Terug naar alle wetten
Begrafeniswet BES
Geldende tekst van alle 46 artikelen.
Inhoudsopgave
- Artikel 1In deze wet verstaan onder openbaar lichaam:
- Artikel 1aHet lijk van een persoon of doodgeboren kind wordt in eene gesloten kist begraven, hetzij in een geheel of gedeeltelijk…
- Artikel 2Lijken, die in een zoodanigen staat verkeeren, dat zij niet naar eene begraafplaats kunnen worden overgebracht, worden…
- Artikel 3Zijn er omstandigheden, die een gewelddadigen dood doen vermoeden, dan geschiedt de begraving niet dan met toestemming…
- Artikel 4Geene begraving geschiedt zonder schriftelijk verlof van den ambtenaar van den Burgerlijken Stand, vrij van zegel en…
- Artikel 4aIn gevallen als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Wet verklaringen van overlijden BES wordt geen verlof tot…
- Artikel 5De bewoner van een woning waarin zich een lijk bevindt, is verplicht aan de met de gerechtelijke schouwing of het…
- Artikel 6Begraving geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na die van overlijden.
- Artikel 7Een lijk mag niet worden begraven dan tussen des morgens 6 uur en des namiddags 6 uur, tenzij de ambtenaar van de…
- Artikel 8Opgevischte lijken worden vanwege Gezondheidsdienst van het openbaar lichaam begraven, nadat de doodschouw of, in het…
- Artikel 9Tenzij op rechtelijk bevel mogen lijken niet opgegraven en vervoerd worden dan met toestemming, van de gezaghebber, de…
- Artikel 10Indien een lijkkist niet op een draagbaar wordt gedragen, moet worden gebruik gemaakt van een uitsluitend voor het…
- Artikel 11De naaste bloedverwanten van de overleden persoon of het doodgeboren kind zijn aansprakelijk voor de begrafenis…
- Artikel 12De begrafenis van lijken, welker begraving zich niemand aantrekt, geschiedt door de gezondheidsdienst van het openbaar…
- Artikel 13Het begraven van lijken van personen overleden in inrichtingen, die hetzij geheel of gedeeltelijk onder beheer van het…
- Artikel 14In ieder openbaar lichaam zullen een of meer algemeene begraafplaatsen worden aangelegd, zoodra zich de behoefte…
- Artikel 15Bijzondere begraafplaatsen kunnen worden aangelegd met verlof van het bestuurscollege.
- Artikel 16Elke begraafplaats wordt door een muur, heining, rasterwerk of heg ter hoogte van ten minste twee Meter afgesloten.
- Artikel 17Zonder vergunning van het bestuurscollege, de door het bestuurscollege aangewezen geneeskundige gehoord, mogen geene…
- Artikel 18Bij de schriftelijke aanvrage om de vergunning, in het vorig artikel bedoeld, wordt eene op schaal vervaardigde…
- Artikel 19Eene nieuwe begraafplaats wordt aangelegd naar een in kaart gebracht, vast plan van verdeeling in vakken en rijen…
- Artikel 20Voor elke begraafplaats wordt, hetzij door de zorg van de eigenaars eener particuliere begraafplaats, hetzij door of…
- Artikel 21Eene begraafplaats, daaronder begrepen:
- Artikel 22Op elke nieuwe begraafplaats wordt vóór het in gebruik stellen en op elke bestaande begraafplaats uiterlijk binnen één…
- Artikel 23De onderlinge afstand der graven zoo aan het hoofd- en het voeteneinde als van de zijden bedraagt minstens 0,3 M.
- Artikel 24Op de begraafplaatsen mogen grafkelders worden gesticht, mits deze voldoen aan de navolgende voorwaarden:
- Artikel 25Aan nieuw te bouwen grafkelders kunnen lucht-openingen worden voorgeschreven, wier aantal, plaats, vorm en inrichting…
- Artikel 26In een grafkelder moet, voor elke daarin opgenomen lijkkist van een volwassen overledene, eene ruimte van minstens 2 M…
- Artikel 27In een grafkelder mogen twee of meer lijkkisten in één horizontaal vlak worden geplaatst, mits gescheiden door lucht-…
- Artikel 28In een grafkelder mogen twee of meer lijkkisten boven elkander worden gezet, indien de plaats, waar eene lijkkist…
- Artikel 29Op grafkelders, waarin niet meer wordt begraven, zijn de artt.
- Artikel 30Voor het bijzetten van lijken in bestaande grafkelders kan door het bestuurscollege vrijstelling worden verleend van…
- Artikel 31Een graf mag niet geroerd worden dan na drie jaren na de begraving.
- Artikel 32onder het roeren van graven wordt in deze wet verstaan:
- Artikel 33Een algemeene begraafplaats, waarvan geen gebruik meer wordt gemaakt, wordt bij besluit door het bestuurscollege…
- Artikel 34Een gesloten begraafplaats blijft gedurende ten minste tien jaren onaangeroerd liggen.
- Artikel 35De begraafplaatsen staan onder toezicht van het bestuurscollege.
- Artikel 36De zorg en het beheer over de algemeene begraafplaatsen is opgedragen aan de ambtenaren van den Burgerlijken Stand.
- Artikel 37Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren van politie…
- Artikel 38Voor een vergunning tot het beaarden, bijzetten of opdelven van een lijk op een algemene begraafplaats zijn ten…
- Artikel 39Op een algemene begraafplaats kunnen graf- en kelderplaatsen in eigendom worden verkregen tegen betaling ten behoeve…
- Artikel 40Het vervoer van een lijk uit een openbaar lichaam naar elders of van elders naar een openbaar lichaam, is slechts…
- Artikel 41Onverminderd de straffen bij de gewone strafwetten gesteld tegen andere feiten, die gelijktijdig of in samenhang met de…
- Artikel 42De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.
- Artikel 44bisDe in de artikelen 38 en 39 genoemde tarieven kunnen bij eilandsverordening worden gewijzigd.
- Artikel 45Deze wet wordt aangehaald als:
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.