Terug naar alle wetten

Arbeidsveiligheidsbesluit I BES

Geldende tekst van alle 138 artikelen, ingedeeld volgens het BWB-wettenregister.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk I De dagverlichting

  • Artikel 1Een werklokaal moet voldoende door daglicht zijn verlicht, tenzij de aard van het werk er zich tegen verzet.
  • Artikel 2Een werklokaal zal door daglicht onvoldoende verlicht worden geacht, indien daar niet boven het omliggend terrein…
  • Artikel 3Het bepaalde in artikel 2 geldt niet ten aanzien van projecteercellen van bioscopen en werklokalen van baggermolens…
  • Artikel 4In een werklokaal moet ter plaatse waar arbeid wordt verricht het rechtstreeks invallende zonlicht kunnen worden…
  • Artikel 5Privaten, urinoirs, trappen en gangen moeten zo mogelijk door daglicht zijn verlicht.

Hoofdstuk II Het verkrijgen van voldoende en doelmatige verlichting door kunstlicht

  • Artikel 6Een plaats waar werkzaamheden worden verricht, moet zonodig voldoende en doelmatig door kunstverlichting zijn verlicht.
  • Artikel 7Zolang arbeiders, met uitzondering van dezulken die met toezicht of bewaking zijn belast, op het werk aanwezig zijn…
  • Artikel 8Waar meer dan 100 arbeiders in één gebouw plegen te verblijven en de kunstverlichting door middel van electriciteit…

Hoofdstuk III Bevorderen van zindelijkheid

  • Artikel 9Werklokalen met aanhorigheden, zoals ruimten voor klederberging, kleedkamers, schaftlokalen en nachtverblijven, moeten…
  • Artikel 10Privaten, urinoirs en badcellen moeten te allen tijde in een zindelijke toestand worden gehouden.
  • Artikel 11De wanden en de zoldering van een werklokaal en de aanhorigheden daarvan moeten tenminste eenmaal in de 12 maanden…
  • Artikel 12Een werklokaal moet van een doelmatige vloer zijn voorzien.
  • Artikel 13De vloer van een werklokaal moet worden geschrobd en gedweild, telkens binnen de tijd, die voor het onderhouden ener…
  • Artikel 14Het bij de arbeid ontstane afval moet spoedig en op doelmatige wijze worden verwijderd.
  • Artikel 15Waar arbeiders aan grote warmte, stof, stank of vuil zijn blootgesteld, moeten voor die arbeiders, naar seksen…
  • Artikel 16Op elke was- en badplaats moet schoon water kunnen toevloeien in voldoende hoeveelheid.
  • Artikel 17Waar arbeiders door de aard van hun arbeid lichaamsreiniging van meer omvang dan alleen van hoofd, handen en voeten…
  • Artikel 18Deze badcellen en wasgelegenheden moeten gedurende een voor een behoorlijk gebruik voldoende tijd voor de arbeiders…
  • Artikel 19Een arbeider, die werkzaamheden verricht waarbij zijn klederen of hoofdhaar blootstaan aan sterke verontreiniging, moet…

Hoofdstuk IV De privaten en urinoirs

  • Artikel 20Waar arbeid verricht wordt moeten tenminste een privaat en een voldoend aantal urinoirs aanwezig zijn.
  • Artikel 21Waar tien of meer personen van beiderlei kunne arbeid verrichten, moeten de privaten naar seksen gescheiden en van een…
  • Artikel 22De privaten en urinoirs moeten zodanig zijn geplaatst en worden onderhouden, dat zij voor alle arbeidende personen voor…
  • Artikel 23Voor arbeiders, die geregeld in zeer warme lokalen arbeid verrichten of aan grote warmte zijn blootgesteld, moeten de…
  • Artikel 24Ieder privaat of urinoir moet doelmatig ingericht zijn, goed rein kunnen worden gehouden en voldoende zijn geventileerd.
  • Artikel 25De privaten en urinoirs moeten zodanig op de buitenlucht geventileerd zijn, dat geen stank in de werklokalen…
  • Artikel 26Onder een privaat wordt uitsluitend verstaan een watercloset, voorzien van een goed werkende doorspoelinrichting…
  • Artikel 27Waar arbeid wordt verricht, moet het aantal voor de arbeiders beschikbare privaten en urinoirs bedragen:

Hoofdstuk V Kleedkamers, klederbergplaatsen, schaftgelegenheden en de verblijfplaatsen waar, uit hoofde van de wijze van bedrijfsuitoefening of de plaats waar het bedrijf wordt uitgeoefend, de arbeiders de nacht

  • Artikel 28Waar personen in schadelijke lokalen werkzaamheden verrichten, moeten voor gebruik als kleedkamer doelmatig gelegen…
  • Artikel 29Onverminderd het bepaalde in artikel 28 moeten daar waar mannen en vrouwen arbeiden die voor en na hun arbeid van…
  • Artikel 30Onverminderd het bepaalde in artikel 28 moeten daar waar minder dan vijf en twintig personen arbeiden, doelmatig…
  • Artikel 31Voor een arbeider, werkzaam in een schadelijk werklokaal, moet, indien zulk een werklokaal deel uitmaakt van een plaats…
  • Artikel 32Waar artikel 31 niet van toepassing is, moet, indien in de werklokalen hiertoe geen behoorlijke gelegenheid wordt…
  • Artikel 33De bepalingen vervat in de artikelen 31 en 32 zijn niet van toepassing, indien en voorzover de regeling der werktijden…
  • Artikel 34Waar arbeiders werkzaam zijn, die in verband met de ligging van het werk, gedurende de tijdsruimte tussen het einde en…
  • Artikel 35Een nachtverblijf als in artikel 34 bedoeld moet een gemiddelde hoogte van tenminste 2.50 m hebben.
  • Artikel 36In een nachtverblijf als in artikel 34 bedoeld, moet voor iedere in dat artikel bedoelde persoon een behoorlijk…
  • Artikel 37Indien een nachtverblijf, als in artikel 34 bedoeld, bestemd is voor meer dan één persoon, moeten de slaapplaatsen…
  • Artikel 38Onder schadelijke werklokalen wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan:

Hoofdstuk VI Bevorderen van voldoende luchtverversing en beschutting tegen regen en zon

  • Artikel 39De daken, wanden, ramen en toegangen van een werklokaal moeten, tenzij de aard van het bedrijf zich daartegen verzet…
  • Artikel 40De te warme lucht moet, voor zover de aard van het bedrijf zulks toelaat, doelmatig worden afgevoerd.
  • Artikel 41Hinderlijke warmteuitstraling moet zo mogelijk op doelmatige wijze door de bekleding der warmteuitstralende voorwerpen…
  • Artikel 42Ter plaatse waar een arbeider is blootgesteld aan temperaturen, hoger dan 5C boven de temperatuur van de buitenlucht…
  • Artikel 43In elk werklokaal waar, door andere oorzaken dan de weersgesteldheid, temperaturen lager dan 15C of hoger dan 5C boven…
  • Artikel 44In een werklokaal moet op doeltreffende wijze geventileerd worden onder vermijding van hinderlijke tocht.

Hoofdstuk VII Het tegengaan van het ontstaan of de verspreiding en het verwijderen van schadelijke of hinderlijke dampen of gassen of van stof

  • Artikel 45Werklokalen met aanhorigheden zoals ruimten voor klederberging, kleedkamers, schaftlokalen en nachtverblijven, moeten…
  • Artikel 46Het ontstaan en de verspreiding van schadelijke of hinderlijke dampen of gassen of van stof in een werklokaal of in een…
  • Artikel 47Alvorens een arbeider een put, riool, grondkuip, kelder, gashouder, reservoir of andere ruimte, waarin schadelijke of…
  • Artikel 48Gedurende het verblijf van een arbeider in een ruimte, als in artikel 47 bedoeld, moeten doeltreffende maatregelen zijn…
  • Artikel 49Het bepaalde in de artikelen 47 en 48 is niet van toepassing, indien de arbeider, die zich in een ruimte, als daar…

Hoofdstuk VIII Verschaffen van hulp bij ongevallen

  • Artikel 50Waar arbeid wordt verricht moeten doeltreffende middelen voor eerste hulp bij ongevallen aanwezig zijn.
  • Artikel 51In elk werklokaal moet een voldoend aantal biljetten, waarop de bij ongevallen te verlenen eerste hulp op licht…
  • Artikel 52Waar gevaar voor verdrinking bestaat, moeten doelmatige middelen voor het redden van drenkelingen op een goed zichtbare…
  • Artikel 53Nabij een werklokaal, waar ontsnapping van voor inademing ongeschikte gassen of dampen te duchten is, moet een…
  • Artikel 54Bij het verrichten van werkzaamheden in een of andere min of meer afgesloten ruimte, waarin gevaar voor bedwelming…
  • Artikel 55Waar de bedrijven worden uitgeoefend van machinale houtbewerking, machinale metaalbewerking, steen-, tegel- of…

Hoofdstuk IX Het verstrekken van goed drinkwater of andere alcoholvrije dranken

  • Artikel 56Goed fris drinkwater of andere geschikte alcoholvrije dranken dienen op doelmatige wijze en in voldoende hoeveelheden…

Hoofdstuk X Voorkoming van vergiftiging, besmetting of beroepsziekten

  • Artikel 57Flessen, kannen, kruiken, potten, bussen, fusten, dozen, kisten en dergelijke, die giftige stoffen bevatten, moeten van…
  • Artikel 58Bij werkzaamheden, die de arbeiders blootstellen aan een der hieronder genoemde, voor de gezondheid schadelijke…
  • Artikel 59In schadelijke werklokalen mag geen voedsel genuttigd worden.
  • Artikel 60Een schadelijk werklokaal mag noch gedurende, noch buiten de werktijd als slaapvertrek worden gebruikt.

Hoofdstuk XI Het voorkomen van ongevallen

  • Artikel 61De delen van: a. krachtwerktuigen, bijv.
  • Artikel 62Een krachtwerktuig moet zodanig zijn beschut of ingericht of van een zodanige inrichting zijn voorzien, dat het in gang…
  • Artikel 63Indien bij het in gang brengen van een krachtwerktuig het drijfwerk wordt ontkoppeld, moet dit zodanig zijn ingericht…
  • Artikel 64Indien in een werklokaal drijfwerk of een werktuig aanwezig is, dat van een plaats in dat lokaal op meer dan 20 m…
  • Artikel 65De bepaling van het vorige artikel geldt ook ten opzichte van de in de open lucht opgestelde werktuigen en drijfwerken…
  • Artikel 66Indien het drijfwerk van verschillende fabrieken of werkplaatsen of van verschillende afzonderlijke delen van een…
  • Artikel 67In elk werklokaal, waarin zich drijfwerk bevindt, dat in beweging kan worden gebracht door een krachtwerktuig, dat:
  • Artikel 68Onverminderd het in de artikelen 66 en 67 bepaalde moet, indien het krachtwerktuig wordt bediend door een daarmede in…
  • Artikel 69Indien in een werklokaal voor de overbrenging van beweging naar de werktuigen verschillende drijfassen aanwezig zijn…
  • Artikel 70Drijfriemen, kabels, snaren of kettingen, die bij afvallen of breken gevaar kunnen veroorzaken, moeten doeltreffend…
  • Artikel 71Het opleggen en afnemen van drijfriemen, kabels, snaren of kettingen in gang mag niet met de hand geschieden, indien…
  • Artikel 72Indien het smeren, onderzoeken, herstellen of reinigen van een in beweging zijnd werktuig of drijfwerk gevaar kan…
  • Artikel 73Afgeworpen drijfriemen, kabels, snaren of kettingen moeten uit het drijfwerk zijn opgenomen.
  • Artikel 74In of aan de bewegende delen van het drijfwerk moeten uitstekende spieën, bouten, schroeven, riemverbinders en…
  • Artikel 75Indien een arbeider voor het verrichten van werkzaamheden zich in de onmiddellijke nabijheid begeeft of bevindt van…
  • Artikel 76Zowel de doorgangen langs de werktuigen, als die tussen de werktuigen en vaste delen als muren, palen en kolommen…
  • Artikel 77Een werktuig, dat door een krachtwerktuig in beweging kan worden gebracht, moet zo dicht mogelijk bij de standplaats…
  • Artikel 78Het in gang brengen van een werktuig, dat door een krachtwerktuig in beweging kan worden gebracht en waaraan…
  • Artikel 79Bij gebruik van een vaste en losse riemschijf bij een werktuig of een groep van werktuigen, waarvan het ongewenst in…
  • Artikel 80Een losse en een vaste riemschijf moeten zodanig zijn ingericht en aangebracht, dat de beweging van de losse schijf…
  • Artikel 81De werktuigen, waarvan onderdelen door snijden, knellen, pletten, door hun grote snelheid of op andere wijze gevaar…
  • Artikel 82De gevaar opleverende plaatsen van werktuigen, in artikel 81 bedoeld, mogen alleen bij stilstand worden gereinigd…
  • Artikel 83Een slijpsteen of een ander werktuig, dat door een krachtwerktuig in beweging wordt gebracht en dat gevaar voor…
  • Artikel 84Indien bij het gebruik van werktuigen of gereedschappen gevaar bestaat voor het afvliegen van vonken, splinters…
  • Artikel 85Krachtwerktuigen, drijfwerken, werktuigen, toestellen, gereedschappen en leidingen moeten in zodanige staat van…
  • Artikel 86Een steiger met toebehoren moet voldoen aan de eis van goed en veilig werk.
  • Artikel 87Een vloer- of wandopening, benevens de plaats waar voorwerpen of goederen worden opgehesen of neergelaten, moeten, voor…
  • Artikel 88Wanneer arbeiders zich tot het verrichten van werkzaamheden herhaaldelijk begeven op een plaats, die zich 3 m of meer…
  • Artikel 89Wanneer arbeiders werkzaamheden verrichten, waarbij zij gevaar lopen hetzij van een hoogte hetzij in het water te…
  • Artikel 90Gebouwen en aanhorigheden moeten in zodanige toestand verkeren, dat zij geen gevaar kunnen veroorzaken.
  • Artikel 91Een trap waarvan de breedte 1.20 m of meer bedraagt, moet aan beide zijden en alle overige trappen moeten tenminste aan…
  • Artikel 92Een verplaatsbare trap moet van zodanige inrichtingen zijn voorzien, dat voldoende zekerheid bij op- en afstappen en…
  • Artikel 93Een ladder moet in goede staat van onderhoud verkeren, tegen uitglijden, omvallen of te sterk doorbuigen zijn…
  • Artikel 94Houten ladders mogen niet geverfd, wel geolied of blank gevernist zijn.
  • Artikel 95Een lift met toebehoren moet voldoen aan de eisen van goed en veilig werk en in goede staat van onderhoud verkeren.
  • Artikel 96Een lift, met uitzondering van een paternosterlift of een goederenlift met een maximum hefvermogen van 100 kg en welker…
  • Artikel 97Een lift moet van doelmatige veiligheidsinrichtingen zijn voorzien.
  • Artikel 98Liften met toebehoren moeten op doelmatige wijze beschut zijn en zodanig zijn ingericht, dat het gevaar dat personen…
  • Artikel 99Bij elke toegang tot een lift, welke niet bestemd is voor personenvervoer moet duidelijk vermeld staan, dat personen…
  • Artikel 100Het maximum aantal personen of het maximum gewicht van goederen, dat tegelijk met een lift mag worden vervoerd, moet…
  • Artikel 101Met een lift mogen niet meer personen en mag niet meer gewicht aan goederen tegelijk worden vervoerd, dan een veilig…
  • Artikel 102Op takels, bestemd voor lasten van meer dan 100 kg, en op een hijskraan of ander hefwerktuig, moet het veilig maximum…
  • Artikel 103Hijskranen, lieren en andere hefwerktuigen, alsmede hun onderdelen en toebehoren moeten steeds in goede staat van…
  • Artikel 104De arbeiders, die hijskranen of andere hefwerktuigen bedienen, moeten ter plaatse, waar zij die werktuigen bedienen…
  • Artikel 105Kabels, hijskettingen en stroppen mogen niet zwaarder worden belast dan een veilig gebruik toelaat.
  • Artikel 106Waar vervoer met wagens over rails plaats heeft, moeten:
  • Artikel 107Een kipwagen en een bak van een luchtspoor moeten veilig vastgezet kunnen worden.
  • Artikel 108Indien het in artikel 106 bedoelde vervoer plaats heeft over een hellende baan en bij het losraken van een of meer der…
  • Artikel 109Electrisch gedreven transportwagens of -karren, lorries en dergelijke, moeten zijn voorzien van tenminste een…
  • Artikel 110Tegen het gevaar getroffen te worden door vallende of wegvliegende voorwerpen moeten doeltreffende maatregelen zijn…
  • Artikel 111Het opstapelen van voorwerpen of stoffen, het maken van groeven, geulen, kuilen, putten en het af- of ondergraven van…
  • Artikel 112Indien arbeiders werkzaam zijn op plaatsen, waar, of onder omstandigheden, waarbij zij gevaar lopen bedolven te worden…
  • Artikel 113Indien arbeiders afdalen in een put, riool, grondkuip, kelder, gashouder, reservoir of andere ruimte, waar gevaar voor…
  • Artikel 114Een vaste kuip of bak, waarin zich hete of bijtende vloeistof of gloeiend of gesmolten metaal bevindt, en een onbedekte…
  • Artikel 115Flessen, kannen, kruiken, bussen en fusten, die zoutzuur, zwavelzuur, salpeterzuur, carbol of andere bijtende…
  • Artikel 116Flessen, kannen en kruiken van gemakkelijk breekbaar materiaal voor het vervoer en in voorraad hebben van een sterk…
  • Artikel 117Indien twee of meer stoomketels gemeenschappelijke stoom-, spui- of voedingsleidingen hebben en van een of meer dier…
  • Artikel 118Indien een vat, waarin rechtstreeks stoom uit een stoomleiding kan worden toegelaten, zodanig geopend is, dat een…
  • Artikel 119Een buis of een reservoir, waarin zich stoom of hete vloeistoffen of gassen bevinden, moet doeltreffend zijn beschut…
  • Artikel 120Een buis of een reservoir, waarin zich een vloeistof of een gas bevindt, waarvan de ontsnapping gevaar voor ongevallen…
  • Artikel 121Bij alle arbeid, die gevaar oplevert voor ongevallen door vaste of vloeibare stoffen, die bijtend zijn of een hoge…
  • Artikel 122Ketels, reservoirs en andere toestellen, waarin zich gassen bevinden, die ontploffingsgevaar kunnen opleveren, moeten…
  • Artikel 123Flessen of vaten, waarin gas onder hogere druk dan die van de dampkring in samengeperste, tot vloeistof verdichte of in…
  • Artikel 124Reduceerafsluiters voor zuurstof moeten zodanig zijn ingericht, dat de veiligheidsklep ten opzichte van een staande…
  • Artikel 125Acetyleentoestellen moeten zodanig zijn ingericht en van zodanige veiligheidsmiddelen zijn voorzien, dat gasontsnapping…
  • Artikel 126Acetyleentoestellen moeten zodanig zijn ingericht, dat de ontleding van carbid niet geschiedt in een gashouder onder…
  • Artikel 127Acetyleentoestellen, waarbij de ontleding van het carbid buiten de gashouder geschiedt, moeten zijn voorzien van een…
  • Artikel 128Het is verboden acetyleentoestellen te gebruiken, waarin het gas onder een overdruk van meer dan 1.5 kg/cm 2 kan…
  • Artikel 129Acetyleentoestellen moeten zijn opgesteld in de buitenlucht of buiten enig werklokaal in een uitsluitend voor het…
  • Artikel 130Tussen elke snij- of lasbrander en een acetyleentoestel of een leiding, waarin zich een brandbaar gas bevindt, moet een…
  • Artikel 131De in artikel 130 bedoelde watersloten en andere inrichtingen moeten zodanig zijn ingericht, dat zij gemakkelijk kunnen…
  • Artikel 132Het in deze paragraaf bepaalde ten aanzien van krachtwerktuigen, werktuigen en drijfwerken geldt, wanneer deze buiten…
  • Artikel 133Ten behoeve van het doden van dieren mogen geen schietmaskers met scherpe patronen worden gebruikt.

Hoofdstuk XII Vermijding van het gevaar van giftige verf

  • Artikel 134Het hoofd of de bestuurder is verplicht te zorgen, dat in zijn onderneming geen loodwit, loodsulfaat of producten, die…
  • Artikel 135Het hoofd of de bestuurder is verplicht te zorgen, dat in zijn onderneming loodwit, loodsulfaat of producten, die een…

Hoofdstuk XIII Slotbepalingen

  • Artikel 136Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan van het bij of krachtens dit besluit bepaalde vrijstelling…
  • Artikel 136aDit besluit berust op artikel 2, eerste lid, van de Arbeidsveiligheidswet BES.
  • Artikel 137Dit besluit wordt aangehaald als:

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.