Aanhef
Samenwerking Noordoostelijke waterschappen
2. Handhavingsplan
2.2 Handhavend optreden
2.2.1 Strafrechtelijk optreden
Bij strafrechtelijk optreden is het waterschap bevoegd om een Bestuurlijke strafbeschikking uit te schrijven voor het lozen van stoffen zonder vergunning op oppervlaktewater. Het waterschap is hiervoor niet bevoegd bij lozing op het riool.
Het waterschap is daarnaast bevoegd om een boeterapport op te maken in het kader van de zorgplicht op de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zowel bij lozing op oppervlaktewater als op de riolering.
Het onzorgvuldig gebruik van een gewasbeschermingsmiddel moet worden onderbouwd door monstername. Ook moet onderbouwd worden dat er gevaar is voor mens en dier.
Vanwege onze bevoegdheid op zowel oppervlaktewater als riool gaat onze voorkeur uit naar het opmaken van een boeterapport in kader van de zorgplicht op de WGB.
2.2.2 Bestuursrechtelijk optreden
Bestuursrechtelijk optreden bestaat uit het voorkomen van een lozing van gewasbeschermingsmiddelen. De ondernemer krijgt een bepaalde termijn om een plan van aanpak te maken om lozing van het reinigingswater op oppervlaktewater en riolering te voorkomen.
Bestuursrechtelijk optreden betreft ook het schoonmaken van de huidige voorziening waar afvalwater verontreinigd met gewasbeschermingsmiddelen in terecht is gekomen.
Bestuursrechtelijk optreden moet bij lozing op de riolering worden afgestemd met de betrokken gemeente.
2.3 Handhavingsstrategie
2.3.1 Toelichting voorstel
≥1.000 µg/liter
Bij ongeveer driekwart van de onderzochte bedrijven is de aangetroffen hoeveelheid aan werkzame stof onder de 1.000 µg/ liter. Bij bedrijven waar meer dan 1.000 ug/l aan werkzame stoffen in een monster is aangetroffen is er onzorgvuldig gehandeld op het erf of wasplaats. In die gevallen is het aannemelijk dat de spuitmachine is gereinigd op de wasplaats of er zijn restanten van gewasbeschermingsmiddelen ongezuiverd weggespoeld. Kortom er wordt niet gehandeld conform zorgplicht.
Om in de toekomst te kunnen voldoen aan de kaderrichtlijn water, zullen de maatregelen moeten worden aangescherpt. Deze notitie is er mede op gericht om de afgesproken doelstellingen te behalen. Wanneer de doelstellingen van de kaderrichtlijnwater voor gewasbeschermingsmiddelen niet worden gehaald, is de kans zeer groot dat bestaande middelen uit de handel worden genomen of dat teeltvrijzones worden aangepast. Het is daarom ook voor de sector zelf van belang om in beweging te komen en maatregelen te treffen.
Ons voorstel om zowel straf- als bestuursrechtelijk op te treden bij aangetroffen waardes van ≥ 1.000 ug/l is ons inziens om bovengenoemde onderbouwing rechtvaardig.
≤150 µg/liter
Deze ondergrens is ingebouwd omdat een volledig gewasbeschermingsmiddel vrije wasplaats niet realistisch is. Gewasbeschermingsmiddelen kunnen zich hechten aan bijvoorbeeld grond. Daarnaast staat in het activiteitenbesluit dat het lozen van afvalwater van machines waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, via een zuiveringsvoorziening mogen worden geloosd op riolering wanneer er 95% van de middelen is verwijderd. Het is daarom niet rechtvaardig om uit te gaan dat er helemaal geen gewasbeschermingsmiddelen in het afvalwater zitten.
Afgelopen jaren is ook aangetoond dat wanneer de voorziening op een wasplaats wordt leeggemaakt en daarna goed gereinigd met een hogedrukreiniger de belasting van gewasbeschermingsmiddelen tot onder de 150 ug/l wordt gereduceerd. Daarom is een ondergrens aangehouden van 150 ug/l.
Bijlage 1A Wassen van werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast
Het gaat hier om het wassen van de buitenkant van motorvoertuigen en werktuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. De volgende regels zijn hiervoor in het Activiteitenbesluit opgenomen:
Lozen van waswater met gewasbeschermingsmiddelen
Het lozen op oppervlaktewater is verboden.
De voorschriften voor bodembescherming hangen af van het aantal keren dat er wordt gewassen.
Het lozen van het waswater op of in de bodem is toegestaan als het wassen plaatsvindt op het perceel waar de gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast. Dit is onafhankelijk van het aantal keren dat er wordt gewassen.
Het lozen van het waswater in de bodem mag ook als er binnen de inrichting maximaal twee voertuigen per jaar worden gewassen.
Als er vaker dan 2 keer per jaar een voertuig wordt gewassen gelden de onderstaande regels:
Lozing van het opgevangen waswater
Lozing op de bodem en in het vuilwaterriool mag alleen via een zuiveringsvoorziening met 95% zuiveringsrendement voor het verwijderen van de gewasbeschermingsmiddelen. Het afvalwater mag na de zuiveringsvoorziening op de bodem worden geloosd als dit gelijkmatig wordt verspreid en ten hoogste 20 mg olie per liter bevat.
Het afvalwater mag na de zuiveringsvoorziening op het vuilwaterriool worden geloosd als er ten hoogste 300 mg/l aan onopgeloste stoffen in zit en ten hoogste 200 mg olie per liter.
Verharde vloer
Het wassen moet plaatsvinden boven een vloeistofdichte vloer* of verharding. De vloeistoffen mogen niet over de rand van de vloer of verharding lopen. De rand moet dus voldoende hoog zijn of de vloer moet op afschot liggen. De afvoer moet groot genoeg zijn en mag niet verstopt raken.
* vloeistofdichte vloer: in de nieuwe wet- en regelgeving, het ‘BAL’ (Besluit Activiteiten Leefomgeving) wordt een aaneengesloten vloer als voorwaarde gesteld voor een wasplaats bij akkerbouwbedrijven ipv de nu strengere maatregel vloeistofdichte vloer.
Bijlage 1B Lozing hemelwater vanaf bodem beschermende voorziening
Hemelwater van bodem beschermende voorziening is mogelijk verontreinigd. In het Activiteitenbesluit (AB) wordt geregeld in artikel 3.3. dat alleen hemelwater wat niet afkomstig is van bodem beschermende voorzieningen mag worden geloosd. Ander hemelwater is verboden te lozen (artikel 2.2.) tenzij het bij de activiteit is geregeld. En dat is hier niet het geval. Je mag hemelwater lozen in de bodem lozen als het bevoegd gezag dit met maatwerk heeft goedgekeurd, artikel 2.2 AB., met maatwerk hef je het lozingsverbod op. Aan het maatwerk kunnen voorwaarden gesteld worden zoals vloer schoonmaken/zuiveringsvoorziening/first flush opvangen/niets.
Het is dus niet zo dat de lozing van hemelwater van bodem beschermende voorziening niet mogelijk kan zijn, Er moet alleen een afweging gemaakt worden door het bevoegd gezag. En dat is per situatie mogelijk op basis van artikel 2.2. van het AB. Het AB biedt mogelijkheden aan de ondernemer en het bevoegd gezag om de voorgestelde oplossingen te “vergunnen”. Dit is geen centrale afweging.
Bijlage 2 Wet gewasbeschermingsmiddelen
In artikel 6.12 van de Waterwet (Wtw) is opgenomen dat hoofdstuk 6 niet van toepassing is op handelingen waarvoor eisen zijn gesteld in de Wgb, tenzij bij AMvB anders wordt bepaald. Bij AMvB is 'anders bepaald'. In artikel 1.3b van het Activiteitenbesluit is namelijk opgenomen dat voor die handelingen daarnaast ook nog hoofdstuk 6 Wtw van toepassing is. Dit geldt alleen voor handelingen bij agrarische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten. In artikel 1.4b Activiteitenbesluit is opgenomen dat degene, die nabij oppervlaktewater gewasbeschermingsmiddelen en biociden gebruikt, moet voldoen aan de eisen in het Activiteitenbesluit.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft hiermee een dubbele wettelijke basis. Dit betekent dat ook de waterbeheerder op deze voorschriften kan handhaven. Het bovenstaande betekent dat bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en lozing op oppervlaktewater de gebruiksvoorschriften op grond van de Wgb impliciet ook voorwaarden zijn. In het geval dat de waterkwaliteitsdoelstellingen worden overschreden, kan het bevoegd gezag via maatwerkvoorschriften nadere eisen stellen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden op grond van de zorgplicht
Bijlage 3 Resultaten waterschappen
Aangetroffen werkzame stof per bedrijf in µg/l
Aantal werkzame stoffen per bedrijf