Aanhef
De raad van de gemeente Amsterdam,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 april 2023,
gelet op artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet,
besluit het volgende protocol vast te stellen:
Protocol Handhaving Integriteit politieke ambtsdragers
Inleiding
Dit protocol bevat een beschrijving van de wijze waarop omgegaan wordt met meldingen van concrete vermoedens van integriteitsschendingen door politieke ambtsdragers. De Gedragscode College van B en W (2016) en de Gedragscode Gemeenteraad en bestuurscommissies (2016) vormen samen met het Protocol Handhaving Integriteit politieke ambtsdragers de basisstructuur van de bestuurlijke integriteit.
De gemeenteraad stelt dit Protocol vast op voordracht van de burgemeester.
Bij het werken aan bestuurlijke integriteit worden de volgende drie uitgangspunten gehanteerd:
•Onpartijdige handhaving: Het beginsel van onpartijdige handhaving betekent dat alle raadsleden en bestuurders de discipline moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te (blijven) staan.
•Terughoudend met publiciteit: Het is van belang dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een vroeg stadium in de publiciteit brengen. Dit ter bescherming van zowel de melder als de persoon waarover de melding wordt gedaan. Hiermee kan worden voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan. Hieruit volgt ook dat het aantal personen die betrokken worden, zo klein mogelijk moet zijn. Als er na afronding van een onderzoek een integriteitsschending is vastgesteld en er een oordeel gevormd is over de ernst daarvan en een eventuele passende sanctie, kan en moet er uiteraard wel in de openheid van de raadsvergadering over gesproken worden.
•Bescherming van melder en van degene tegen wiens handelen de melding zich richt. De melder heeft naast het recht om gehoord te worden, recht op bescherming en eventuele hulp, zodra hij/zij overweegt een melding te doen.
Iedereen waarvan het vermoeden bestaat dat hij/zij een integriteitsschending begaan heeft, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving.
Hoewel de handhaving van de integriteit voor alle politieke ambtsdragers in één protocol is vastgelegd, is er wel verschil in de beoordeling en handhaving van de integriteit van de verschillende politieke ambtsdragers (raadsleden, wethouders of burgemeester). Het verschil komt voort uit de verschillende verantwoordelijkheden en regelgeving die daaraan ten grondslag liggen. Meest relevant daarbij is dat:
•De gemeenteraad een politiek orgaan is. De gemeenteraadsleden krijgen op basis van de Grondwet het mandaat van hun kiezers en de gedragscode dient de vervulling van dat kiezersmandaat te ondersteunen.
•Het handelen van de collegeleden ten dienste staat van de gemeente. Zij leggen over hun bestuurlijk handelen en over hun functioneren verantwoording af aan de gemeenteraad. Aan de leden van het college worden in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken.
•Wethouders opdrachtgever zijn voor het ambtelijk apparaat en daarmee dus alle ambtenaren.
•De burgemeester de bestuurlijke integriteit bevordert van de gemeente (artikel 170, lid 2 Gemeentewet).
•De burgemeester verantwoording aflegt aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en de burgemeester geeft alle inlichtingen die nodig zijn voor een goede taakvervulling van de raad (artikel 180).
•De raad de wethouders (artikel 35, lid 1 Gemeentewet) benoemt. De raad kan het vertrouwen in een wethouder opzeggen en als deze niet onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad een wethouder ontslaan (artikel 49 Gemeentewet).