Waterschapswetten

Treasurystatuut 2023 Waterschap Limburg

Waterschap Limburg · geldt sinds 10 oktober 2023

5 Instrumenten en limieten

5.2 Limieten

5.2.1 Algemeen

•Geld wordt uitsluitend uitgezet of opgenomen op basis van een recente liquiditeitsprognose en een actuele rentevisie.

•De renterisiconorm mag in principe niet worden overschreden.

•De rentevisie / rentescenario's zijn gebaseerd op informatie van financiële instellingen en gezaghebbende instanties zoals het Centraal Plan Bureau.

5.2.2 Opnemen

•Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van de kasgeldlimiet van de wet Fido. De hoogte van de kasgeldlimiet (=de maximaal toegestane netto korte schuld) is in de ‘uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ wettelijk bepaald op 23% van het begrotingstotaal.

•Renterisico's op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisiconorm van de wet Fido. Het financieren en beleggen van gelden houdt in dat renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningenbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is in de ‘uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ wettelijk bepaald op 30% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en –baten) kunnen voorkomen.

•Het gebruik van specifieke rente-instrumenten dient te geschieden conform de ministeriële regelingen die voortvloeien uit de wet Fido: de Ruddo en de Regeling verplicht schatkistbankieren.

•De te volgen procedure voor het aantrekken van leningen maakt onderdeel uit van de procesbeschrijving treasury, bijlage 1.

5.2.3 Uitzetten

Overtollige middelen worden in principe op grond van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden uitgezet bij ’s Rijks schatkist of bij andere overheden onder de voorwaarden:

•de tegenpartij is een collega-overheid, waarop WL geen financieel toezicht uitoefent.

•waterschappen gaan geen leningen aan met het als doel het aangetrokken geld tegen een hoger rendement uit te zetten.

Een decentrale overheid kan een depositorekening koppelen aan de rekening-courant voor het aanhouden van middelen in de schatkist

2artikel 4 lid 1 van de Regeling schatkistbankieren

. Onderstaand worden de verschillen weergegeven:

Onderdeel

Rekening-courant

Deposito

Voorwaarden

Creditsaldo: geen minimum saldo

Debetsaldo: n.v.t.

Voor het plaatsen van een deposito moet voldoende saldo staan op de rekening-courant. Het minimum bedrag voor het plaatsen van een deposito is € 10.000

Looptijden

n.v.t.

2dagen t/m 30 jaar

Renteniveaus

Zoals bepaald in de regeling

Zoals bepaald in de regeling

Renteconventie

Dagtelling op basis van actual/360.

Betaalbaarstelling respectievelijk inning van rente op de eerste kalenderdag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarop de rente betrekking heeft

≤ 1 jaar: dagtelling o.b.v. actual / 360

> 1 jaar: dagtelling o.b.v. actual/actual

Vervroegde opname

n.v.t.

Tegen marktwaarde, zoals bedoeld in artikel 4, derde lid, van de regeling

Kosten

Geen

Geen

Uitzondering

Volgens de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden zijn middelen uitgezonderd van de verplichting om in ’s Rijks schatkist te worden aangehouden, onder voorwaarden en tot een bepaald drempelbedrag (zie 2.3). Het drempelbedrag is bedoeld om te voorkomen dat decentrale overheden tot op de laatste euro hun overtollige middelen bij de schatkist aan zouden moeten houden. De omvang van het drempelbedrag is afhankelijk van de begroting van de decentrale overheid en wordt per kwartaal getoetst:

•Het drempelbedrag wordt vastgesteld als 2% van het begrotingstotaal van het lopende jaar van de decentrale overheid, voor zover het begrotingstotaal niet groter is dan € 500 miljoen, met een minimum van € 1 miljoen.

•Als het begrotingstotaal groter is dan € 500 miljoen dan wordt het drempelbedrag vastgesteld als € 10 miljoen plus 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaan.

Het drempelbedrag is gedefinieerd als een gemiddeld bedrag per kwartaal. Dat betekent dat het gemiddelde van het bedrag aan overtollige middelen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal elke kalenderdag buiten de schatkist heeft aangehouden niet boven het drempelbedrag mag liggen. Alleen positieve saldi tellen mee voor de benutting. Het hanteren van een gemiddelde per kwartaal geeft extra flexibiliteit aan de decentrale overheid.

Over de hoogte en benutting van het drempelbedrag in ieder kwartaal rapporteert de decentrale overheid in de jaarstukken.

Voorbeeld

Een decentrale overheid met een drempelbedrag van € 1 miljoen mag elke dag € 1 miljoen buiten de schatkist aanhouden. In plaats van elke dag € 1 miljoen kan ook een dag € 10 miljoen buiten de schatkist worden gehouden, mits dat gecompenseerd wordt door bijvoorbeeld negen dagen € 0 (toetsing is gemiddeld per kwartaal).

Voor het uitzetten van middelen tot het drempelbedrag gelden in principe de bepalingen van de Ruddo. Deze uitgezonderde middelen worden eventueel alleen uitgezet bij de huisbank, de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB).

Bijlage 1 Procesbeschrijving treasury

WL

Procesbeschrijvingen

datum: 27-09-2023

pagina: 1/4

Treasury

versie: treasurystatuut 2023

1Doel

Het doel van het proces Treasury is het voorzien in de financieringsbehoefte om de continuïteit van de bedrijfsvoering te borgen en daarmee samenhangend de beheersing van de rentekosten.

2Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Zie RASCI

3Relaties met andere procedures

Proces factuurafhandeling

4Op te leveren (tussen)producten

Liquiditeitsprognose

5Te volgen werkwijze (stroomschema)

Stroomschema

6Te gebruiken standaardformulieren

Liquiditeitsprognose. Offerteoverzicht

7Begrippen en definities

NWB = Nederlandse Waterschapsbank N.V.

8Klanten / leveranciers van de procedure

Banken en geldmakelaars

9Risico's en (beheers)maatregelen

Kapitaalmarktontwikkeling à periodiek proces doorlopen. Fluctuatie rente à periodiek proces doorlopen. Lening afsluiten/geld uitzetten terwijl niet noodzakelijk à Liquiditeitsprognose door medewerker financiën laten controleren. Geld uitzetten bij verkeerde partijen à Treasurystatuut en wet Fido. Rechtmatigheid à Jaarlijkse audit concerncontroller

10Kwaliteitseisen t.a.v. het (tussen)product of het proces

Rente uitzetten tegen het hoogste op dat moment geldende rentepercentage volgens regels Treasurystatuut. Lening afsluiten tegen laagste rentepercentage volgens regels Treasurystatuut.

11Prestatie-indicatoren

95% van de genomen beslissingen is correct geweest.

WL

Procesbeschrijvingen

datum: 27-09-2023

pagina: 2/4

Treasury

versie: treasurystatuut 2023

Schematische weergave

WL

Procesbeschrijvingen

datum: 27-09-2023

pagina: 3/4

Treasury

versie: treasurystatuut 2023

Schematische weergave

WL

Procesbeschrijvingen

datum: 27-09-2023

pagina: 4/4

Treasury

versie: treasurystatuut 2023

Schematische weergave

UITWERKING PROCESSTAPPEN INCLUSIEF RASCI

In de procesbeschrijving is per activiteit volgens het RASCI-model de rol, verantwoordelijkheid en bevoegdheid weergegeven:

•R (Responsible; verantwoordelijk). Dit is degene(n) die het werk doet/doen, de uitvoerder van de actie. Verantwoording wordt afgelegd aan de persoon die accountable is.

•A (Accountable; eindverantwoordelijk). Dit is de (eind)verantwoordelijke voor de actie).

•S (Supportive; ondersteunend). Dit is degene die ondersteuning verleent in de actie.

•C (Consulted: raadplegen). Dit is iemand die vooraf geraadpleegd wordt bij de actie. Dit is twee-richting communicatie. Deze persoon geeft (mede) richting aan het resultaat, hij/zij wordt voorafgaand aan beslissingen of acties geraadpleegd.

•I (Informed; informeren). Iemand die achteraf geïnformeerd wordt over de genomen beslissingen, over de voortgang en bereikte resultaten.

1

Liquiditeitsprognose

Periodiek wordt op basis van gegevens financieel systeem en verwachtingen een liquiditeitsprognose opgesteld voor de komende 2 jaar.

R

Vakspecialist financiën

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

Treasuryadviseur

I

Clustermanager PPF

2

Geld tekort?

Op basis van de liquiditeitsprognose en het saldo op de rekening wordt bekeken of een geld tekort verwacht wordt.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Vakspecialist financiën

C

-

I

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

3

Geld over?

Op basis van de liquiditeitsprognose en het saldo op de rekening wordt bekeken of een geld overschot verwacht wordt.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Vakspecialist financiën

C

-

I

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

4

Overschrijding kasgeldlimiet 3e kwartaal achter elkaar?

De wet Fido schrijft voor dat de kasgeldlimiet geen 3 kwartalen achter elkaar mag worden overschreden.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Vakspecialist financiën

C

-

I

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

5

Drie offertes aanvragen langlopende geldlening

Telefonisch worden minimaal 3 offertes opgevraagd, de gegevens worden in een offerte-overzicht gezet.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

-

C

-

I

-

6

Offertes beoordelen

Op basis van de voorwaarden in treasurystatuut worden de offertes beoordeeld.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

-

7

Andere bank goedkoper dan NWB?

Beoordeeld wordt of een bank een beter aanbod heeft dan de NWB

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

-

8

Gunnen aan goedkoopste aanbieder

De langlopende geldlening wordt telefonisch gegund aan de goedkoopste aanbieder, daarna volgt de schriftelijke overeenkomst en een notitie naar het DB.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

-

C

-

I

DB / Clustermanager PPF

9

Geldlening NWB afsluiten

De langlopende lening wordt telefonisch gegund aan de NWB, daarna volgt de schriftelijke overeenkomst en een notitie naar het DB.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

-

C

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

I

DB / Clustermanager PPF

10

Langer dan één maand nodig?

Bekeken wordt of het geld dat geleend moet worden langer dan 1 maand nodig is.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Vakspecialist financiën

C

-

I

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

11

Kasgeldlening NWB afsluiten

De kasgeldlening wordt telefonisch gegund aan de NWB, daarna volgt de schriftelijke bevestiging/overeenkomst.

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

Clustermanager PPF

12

Meerdere offertes aanvragen

Telefonisch worden 3 offertes opgevraagd, de gegevens worden in een offerte-overzicht gezet

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

-

C

-

I

-

13

Gunnen aan goedkoopste aanbieder

De kasgeldlening wordt telefonisch gegund aan de goedkoopste aanbieder, daarna volgt de schriftelijke bevestiging/overeenkomst

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

-

14

Is het overschot hoger dan het drempelbedrag?

Bekeken wordt op het overschot dat weggezet kan worden groter is dan het drempelbedrag (2% van het begrotingstotaal)

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

-

C

-

I

-

15

Geld uitzetten bij NWB of schatkistbankieren

Het overschot wordt uitgezet bij de NWB of door middel van schatkistbankieren

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

Clustermanager PPF

16

Het overschot wordt uitgezet door middel van schatkistbankieren

Het overschot wordt uitgezet door middel van schatkistbankieren en afhankelijk van de periode dat het overschot niet nodig is op de rekening-courant gezet, of in deposito

R

Treasuryadviseur

A

S/D

S

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

C

-

I

Clustermanager PPF

Bijlage 2 Begrippenkader

Treasuryadviseur

Adviseur die de rol van Treasuryadviseur toegewezen heeft gekregen.

Teamleider financiële administratie en informatievoorziening

Teamleider die verantwoordelijk is voor de financiële administratie.

Derivaten

Derivaten zijn afgeleide beleggingsproducten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

EU/EER lidstaat

Een lidstaat is een staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Dit zijn dus de EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen, zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

Kasgeldlimiet

Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van de renterisico’s op de korte schuld (netto vlottende schuld). Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal (= de totale lasten van de begroting). De kasgeldlimiet is voor het WL, conform de ‘uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden’, vastgesteld op een bedrag van 23% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

Kredietrisico

De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

Limiet

Een type richtlijn die de (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling, verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid.

Liquiditeitsprognose

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.

Marktrisico

Het gevaar van schommelingen in de waarde van financiële activa door marktbewegingen. Dit risico dient geminimaliseerd te worden. Voorwaarde hierbij is in beginsel dat de hoofdsom van de lening/uitzetting in tact blijft.

Netto-vlottende schuld

Het gezamenlijk bedrag van:

•opgenomen gelden met een oorspronkelijk rentetypische looptijd korter dan 1 jaar;

•schuld in rekening-courant;

•voor een termijn van korter dan 1 jaar ter bewaking in kas gestorte gelden van derden; en

•overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het gezamenlijk bedrag van contante gelden, tegoeden in rekening-courant, en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan 1 jaar

Outlook rating

Een indicatie van de toekomstige kredietwaardigheid afgegeven door de ratingbureaus Standaard & Poor’s (S&P), Moody’s en Fitch:

•Positiv; ook in de toekomst geldt een goede kredietwaardigheid;

•Stable; in de toekomst geldt dat de kredietwaardigheid stabiel is;

•Negativ; in de toekomst kan dit leiden tot een lagere kredietwaardigheid.

Rating

(ratingkwalificaties zijn achter begrippenkader gevoegd)

Een indicatie van het kredietwaardigheidrisico ofwel de mate waarin de onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen. Onderstaand zijn de ratingkwalificaties van de drie ratingbureaus Standaard & Poor’s (S&P), Moody’s en Fitch opgenomen.

Renterisico

Het gevaar van onvoorziene veranderingen van de (financiële) resultaten van het waterschap door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van vaste schuld (looptijd van 1 jaar of langer) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder de begroting gevoelig wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt voor het WL in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 30% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar, conform de ‘Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden’.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding (rentevaste periode).

Rentegevoeligheidsanalyse

Een analyse van de gevoeligheid van de begroting van een waterschap voor rentewijzigingen.

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

Richtlijn

Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing met betrekking tot een te volgen handelswijze.

Risicoprofiel

Dit geeft aan in welke mate een organisatie risico's loopt.

Schatkistbankieren

Dit houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. In het kader van schatkistbankieren zijn nog een aantal begrippen van belang:

•rekening-courant: de rekening-courant bij het ministerie van Financiën;

•tussenrekening: de rekening dit het openbaar lichaam aanhoudt bij een bank via welke de zero-balancing plaatsvindt;

•zero-balancing: de aanzuivering dan wel de afroming van de tussenrekening ten laste dan wel ten gunste van de rekening-courant.

Toezichthouder

De provincie die op grond van het reglement van het waterschap is belast met het toezicht op de begroting.

Treasurybeheer

De uitvoering van het treasurybeleid, binnen de kaders van het treasurystatuut. De uitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen.

Treasurybeleid

Dit beleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en voorwaarden, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.

Treasuryfunctie

Alle activiteiten gericht op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

Treasuryparagraaf

Deze is in de programmabegroting en in de programmarekening opgenomen waarbij het geplande c.q. gerealiseerde treasurybeheer weergegeven wordt.

Treasurystatuut

Het document waarin het treasurybeleid is vastgelegd.

Tussenpersonen

Tussenpersonen in het kader van treasury hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties. Aan tussenpersonen waar wij zaken mee doen stellen wij de eis dat zij onder Toezicht van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) staan.

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van een jaar of langer.

Vakspecialist financiën

Vakspecialist financiën functieschaal 9

Vaste schuld

Het gezamenlijk bedrag van de schuld van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van 1 jaar of langer, en de voor een termijn van 1 jaar of langer ontvangen waarborgsommen.

Vermogenswaarde

Het geheel van de waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen (activa en passiva).

Ratingkwalificatie

Moody’s

S&P

Fitch

Kwalificatie

Aaa

AAA

AAA

Extreem kredietwaardig

Aa

AA

AA

Zeer kredietwaardig. Veiligheidsmarges zijn echter niet zo hoog als bij een Aaa en AAA categorie

A

A

A

Zeer kredietwaardig. Er zijn echter factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt

Baa

BBB

BBB

Kredietwaardig, maar gevoelig voor slechte economische tijding

Ba

BB

BB

Speculatief, matige bescherming van afbetaling aanwezig

B

B

B

Heeft momenteel capaciteit voor rente en aflossing, maar is gevoelig voor faillissement

Caa

CCC

CCC

Enige bescherming voor investeerders is aanwezig, maar grote risico’s en onzekerheid is aanwezig

Ca

CC

CC

Zeer speculatief, meestal achtergestelde schuld

C

C

C

Rentebetalingen zijn al gestopt

D

D

D

Failliet

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.