Waterschapswetten

Nota Grondbeleid 2022

Waterschap Limburg · geldt sinds 17 november 2023

4 Verwervingsstrategie

4.1 Uitgangspunten

4.1.1 Waterveiligheidsdoelstellingen

Voor het waterschap is het, in het kader van het bereiken van de waterveiligheidsdoelstellingen van het waterschap, wenselijk om over het eigendom van de grond voor de kernzone van de waterkering te beschikken. Grondaankoop gebeurt in principe op vrijwillige basis. Het instrument onteigening of de gedoogplicht wordt pas ingezet als er niet tot een minnelijke oplossing kan worden gekomen.

Uitgangspunt

Kernzone waterkering/andere gronden ten behoeve van waterveiligheidsdoelstellingen (zoals buffers) in eigendom verwerven (minnelijk), uitsluitend onteigenen/gedoogplicht als het werk anders niet kan worden gerealiseerd.

Inzet verschillende instrumenten

Op basis van het uitgewerkte technische plan wordt bepaald welke gronden in eigendom moeten worden verkregen. Het kan zijn dat voor bepaalde gedeelten van het project het hebben van het eigendom niet nodig is. Er kan dan gekozen worden voor het vestigen van een zakelijk recht of een kwalitatieve verplichting. Indien een eigenaar niet wil meewerken aan verkoop, maar wel wil meewerken aan een zakelijk recht, kan dit overwogen worden, mits het een passende oplossing is.

Voorkeursvolgorde

1Minnelijk aankopen van grond die nodig is voor het behalen van waterveiligheidsdoelen (waterkeringen, buffers etc.) op basis van volledige schadeloosstelling.

2Het vestigen van een zakelijk recht/kwalitatieve verplichting (wanneer minnelijke eigendomsverwerving niet lukt) mits het een passende oplossing is. Bij voorkeur gecombineerd met de kwalitatieve verplichting dat toekomstige werkzaamheden ten behoeve van de instandhouding /verbetering van het waterstaatswerk ook moeten worden geduld.

3Bij geen minnelijke overeenstemming over aankoop, dan wel vestigen zakelijk recht, wordt een gedoogplicht op grond van artikel 10.11 van de Omgevingswet opgelegd, mits het een passende oplossing is. Hierbij wordt uitgegaan van een volledige schadeloosstelling op basis van de Omgevingswet. Echter, Indien de belangen van rechthebbenden onteigening vorderen zoals bepaald in de jurisprudentie, moet tot onteigening worden overgegaan.

4Indien het verkrijgen van de eigendom van de grond passender is, en dit niet minnelijk kan worden verworven, zal onteigening worden ingezet.

Uitzonderingssituaties

Er zijn uitzonderingssituaties waarop het bovenstaande niet zonder meer van toepassing is. Het betreft de volgende situaties:

•Bij integrale gebiedsontwikkelingen (zoals stedelijke herontwikkeling, functiecombinaties) waarbij meerdere partners betrokken zijn, dient het waterveiligheidsbelang te allen tijde geborgd te zijn, ongeacht de uiteindelijke eigendomsverhoudingen.

•Functiecombinaties van een waterkering met een openbare weg, waarbij het grondeigendom is gelegen bij gemeente of provincie. Met een zakelijk recht kan het waterveiligheidsbelang voldoende worden geborgd, ten opzichte van het belang van de gemeente of provincie van bijvoorbeeld “de openbare weg”. Door deze voorzieningen tevens onder de waterschap Keur te brengen, ontstaat een duurzame bescherming van de rechten van het waterschap.

•Een aparte categorie vormen werkstroken, die tijdelijk noodzakelijk zijn voor het maken van het werk. Het waterschap zal minnelijk proberen tot overeenstemming te komen met de rechthebbende, voor het tijdelijk gebruik van de benodigde grond. Bij geen overeenstemming wordt een gedoogplicht ex artikel 10.11 van de Omgevingswet opgelegd. Normaliter wijzigt er niets bij een tijdelijke werkstrook aan de gebruiksmogelijkheden van de benodigde gronden, na afloop van de werkzaamheden. De belangen zullen daarom in de meeste gevallen geen onteigening vorderen. Eventuele schade wordt volledig vergoed.

4.1.2 Overige waterschapsdoelstellingen

Voor het waterschap is het in het kader van het bereiken van overige waterschapsdoelstellingen, zoals de herinrichting van beken, wateroverlastknelpunten (Water in Balans) en verbetering van bestaande assets, vooral van belang om over de grond te beschikken. De insteek bij de grondverwerving is dan ook de beschikkingsverkrijging, door middel van een zakelijk recht of een kwalitatieve verplichting.

Uitgangspunt

Het technisch plan en/of voorziening bepaald of het hebben van het eigendom gewenst is of volstaan kan worden met een zakelijk recht/kwalitatieve verplichting.

Inzet verschillende instrumenten

Op basis van het uitgewerkte technische plan wordt bepaald bij welke gronden eigendomsverkrijging gewenst is, in plaats van het uitgangspunt van de vestiging van een zakelijk recht of een kwalitatieve verplichting. Dit is denkbaar in de gevallen waar elk ander gebruik dan de waterstaatsfunctie is uitgesloten. In dat geval is het wenselijk om over het eigendom onder het waterstaatswerk (kernzone, inclusief eventueel onderhoudspad) te beschikken, omdat er dan geen andere functie op deze zone mogelijk is. Indien een eigenaar in dat geval niet wil meewerken aan verkoop, maar wel wil meewerken aan een zakelijk recht, kan dit overwogen worden mits het een passende oplossing is.

Voorkeursvolgorde

1Het vestigen van een zakelijk recht is het uitgangspunt, indien het eigendom vanuit het technisch plan niet nodig is. Doel van het zakelijk recht is de belangen van het waterschap te allen tijde te borgen.

2Aankopen op basis van volledige schadeloosstelling (minnelijk), wanneer de eigenaar van de grond niet akkoord gaat met het vestigen van een zakelijk recht, maar wel bereid is tot verkoop, dan wel het vestigen van een zakelijk recht indien de eigenaar niet bereid is tot verkoop mits het een passende oplossing is. Dit is afhankelijk van de gemaakte keuze in het technisch plan.

3Bij geen minnelijke overeenstemming over aankoop, dan wel vestigen zakelijk recht wordt een gedoogplicht op grond van artikel 10.11 Omgevingswet opgelegd, mits het een passende oplossing is. Hierbij wordt uitgegaan van een volledige schadeloosstelling op basis van de Omgevingswet. Echter, Indien de belangen van rechthebbenden onteigening vorderen, zoals bepaald in de jurisprudentie, moet tot onteigening worden overgegaan.

4Indien het verkrijgen van de eigendom van de grond passender is, en dit niet minnelijk kan worden verworven, zal onteigening worden ingezet.

Uitzonderingssituaties

•Bij integrale gebiedsontwikkelingen, waarbij meerdere partners betrokken zijn, bekijken wij op basis van maatwerk welk instrument wij inzetten voor het realiseren en beschermen van onze belangen.

•Een aparte categorie vormen tijdelijke werkstroken, die tijdelijk noodzakelijk zijn voor het maken van het werk. Het waterschap zal minnelijk proberen tot overeenstemming te komen met de rechthebbende, voor het tijdelijk gebruik van de benodigde grond. Bij geen overeenstemming wordt een gedoogplicht ex artikel 5.24 van de Waterwet opgelegd. Normaliter wijzigt er niets bij een tijdelijke werkstrook aan de gebruiksmogelijkheden van de benodigde gronden, na afloop van de werkzaamheden. De belangen zullen daarom in de meeste gevallen geen onteigening vorderen. Eventuele schade wordt volledig vergoed.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.