Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Damocles gemeente Albrandswaard

Gemeente Albrandswaard · geldt sinds 15 maart 2018

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Albrandswaard;

Overwegende dat:

-er in de gemeente regelmatig hennepkwekerijen in woningen, garages, schuren, bijgebouwen, (bedrijfs)panden en andere ruimten worden aangetroffen;

-het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij, dan wel de verkoop, aflevering, verstrekking, productie of aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet strafbaar is, veelal overlast veroorzaakt, (brand)gevaar oplevert, het woon- en leefklimaat van de omgeving en/of het veiligheidsgevoel van omwonenden aantast;

-deze activiteiten negatieve invloed hebben op de rechtsorde, de samenleving, het woningaanbod, de openbare orde en veiligheid en het maatschappelijk aanzien van de gemeente;

-het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij veelal gepaard gaat met andere strafbare en andere onrechtmatige gedragingen zoals diefstal van elektriciteit, belastingontduiking, uitkeringsfraude, illegale bewoning, het in gevaar brengen van de omgeving en uitbuiting van kwetsbare personen of groepen of strijdigheid met andere wettelijke bepalingen;

-het (doen of laten) exploiteren van een hennepkwekerij, dan wel de verkoop, aflevering, verstrekking, productie of aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet strafbaar is, veelal deel uitmaakt van niet direct zichtbare georganiseerde criminaliteit en het crimineel verdiende geld met de hennepteelt of de handel in drugs vaak wordt witgewassen in de bovenwereld, waardoor de rechtsorde en lokale economieën worden ondermijnd;

-de gemeente Albrandswaard deelneemt aan het Regionaal Convenant ‘Gezamenlijke aanpak van hennepkwekerijen’;

-de convenantpartners hierin samenwerken om in een integrale aanpak een einde te maken aan de ongewenste aanwezigheid van hennepkwekerijen;

-in het kader van de in dit convenant genoemde samenwerking is afgesproken dat iedere deelnemende gemeente een voor een ieder openbaar zijnde handhavingsbeleid met betrekking tot de aanpak van hennep uitvaardigt en uitvoert;

-alleen de strafrechtelijke aanpak van hennepteelt niet zorgt voor het beëindigen van criminele activiteiten;

-door barrières op te werpen de gemeente kan verhinderen dat dergelijke ondermijnende activiteiten worden voortgezet of criminele netwerken kunnen worden opgezet of blijven voortbestaan;

-de gemeente een taak heeft in het voorkomen van illegale hennepteelt dan wel oneigenlijk gebruik van eigendommen ten behoeve van die teelt.

-artikel 13b lid 1 Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in, op of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, en

-het aanbeveling verdient een beleidsregel vast te stellen omtrent de toepassing van bestuursdwang op basis van artikel 13b lid 1 Opiumwet ter bevordering van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

Gelet op:

-de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174 Gemeentewet ten aanzien van het toezicht op openbare inrichtingen en de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht;

-de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en lokalen in verband met de aanwezigheid van en de handel in drugs, en

-de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;

Besluit:

Tot het vaststellen van de ‘Beleidsregel Damocles gemeente Albrandswaard’.

Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregel Damocles gemeente Albrandswaard’.

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Bijlage 1: Toepassing last onder bestuursdwang

Onderzoek en verzoek bestuurlijke maatregel

De burgemeester is in zijn informatievoorziening afhankelijk van de politie. Nadat een handelshoeveelheid drugs is geconstateerd in een woning of lokaal, wordt zo snel als mogelijk de noodzakelijke informatie verstrekt met daarbij het verzoek een bestuurlijke maatregel te treffen ten aanzien van het betreffende pand. De volgende informatie is in ieder geval noodzakelijk:

-adres van het pand;

-aangetroffen hoeveelheid drugs;

-soort drugs;

-datum aantreffen;

-overige aangetroffen goederen;

-naam van de eigenaar van het pand;

-proces-verbaal van bevindingen;

-indien van toepassing, namen van gebruikers van het pand;

-indien van toepassing, zaken die wijzen op verstrekking aan eindgebruikers;

-indien van toepassing, aanwijzingen dat sprake is van georganiseerde criminaliteit;

-indien van toepassing, proces-verbaal verhoor verdachte, getuigen etc.

Voornemen

7Zowel een voornemen als een besluit worden aangetekend verstuurd of persoonlijk uitgereikt.

Het voornemen tot sluiting kan zowel mondeling als schriftelijk worden gedaan. Indien geen sprake is van een situatie waarbij geen spoedeisende bestuursdwang moet worden toegepast, maar snel en voortvarend optreden wel gewenst is (te weten sluiting binnen 72 uur na ontdekking van een handelshoeveelheid drugs of cannabisplanten), kan het voornemen mondeling worden meegedeeld door een opsporingsambtenaar. In de overige gevallen wordt een voornemen tot sluiting op schrift gesteld door afdeling Openbare Orde.

Zienswijze

Belanghebbenden bij een op te leggen maatregel worden binnen twee weken uitgenodigd een zienswijze, bij voorkeur schriftelijk, kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van de burgemeester om het betreffende pand te sluiten. Een mondelinge zienswijze kan ook, hierbij wordt vooraf met de politie bekeken of hun aanwezigheid is gewenst i.v.m. eventuele gevaarzetting. Belanghebbenden zijn in ieder geval de eigenaar en de gebruiker van het pand. Indien er sprake is van spoedeisendheid wordt conform het beleid afgezien van het houden van een zienswijzengesprek.

Besluit

Het besluit bevat ten minste:

-het bevel tot algehele of gedeeltelijke sluiting;

-datum en tijdstip waarop de sluiting ingaat;

-het adres waarop het besluit betrekking heeft;

-de duur van de sluiting;

-de motivering van het bevel tot sluiting, waarbij wordt verwezen naar het onderhavige beleid.

-aanzegging kostenverhaal

Controle pand

Voordat tot verzegeling wordt overgegaan, wordt een inspectie uitgevoerd in het te sluiten pand. Bekeken wordt of er al dan niet personen en/of dieren nog verblijven in het pand. Indien er dieren worden aangetroffen dan worden deze naar een tijdelijke opvang gebracht. De kosten voor opvang worden verhaald op de eigenaar van het pand. Verder wordt een controle uitgevoerd op de nutsvoorzieningen en bekeken of ramen en (achter)deuren deugdelijk zijn afgesloten. De controle wordt gezamenlijk uitgevoerd door de Boa en de politie.

Vervanging sloten en verzegeling

Voordat een pand wordt verzegeld, moeten de sloten van de toegangsdeuren worden vervangen. Op deze manier is verzekerd, dat bijvoorbeeld gebruikers na de sluiting niet op normale wijze het pand kunnen betreden. De sleutels worden in bewaring genomen door de gemeente. Van het inleveren van de sleutels wordt een verslag opgemaakt. De sleutels zullen worden opgeslagen in een kluis in het gemeentehuis.

Indien de eigenaar niet zelf de sloten vervangt, zal dit door een erkend slotenmaker gebeuren, alvorens tot verzegeling wordt overgegaan. De kosten die dit met zich meebrengt, worden verhaald op de pandeigenaar.

Verzegeling vindt plaats door middel van het aanbrengen van sluitingszegels op alle toegangsdeuren.

Iedere zegel is voorzien van een uniek nummer. Van deze verzegeling wordt rapport opgemaakt door de Boa.

Aanduiding op het pand

Nadat het pand is verzegeld, wordt (waar noodzakelijk) een kennisgeving aangebracht met de tekst “Op last van de burgemeester is dit drugspand gesloten”. Op deze wijze is duidelijk kenbaar voor eenieder dat het pand is gesloten, waardoor de bekendheid van het pand als drugspand bij kopers, exploitanten en facilitators teniet wordt gedaan. Voor omwonenden is zo duidelijk dat tegen de productie en handel in drugs wordt opgetreden.

Bekendmaking

Naast de kennisgeving die op het pand wordt aangebracht, worden omwonenden op de dag van de sluiting, of zo spoedig mogelijk daarop, middels een bewonersbrief geïnformeerd over de sluiting van het betreffende pand. Deze brief wordt opgesteld door afdeling Openbare Orde.

Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb)

Iedere sluiting wordt ingeschreven in de openbare registers (Kadaster). Eenieder kan, voordat hij een pand in gebruik neemt, op deze wijze kennis hebben van een eventuele eerdere sluiting. Voor informatie over eerdere sluitingen en waarschuwingen van een bepaald pand, kan men terecht bij de gemeente Albrandswaard.

Tussentijds openen van het pand

Indien sprake is van schade aan het pand die, ter beperking van verdere schade, zo spoedig mogelijk gerepareerd dient te worden en betreding van het pand is daarbij noodzakelijk, kan verzocht worden het pand te openen. Dit gebeurt op afspraak met en onder toezicht van een opsporingsambtenaar.

Controle verzegeling

Met regelmaat wordt gecontroleerd of de verzegeling in tact is door de Boa en de politie. Indien een zegel is verbroken, wordt daarvan aangifte gedaan (door de gemeente) bij de politie en wordt de verzegeling vervangen. Het verbreken van een zegel is strafbaar gesteld in artikel 199, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag. Indien aanwijzingen zijn dat het pand is betreden, wordt het pand geopend voor onderzoek. Afsluiting vindt, om recidive te voorkomen, dan plaats middels een stalen deur. De kosten van deze maatregel worden verhaald op de eigenaar.

Einde van de sluiting

Direct nadat de sluitingstermijn is verlopen, zal de verzegeling worden verwijderd en worden de sleutels overgedragen aan de eigenaar. Deze heeft zodoende weer de beschikking over het pand. De eigenaar tekent voor ontvangst van de sleutels

Bijlage 2: Indicatorenlijst

De sluitingsduur wordt mede bepaald aan de hand van een indicatorenlijst. Deze lijst moet gezien worden als hulpmiddel. Ook op basis van enkele indicatoren kan aannemelijkheid aan de orde zijn. Voor toepassing van de last onder bestuursdwang moet eerst worden bekeken of is voldaan aan de criteria uit artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in onderhavige beleidsregel.

Indicatorenlijst

a.

de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik).

Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij “aanwijzing Opiumwet” van het College van procureurs-generaal).

Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.);

b.

de mate waarin de woning betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband;

c.

er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten;

d.

er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;

e.

er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);

f.

er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen);

g.

er is sprake van recidive;

h.

er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet;

i.

de mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden;

j.

de mate van overlast;

k.

aannemelijkheid dat de woning of het lokaal niet overeenkomstig de functie wordt gebruikt (Optreden wegens strijdig gebruik met de definitie- of gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan kan dan ook tot de mogelijkheden behoren. Indien sluiting onvoldoende is en aanvullende maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid te herstellen kan het college de woning of lokaal in beheer nemen (artikel 14 Woningwet) waarna een eventuele onteigeningsprocedure kan volgen (artikel 77 Onteigeningswet));

l.

aannemelijkheid dat behalve de woning, het lokaal of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;

m.

overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband. Dit kunnen bijvoorbeeld verklaringen of meldingen zijn van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren e.d.;

Bijlage 3: Overige relevante wet- en regelgeving

Dit beleid laat onverlet dat andere wettelijke bepalingen, zoals artikel 174a Gemeentewet en artikel 17 Woningwet worden toegepast in plaats van artikel 13b Opiumwet.

Wet Victor

De Wet Victor behelst onder meer een toevoeging van artikel 7:231, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.7.6.1.) en artikel 14 Woningwet.

Artikel 14 Woningwet geeft het college de bevoegdheid, nadat artikel 13b Opiumwet is toegepast, de eigenaar/ verhuurder te verplichten het pand aan een ander in gebruik te geven en/of het beheer over te dragen. Het college kan voor beide gevallen personen respectievelijk instanties aanwijzen.

In de Onteigeningswet is daarnaast de bevoegdheid toegevoegd om een pand dat is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet te onteigenen.

In voorkomende gevallen dat de eigenaar/ verhuurder niet van de mogelijkheid gebruik maakt om de huur, al dan niet buitengerechtelijk, te beëindigen, zal het college worden verzocht gebruik te maken van haar bevoegdheid zoals die is neergelegd in artikel 14 lid 1 onder a Woningwet (andere gebruiker).

Goed verhuurderschap

Van verhuurders wordt verwacht dat zij van de mogelijkheid gebruik maken zoals die is neergelegd in artikel 7:231, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.7.6.1.). Een maatregel die laat zien dat het de eigenaar eraan gelegen is herhaling van druggerelateerde feiten te voorkomen en dat een eigenaar zijn verantwoordelijkheid neemt.

Objectgerichte karakter van de maatregel

Overdracht van het pand tast de werking van de bestuurlijke maatregel niet aan. Dit geldt zowel voor een waarschuwing als voor een sluiting.

Strafbaarstellingen

Hieronder volgt een opsomming van gedragingen rondom de oplegging en uitvoering van een sluiting die strafbaar zijn gesteld:

-het verbreken van een verzegeling is strafbaar gesteld in artikel 199, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag;

-op grond van artikel 2:41, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Albrandswaard is het verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten pand en bijbehorend erf te betreden;

-artikel 187 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het beschadigen, wederrechtelijk afscheuren of onleesbaar maken van de bekendmaking van de last (de kennisgeving), strafbaar is.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.