nemen besluit.

2Het college voorziet de ASD van informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de ASD. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te kunnen begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen.

3De adviezen van de ASD worden schriftelijk uitgebracht.

4De ASD publiceert het advies op de website van de ASD.

5In het geval dat het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van de ASD, wordt dit bij het voorstel vermeld. Tevens geeft het college daarbij aan om welke reden(en) zij afwijkt van het advies van de ASD.

6Het college wijst een ambtenaar aan als aanspreekpunt voor de communicatie met de ASD.

7Jaarlijks stelt de ASD een jaarplan op, waarin zij onder andere motiveert op welke wijze:

a.zij invulling geeft aan de doelstelling als genoemd in artikel 2; en,

b.de leden afzonderlijk voornemens zijn om hun vertegenwoordiging van de betreffende doelgroep en de inbreng van ervaringsdeskundigheid te waarborgen.

8Jaarlijks brengt de ASD verslag uit aan het college of en hoe de voornemens, genoemd in het zevende lid, zijn gerealiseerd.

Artikel 6 Faciliteiten

1Het college stelt aan de ASD middelen ter beschikking voor haar reguliere activiteiten. Daartoe dient de ASD jaarlijks een begroting in.

2Uit deze middelen worden in elk geval de kosten voldaan die de ASD moet maken om haar taken te kunnen uitvoeren. De hoogte van de financiële middelen wordt vastgesteld door het college.

3Deze middelen worden zodanig ter beschikking gesteld, dat de ASD redelijkerwijs in staat is namens een brede achterban gemeenschappelijke belangen te behartigen.

Artikel 7 Huishoudelijk reglement

Met inachtneming van deze verordening kan de ASD in een huishoudelijk reglement nadere regels stellen ten aanzien van de eigen werkwijze.

Artikel 8 Slotbepalingen

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 9 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

2Op die datum wordt de Verordening cliënt- en burgerparticipatie Werk, Zorg en Inkomen, vastgesteld op 29 juni 2010, ingetrokken.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliënt- en burgerparticipatie Sociaal Domein gemeente Barneveld.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.