Terug naar alle wetten

Kaderwet adviescolleges

Geldende tekst van alle 34 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

  • Artikel 1In deze wet wordt verstaan onder:
  • Artikel 2Geen adviescollege in de zin van deze wet is:
  • Artikel 3De hoofdstukken 3 en 5 en artikel 28 gelden niet ten aanzien van adviescolleges waarvan de adviestaak, bedoeld in…

Hoofdstuk 2 HET INSTELLEN VAN ADVIESCOLLEGES

  • Artikel 4Een adviescollege wordt bij wet ingesteld.
  • Artikel 5In afwijking van artikel 4 kan een adviescollege voor de advisering over een in de tijd beperkt vraagstuk bij…
  • Artikel 6In afwijking van artikel 4 kan een adviescollege voor de eenmalige advisering over een bepaald vraagstuk bij koninklijk…
  • Artikel 7Alle wetten, koninklijke besluiten en ministeriële regelingen tot instelling van adviescolleges worden mede door Onze…
  • Artikel 8Bij de instelling van een adviescollege wordt de adviestaak omschreven.
  • Artikel 9De artikelen 4 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing op het toekennen van een adviestaak als bedoeld in…

Hoofdstuk 3 SAMENSTELLING EN INRICHTING VAN ADVIESCOLLEGES

  • Artikel 10Een adviescollege bestaat uit een voorzitter en ten hoogste veertien andere leden.
  • Artikel 11De leden van een adviescollege worden bij koninklijk besluit benoemd.
  • Artikel 12De leden van een adviescollege worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor de advisering op het…
  • Artikel 13Leden van adviescolleges worden op eigen aanvraag door Onze Minister ontslagen.
  • Artikel 15Een adviescollege heeft een secretaris.
  • Artikel 16Een adviescollege kan ter voorbereiding van een of meer adviezen uit zijn midden commissies instellen.
  • Artikel 16aDe archiefbescheiden van een adviescollege als bedoeld in artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, worden na…

Hoofdstuk 4 ADVISERING EN STANDPUNTBEPALING

  • Artikel 17Een adviescollege adviseert op schriftelijk verzoek van Onze Minister of van een van beide kamers der Staten-Generaal.
  • Artikel 18Een adviescollege kan Onze Minister uit eigen beweging adviseren.
  • Artikel 19Een adviescollege kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door Onze Minister aangewezen…
  • Artikel 20Een adviescollege beraadslaagt en besluit in vergadering over de uit te brengen adviezen.
  • Artikel 21Een adviescollege kan zijn werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.
  • Artikel 22Indien een advies wordt uitgebracht aan één van de kamers der Staten-Generaal, zendt het adviescollege een afschrift…
  • Artikel 23Adviescolleges kunnen gezamenlijk advies uitbrengen en zijn daartoe verplicht, indien dat bij het adviesverzoek is…
  • Artikel 24Onze Minister stelt de beide kamers der Staten-Generaal binnen drie maanden na ontvangst in kennis van zijn standpunt…

Hoofdstuk 5 BEGROTING EN PROGRAMMERING

  • Artikel 25Een adviescollege zendt jaarlijks voor 1 april aan Onze Minister een ontwerp voor de begroting voor het daaropvolgende…
  • Artikel 26Een adviescollege zendt Onze Minister jaarlijks voor 1 september een ontwerp voor een werkprogramma voor het volgende…
  • Artikel 27Een adviescollege houdt bij het vervullen van zijn taak zoveel mogelijk rekening met het werkprogramma.

Hoofdstuk 6 VERSLAGLEGGING EN EVALUATIE

  • Artikel 28Een adviescollege brengt jaarlijks voor 1 april verslag uit van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
  • Artikel 29Een adviescollege verstrekt desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.
  • Artikel 30Onze Minister van Binnenlandse Zaken zendt elke vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid…

Hoofdstuk 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

  • Artikel 33Na de instelling van een adviescollege stelt Onze Minister voor dat college een werkprogramma vast voor het resterende…
  • Artikel 34Artikel 4 geldt tot en met 31 december 1997 niet ten aanzien van een adviescollege dat in 1996 voor bepaalde tijd is…
  • Artikel 35Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.
  • Artikel 36Deze wet wordt aangehaald als:

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.