Aanhef
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg;
Overwegende,
dat het in het kader van de financiële rechtmatigheid wenselijk is over heldere en eenduidige regels betreffende budgetbeheer en financieel mandaat te beschikken;
gelet op het bepaalde in de Delegatie- en mandaatverordening;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende regels voor het budgetbeheer en financieel mandaat:
Hoofdstuk I. Begrippen en algemene uitgangspunten
Artikel 1 Begripsomschrijving
In deze regeling wordt verstaan onder:
1dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het Waterschap Limburg;
2financieel mandaat: de bevoegdheid om in naam van het dagelijks bestuur een besluit te nemen tot het aangaan van een verplichting; overeenkomst tot het inkopen van goederen (leveringen) en diensten en het aannemen c.q. gunnen van werken;
3budget: een onderdeel van de begroting. Ten aanzien van het budget wordt onderscheid gemaakt in exploitatiebudget en investeringskrediet;
4budgetbeheerder: beheerder van een exploitatiebudget of een investeringskrediet.
Artikel 2 Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur
1De algemene of eindverantwoordelijkheid voor de uitoefening van deze regeling ligt bij het dagelijks bestuur.
2De kredietverlening per individueel project, dat onderdeel uitmaakt van een programma, is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Over de individuele kredietverlening wordt in de voorjaarsrapportage, de najaarsrapportage en de jaarrekening aan het algemeen bestuur gerapporteerd.
Artikel 3 Verantwoordelijkheid secretaris/directeur
Het dagelijks bestuur draagt op aan de secretaris/directeur van het waterschap de in de programmabegroting opgenomen producten en investeringsprojecten te realiseren.
Een en ander gebeurt met toekenning van de budgetten en de bevoegdheid tot het gunnen en aangaan van verplichtingen.
Artikel 4 Ondermandatering budgetbeheer en financieel mandaat
Het dagelijks bestuur staat toe dat de secretaris/directeur aan medewerkers van het waterschap opdraagt de aan hen toegekende producten en investeringsprojecten te realiseren. Een en ander met toekenning van de bijbehorende budgetten c.q. kredieten en de bevoegdheid tot het gunnen en aangaan van verplichtingen, met inachtneming van de door de secretaris/directeur bepaalde en op grond van deze regeling voorgeschreven nadere regels.
Hoofdstuk II. Budgetbeheer
Artikel 5 Beschikking over de exploitatiepost onvoorzien
1Verwachte budgetoverschrijdingen worden onttrokken aan de post onvoorzien met uitzondering van ‘toevoegingen c.q. onttrekkingen aan voorzieningen’ en voor zover het saldo van deze post dit toelaat.
2Budgetonderschrijdingen worden toegevoegd aan de post onvoorzien.
3Tot onttrekking en toevoeging van de post onvoorzien, is voor bedragen kleiner of gelijk € 100.000 de secretaris/directeur bevoegd, met verantwoording conform artikel 11.
Artikel 6 Verhogingen investeringsuitgaven en -inkomsten binnen een verleend krediet
1De secretaris/directeur is bevoegd tot het verhogen van de uitgaven binnen het verleende investeringskrediet indien deze worden gecompenseerd door hogere inkomsten, waardoor een en ander budgettair neutraal verloopt.
2Het besluit conform lid 1 wordt geregistreerd door middel van het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen formulier 'Verhogingen investeringsuitgaven en –inkomsten binnen een verleend krediet'. In het formulier wordt de afweging aan het toetsingskader of de projectdoelstellingen door deze aanpassingen nog worden behaald weergegeven.
3De secretaris/directeur legt hierover verantwoording af conform artikel 11.
Hoofdstuk III. Aangaan van verplichtingen inclusief btw
Artikel 7 Binnen exploitatiebudgetten
1De secretaris/directeur is bevoegd tot het gunnen en aangaan van eenmalige verplichtingen en meerjarige contracten.
2Lid 1 geldt indien de gekozen aanbestedingsvorm gelijk is aan de voorgeschreven aanbestedingsvorm conform het vigerende inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Artikel 8 Binnen investeringskredieten
1Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van verplichtingen met betrekking tot de grondverwerving. Aan de secretaris-directeur wordt mandaat verleend om verplichtingen met betrekking tot grondverwerving tot een waarde van € 100.000 aan te gaan.
2De secretaris/directeur is bevoegd tot het gunnen en aangaan van verplichtingen met betrekking tot de initiële opdracht uitvoering van een investeringsproject in het kader van het proces aanleg en verbetering.
3De secretaris/directeur is bevoegd tot het gunnen en aangaan van verplichtingen anders dan bedoeld in lid 1 en 2 .
4De secretaris/directeur wijst per investeringsproject een budgetbeheerder, projectleider, aan.
5De projectleider zoals bedoeld in lid 4 is bevoegd tot goedkeuring van meer- en minderwerk van de opdracht uitvoering zoals bedoeld in lid 2.
6lid 2 en 3 geldt indien de gekozen aanbestedingsvorm gelijk is aan de voorgeschreven aanbestedingsvorm conform het vigerende inkoop- en aanbestedingsbeleid.
Artikel 9 Opdrachtvormen
1Verplichtingen dienen schriftelijk te worden gedocumenteerd.
2Opdrachten door de secretaris/directeur worden schriftelijk, bij voorkeur door middel van opdrachtbrief, aangegaan.
3Bij het besluit tot gunning van een werk kan de secretaris/directeur het toezicht- en directievoerend bureau machtigen de daadwerkelijke opdrachtverlening tot uitvoering te verstrekken.
4Het in lid 1 opgenomen vereiste wordt door de secretaris/directeur in nadere regels uitgewerkt.
HOOFDSTUK IV. Afhandeling van aangegane verplichtingen
Artikel 10 Factuurafhandeling
1Facturen worden afgehandeld door de secretaris/directeur, met dien verstande dat hierbij een vier-ogen-principe moet worden toegepast.
2De in lid 1 genoemde bevoegdheid kan door de secretaris/directeur worden ondergemandateerd. In nadere regels geeft de secretaris/directeur invulling aan het vier-ogen-principe zoals bedoeld in lid 1.
Hoofdstuk V. Verantwoording
Artikel 11 Het afleggen van verantwoording
De secretaris/directeur legt over alle relevante aspecten van deze regeling verantwoording af in het kader van planning&control cyclus.
Hoofdstuk VI. Nadere regels
Artikel 12 Overige nadere regels
Naast de in artikel 4 (ondermandatering), artikel 9, lid 4 (opdrachtvormen) en artikel 10 (factuurafhandeling) voorgeschreven door de secretaris/directeur op te stellen nadere regels, worden o.a. de volgende onderwerpen door de secretaris/directeur nader uitgewerkt:
a.budgetbeheer; rol, taak, bevoegdheden en verantwoordelijkheden budgetbeheerders
b.vervangingsregels; regels voor vervanging
Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Artikel 13 Hardheidsclausule
In uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur beslissen dat gemotiveerd kan worden afgeweken van de in deze regeling opgenomen regels.
Artikel 14 Evaluatie
Deze regeling wordt uiterlijk na 4 jaar geëvalueerd en indien nodig aangepast.
Artikel 15 Bekendmaking en inwerkintreding
1Dit besluit wordt intern bekend gemaakt.
2Dit besluit treedt met terugwerkende kracht op 1 januari 2017 in werking.