Hoofdstuk 3 Beleid en regelgeving
3.1 IPPC richtlijn
In 1996 is de Europese “Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging” van kracht geworden (IPPC-richtlijn). Deze richtlijn vloeit voort uit de bepalingen van de Kaderrichtlijn Water. Volgens deze richtlijn moeten bepaalde categorieën van inrichting boven een bepaalde ondergrens voldoen aan bepaalde emissiebeperkende voorwaarden en maatregelen. Volgens de IPPC richtlijn moeten communale r.w.z.i.’s die eveneens afvalstoffen, anders dan stedelijk rioolafvalwater verwerken, worden getoetst aan deze richtlijn. Dit geldt dus ook voor r.w.z.i.’s die zuiveringsslib van buiten de inrichting, baggerspecie en/of per as aangevoerde afvalstoffen accepteren. De r.w.z.i.’s die in aanmerking komen voor het accepteren van bovengenoemde afvalstoffen voldoen aan deze richtlijn.
3.2 Landelijk afvalstoffen plan (LAP)
Daarnaast dient de regeling te voldoen aan de voorwaarden die voortkomen uit het Landelijk Afvalstoffen Plan (LAP). Hierin zijn richtlijnen opgenomen voor het bevoegd gezag op grond van de Wet milieubeheer (provincies) over voorschriften, controle en handhaving van bedrijven die afvalstoffen van derden verwerken. Dat houdt in ieder geval in dat:
•Elke levering vergezeld moet worden van een begeleidingsformulier met afvalstoffennummer.
Een afvalstoffennummer is een uniek nummer voor elke partij afval. Hierin wordt herkomst, verwerking, bestemming en aard van de partij afval vastgelegd. Indien meerdere gelijksoortige partijen worden opgehaald bij diverse ontdoeners en één bestemming is er sprake van route-inzameling met één afvalstoffennummer. De aard van de afvalstof is vastgelegd in het Eural-nummer (Europese Afvalstoffenlijst). De aangeleverde afvalstoffen moet ook toegelaten zijn op de betreffende zuivering. Dat wil zeggen dat het Eural-nummer moet zijn vermeld in de vergunning op grond van de Wet milieubeheer.
•Afvalstoffen alleen kunnen worden ingezameld, vervoerd en afgegeven als zij zijn geregistreerd op de lijst van de door de overheid erkende bedrijven. Dit zijn de zogenaamde VIHB bedrijven (Vervoerders, Inzamelaars, Handelaren en Bemiddelaren) van de brancheorganisatie van vervoerders. Ook alleen deze bedrijven komen in aanmerking voor een afvalstoffennummer.
Uitzondering hierop vormt de aanbiedingen van minder dan 0,5 m3. Dergelijke partijen worden vrijgesteld van een afvalstoffennummer.
Hoofdstuk 4 Aanbod in afvalwater
Huishoudelijk
Huishoudelijk afvalwater moet altijd via een erkende dus bij de VIHB aangesloten transporteur worden ingezameld en vervoerd. De voorkeur gaat uit naar een overeenkomst tussen waterschap en transporteur. Transporteur levert uitsluitend huishoudelijk afvalwater aan bestaande uit de inhoud van afvalwatertanks, septictanks of slib. Indien dit afkomstig is van particuliere huishoudens worden er geen extra kosten in rekening gebracht vanuit het waterschap, omdat deze in vrijwel alle gevallen al door de particulier zijn betaald in de vorm van verontreinigingsheffing. In die gevallen waarbij blijkt dat de ontdoener nog niet is geregistreerd als belastingplichtige wordt deze alsnog belastingplichtig gesteld.
In het geval dat er sprake is van een IBA II of hoger komt de particulier of gemeente (bij verbrede zorgplicht) in aanmerking voor een bijdrage van 2 v.e. van WSRL. Deze 2 v.e. kan gebruikt worden voor het beheer en onderhoud van de IBA. Het zou redelijk zijn dat de particulier of gemeente de verwerkingskosten op de rwzi vanuit deze vergoeding betaalt.
Om praktische redenen (onevenredig hoge administratieve lasten) en het feit dat de gemeenten nimmer zijn geïnformeerd over deze mogelijke extra kosten worden ook voor deze groep geen aparte verwerkingskosten in rekening gebracht.
Bedrijfsafvalwater
Bedrijfsafvalwater moet altijd via een bij de VIHB aangesloten bedrijf worden aangevoerd. De voorkeur gaat uit naar een overeenkomst tussen waterschap en transporteur. De aanvraag voor een overeenkomst wordt getoetst aan de ontvangstmogelijkheden van de r.w.z.i. (wettelijke eisen, verwerkbaarheid, invloed effluent enz.) In de overeenkomst worden eveneens eisen opgenomen waaraan de aangeboden partijen moeten voldoen. De transporteur vraagt een afvalstoffennummer aan en levert afvalstoffen met geleidebrief aan op de r.w.z.i. Voor het structureel aanleveren van bedrijfsafvalwater wordt een contractprijs vastgesteld. De contractprijs wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke vervuilingswaarde, het tarief en de bijkomende kosten in verband met het in behandeling nemen van de levering. De contractprijs wordt om de 5 jaar geevalueerd en aangepast aan de ontwikkelingen van het heffingstarief.
Huishoudelijk
Incidentele aanbiedingen kunnen bestaan uit opgeslagen afvalwater bij evenementen, inhouden van particuliere IBA’s enz. Incidentele aanbiedingen zijn met de nieuwe regelgeving alleen mogelijk door een VIHB geregistreerd bedrijf.
Ook hier worden geen aparte verwerkingskosten in rekening gebracht. Voorwaarde hierbij is dat het ingenomen leidingwater is belast met verontreinigingsheffing via Belasting Samenwerking Rivierengebied (BSR).
Bedrijfsafvalwater
Incidentele aanbiedingen kunnen bestaan uit misproducties, afgekeurde levensmiddelen (drank, appelmoes e.d.). Deze kunnen ook alleen via een erkende transporteur worden aangeboden. Deze moet hiervoor een apart afvalnummer aanvragen. Ook moet de ontdoener in een vroeg stadium in overleg gaan met het waterschap over de acceptatie en verwerkingsmogelijkheden. De kosten worden vooraf bepaald aan de hand van de analysegegevens, de berekende vervuilingswaarde en het vigerende heffingstarief.
Calamiteiten.
Afvalwaterpartijen afkomstig van watergangen, kelders e.d. ten gevolge van verkeersongelukken, brand en andere calamiteiten worden bij voorkeur als incidenteel bedrijfsafvalwater afgevoerd. Indien dit niet mogelijk is vanwege gebrek aan tijd en ruimte worden de afvalstoffen, zodra is vastgesteld dat deze op de zuivering kan worden verwerkt, direct afgevoerd naar de zuivering. In de regel is deze afvalwaterstroom niet of nauwelijks belast met zuurstofbindende stoffen.
Het minimumbedrag voor de verwerkingskosten van een tankwagen met aangevoerd afvalwater wordt gesteld op 4 v.e. per tankwagen. Deze waarde komt globaal overeen met de kosten voor het in behandeling nemen van de aangevoerde partij water. Bij twijfel over de hoedanigheid van het water kan het afvalwater ook worden bemonsterd en geanalyseerd ten behoeve van de kostenberekening. In het geval dat de werkelijke vervuilingsgwaarde hoger wordt bepaald dan de 4 v.e., wordt de werkelijke vervuilingswaarde op basis van analysegegevens met het vigerende belastingtarief in rekening gebracht. Vooraf moet schriftelijk vaststaan wie de opdrachtgever is.