Terug naar alle wetten
Besluit reikwijdtebepalingen Wft
Br Wft
Geldende tekst van alle 27 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Definities
- Artikel 1In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2 Reikwijdte
Afdeling 2.2 Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:10, aanhef en onderdeel a, van de wet
- Artikel 15Het bepaalde ingevolge de artikelen 1:1, 1:45, eerste lid, aanhef en onderdelen h en i, 1:51, tweede lid, 1:78, 1:104…
- Artikel 16Een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 15:
Afdeling 2.3 Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:10, aanhef en onderdeel b, van de wet
- Artikel 17Met uitzondering van de hoofdstukken 5.1, 5.3 en 5.5 van de wet, zijn de ingevolge de wet gestelde regels niet van…
Afdeling 2.4 Bepalingen ter uitvoering van artikel 1:11 van de wet
- Artikel 18Op een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland die in Nederland het bedrijf van schadeverzekeraar wil uitoefenen…
§ 2.4.1 De toegang tot het bedrijf van schadeverzekering
- Artikel 19Een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland legt bij de notificatie, bedoeld in artikel 2:35 van de wet aan de…
- Artikel 20Bij de notificatie legt een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland aan de Nederlandsche Bank een programma van…
- Artikel 21Het programma van werkzaamheden bevat:
- Artikel 22In afwijking van artikel 3:118, eerste lid, onderdeel c, van de wet verleent de Nederlandsche Bank voor een overdracht…
§ 2.4.2 Technische voorzieningen
- Artikel 23Artikel 3:68 van de wet is van toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in…
- Artikel 24Indien een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar met zetel in Zwitserland niet voldoet aan het bij of…
- Artikel 25De Nederlandsche Bank vaardigt een beperking of een verbod als bedoeld in artikel 24 uit ten aanzien van de hier te…
§ 2.4.3 Afwikkeling
- Artikel 26Hoofdstuk 3A:2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op een bijkantoor in Nederland van een schadeverzekeraar…
Hoofdstuk 2a Samenwerking tussen de toezichthouders
- Artikel 26aDe Nederlandsche Bank vraagt vooraf advies aan de Autoriteit Financiële Markten indien zij dient te beslissen op:
Hoofdstuk 3 Ontheffingen
- Artikel 27Een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet, kan, onverminderd artikel 28, worden verleend indien;
- Artikel 28Het beleid van een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet wordt bepaald of mede…
- Artikel 29De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 28, eerste lid, buiten…
- Artikel 30De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 29, in ieder geval in aanmerking:
- Artikel 31De Nederlandsche Bank verkrijgt inzicht in de in artikel 29 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond…
- Artikel 32De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 29 staat niet buiten twijfel indien:
- Artikel 33De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 29, in aanmerking:
- Artikel 34De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, van de wet:
Hoofdstuk 4 Ondertoezichtstelling financiële instellingen
- Artikel 35Een aanvraag als bedoeld in artikel 3:110, tweede lid van de wet wordt gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de…
- Artikel 36De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de…
- Artikel 37De gegevens, bedoeld in artikel 3:110, tweede lid, van de wet zijn:
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
- Artikel 40Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
- Artikel 41Dit besluit wordt aangehaald als:
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.