Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad 2026

Gemeente Altena · geldt sinds 17 juli 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Altena,

gelet op de artikelen 33, 61, 61a, 61c, 82, 83, 84, 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 98, 99, 107, 107a, 147 en 149 van de Gemeentewet;

gelet op de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

gelet op artikelen 15 en 31 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 30 juni 2026;

besluit vast te stellen de Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad 2026:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.de wet: de Gemeentewet

b.Altenaronde: commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet gericht op beeldvorming en ter voorbereiding op de besluitvorming van de raad of anderszins bijdragend aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad;

c.Altenatafel: commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet gericht op opiniëring en debat en ter voorbereiding op de besluitvorming van de raad of anderszins bijdragend aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad;

d.voorstel van orde: voorstel over de orde van de vergadering;

e.fractie: deel van de raad, bestaande uit één of meer raadsleden, die tot dezelfde politieke groepering behoren;

f.tafelvoorzitter: een door de raad benoemde voorzitter van Altenaronde of Altenatafel;

g.tafelgriffier: een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie;

h.burgerlid: lid van de commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet;

i.college: college van burgemeester en wethouders

j.raadsinformatiesysteem: het digitale platform en beheersysteem waarin alle documenten, agenda's en besluiten van vergaderingen van de raad en zijn commissies worden gepubliceerd en opgeslagen;

k.website: de gemeentelijke website.

Hoofdstuk 2 Voorbereiding van de besluitvorming door de gemeenteraad

Artikel 2.1. Altenaronde en Altenatafel

1De besluitvorming door de gemeenteraad wordt voorbereid middels een beeldvormende en opiniërende behandeling.

2De Altenaronde is gericht op beeldvorming en bereidt de besluitvorming van de raad voor of draagt anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad.

3De Altenatafel is gericht op opiniëring en bereidt de besluitvorming van de raad voor of draagt anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad.

4De Altenaronde en Altenatafel worden zoveel mogelijk ingedeeld per domein. De volgende domeinen worden onderscheiden: "Sociaal", "Ruimte" en "Bestuur".

Artikel 2.2. Openbaarheid

1De Altenaronde en Altenatafel zijn in beginsel openbaar.

2In afwijking van het eerste lid kan de commissie besluiten dat een Altenaronde of Altenatafel in beslotenheid plaatsvindt.

Artikel 2.3. Tafelvoorzitter en tafelgriffier

1De gemeenteraad benoemt en ontslaat de voorzitters van de Altenaronde en Altenatafel.

2De tafelvoorzitter draagt zorg voor behandeling van een agendapunt conform de gesprekswijzer.

3Aan het eind van de door hem voorgezeten Altenaronde of Altenatafel vat de tafelvoorzitter de uitkomst van de behandeling samen en formuleert een conclusie ten behoeve van de uitkomstenlijst als bedoeld in artikel 2.12.

4De griffier of de tafelgriffier is bij de Altenaronde en Altenatafel aanwezig.

5De tafelgriffier kan op uitnodiging van de tafelvoorzitter aan beraadslagingen in de Altenaronde of de Altenatafel deelnemen.

Artikel 2.4. Deelnemers

1Van een fractie kunnen per agendapunt twee raadsleden of burgerleden deelnemen aan de Altenaronde en Altenatafel. Eén van hen is woordvoerder, tenzij het presidium, de voorzitter of de commissie anders bepaalt.

2Het presidium kan in bijzondere gevallen een afwijkend aantal deelnemers per fractie vaststellen.

3In de gesprekswijzer kan opgenomen worden dat naast raadsleden, burgerleden, collegeleden, gemeentesecretaris en griffier derden deelnemen aan de Altenaronde of Altenatafel.

Artikel 2.5. Burgerleden

1Iedere fractie kan bij de raad personen ter benoeming voordragen, die als commissielid namens de fractie kunnen deelnemen aan de Altenaronde en Altenatafel.

2Deze commissieleden worden aangeduid als ‘burgerlid’.

3Iedere fractie heeft recht op maximaal vier burgerleden.

4Op voordracht van diens fractie, op eigen verzoek dan wel op initiatief van de raad ontslaat de raad een burgerlid.

5Het burgerlid legt bij de benoeming de eed of verklaring en belofte af in de raadsvergadering.

6De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerlid.

7Voor de toetsing aan de benoembaarheidsvereisten, bedoeld in het vijfde lid, is artikel 4 van het Reglement van orde van de gemeenteraad voor burgerleden van overeenkomstige toepassing.

8De gedragscode voor de leden van de raad is van overeenkomstige toepassing op burgerleden.

9Het burgerlidmaatschap eindigt aan het einde van een raadsperiode.

Artikel 2.6. Voorbereiding agenda

1Het presidium bereidt de agenda van de Altenaronde en Altenatafel voor en bepaalt de vergaderlocatie.

2Het presidium plaatst in beginsel op de voorlopige agenda de van het college, het presidium of een commissie ontvangen voorstellen en van een raadslid ontvangen initiatiefvoorstellen.

3Een met redenen omkleed, schriftelijk verzoek tot het agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een Altenaronde of Altenatafel kan bij het presidium worden ingediend door raadsleden en burgerleden, het college en door inwoners, maatschappelijke instellingen en bedrijven.

Het presidium treedt zo nodig in overleg met de verzoeker.

4Het presidium stelt voor elk agendapunt het voorgestelde doel en wijze van behandeling vast in een gesprekswijzer. De gesprekswijzer maakt onderdeel uit van de bij de agenda behorende stukken.

5Spoedeisende gevallen daargelaten, kunnen raads- en burgerleden wijzigingsvoorstellen op de voorlopige agenda van de Altenaronde en Altenatafel dan wel op de voorgestelde behandelwijze schriftelijk via de griffier indienen bij het presidium, uiterlijk woensdagochtend om 12.00 uur voorafgaand aan de betreffende vergadering.

6Wijzigingen op de agenda worden zo spoedig mogelijk openbaar gepubliceerd. De griffier informeert direct raadsleden, burgerleden, het college en eventuele belanghebbenden over de wijziging.

Artikel 2.7. Openbare kennisgeving en toegang tot stukken

1De Altenaronde en Altenatafel worden door aankondiging in een huis-aan-huisblad en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem kenbaar gemaakt, tenzij de orde van de vergadering zich daartegen verzet.

2Stukken die ter toelichting van de onderwerpen op de agenda dienen, zijn toegankelijk via het raadsinformatiesysteem.

3Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op grond van hoofdstuk Va van de wet is opgelegd, wordt ten behoeve van de raads- en burgerleden geplaatst op een niet-openbaar gedeelte van het raadsinformatiesysteem.

Artikel 2.8. Uitkomst van een Altenaronde en Altenatafel

1Ieder agendapunt aan de Altenaronde en Altenatafel leidt tot een concrete uitkomst.

2Deze uitkomst betreft een concrete uitspraak voor een vervolgbehandeling van het onderwerp.

3Het presidium kan met redenen omkleed, besluiten tot een andere vervolgbehandeling.

Artikel 2.9. Spreekrecht

1In de Altenaronde kunnen insprekers het woord voeren.

2De tafelvoorzitter vraagt bij aanvang van elk agendapunt wie van de toehoorders gebruik willen maken van het spreekrecht.

3De wijze waarop gebruikt gemaakt kan worden van het spreekrecht, is in de gesprekswijzer aangegeven. De commissie kan besluiten hiervan af te wijken.

Artikel 2.10. Orde van de Altenaronde en Altenatafel

1De tafelvoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

2De tafelvoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aan de ore zijnde onderwerp.

3De tafelvoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

4De tafelvoorzitter kan de vergadering voorstellen aan een deelnemer als bedoeld in artikel 2.4. dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat de deelnemer de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de tafelvoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de deelnemer bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de Altenaronde en Altenatafel worden ontzegd.

Artikel 2.11. Rondvraag Altenatafel

De Altenatafel wordt per domein afgesloten met een rondvraag. Het college en de raads- en burgerleden die tijdens de rondvraag een onderwerp aan de orde willen stellen, melden dit uiterlijk 8 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier.

Artikel 2.12. Verslag en uitkomstenlijst

1Van de Altenaronde wordt een audio- of videoverslag gemaakt. Van de Altenatafel worden een audio- of videoverslag en een transcriptieverslag gemaakt. De verslagen zijn beschikbaar via het raadsinformatiesysteem.

2Van een besloten Altenaronde en Altenatafel wordt een audioverslag gemaakt. Dit audioverslag is niet openbaar.

3Van de Altenaronde en Altenatafel wordt een uitkomstenlijst gemaakt. Deze uitkomstenlijst bevat per agendapunt de deelnemers, de conclusies van de behandeling en eventuele afspraken of toezeggingen. De uitkomstenlijst is beschikbaar via het raadsinformatiesysteem.

4Van een besloten Altenaronde of Altenatafel wordt een uitkomstenlijst gemaakt. Deze uitkomstenlijst is niet openbaar.

Artikel 2.13. Toehoorders en pers

1Het op enigerlei wijze verstoren van de orde van de Altenaronde en Altenatafel is verboden. De tafelvoorzitter kan in het kader van de handhaving van de orde aanwijzingen geven en, indien hij dat nodig oordeelt, personen laten verwijderen uit de vergaderzaal.

2Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan voorafgaand aan de vergadering mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 2.14. Zitplaatsen Altenaronde en Altenatafel

1De tafelvoorzitter, de leden van de commissie en de griffier hebben een vaste zitplaats.

2De tafelvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor het college en zijn ambtelijke ondersteuning en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd of gebruik willen maken van het inspreekrecht als bedoeld in artikel 2.9.

Artikel 2.15. Besloten vergadering

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen in dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Hoofdstuk 3 Fractieondersteuning en ambtelijke bijstand

Artikel 3.1. Financiële bijdrage

1De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. De fracties ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. Elke fractie ontvangt € 2.500 plus € 250 per raadslid.

2De fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

3De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

a.betalingen ten behoeve van politieke partijen, aan politieke partijen of met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie;

b.giften, leningen, beleggingen en voorschotten;

c.uitgaven die betaald moeten worden van vergoedingen ingevolge de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

d.opleidingen voor individuele raadsleden.

4De bijdrage wordt bij voorschot voor een kalenderjaar uitgekeerd. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden, wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden.

5Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot per de eerste dag van de maand na de splitsing verrekend.

6Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage onder overlegging van een verslag met onderliggende betalingsbewijzen.

7De raad stelt de bedragen vast van de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn en stelt de door de fracties terug te storten bedragen vast.

8Een fractie mag aan het eind van het kalenderjaar een overschot hebben gelijk aan de bijdrage die dat jaar is toegekend. Het meerdere dient te worden teruggestort aan de gemeente.

9Indien een fractie niet meer terugkeert in de raad dient het overschot op de dag van het aftreden van de raad te worden teruggestort aan de gemeente.

Artikel 3.2. Ambtelijke bijstand

1Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere zaken.

2Indien de gevraagde bijstand niet door de griffie kan worden verleend, kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren, werkzaam onder het college, aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

3De gemeentesecretaris kan medewerking weigeren, als de gevraagde bijstand geen betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad of als dit het belang van de gemeente kan schaden.

4Ingeval de gemeentesecretaris medewerking weigert, kan de griffier het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist over het verzoek.

5Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

6Wanneer een raadslid niet (geheel) tevreden is over de verleende bijstand, kan hij de zaak voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk 4 Griffier, werkgeverscommissie en griffie

Artikel 4.1. Resultaatgebieden en taken griffier

Het generiek profiel voor de griffiersfunctie, opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten, is van toepassing, waarmee de griffier:

1Adviseert op strategisch niveau over politieke-, bestuurlijke- en organisatorische processen en vraagstukken.

2Adviseert over positioneringsvraagstukken binnen de context van lokale democratie alsmede t.o.v. andere (semi)overheden.

3Adviseert over vormen van externe oriëntatie en ontwikkelt en introduceert innovatieve en grensverleggende werkvormen.

4Adviseert over verbinding tussen politieke partijen, fracties, gemeenteraad, college, burgemeester, ambtelijke organisatie, maatschappelijke groeperingen, inwoner(s).

5Bevordert en bewaakt de kwaliteit van lokale politiek-bestuurlijke besluitvormingsprocessen en doet verbetervoorstellen.

6Adviseert over en ondersteunt de gemeenteraad bij bijzondere onderzoeken en activiteiten, zoals strategisch overleg met partners en instanties, hoorzittingen, raadsonderzoeken en rekenkameronderzoeken.

7Adviseert over en ondersteunt de gemeenteraad en de burgemeester ten aanzien van integer politiek bestuur en kwesties van integriteit en weerbaarheid van raad(sleden).

8Optreedt als eerste aanspreekpunt en eerste adviseur van de gemeenteraad, de raadsvoorzitter, het presidium, de raadscommissies, de raadsfracties en de raadsleden zowel gevraagd als ongevraagd. Bewaakt hierbij de positie van de gemeenteraad.

9(Mede) zorg draagt voor een optimale afstemming tussen gemeenteraad, college en de ambtelijke organisatie.

10Vergaderingen en andere bijeenkomsten van de raad voorbereidt, zorg draagt voor de integrale toetsing van voorgelegde adviezen, vergaderingen ondersteunt en daar aan deel neemt en zorg draagt voor totstandkoming van de Raadsagenda.

11Stuurt en zorg draagt voor de planning en control van raadsprocessen in brede zin.

12Beslisbevoegd is voor de budgetten van de gemeenteraad en de griffie, deze bewaakt, budgetoverschrijdingen signaleert en zorgt voor jaarlijkse verantwoording.

13Eindverantwoordelijk is voor de organisatie en uitvoering van secretariële, administratieve en logistieke ondersteuning van de gemeenteraad en commissies.

14Het contractbeheer met in- en externe partijen verzorgt.

15Zorg draagt voor het management van de griffie en de raadsprocessen organiseert.

16Zorg draagt voor de juiste inzet van mensen en middelen ter realisatie van de gewenste producten en diensten, ook als het gaat om ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie (bodedienst, ICT).

17Samenwerking met politieke partijen, lokaal bestuur, ambtelijke organisatie, verbonden partijen en belanghebbenden initieert en bevordert.

Artikel 4.2. Nevenwerkzaamheden griffier

De nevenwerkzaamheden van de griffier zijn openbaar door publicatie van een actuele opgave van deze activiteiten op de website van de gemeente.

Artikel 4.3. Werkgeverscommissie griffie

1De werkgeverscommissie is een bestuurscommissie van de raad, ingesteld op grond van artikel 83 van de wet. De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die door de raad aan haar zijn gedelegeerd in artikel 4.4.

2De eerste plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad is voorzitter van de werkgeverscommissie.

3De raad benoemt uit zijn midden twee commissieleden. Het voorzitterschap en lidmaatschap van de commissieleden eindigt door het verlies van het raadslidmaatschap, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

4De voorzitter van de gemeenteraad is adviseur van de werkgeverscommissie.

5De griffier staat de werkgeverscommissie terzijde en draagt zorg voor het secretariaat en de verslaglegging.

6De griffier heeft periodiek overleg met de werkgeverscommissie over de invulling van de werkgeversrol door de gemeenteraad en de huishouding van de griffie.

7De werkgeverscommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Besluiten worden alleen genomen indien in de vergadering meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

8De vergaderingen van de werkgeverscommissie zijn besloten. De agenda, de stukken en de besluitenlijst zijn openbaar, tenzij de werkgeverscommissie beslist dat hierop of een deel daarvan geheimhouding moet worden gelegd. Indien een raadslid de stukken wil inzien, kan hij daartoe een verzoek indienen bij de voorzitter van de werkgeverscommissie. De voorzitter weigert een dergelijk verzoek slechts als sprake is van strijd met het openbaar belang.

Artikel 4.4. Delegatiebesluit werkgeverschap raad

1De raad delegeert aan de werkgeverscommissie:

a.de bevoegdheid genoemd in artikel 107e, tweede lid, van de wet, tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de op de griffie werkzame ambtenaren, anders dan de griffier,

b.de toepassing van de Cao Gemeenten voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren,

c.de toepassing van het Personeelshandboek voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren.

2Tot de onder 1. genoemde bevoegdheden hoort ook het nemen van de daarbij behorende voorbereidings- en uitvoeringsbesluiten.

3Aan de werkgeverscommissie wordt overgedragen de bevoegdheid tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 107e lid 2 van de wet).

4Voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren worden ten aanzien van de lokale regelingen voor arbeids¬voor¬waarden die niet zijn geregeld in de landelijk geldende Cao, de bepalingen gevolgd zoals die voor de gemeentelijke organisatie ressorterend onder de gemeentesecretaris in het Personeelshandboek en het daarmee samenhangende personeelsbeleid zijn vastgelegd. Indien toepassing daarvan een ongewenste of onredelijke situatie zou opleveren, kan de werkgeverscommissie hiervan besluiten af te wijken.

5De werkgeverscommissie kan de onder 1. genoemde bevoegdheden ten aanzien van de op de griffie werkzame ambtenaren, mandateren aan de griffier.

Artikel 4.5. Medezeggenschap griffie

1De griffie kent samen met de ambtelijke organisatie een ondernemingsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de ondernemingsraden.

2De gemeentesecretaris geldt voor de griffie als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.

3De bestuurder bespreekt een voorstel dat de griffie rechtstreeks of middellijk aangaat, voorafgaand aan de overlegvergadering met de griffier.

4De griffier ontvangt een verslag van die overlegvergaderingen, waarin onderwerpen zijn besproken die de griffie en/of het griffiepersoneel rechtstreeks of middellijk aangaan.

5De bepalingen in het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het Lokaal Overleg als bedoeld in de Cao gemeenten.

Hoofdstuk 5 Benoeming, spiegelgesprekken en herbenoeming burgemeester

Artikel 5.1. Vertrouwenscommissie

1Er is een vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 61, lid 3 van de wet in, belast met de beoordeling van de kandidaten voor de benoeming of herbenoeming van de (beoogde) burgemeester.

2De vertrouwenscommissie heeft tot taak de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden, alsmede de spiegelgesprekken te houden met de burgemeester.

3De vertrouwenscommissie bestaat uit één lid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie. De raad benoemt de leden. De vertrouwenscommissie stelt uit haar midden een voorzitter aan.

4Het lidmaatschap van de commissieleden eindigt door het verlies van het raadslidmaatschap, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

Artikel 5.2. Ambtelijke ondersteuning

1De griffier is secretaris van de vertrouwenscommissie en geeft ambtelijke ondersteuning aan de commissie.

2De gemeentesecretaris kan door de commissie gevraagd worden ambtelijke ondersteuning te verlenen.

Artikel 5.3. Adviseur

1De gemeenteraad kan bij benoeming of herbenoeming één of meer wethouders als adviseur toevoegen aan de commissie.

2De adviseur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie.

3De adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in de commissie.

Artikel 5.4. Geheimhouding

1Op alle informatie van de vertrouwenscommissie rust de verplichting tot geheimhouding, welke zich uitstrekt tot eenieder die van de informatie kennis draagt.

2De vergaderingen van de vertrouwenscommissie zijn besloten. De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht.

3Aan degenen die geen lid, adviseur of ambtelijk ondersteuner zijn van de vertrouwenscommissie wordt geen informatie verstrekt omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek.

4De geheimhoudingsplicht blijft ook in het geval de vertrouwenscommissie wordt ontbonden van kracht.

5De secretaris van de vertrouwenscommissie draagt zorg voor archivering van de stukken na afronding van de benoeming, de herbenoeming en de spiegelgesprekken.

Artikel 5.5. Stemming

De vertrouwenscommissie besluit over de vaststelling van een conceptaanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Indien de stemmen staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden de verschillende meningen in het in artikel 5.6. bedoelde verslag opgenomen.

Artikel 5.6. Verslag

De vertrouwenscommissie brengt over haar werkzaamheden ter voorbereiding op het doen van een aanbeveling schriftelijk een verslag van bevindingen uit aan de gemeenteraad en aan de commissaris van de Koning. Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval:

a.een weergave van de wijze waarop de vertrouwenscommissie haar werkzaamheden heeft verricht;

b.in het geval van benoeming een conceptaanbeveling van twee personen;

c.in het geval van herbenoeming een conceptaanbeveling inzake de herbenoeming.

Artikel 5.7. Archivering

1De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door het college van burgemeester en wethouders aangewezen archiefbewaarplaats.

2De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in het eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.

3De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.

4De griffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een afdoende vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het afschrift van het vastgestelde verslag. Na het aftreden van de burgemeester worden alle betreffende stukken door de griffier vernietigd.

Artikel 5.8. Bepalingen inzake de spiegelgesprekken

1De commissie houdt jaarlijks met de burgemeester een spiegelgesprek over het functioneren.

2Van het gesprek wordt een verslag opgesteld.

3Alvorens het verslag vast te stellen, krijgt de burgemeester de gelegenheid te reageren op het concept.

4Het verslag wordt getekend door de voorzitter van de commissie, de burgemeester en de griffier.

5Raadsleden kunnen het verslag inzien. Het verslag wordt niet openbaar gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt door de burgemeester gezonden aan de commissaris van de Koning.

Hoofdstuk 6 Auditcommissie en planning en control

Artikel 6.1. Taken auditcommissie

1De gemeenteraad heeft een auditcommissie, ingesteld op grond van artikel 84 van de wet.

2De auditcommissie heeft tot doel advisering en afstemming tot stand te brengen ten behoeve van de raad voor activiteiten op het gebied van auditing, financieel beleid en beheer en aangrenzende gebieden en de inrichting van de planning- en controlcyclus.

3De commissie is belast met de voorbereiding van procedures tot selectie en aanwijzing van een accountant als bedoeld in artikel 213 van de wet en brengt aan de raad een advies uit over de benoeming.

4De commissie is het formele aanspreekpunt voor de door de raad aangewezen accountant.

5De commissie adviseert de raad over de vaststelling van het controleplan en het protocol van de accountant.

6De commissie bespreekt de bevindingen van de accountant naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole en naar aanleiding van specifieke rapportages in opdracht van de raad.

7De commissie adviseert de raad over de uitvoering van de verordeningen gebaseerd op de artikelen 212, 213 en 213a van de wet.

8De commissie bevordert dat onderzoeken van de accountant, de rekenkamer, de raad, het college en de ambtelijke organisatie op het terrein van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid op elkaar zijn afgestemd.

Artikel 6.2. Samenstelling auditcommissie

1De raad benoemt de leden en plaatsvervangend leden van de commissie.

2De commissie bestaat uit tenminste vijf leden zijnde maximaal één raadslid of burgerlid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie. Het lidmaatschap eindigt door het verlies van de hoedanigheid van raadslid of burgerlid, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

3De commissie stelt uit haar midden een voorzitter aan.

4De griffier of een door hem aangewezen medewerker is secretaris van de commissie.

5Op uitnodiging van de commissie kunnen vertegenwoordigers van het college, ambtelijke organisatie, de rekenkamer, de accountant of andere deskundigen als adviseur deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.

Artikel 6.3. Werkwijze

1Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien één van de leden van de commissie dit wenst, wordt een minderheidsstandpunt bij een advies ter kennis gebracht van de raad.

2De commissie kan slechts beraadslagen en besluiten wanneer meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

3Van de vergaderingen van de commissie wordt een beknopt verslag gemaakt, dat aan de raad en het college wordt gezonden.

4Van de vergaderingen van de commissie wordt een geluidsopname gemaakt, die terug te luisteren is voor raads- en burgerleden.

5De vergaderingen van de commissie zijn besloten.

6De adviezen van de commissie en de verslagen van de vergaderingen van de commissie zijn openbaar.

Artikel 6.4. Programmabegroting, Jaarrekening, Kadernota en tussentijdse rapportages

1De raad kan richtlijnen vaststellen voor de indeling en inrichting van de Programmabegroting en de Jaarrekening, alsmede de Kadernota en tussentijdse rapportages.

2De Auditcommissie kan de raad hierover adviseren.

3Voordat de raad daarover besluit overlegt hij daarover met het college.

Artikel 6.5. Behandelprocedure

1Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk XIII van de wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de Programmabegroting, van het Jaarverslag en de Jaarrekening alsmede van de Kadernota volgens een procedure die het presidium vaststelt.

2De Auditcommissie kan de raad hierover adviseren.

3De griffier draagt er zorg voor dat de leden van de raad en het college geïnformeerd worden over de vastgestelde procedure.

Hoofdstuk 7 Onderzoek door de gemeenteraad

Artikel 7.1. Instellen onderzoek

De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen op grond van artikel 84 van de wet.

Artikel 7.2. Onderzoekscommissie

1De uitvoering van dit hoofdstuk wordt opgedragen aan een daartoe voor dit onderzoek in te stellen tijdelijke onderzoekscommissie.

2De door de raad voor het onderzoek ingestelde tijdelijke onderzoekscommissie bestaat uit tenminste vijf raadsleden, met maximaal 1 raadslid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie.

3De gemeenteraad benoemt bij de instelling van de onderzoekscommissie de leden.

4De onderzoekscommissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

5De bevoegdheden en de werkzaamheden van de onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van de gemeenteraad. De nieuw geïnstalleerde gemeenteraad vervult zo spoedig mogelijk de door het aftreden van leden ontstane vacatures in de commissie.

6De leden van de tijdelijke onderzoekscommissie ontvangen voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage als bedoeld in artikel 8.1., lid 2 van deze verordening.

Artikel 7.3. Beëindiging van het lidmaatschap van de onderzoekscommissie

Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:

a.de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;

b.een lid ophoudt lid te zijn van de raad;

c.een lid ontslag neemt;

d.de raad daartoe besluit.

Artikel 7.4. De voorzitter

1De voorzitter van de onderzoekscommissie draagt in ieder geval zorg voor:

-het tijdig en periodiek bijeenroepen van de onderzoekscommissie;

-het leiden van de vergaderingen;

-het bewaken van de uitvoering van het onderzoek;

-het verzorgen van de externe communicatie (woordvoerderschap);

-het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming;

-het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels.

2Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de secretaris en de overige leden.

Artikel 7.5. Ondersteuning

1De griffier draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de onderzoekscommissie.

2De griffier wijst een ambtelijk secretaris aan.

3De secretaris van de onderzoekscommissie ondersteunt en adviseert de onderzoekscommissie bij al haar werkzaamheden.

Artikel 7.6. Werkzaamheden onderzoekscommissie

1Alle activiteiten van de leden en de aan de onderzoekscommissie toegevoegde medewerkers vallen onder de verantwoordelijkheid van de onderzoekscommissie.

2De onderzoekscommissie kan slechts beraadslagen en besluiten wanneer meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

3Zo spoedig mogelijk na instelling van de onderzoekscommissie stelt de onderzoekscommissie een plan van aanpak op waarin zij in ieder geval de volgende punten opneemt:

-de uitvoering van de onderzoeksopdracht;

-de eerste planning van de uit te voeren taken;

-een voorlopige raming van de kosten;

-de taakverdeling;

-informatiebeheer.

4Indien de onderzoekscommissie besluit de uitvoering van bepaalde delen van het onderzoek neer te leggen bij derden, vindt deze uitvoering plaats onder haar verantwoordelijkheid.

5Deze derden kunnen alle informatie verzamelen die de onderzoekscommissie in het belang van het onderzoek nodig acht, ook als het informatie betreft waar geheimhouding op ligt. Zij zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de commissie.

6De onderzoekscommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

7De onderzoekscommissie is bevoegd van alle gemeentelijke bestuursorganen de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.

8De onderzoekscommissie vergadert in beslotenheid. Van de vergaderingen wordt een beknopt verslag gemaakt.

9De onderzoekscommissie stelt door de commissie aan te wijzen betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en ten hoogste vier weken bedraagt, een feitenverificatie op het feitenonderzoek aan de onderzoekscommissie kenbaar te maken.

10Na vaststelling door de onderzoekscommissie wordt het onderzoek zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden en ter kennis van het college gebracht. De onderzoekscommissie kan bij afzonderlijk besluit op grond van artikel 88 van de wet voor een termijn die tenminste één week en ten hoogste twee weken bedraagt geheimhouding op het onderzoek opleggen.

11Gedurende de in lid 10 bepaalde termijn is het college in de gelegenheid om een schriftelijke bestuurlijke reactie aan de gemeenteraad aan te bieden.

13Bij de openbaar making van het onderzoek presenteert de commissievoorzitter de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.

14De raad vergadert in openbaarheid over de conclusies en aanbevelingen, tenzij de raad anders besluit.

15De onderzoekscommissie legt aan de raad verantwoording af over haar uitgaven.

Hoofdstuk 8 Rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden

Artikel 8.1. Toelage raadslid onderzoekscommissie en vertrouwenscommissie

1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de wet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend ter hoogte van 50% van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden als vermeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De toelage is per jaar maximaal drie maal de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of als bedoeld in hoofdstuk 7 van deze verordening wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente de maximale toelage toegekend als bedoeld in artikel 3.1.4.eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 8.2. Reis- en verblijfkosten raads-, commissie- en burgerleden

1Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads-, commissie- of burgerlid vergoed:

a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b.bij gebruik van een eigen auto € 0,35 per afgelegde kilometer, waarvan € 0,23 onbelast;

c.bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten.

2Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

3Als een raads-, commissie- of burgerlid een functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed.

4De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raads-, commissie- of burgerlid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 8.3. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

1Een raadslid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per raadslid.

4Het presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

5Een burgerlid dat wil deelnemen aan scholing in verband met de vervulling van zijn functie kan een tegemoetkoming voor de kosten aanvragen bij de fractie. Deze kosten kunnen ten laste van het beschikbare fractiebudget worden gebracht. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per burgerlid.

Artikel 8.4. Informatie- en communicatievoorzieningen

1Een raads-, commissie- of burgerlid tekent zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld, zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

2Een raads-, commissie- of burgerlid levert na beëindiging van zijn functie binnen 1 maand de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is niet mogelijk.

Artikel 8.5. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 8.6. Betaling vaste vergoedingen aan commissie- en burgerleden

1Aan burgerleden wordt een vergoeding toegekend voor het bijwonen van de vergaderingen van een Altenaronde, Altenatafel, van de Auditcommissie en van andere door het presidium daarvoor aangewezen bijeenkomsten, die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in artikel 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding aan commissie- of burgerleden, eens per kwartaal plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 8.7. Betaling en declaratie van onkosten

1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

b.betaling vooruit uit eigen middelen.

2Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van bewijsstukken. De eis om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3Het verzoek en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads-, commissie- of burgerleden ingediend via de griffier.

4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads-, commissie- of burgerleden binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1. Slotbepalingen

1In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze verordening, beslist het presidium.

2Tijdens een vergadering of bijeenkomst beslist de voorzitter van die vergadering of bijeenkomst over gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze verordening.

3In afwijking van het eerste lid beslist de werkgeverscommissie over de toepassing van de rechtspositieregelingen betreffende de griffie.

4In afwijking van het eerste lid beslist de vertrouwenscommissie over de toepassing van de artikelen 5.3 tot en met 5.8.

5In afwijking van het eerste lid beslist de auditcommissie over de toepassing van artikel 6.3.

6In afwijking van het eerste lid beslist de onderzoekscommissie over de toepassing van artikel 7.6.

Artikel 9.2. Intrekken oude verordeningen

1De Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024 wordt ingetrokken.

2De Verordening regelende onderzoek door de raad van de gemeente Altena 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 9.3. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 9.4. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad Altena 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.