Aanhef
De burgemeester van de gemeente Almere;
Overwegende dat:
•de burgemeester overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2:67 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Almere 2011 kan besluiten, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, tot plaatsing van camera’s ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats;
•cameratoezicht een waardevol aanvullende instrument kan zijn bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid in de openbare ruimte;
•het voorliggende beleidskader zich richt op cameratoezicht dat wordt ingezet voor het handhaven van de openbare orde;
•het doel van het beleidskader is om inzicht te geven in de voorwaarden die gelden voor het inzetten van cameratoezicht in het belang van handhaving van de openbare orde;
•het beleidskader richtlijnen bevat die dienen als leidraad bij de afweging voor het invoeren, voortzetten of beëindigen van cameratoezicht;
•het beleidskader vanwege het voldoen aan toegankelijkheidseisen is aangepast.
Besluit:
1Het ‘Beleidskader 2024-2027’, gepubliceerd op 28 juni 2024, in te trekken.
2Het aangepaste ‘Beleidskader cameratoezicht 2024-2027’ vast te stellen.
3Te bepalen dat het aangepaste beleidskader in werking treedt op de dag na bekendmaking van dit besluit.
Inleiding
Almere groeit als jongste stad van Nederland volop. Dit biedt kansen, maar tegelijkertijd groeit de complexiteit van de uitdagingen mee. Dit geldt ook voor de veiligheid in onze stad. Daar waar mogelijk is onze brede veiligheidsaanpak meegegroeid, maar aanhoudende aandacht hiervoor is en blijft nodig.
De gemeente Almere past voor meerdere doeleinden en in verschillende vormen cameratoezicht toe. De beveiliging van gemeentelijke panden, de bescherming van medewerkers, het monitoren en borgen van de verkeersdoorstroming en parkeerhandhaving: het zijn allemaal doelen waarvoor camera’s worden ingezet om toezicht te houden in de openbare en/of publieke ruimte.
Cameratoezicht wordt ook toegepast voor het handhaven van de openbare orde, en daarmee het voorkomen van strafbare feiten en ernstige overlast met een negatieve invloed op de orde en rust in de samenleving. Ook hierin zijn verschillende verschijningsvormen zichtbaar, variërend van cameratoezicht als ‘regulier’ onderdeel van het straatbeeld in onze stadscentra en winkelgebieden tot aan de kortstondige inzet van mobiel cameratoezicht naar aanleiding van wanordelijkheden of ernstige veiligheids- of geweldsincidenten.
Afbakening
Het ‘Beleidskader cameratoezicht 2024 – 2027’ (hierna: beleidskader) richt zich op cameratoezicht dat wordt ingezet voor het handhaven van de openbare orde. Dit beleidskader gaat daarmee uitsluitend over het cameratoezicht in de publieke ruimte dat door de burgemeester is ingesteld op basis van artikel 151c Gemeentewet.
Het cameratoezicht ter handhaving van de openbare orde valt – kort samengevat – uiteen in twee varianten: (1) het ‘regulier’ en meestal langdurig cameratoezicht in stadscentra of drukke (winkel)gebieden en (2) het mobiel cameratoezicht dat vaak voor een korte periode wordt toegepast bij de vrees voor, of na het zich voordoen van, wanordelijkheden of een veiligheidsincident. Beide varianten kennen dezelfde juridische grondslag. Dit beleidskader geldt voor beide varianten.
Cameratoezicht dat niet gebaseerd is op artikel 151c Gemeentewet valt per definitie niet binnen de reikwijdte van dit beleidskader.
Doel beleidskader
Het toepassen van cameratoezicht is altijd maatwerk én onderdeel van een groter geheel aan maatregelen. Een besluit tot het inzetten van cameratoezicht dient weloverwogen en in verhouding tot de context van de situatie tot stand te komen.
Het doel van het beleidskader is om inzicht te geven in de voorwaarden die gelden voor het inzetten van cameratoezicht in het belang van handhaving van de openbare orde. Het beleidskader bevat richtlijnen die dienen als leidraad bij de afweging voor het invoeren, voortzetten of beëindigen van cameratoezicht.
Leeswijzer
Het eerste hoofdstuk blikt terug op het vorige ‘Beleidskader cameratoezicht 2021 – 2024’ door de bevindingen en toekomstige verbeteringen kort samen te vatten. Daarna schetst dit beleidskader de juridische grondslag (hoofdstuk 2), de doelstelling en criteria (hoofdstuk 3), alsmede het afwegingskader (hoofdstuk 4). Ook gaan we in op onze werkwijze (hoofdstuk 5), de privacy en waarborgen (hoofdstuk 6) en tot slot de evaluatie en verantwoording (hoofdstuk 7).