Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in Amsterdam

Gemeente Amsterdam · geldt sinds 25 november 2022

Aanhef

De burgemeester van Amsterdam,

gelet op artikel 151 c van de Gemeentewet in samenhang met artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008,

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Beleidsregel cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde in Amsterdam

Inleiding

Burgemeesters kunnen sinds 2006 op grond van artikel 151c Gemeentewet cameratoezicht inzetten ten behoeve van handhaving van de openbare orde. Cameratoezicht wordt ingezet om de veiligheid in de openbare ruimte te bevorderen. De camera’s houden toezicht op uitgaansgebieden, winkelcentra of andere gebieden waar veel overlast of criminaliteit plaatsvindt. Met behulp van cameratoezicht kan de gemeente samen met de politie indien nodig snel optreden.

De bevoegdheid tot het instellen van cameratoezicht betreft een zogeheten getrapte bevoegdheid. Dat betekent dat de gemeenteraad eerst dient te bepalen of zij de burgemeester in de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (APV) de bevoegdheid verleent om cameratoezicht in te stellen. Alleen dan kan de burgemeester gebruik maken van de bevoegdheid van artikel 151c Gemeentewet en cameratoezicht inzetten als dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is. De gemeenteraad heeft deze bevoegdheid in artikel 2.24 APV voor de burgemeester opgenomen.

Daarna is er in 2012 een beleidskader cameratoezicht vastgesteld, waarin is beschreven op welke wijze de burgemeester gebruik maakt van haar bevoegdheid. Voorliggend beleidskader vervangt het Amsterdam Beleidskader cameratoezicht uit 2012. Het beleid uit 2012 wordt daarmee op een aantal punten aangepast. Diverse ontwikkelingen, zowel op het gebied van (privacy)wetgeving als op het gebied van technologie, zijn aanleiding voor deze actualisatie.

Zo is bijvoorbeeld in 2016 artikel 151c van de Gemeentewet gewijzigd. Sinds de wetswijziging is naast statisch cameratoezicht ook flexibel cameratoezicht mogelijk. Daarnaast volgt uit de wetswijziging de verplichting om ingesteld cameratoezicht stop te zetten zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. Tenslotte is de maximumtermijn voor het bewaren van beelden verruimd van zeven dagen naar vier weken.

Een andere ontwikkeling is dat de laatste jaren cameratoezicht steeds vaker kortdurend ingezet wordt bij ernstige openbare ordeverstoringen die veroorzaakt worden door geweld van buitenaf, zoals een beschieting van een woning.

Het uitgangspunt is dat eenieder zich in de openbare ruimte moet kunnen begeven zonder dat er inbreuk op zijn/ haar privacy wordt gemaakt. Voorliggend beleidskader ziet op de situaties waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid van dit uitgangspunt wordt afgeweken en omschrijft de wijze waarop de burgemeester invulling geeft aan haar bevoegdheid tot het inzetten van cameratoezicht.

Doel beleidskader

Het doel van het beleidskader is om inzicht te geven in de voorwaarden die gelden voor het inzetten van cameratoezicht in het belang van handhaving van de openbare orde. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop dit besloten wordt en de organisatie en uitvoering van het cameratoezicht. Daarbij wordt opgemerkt dat het besluit om cameratoezicht in te zetten vaak maatwerk is, afhankelijk van de aard en omvang van de problematiek, de locatie en de mogelijkheden tot het nemen van andere maatregelen.

Reikwijdte beleidskader

In Amsterdam hangen veel meer camera’s dan waarover het in dit beleidskader gaat. Het beleidskader richt zich enkel op cameratoezicht op openbare plaatsen voor handhaving van de openbare orde met artikel 151c Gemeentewet als wettelijk kader. Privaat cameratoezicht, politie camera’s en camera’s die door de gemeente worden ingezet ten behoeve van verkeershandhaving en ter ondersteuning van infrastructuur vallen buiten de werkingssfeer van het beleidskader.

Doel cameratoezicht

Cameratoezicht heeft verschillende functies. Cameratoezicht vergroot de efficiëntie en effectiviteit van het optreden van de politie, gemeentelijke handhavers en hulpdiensten. Het helpt politie, handhaving en toezichthouders om sneller ter plaatse te zijn waar hun inzet nodig is. Daarnaast werkt cameratoezicht preventief; het draagt bij aan het voorkomen van openbare-orde problemen en strafbare feiten. Ook heeft cameratoezicht een repressieve functie; politie en justitie kunnen de camerabeelden gebruiken voor opsporingsdoeleinden. Tot slot draagt cameratoezicht bij aan het verhogen van het veiligheidsgevoel van burgers en ondernemers.

Leeswijzer

In hoofdstuk 1 staat het wettelijk kader, de wijze van besluitvorming en de rolverdeling van de burgemeester, de stadsdelen, de politie en het Openbaar Ministerie beschreven. Hoofdstuk 2 gaat in op de wijze waarop de gemeente de privacy waarborgt.

2. Privacy en waarborgen

Tekst

Cameratoezicht is een instrument dat in een samenstelling van maatregelen bijdraagt aan vergroting van de veiligheid. Amsterdam gaat zorgvuldig om met de privacy. Met gemeentelijke camera’s worden beelden gemaakt en verwerkt. De burgemeester is verantwoordelijk voor de inzet van het cameratoezicht. De politie is op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) verwerkingsverantwoordelijke ten aanzien van de daadwerkelijk verwerking van camerabeelden. Met voorliggend beleidskader biedt de gemeente Amsterdam transparantie over de zorgvuldige inzet van cameratoezicht om de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente te borgen en te bevorderen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.