Terug naar alle wetten

Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de Wet Bibob

Geldende tekst van alle 25 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Definities en toepassing

Hoofdstuk 2 Strafbare feiten

Paragraaf 2.1 Voordelen uit strafbare feiten

  • Artikel 2.1.1De Minister kan op grond de artikelen 6, vierde lid, en 99, eerste lid, onder c, van de Wet personenvervoer 2000 een…
  • Artikel 2.1.2De Minister neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 2.1.1 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:
  • Artikel 2.1.3Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 2.1.2, kunnen worden aangemerkt:
  • Artikel 2.1.4De Minister kan de in artikel 2.1.2 bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een…

Paragraaf 2.2 Te plegen strafbare feiten

  • Artikel 2.2.1De Minister kan op grond de artikelen 6, vierde lid, en 99, eerste lid, onder c, van de Wet personenvervoer 2000 een…
  • Artikel 2.2.2De Minister neemt ingevolge het gevaar als bedoeld in artikel 2.2.1 uitsluitend strafbare feiten in aanmerking:
  • Artikel 2.2.3Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 2.2.2, kunnen worden aangemerkt:
  • Artikel 2.2.4De Minister kan de in artikel 2.2.2 bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een…

Paragraaf 2.3 Strafbare feiten als middel

  • Artikel 2.3.1De Minister kan op grond de artikelen 6, vierde lid, en 99, eerste lid, onder c, van de Wet personenvervoer 2000 een…
  • Artikel 2.3.2De Minister neemt ingevolge een aanwijzing of vermoeden als bedoeld in artikel 2.3.1 uitsluitend gepleegde strafbare…
  • Artikel 2.3.3Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 2.3.2, kunnen worden aangemerkt:
  • Artikel 2.3.4De Minister kan de in artikel 2.3.2 bedoelde strafbare feiten buiten beschouwing laten indien naar zijn oordeel een…

Hoofdstuk 3 Afweging van belangen

  • Artikel 3.1De Minister kan een besluit tot weigering of intrekking van een vergunning waarbij ernstig gevaar als bedoeld in…

Hoofdstuk 4 Aanvraag van een advies

  • Artikel 4.1Alvorens de Minister een advies als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Wet Bibob aanvraagt, maakt hij…
  • Artikel 4.2De feiten en omstandigheden die kunnen leiden tot aanvraag van een advies als bedoeld in artikel 9, eerste lid van de…
  • Artikel 4.3Onder de in artikel 4.2, onder a genoemde kenmerken van de aanvrager of houder van een vergunning of de omgeving…
  • Artikel 4.4Onder de in artikel 4.2, onder b genoemde gegevens uit gesloten of open bronnen wordt verstaan:
  • Artikel 4.5Onder de in artikel 4.2, onder c genoemde gedragingen van de aanvrager of houder van een vergunning wordt verstaan:
  • Artikel 4.6Onder de in artikel 4.2, onder d genoemde objectieve kenmerken wordt verstaan:
  • Artikel 4.7Onverminderd artikel 4.1 wordt een advies uitsluitend aangevraagd indien op een aanvrager of houder van een vergunning:

Hoofdstuk 5 Bijzondere omstandigheden

  • Artikel 5.1De Minister kan in bijzondere omstandigheden van deze beleidsregel afwijken voor zover dit gelet op het achterhalen…

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

  • Artikel 6.1Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij…
  • Artikel 6.2Deze beleidsregel wordt aangehaald als:

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.