Gemeentelijke regelgeving

Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Alblasserdam 2022

Gemeente Alblasserdam · geldt sinds 1 januari 2023

Aanhef

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Alblasserdam;

ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 13 september 2022;

gelet op de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;

besluiten:

vast te stellen de

Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Alblasserdam 2022.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

b.commissie: de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;

c.de wet: de Algemene wet bestuursrecht;

d.portefeuillehouder: lid van het college dat verantwoordelijk is voor de tot zijn portefeuille behorende onderwerpen;

e.het Juridisch Kenniscentrum: de afdeling van de servicegemeente Dordrecht, waar het secretariaat van de commissies van de deelnemende gemeenten is ondergebracht;

f.de gemeente: de gemeente Alblasserdam;

g.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alblasserdam;

h.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Alblasserdam;

i.ambtelijk horen: het horen door een ambtenaar of meerdere ambtenaren namens het bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

j.behandeling (van bezwaarschriften): het verzamelen van alle relevante stukken als bedoeld in artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht, het voorbereiden van de hoorzitting en het voorbereiden van de beslissing op bezwaar.

k.horen: horen als bedoeld in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Behandeling

1Er is een commissie ter advisering van de raad, het college en de burgemeester inzake beslissingen op bezwaar.

2De commissie is bevoegd te adviseren ten aanzien van bezwaarschriften tegen:

a.besluiten van de raad;

b.besluiten die tot de gemeente zijn gericht;

c.besluiten die zijn genomen op een aanvraag van een derde waarbij de aanvraag een zwaarwegend gemeentelijk belang dient;

d.besluiten die zijn gericht tot instellingen, bedrijven of organisaties op het bestuur waarvan het gemeentebestuur een overwegende invloed heeft of waarin de gemeente een bestuurlijk belang heeft;

e.handhavingsbesluiten, voor zover hierbij een ondernemersbelang in het geding is;

f.besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening, voor zover hierbij een ondernemersbelang in het geding is;

g.besluiten, waarbij sprake is van meerdere bezwaarmakers en/of indien de besluitvorming bestuurlijk gevoelig ligt;

h.overige besluiten, voor zover behandeling door de commissie door het verwerend orgaan noodzakelijk wordt geacht.

3De bezwaarschriften die niet behoren tot de bevoegdheid van de commissie worden voor het horen voorgelegd aan de portefeuillehouder.

4De commissie noch de portefeuillehouder zijn bevoegd te horen ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken, besluiten inzake de rechtspositie van medewerkers in dienst van de gemeente, besluiten inzake sociale zekerheid en besluiten inzake de Jeugdwet.

5Het college en de burgemeester zijn voor de bezwaarschriften die aan de portefeuillehouder worden voorgelegd bevoegd ten aanzien van het horen mandaat te verlenen aan door hem aan te wijzen ambtenaren, hetzij schriftelijk bij algemeen mandaat, hetzij mondeling voor een bepaald geval.

6Op ambtelijk horen is het bepaalde over de behandeling door de commissie in de artikelen 7, 9, 11, 13, 14 en 15 van overeenkomstige toepassing, waarbij geldt dat daar vermelde bevoegdheden dan bevoegdheden zijn van de ambtenaar of ambtenaren die namens het bestuursorgaan horen.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.

2Leden van de commissie kunnen geen lid zijn van het bestuursorgaan of werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid daarvan.

Artikel 4 Secretaris

1De secretaris van de commissie is een door de manager van het Juridisch Kenniscentrum aangewezen medewerker.

2De manager van het Juridisch Kenniscentrum wijst tevens de plaatsvervanger(s) van de secretaris aan.

Artikel 5 Zittingsduur

1Het college benoemt voor een periode van vier jaar de voorzitter en maximaal zes leden, waarvan één lid als plaatsvervangend voorzitter, die roulerend samen met de voorzitter de in artikel 3, eerste lid bedoelde commissie vormen.

2Commissieleden kunnen ten hoogste tweemaal voor een periode van vier jaar worden herbenoemd.

3Het college draagt er zorg voor dat de benoemingsperiode zodanig wordt vastgesteld dat steeds twee van het totaal aantal benoemde commissieleden na een periode van vier jaar aftreden.

4Als een commissielid tussentijds aftreedt wordt zo spoedig mogelijk een nieuw commissielid benoemd. Het nieuwe commissielid wordt benoemd voor de resterende periode van het afgetreden lid. Deze tussentijdse benoeming geldt als volwaardige eerste termijn.

5De voorzitter en de leden kunnen om dringende redenen door het college worden geschorst en ontslagen.

6De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

7De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen.

8Het college voorziet zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen drie maanden in de opvolging van de afgetreden leden.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt uiterlijk tien dagen voor de hoorzitting in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris van de commissie:

a.het verlangen van een schriftelijke machtiging van een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid van de wet;

b.het aan de indiener stellen van een termijn, waarbinnen een verzuim kan worden hersteld, als bedoeld in artikel 6:6 van de wet;

c.het verzenden van de stukken tijdens de behandeling door de commissie, als bedoeld in artikel 6:17 van de wet;

d.het ter inzage leggen van de stukken als bedoeld in artikel 7:4, tweede lid, van de wet

e.het achterwege laten om belanghebbenden over en weer te informeren over het verhandelde in het geval dat belanghebbenden afzonderlijk van elkaar zijn gehoord, als bedoeld in artikel 7:6, vierde lid, van de wet.

Artikel 8 Bemiddeling

De secretaris onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens het bezwaarschrift in behandeling wordt genomen en verricht daartoe de nodige handelingen.

Artikel 9 Vooronderzoek

1De secretaris is bevoegd om namens de voorzitter of het bestuursorgaan rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2Het bestuursorgaan verstrekt zo spoedig mogelijk de namens de voorzitter of het bestuursorgaan de gevraagde informatie.

Artikel 10 Hoorzitting

1De voorzitter beslist over het afzien van het horen, als bedoeld in artikel 7:3 van de wet.

2De secretaris bepaalt namens de voorzitter plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

3De hoorzitting van de commissie is openbaar, tenzij een lid van de commissie of een belanghebbende om een hoorzitting achter gesloten deuren verzoekt en er naar het oordeel van de voorzitter gewichtige redenen zijn om de hoorzitting in beslotenheid te doen plaatsvinden.

4In aanvulling op het derde lid is de hoorzitting niet openbaar indien naar het oordeel van de voorzitter een van de gevallen zich voordoet als bedoeld in artikel 8:62, sub a, c en d, van de wet.

Artikel 11 Uitnodiging hoorzitting

1De secretaris nodigt namens de voorzitter de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

2Binnen drie dagen na de verzenddatum van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de secretaris verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

3De beslissing van de secretaris op dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.

4De secretaris is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 12 Quorum

1Voor het houden van een hoorzitting is vereist dat ten minste de voorzitter of zijn plaatsvervanger, en één lid aanwezig zijn.

2In uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter het horen aan één lid opdragen als bedoeld in artikel 7:13, derde lid, van de wet.

Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

1Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

2Het verslag houdt een korte en zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3Indien de hoorzitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4Het verslag verwijst naar de op de hoorzitting overgelegde documenten, die aan het verslag worden gehecht.

5Tijdens de hoorzitting wordt door de secretaris een geluidsopname gemaakt ten behoeve van het opstellen van het verslag. De geluidsopname wordt niet verstrekt en nadat het bestreden besluit formele rechtskracht heeft verkregen vernietigd.

Artikel 15 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de hoorzitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de commissie dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden toegezonden.

Artikel 16 Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Indien de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.

3Het advies is gemotiveerd en omvat het verslag en een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

4Indien de voorzitter van de commissie beslist dat toepassing wordt gegeven aan artikel 7:3, aanhef onder a en e van de wet, wordt geen advies uitgebracht, maar doet de secretaris van de commissie daarvan gemotiveerd mededeling aan het bestuursorgaan.

5Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

6Het advies wordt, uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. Van de beslissing op bezwaar ontvangt de commissie een afschrift.

Artikel 17 Verdaging

Indien naar het oordeel van de manager van het Juridisch Kenniscentrum de termijn als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verdaagt hij namens het bestuursorgaan tijdig de beslissing.

Artikel 18 Tegenadvies

1De functionaris die verantwoordelijk is voor het bestreden besluit kan een advies van de commissie voorzien van een tegenadvies.

2De functionaris zendt het tegenadvies aan het bestuursorgaan.

Artikel 19 Vergoeding

1Het college stelt de vergoeding van de voorzitter en de overige leden van de commissie vast.

2Na vaststelling van de vergoeding als bedoeld in het eerste lid, wordt de vergoeding jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het indexcijfer als bedoeld in de circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangaande de geïndexeerde bedragen van de (onkosten)vergoeding en toelagen voor politieke ambtsdragers van gemeenten.

3Het college kan afwijken van de jaarlijkse indexatie als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 20 Jaarverslag

1De commissie brengt elk jaar een jaarverslag uit over haar activiteiten in het voorgaande kalenderjaar.

2De commissie vermeldt daarin de zaken die zij het vermelden waard acht, doch ten minste de volgende gegevens:

a.het aantal bezwaarschriften dat zij ter advisering heeft ontvangen;

b.het aantal inhoudelijke adviezen dat zij heeft uitgebracht.

Artikel 21 Overgangsregeling

Op de behandeling van de bezwaarschriften die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening en die op dat moment nog in behandeling zijn, is deze verordening van toepassing.

Artikel 22 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van haar bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Alblasserdam, vastgesteld op 15 december 2015.

Artikel 23 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening behandeling bezwaarschriften gemeente Alblasserdam 2022.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.