Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke regeling Promen

Gemeente Alphen aan den Rijn · geldt sinds 22 april 2017

Aanhef

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Capelle aan den IJssel, Gouda, Krimpen aan den IJssel, Krimpenerwaard, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn;

Gelet op de artikelen 1 en 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 7, lid 1, onder a, van de Participatiewet;

B E S L U I T E N, voor zover het hen betreft, toe te treden tot de:

Hoofdstuk I Begripsbepalingen

Artikel 1

1In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

ambtenaar: medewerker, aangesteld ingevolge de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector Gemeenten.

directeur: de eindverantwoordelijke ambtenaar van Promen;

Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland;

Promen: het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling;

raad: de gemeenteraad van een gemeente waarvan het college deelneemt aan de regeling;

Raad van Advies: de Raad van Advies zoals bedoeld in artikel 18a van deze regeling;

regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

2Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wet van toepassing worden verklaard, dient, waar in die artikelen wordt gesproken van gemeente, college van burgemeester en wethouders resp. burgemeester, daarvoor te worden gelezen: Promen, algemeen bestuur/

dagelijks bestuur, resp. voorzitter.

Hoofdstuk II Het openbaar lichaam

Artikel 2

1Er is een openbaar lichaam, genaamd “Promen”.

2Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Gouda.

Artikel 3

Het bestuur van Promen bestaat uit:

a.het algemeen bestuur;

b.het dagelijks bestuur;

c.de voorzitter.

Hoofdstuk III Doelstelling, taken en bevoegdheden

Artikel 4

1Promen heeft tot doel het op een bedrijfsmatig verantwoorde wijze uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening, alsmede aan de voorziening gericht op arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet.

2Ter vervulling van het in lid 1 genoemde doel voert Promen, de volgende taken uit:

a.vervallen;

b.het instellen en in stand houden van een uitvoeringsorganisatie belast met de gemeentelijke taken, genoemd in de Wet sociale werkvoorziening;

c.het ontwikkelen en aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, zoals bedoeld in lid 1, van dit artikel.

3Aan Promen zijn alle taken en bevoegdheden overgedragen die de Wet sociale werkvoorziening oplegt c.q. toekent aan de deelnemende gemeenten.

4Aan Promen zijn bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grens van artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

5Aan Promen is, ten behoeve van de in het eerste lid genoemde doelstelling, de bevoegdheid toegekend een of meer rechtspersonen op te richten en/of deel te nemen in een of meer bestaande dan wel te vormen rechtspersonen.

6vervallen.

7De deelnemende colleges rekenen het tot hun taak om waar mogelijk opdrachtgever te zijn van daartoe geëigende werkzaamheden ten behoeve van de werknemers van Promen.

Hoofdstuk IV Het algemeen bestuur

Par. 1. De samenstelling

Artikel 5

1.Het algemeen bestuur bestaat uit 1 lid per deelnemend college dat door het college uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, wordt aangewezen. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft een op gelijke wijze aangewezen plaatsvervanger.

2De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor vier jaar en vindt plaats uiterlijk binnen drie maanden na de benoeming van het deelnemende college.

3Een lid van het algemeen bestuur treedt af op het moment van het verlies van het lidmaatschap van het deelnemende college.

4De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

5De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede de voorzitter van het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte. Leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien.

6Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

Artikel 6

Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met een aanstelling als medewerker van Promen, resp. als ambtenaar van een der deelnemende gemeenten, met uitzondering van onderwijzend personeel of ambtenaren van de burgerlijke stand.

Artikel 7

Van een aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur geeft het deelnemende college binnen een week kennis aan de voorzitter van Promen.

Par. 2 De bevoegdheden.

Artikel 8

1Alle bevoegdheden in het kader van de regeling, die niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of de directeur zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur.

2Bij de uitoefening van deze bevoegdheden zijn de bij de Gemeentewet voor het college van een gemeente gestelde bepalingen zoveel mogelijk van toepassing.

Par. 3 De werkwijze

Artikel 9

1Op het houden van de vergaderingen van het algemeen bestuur is artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

2Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen adviseurs uitnodigen de vergaderingen bij te wonen.

Artikel 10

Elk lid van het algemeen bestuur of het lid dat hem vervangt, heeft in de vergadering van het algemeen bestuur één stem.

Hoofdstuk V Het dagelijks bestuur

Par. 1 De samenstelling

Artikel 11

1Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, die gekozen worden door en uit het algemeen bestuur, waarbij het dagelijks bestuur nimmer de meerderheid van het algemeen bestuur mag uitmaken.

2.Het dagelijks bestuur bestaat in ieder geval uit de leden afkomstig uit Capelle aan den IJssel en Gouda, en voorts uit één of meer leden die gekozen worden uit de leden afkomstig uit de andere gemeenten. De leden mogen niet uit dezelfde gemeente afkomstig zijn.

3Aan het dagelijks bestuur neemt tevens deel een lid uit de Raad van Advies die een adviserende stem heeft.

Artikel 12

1De leden van de het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

2De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dit bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt.

3Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, kiest het algemeen bestuur een nieuw lid. Gaat het openvallen van de plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan stelt het algemeen bestuur het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uit totdat de opengevallen plaats is het algemeen bestuur zal zijn bezet, doch voor niet langer dan drie maanden.

4Een lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt of overeenkomstig het in het tweede lid bepaalde moet aftreden, blijft zijn functie waarnemen, totdat de opvolger zijn functie heeft aanvaard.

5Een lid van het dagelijks bestuur dat tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Par. 2 De bevoegdheden.

Artikel 13

Het dagelijks bestuur van Promen heeft naast het uitoefenen van de door de Wet gemeenschappelijke regelingen toegekende bevoegdheden tot taak:

a.het toezicht op het beheer van de inkomsten en de uitgaven van Promen;

b.het toezicht op het beheer en het onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen van Promen;

c.het houden van toezicht op al hetgeen Promen aangaat.

Par. 3 De werkwijze

Artikel 14

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het reglement wordt aan het algemeen bestuur medegedeeld.

Hoofdstuk VI Voorzitter en secretaris

Artikel 15

1Het algemeen bestuur wijst in zijn eerste vergadering in nieuwe samenstelling, uit zijn midden de voorzitter aan.

2De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

3De voorzitter treedt af op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.

4Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

5De voorzitter die tussentijds ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op voorzitter te zijn.

6Indien de voorzitter tussentijds ontslag neemt of overeenkomstig het in het derde lid bepaalde aftreedt, blijft hij/zij de functie waarnemen, totdat de opvolger de functie heeft aanvaard.

Artikel 16

1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur.

2De voorzitter draagt er zorg voor dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.

3De voorzitter vertegenwoordigt Promen in en buiten rechte. Indien de voorzitter deel uitmaakt van het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Promen is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit.

Artikel 17

1Het algemeen bestuur wijst, in zijn eerste vergadering in nieuwe samenstelling, na de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur, een van de leden van het algemeen bestuur aan als secretaris.

2Hij is secretaris van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

3De secretaris treedt af op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.

4Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast, waarin onder meer zijn vervanging wordt geregeld.

5De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in alles wat de hun opgedragen taak betreft terzijde.

6Hij maakt van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur een verslag, hetwelk in de volgende vergadering van het desbetreffende college ter vaststelling wordt aangeboden.

Artikel 18

De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken, die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan.

Hoofdstuk VIa Raad van Advies

Par. 1. De samenstelling

Artikel 18a

1De raad van advies bestaat uit 3 leden, die benoemd worden door het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur.

2De leden van de raad van advies worden benoemd wegens hun specifieke kennis op het gebied van onderwijs, bedrijfsleven en arbeidsmarkt, waarbij elk lid één kennisgebied vertegenwoordigt.

3De leden van de raad van advies worden voor de duur van 4 jaar benoemd, met een maximale zittingsduur van tweemaal 4 jaar.

4De zittingstermijn van de leden van de Raad van Advies verschilt met de zittingstermijn van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur, bij voorkeur met een verschil van twee jaar tussen de termijnen.

5Indien tussentijds een plaats in de raad van advies vacant komt, kiest het algemeen bestuur op voordracht van het dagelijks bestuur een nieuw lid, met inachtneming van de specifieke kennis van het openvallende gebied van onderwijs, bedrijfsleven of arbeidsmarkt.

6Een lid van de raad van advies dat ontslag neemt, blijft zijn functie waarnemen, totdat de opvolger zijn functie heeft aanvaard.

Par. 2. De bevoegdheden

Artikel 18b

De raad van advies adviseert gevraagd en ongevraagd het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Par. 3. De werkwijze

Artikel 18c

1De raad van advies komt bijeen voorafgaand aan de vergaderingen van het algemeen bestuur en verder zoveel als nodig wordt geacht.

2De Raad van Advies stelt een eigen reglement van orde op.

Hoofdstuk VII Informatie en verantwoording

Artikel 19

1Het dagelijks bestuur brengt aan de colleges van de deelnemende gemeenten ter kennis de besluiten van het algemeen bestuur betreffende:

a.de begroting, de rekening en het ondernemingsplan met de daarbij horende stukken;

b.het reglement van orde zoals bedoeld in artikel 16 van de Gemeentewet;

c.de aankoop en verkoop van onroerende zaken;

d.vervallen.

2Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor debegroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3Voor zover de besluiten bedoeld in lid 1. de goedkeuring behoeven van Gedeputeerde Staten brengt het dagelijks bestuur de beslissing van Gedeputeerde Staten ter kennis van de colleges.

Artikel 20

1Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de raden alle inlichtingen die door de raad worden gevraagd.

2Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de (leden van) de raad van de gemeente waaruit hij afkomstig is alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan wordt gevraagd.

3Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van de gemeente waaruit hij afkomstig is ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

4Het geven van inlichtingen en het afleggen van verantwoording gebeurt op de in de deelnemende gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 21

1Het dagelijks bestuur en een of meer leden daarvan geven aan het algemeen bestuur, of aan een of meer leden daarvan, inlichtingen dan wel leggen verantwoording af.

2Het algemeen bestuur kan de voorzitter of een lid van het dagelijks bestuur dat zijn vertrouwen niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Artikel 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VIII Vergoedingen

Artikel 22

De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur en de leden van de raad van advies kunnen, binnen het kader van art. 21 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, een door het algemeen bestuur vast te stellen tegemoetkoming ontvangen in de reis- en verblijfkosten.

Hoofdstuk IX Directeur en ambtelijk apparaat

Artikel 23

1Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur.

2De directeur wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze.

Artikel 24

1Aan de directeur van Promen is opgedragen;

a.het voorbereiden van hetgeen het dagelijks bestuur ter overweging en beslissing moet worden voorgelegd;

b.het uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur;

c.het beheer van de inkomsten en uitgaven van Promen;

d.het beheer en het onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen van Promen;

2De directeur is bevoegd om deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur. Hij heeft daarin een adviserende stem.

3De directeur is –binnen de grenzen van het jaarlijks door het algemeen bestuur vast te stellen ondernemingsplan en het voor 31 december jaarlijks met het dagelijks bestuur te sluiten managementcontract- bevoegd naar eigen inzicht leiding en sturing te geven aan het apparaat en de medewerkers van Promen.

4De directeur is bevoegd tot benoeming, schorsing, ontslag, danwel de tewerkstelling op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, van personeel in dienst van Promen.

5De directeur is bevoegd om – binnen de kaders van het vastgestelde ondernemingsplan en de begroting- financiële verplichtingen aan te gaan en prioriteiten te stellen bij de uitvoering van bedoelde plannen.

6De directeur is verplicht om eenmaal per kwartaal, binnen een maand na afloop van het betreffende kwartaal, het dagelijks bestuur te informeren over de voortgang van de uitvoering van de bedrijfsdoelstellingen die zijn vastgelegd in de begroting en het ondernemingsplan.

7De directeur is verplicht om onvoorziene ontwikkelingen, waarvan de gevolgen buiten het kader van begroting en ondernemingsplan vallen, met spoed voor te leggen aan het dagelijks bestuur.

8De directeur informeert de voorzitter maandelijks over de voortgang der werkzaamheden.

Artikel 25

1Het dagelijks bestuur bepaalt de verantwoordelijkheden en de positie van de directeur in een Organisatiebesluit.

2Het Hoofd Financiën en Controlling kan gevraagd en ongevraagd rechtstreeks rapporteren en adviseren aan het Dagelijks Bestuur.

Artikel 26

Het dagelijks bestuur stelt de bezoldiging van de directeur en van de overige ambtenaren van Promen vast.

Artikel 27

1Voor de rechtspositie van ambtenaren, waaronder begrepen de directeur, in dienst van Promen gelden, voor zover het Algemeen bestuur niet anders bepaalt, de regelingen inzake de rechtspositie welke zijn of worden vastgesteld voor het ambtelijk personeel in dienst van de gemeente Gouda.

2Waar in deze regelingen wordt gesproken van college van burgemeester en wethouders, burgemeester resp. secretaris dient daarvoor te worden gelezen: dagelijks bestuur, voorzitter, resp. directeur. Waar in deze regelingen andere functionarissen worden genoemd met bevoegdheden tot regeling en uitvoering, dient daarvoor te worden gelezen: directeur.

Hoofdstuk X Financiële bepalingen

Artikel 28

Met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het kasbeheer van Promen en met betrekking tot de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van Promen zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 28a

1Het algemeen bestuur stelt een regeling vast met betrekking tot het financieel beheer van het werkvoorzieningsschap Promen.

2De in het eerste lid genoemde regeling wordt ter kennisneming toegezonden aan de colleges van de deelnemende gemeenten.

Artikel 29

1Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op met de daarbij behorende toelichting.

2De ontwerpbegroting wordt acht weken, voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toegezonden aan de raden.

3In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemend college voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage op basis van te werk te stellen personen.

4Voor de berekening van de in het derde lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van:

a.het feitelijk aantal volgens de administratie van Promen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening te werk gestelde personen woonachtig in de deelnemende gemeente.

b.de meeste recente door het algemeen bestuur bij rekening vastgestelde of bij begroting geraamde bijdrage per te werk te stellen persoon, gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen tussen het komend dienstjaar en het betreffende dienstjaar.

5De deelnemende colleges betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 1 februari de in het derde lid bedoelde bijdrage.

6Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.

7Terstond na de vaststelling wordt de begroting in afdruk toegezonden aan de raden van de deelnemende colleges die elk het in deze begroting voor de betreffende gemeente als bijdrage in de kosten van Promen geraamde bedrag, in de gemeentebegroting opnemen.

8Met betrekking tot wijziging van de begroting is het bepaalde in de voorgaande leden – behalve het zesde lid – van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

9Van het bepaalde in het voorgaande lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die:

a.geen wijziging inhouden van de gemeentelijke bijdrage bedoeld in lid 3;

b.geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid, zoals vastgelegd in begroting en ondernemingsplan.

10Af- en overschrijving op posten van de begroting zonder begrotingswijziging is mogelijk, wanneer hiertoe bij een – door Gedeputeerde Staten goedgekeurd – besluit van het algemeen bestuur machtiging is verleend, mits af- en overschrijvingen geen negatief effect hebben op het exploitatiesaldo.

Artikel 30

1Onder overlegging van de concept-jaarrekening met toelichting legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur over de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de inkomsten en uitgaven van Promen over het verstreken dienstjaar. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen accountant. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgend op het dienstjaar waarvoor de rekening is opgemaakt.

2Artikel 201 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

4In de rekening wordt het door elk der deelnemende colleges over het betreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen voor de te werk gestelde personen.

5Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 29 lid 5, bij wijze van voorschot betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in artikel 19 lid 3 bedoelde mededeling van de goedkeuring van de rekening door Gedeputeerde Staten.

Artikel 30a

De deelnemende colleges waarborgen de voldoening van rente, aflossing en kosten van door het werkvoorzieningsschap Promen te sluiten vaste geldleningen, alsmede van gelden die Promen in de voorziening van behoefte aan kortlopende middelen zal opnemen, naar evenredigheid van het aantal op grond van de Wsw te werk gestelde personen woonachtig in de deelnemende gemeente conform art. 29 lid 4.

Hoofdstuk XI Geschillen

Artikel 31

1Voordat over een geschil conform art. 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt gevraagd, legt het algemeen bestuur of het college van een of meer deelnemende gemeenten het geschil voor aan de commissie van goedediensten.

2De commissie bestaat uit drie personen, waarvan de twee partijen waartussen het geschil bestaat er elk een aanwijzen. Deze twee personen kiezen samen een derde persoon.

3De commissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

4De commissie brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen.

Hoofdstuk XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 32

Toetreding door andere colleges vindt plaats indien:

a.de colleges van de betreffende gemeente daartoe strekkende besluiten nemen;

b.de regeling van de gevolgen van de toetreding wordt goedgekeurd door de colleges van tenminste tweederde deel van de deelnemende gemeenten;

c.Gedeputeerde Staten de toetredingsbesluiten goedkeuren.

Artikel 33

1Een deelnemend college kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van het daartoe strekkende besluit.

2De uittreding treedt in werking vijf jaar na het verstrijken van het jaar, waarin de uittredingsbesluiten zijn genomen.

3Het algemeen bestuur regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de financiële en andere gevolgen van de uittreding.

4Een uitgetreden college blijft voor de inwoners van de betrokken gemeente die op grond van de Wet sociale werkvoorziening zijn aangesteld in dienst van Promen de bijdrage verschuldigd bedoeld in art. 29, leden 3,4 en 5 respectievelijk art. 30 lid 5.

Artikel 34

1Zowel het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur, als de deelnemende colleges kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.

2De regeling kan worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van tenminste tweederde deel van het aantal deelnemende colleges.

Artikel 35

1De regeling wordt opgeheven indien tenminste tweederde deel van het aantal deelnemende colleges daartoe besluit.

2In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels.

3Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de deelnemende colleges gehoord, vastgesteld. Het behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten.

4Het liquidatieplan regelt de gevolgen voor het ambtelijk apparaat en voorziet in de verplichtingen van de deelnemende colleges tot deelneming in de financiële en personele gevolgen van de beëindiging van de regeling.

5De bestuursorganen van Promen blijven in functie tot dat de liquidatie is voltooid.

Hoofdstuk XIII Duur van de regeling

Artikel 36

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Hoofdstuk XIV Het archief

Artikel 37

1Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen ingesteld bij de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld.

2Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in lid 1 van dit artikel aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995.

3De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de Streekarchiefdienst Hollands Midden te Gouda.

4De streekarchivaris oefent toezicht uit op het in lid 3 genoemde beheer.

5Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de Streekarchiefdienst Hollands Midden te Gouda.

6Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in lid 3 van dit artikel bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de Streekarchiefdienst Hollands Midden te Gouda.

7De in lid 5 bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de streekarchivaris.

Hoofdstuk XV Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 38

1De eigendommen en schulden, respectievelijk de rechten en plichten van het werkvoorzieningsschap IJssel en Lek gaan op de datum van inwerkingtreding van deze regeling over op het openbare lichaam Promen, zoals deze zijn vastgelegd in de balans, respectievelijk de exploitatierekening die per genoemde datum wordt opgemaakt, die is goedgekeurd door de accountant bedoeld in artikel 30 lid 1.

2Het personeel (vervallen: van de gemeente Gouda), werkzaam bij de (vervallen: Goudse dienst voor) sociale werkvoorziening Sterrenborgh, en het personeel in dienst van het werkvoorzieningsschap IJssel en Lek, en aangesteld op grond van de Ambtenarenwet, de Wet sociale werkvoorziening, of de Wet inschakeling werkzoekenden gaat op de datum van inwerkingtreding met behoud van rechten en plichten over in de dienst van het openbaar lichaam Promen.

3Voor het personeel in ambtelijke dienst wordt daarmee conform artikel 27 de Goudse rechtspositieregeling van toepassing, waarbij met individuele ambtenaren afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt om aanspraken zoals die voortvloeiden uit de arbeidsverhouding met werkvoorzieningsschap IJssel en Lek te behouden.

Artikel 39

1In afwijking van het gestelde in artikel 5, tweede lid, geschiedt de aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur voor de eerste keer binnen een maand na datum van inwerkingtreding.

2Zolang de bestuursorganen van Promen niet zijn samengesteld voor de eerste keer, berusten de bevoegdheden bij het bestuur van sociale werkvoorziening Sterrenborgh.

3Binnen twee maanden na inwerkingtreding van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Sterrenborgh in de gemeenschappelijke regeling Promen dient de samenstelling van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur in overeenstemming gebracht te worden met het bepaalde omtrent de samenstelling van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur in de gemeenschappelijke regeling Promen.

4De benoeming van de drie leden van de Raad van Advies vindt plaats binnen twee maanden na inwerkingtreding van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Sterrenborgh in de gemeenschappelijke regeling Promen.

Artikel 40

Als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt dat van Gouda aangewezen.

Artikel 41

1Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Regeling Promen.

2Zij treedt in werking per 1 januari 2005, of – indien dat op een later datum is - op de dag volgend op de opname in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn op 25 april 2016,

de secretaris, de burgemeester.

drs. P.W. Jeroense, mr. drs. J.W. Spies

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.