Aanhef
De raad van de gemeente Baarle-Nassau;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 mei 2008;
gelet op artikel 7, tiende lid van de Wet sociale werkvoorziening;
overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen met betrekking tot het vaststellen van persoonsgebonden budgetten
besluit vast te stellen de hierna volgende ‘Verordening Persoonsgebonden Budget Wsw’.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
A.
college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau;
B.
Wsw:
de Wet sociale werkvoorziening;
C.
periodieke subsidie:
de loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;
D.
Wsw-geïndiceerde:
mensen met een door het CWI verstrekte indicatie waaruit blijkt dat zij tot de doelgroep van de Wsw behoren, als bedoeld in artikel 11 van de Wsw.
Artikel 2 Hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten
Het college stelt elk jaar voor 31 december de hoogte vast van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende kalenderjaar.
Artikel 3 Invulling voorwaarden adequate werkplek
1Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld.
2De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:
a.Zijn privaatrechtelijke onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b.De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken;
c.De duur van de arbeidsovereenkomst bedraagt tenminste 12 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging;
d.De werkplek en werkomstandigheden voldoen aan de arbo normen.
3De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:
a.De privaatrechtelijke begeleidingsorganisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b.De begeleidingsorganisatie en / of haar medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep c.q. de Wsw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is bestemd;
c.De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in het werkveld;
Artikel 4 Wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever
1Het college stelt, nadat het daartoe een voorstel van de Wsw-geïndiceerde heeft ontvangen, de hoogte van de subsidie aan de werkgever vast.
2Op basis van een loonwaardeonderzoek, waarbij een externe deskundige ingezet kan worden, wordt de loonkostensubsidie door het bestuur vastgesteld.
3Het subsidiebedrag bedraagt op jaarbasis maximaal de Rijksbijdrage Wsw minus de uitvoeringskosten als bedoeld in artikel 2 en de vergoeding van de begeleidingsorganisatie als bedoeld in artikel 6.
4Onverminderd het bepaalde in artikel 5 en 10 van deze verordening vindt periodiek een loonwaardeonderzoek plaats in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Op basis van dit loonwaardeonderzoek vindt herbeoordeling van de hoogte van de subsidie plaats in relatie tot de actuele loonwaarde.
Artikel 5 Herziening van de loonkostensubsidie
1Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien als hier, gelet op de arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is.
2De loonkostensubsidie kan door het college ambtshalve worden gewijzigd als hier gerede aanleiding voor is.
3De herziening van de loonkostensubsidie kan plaats vinden op basis van een loonwaardeonderzoek. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld.
Artikel 6 De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie
1De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de omvang van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in onderling overleg vastgesteld. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn mogelijk indien partijen dit vooraf overeenkomen.
2Het aantal uren aan begeleiding dat door het college wordt vergoed bedraagt maximaal 15% van het aantal uren dat door de Wsw-geïndiceerde bij de werkgever wordt gewerkt.
3De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van een begeleide werkplaats komt alleen voor vergoeding in aanmerking als dit leidt tot het totstandkomen van een arbeidsovereenkomst.
Artikel 7 Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht
1Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht als uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.
2Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het college.
3Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal 12 maanden.
4Indien de hoogte van de vergoeding niet opweegt tegen de baten, kan het college de aangeboden arbeidsplaats als niet passend beschouwen.
5Voorzieningen worden bij voorkeur verstrekt aan de werknemer of in bruikleen beschikbaar gesteld.
6Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.
Artikel 8 Indienen van de aanvraag
1De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede ondertekend door werkgever en de begeleidingsorganisatie.
2Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier vaststellen.
Artikel 9 Beslistermijn
1Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
2Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 10 Besluit tot verlenen van de periodieke subsidie
Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder geval:
1De hoogte en de duur van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan worden aangepast;
2De wijze van bevoorschotting van de subsidie;
3De verplichtingen van de werkgever.
Artikel 11 Vaststellen van de periodieke subsidie
1De werkgever verstrekt binnen 8 weken na afloop van het kalenderjaar aan het college een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto (CAO-)loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten.
2Het college stelt de periodieke subsidie binnen 8 weken na ontvangst van deze opgave vast.
Artikel 12 Verrekening met de voorschotten
De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen 4 weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
Artikel 13 Verplichtingen van de werkgever
1De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie.
2De werkgever bewaart alle bewijsstukken die aan de subsidieverstrekking ten grondslag liggen ten minste drie jaren na de vaststelling van de subsidie en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden.
Artikel 14 Verplichtingen van de begeleidingsorganisatie
1De begeleidingsorganisatie doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de vergoeding.
2Het college kan nadere voorwaarden stellen in de overeenkomst met de begeleidingsorganisatie.
Artikel 15 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
1Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden.
2In gevallen waarin de bepalingen van deze verordening niet voorzien, beslist het college.
Artikel 16 Citeertitel en inwerkingtreding
1Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening persoonsgebonden budget Wsw”.
2Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.