Gemeentelijke regelgeving

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie

Gemeente Barneveld · geldt sinds 1 januari 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

gelet op het bepaalde in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 253 van de Gemeentewet en hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken;

gelet op het bepaalde over de belastingplicht in de meest recente versie van: de verordening onroerende-zaakbelastingen, de verordening afvalstoffenheffing, de verordening rioolheffing, de verordening hondenbelasting, de verordening forensenbelasting en de verordening reclamebelasting.

besluit:

vast te stellen de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie

Artikel 1. Algemeen

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende zaak, perceel of hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Barneveld een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

Artikel 2. Voorkeursvolgorde bij verschillende categorieën genothebbenden

Met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen en gemeentelijke belastingen die worden bekend gemaakt aan onderscheidenlijk geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de WOZ-beschikkingen en de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

a.de vruchtgebruiker, c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

b.de opstaller, met uitzondering van degenen die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen;

c.de erfpachter.

2de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

3degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Artikel 3. Voorkeursvolgorde binnen één categorie genothebbenden

Met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen en gemeentelijke belastingen die worden bekend gemaakt aan onderscheidenlijk geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de WOZ-beschikking en aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

2bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

3degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

4degene die het langst is ingeschreven in de Basis Registratie Personen van de gemeente;

5degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft.

Artikel 4. Voorkeursvolgorde belastingplicht krachtens gebruik bij de onroerende-zaakbelastingen en reclamebelasting

Met betrekking tot de WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen onroerende-zaakbelastingen die worden bekend gemaakt onderscheidenlijk geheven worden van gebruikers van niet-woningen of belastingplichtigen in de reclamebelasting, wordt de WOZ-beschikking en de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

2degene die bij de Kamer van koophandel op bedoeld adres is ingeschreven;

3degene die het huurcontract op naam heeft;

4degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

5degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

Artikel 5. Voorkeursvolgorde belastingplicht bij de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de hondenbelasting en de forensenbelasting

Met betrekking tot de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de hondenbelasting en de forensenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;

2degene die het langst op dit adres woont;

3degene die de oudste bewoner is in leeftijd;

4degene die het langst is ingeschreven in de Basis Registratie Personen van de gemeente;

5degene die een nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

6degene die de huur van het gehele belastingobject c.q. het object waar de hond wordt gehouden, betaalt aan een elders wonende verhuurder;

7degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject respectievelijk houder van de hond naar voren komt.

Artikel 6. Samenvoegen van aanslagen op één aanslagbiljet

Indien en voor zover aanslagen van verschillende belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die:

1ingevolge de artikelen 2. en 3. kan worden aangewezen;

2ingevolge artikel 4. kan worden aangewezen;

3ingevolge artikel 5. kan worden aangewezen.

Artikel 7. Uitzonderingen op de voorkeursvolgorde

De artikelen 2. tot en met 6. vinden geen toepassing indien:

1de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is;

2bij het team belastingen bekend is dat één van de potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd.

Artikel 8. Situatie bij aanvang belastingtijdvak beslissend

Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Artikel 9. Doel van de voorkeursvolgorde rechtvaardigt afwijking daarvan

Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

Artikel 10. Wijzigingen voorkeursvolgorde

Wijzigingen kunnen indien reeds een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd – pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

Artikel 11. Willekeur

Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig als er sprake is van willekeur.

Artikel 12. Heffing op andere wijze

Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, is het bepaalde in de artikelen 1. tot en met 11. van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13. Slotbepaling

1Deze beleidsregels treden in werking per 1 januari 2022.

2De beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige vastgesteld bij besluit van het college in 2009 worden ingetrokken met ingang van de in het eerste lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

3Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige en een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.