Aanhef
Kennisgeving vaststelling beleidsplan waterkeringen
Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg maakt bekend dat op 1 januari 2025 in werking treedt, het besluit van het algemeen bestuur van 27 november 2024 tot vaststelling van het Beleidsplan waterkeringen.
Beleidskader voor waterkeringszorg
Om onze bewoners en bedrijven langs de Maas te beschermen tegen overstromingen, werkt Waterschap Limburg iedere dag aan veilige waterkeringen. Nu en in de toekomst - want het werk aan de waterkeringen is nooit af. Het Beleidsplan waterkeringen geeft een nadere invulling aan het Waterbeheerprogramma, voor het onderdeel Hoogwaterveiligheid Maas. Het beleidsplan heeft als doel om duidelijkheid te geven over de wijze waarop Waterschap Limburg invulling geeft aan de waterkeringszorg: van beheer en onderhoud tot dijkversterking. Het draagt bij aan transparante en uitlegbare besluitvorming en aan uniformiteit in keuzes, oplossingen en afwegingen. Toekomstbestendigheid speelt hierbij een grote rol: het nieuwe beleidsplan ziet nadrukkelijk toe op het op lange termijn beheersbaar en betaalbaar houden van de waterkeringszorg.
Reikwijdte
Het beleidsplan heeft betrekking op de primaire en overige waterkeringen langs de Maas; waterkeringen in het regionale watersysteem vallen buiten de reikwijdte van dit plan.
Actualisatie vigerend beleid
Het Beleidsplan waterkeringen vervangt de volgende plannen, beleidsnota’s en beleidsuitwerkingen:
•Beheerplan Waterkeringen 2017-2022 (vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 12 juli 2017)
•Afwegingskader type kering (vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 11 maart 2020)
•Nadere uitwerking technische beleidsuitgangspunten dijkversterking (vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 10 juli 2019)
•Beleidskader hoge grond (vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 30 november 2022)
Daarmee zorgt het beleidsplan voor een actualisatie en vereenvoudiging van het beleidsstelsel voor de waterkeringen.
Totstandkoming en participatie
De inwoners van Limburg zijn in april 2023 via sociale media en nieuwsbrieven van WL ingelicht over het nieuwe beleidsplan en hebben via die weg de mogelijkheid gekregen om input te geven. Directe stakeholders zijn in dezelfde periode schriftelijk ingelicht over het nieuwe beleidsplan en de mogelijkheden voor het leveren van input.
Ter inzage leggingontwerp beleidsplan waterkeringen
Met inachtneming van de Omgevingswet en de participatie- en inspraakverordening Waterschap Limburg 2022 heeft het ontwerp beleidsplan waterkeringen van 20 juni tot en met 31 juli 2024 ter inzage gelegen.
Ingezetenen en belanghebbenden konden gedurende de periode van terinzagelegging schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerp beleidsplan waterkeringen naar voren brengen.
Er zijn 7 zienswijzen ingediend tegen het ontwerp beleidsplan waterkeringen. Het dagelijks bestuur heeft iedereen die een zienswijze heeft ingediend op de hoogte gebracht over de wijze waarop de zienswijzen zijn verwerkt.
Het is niet mogelijk beroep in te stellen tegen de vaststelling van het beleidsplan waterkeringen.
Roermond, 20 december 2024
Het Dagelijks Bestuur,
Erik Keulers, secretaris-directeur
Saskia Borgers, dijkgraaf
Beleidsplan Waterkeringen Waterschap Limburg
Veilige waterkeringen – nu en in de toekomst
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 27 november 2024
Dit document is in een beter leesbare lay-out te vinden op: www.waterschaplimburg.nl/beleidsplan.
Voorwoord
Voor u ligt het Beleidsplan waterkeringen. Een beleidsplan met lef. Een beleidsplan dat het verkleinen en het beheersen van de risico’s van hoogwater in de Maas combineert met aandacht voor de omgeving. En is geschreven vanuit de visie dat onze dijken een waardevol landschapselement vormen. Niet alleen voor waterveiligheid maar ook voor biodiversiteit en andere functies. Hoogwaterbescherming kost ruimte én biedt ruimte. Om te leven, werken en recreëren in onze Limburgse Maasvallei.
Hoogwaterbescherming is een opgave van de lange adem: van consistent goed beheer en onderhoud tot de uitvoering van grote projecten, die vragen om flinke inspanningen en investeringen. We werken gezamenlijk en gestructureerd door om al onze waterkeringen in 2050 op het veiligheidsniveau te hebben en te houden conform de Waterwet.
De nut en noodzaak van werken aan waterveiligheid is duidelijker dan ooit. In 2021 kreeg Limburg een voorproefje van wat klimaatverandering voor ons in petto heeft. Er ging per seconde meer water door de Maas dan ooit eerder gemeten. En dat hartje zomer…
We hebben toen ook ervaren dat ons areaal vol coupures en waterkeringen die met schotbalken worden dichtgezet, rekening houdend met de toekomstige opgave, op de lange termijn niet houdbaar is. We zitten hier in Limburg relatief dicht bij het brongebied van de Maas. Dat betekent dat er, na een waarschuwing voor hoogwater, weinig tijd is om al die openingen in de dijk af te sluiten. We gaan risico's verkleinen door te zorgen voor een veilig beheergebied waarin weinig last-minute acties nodig zijn bij opkomend water. Dat vraagt om anders kijken naar veiligheid, waarbij de crisisoperatie een grotere stem krijgt.
Onze medewerkers werken elke dag aan waterveiligheid. Door beheer, onderhoud en inspectie van al die kilometers dijk. Door een goede voorbereiding op hoogwater vanuit de Maas. En door het uitvoeren van dijkversterkingsprojecten. Projecten die, zeker in een stedelijke omgeving, nogal eens voor een complexe ruimtelijke puzzel staan. Dit vraagt dat we, samen met gemeenten, provincie, inwoners en bedrijven, meer gaan kijken naar de mogelijkheden in de ruimtelijke ordening om deze knelpunten op te lossen of beter nog: te voorkomen.
Droge voeten voor iedereen achter de dijken. Daar staan wij voor. Dat vraagt dat we doorpakken - samen met inwoners, bedrijven en overheden. We kunnen het ons niet permitteren om achterover te leunen. Het is onze verantwoordelijkheid om Limburg te beschermen tegen hoogwater voor nu en in de toekomst.
Jeroen Achten,
Lid van het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg,
Portefeuillehouder Hoogwaterbescherming & Waterkeringen
Samenvatting
Wat is het beleidsplan waterkeringen?
Om onze bewoners en bedrijven langs de Maas te beschermen tegen overstromingen, werkt Waterschap Limburg iedere dag aan veilige waterkeringen. Nu en in de toekomst - want het werk aan de waterkeringen is nooit af. Voor u ligt het ontwerp beleidsplan waterkeringen, voor alle primaire en overige waterkeringen langs de Maas. Het beleidsplan waterkeringen geeft een nadere invulling aan de uitgangspunten uit het Waterbeheerprogramma, voor het onderdeel Hoogwaterveiligheid Maas. De uitgangspunten in dit plan vormen het kader bij het uitvoeren van onze waterkeringszorg: van beheer en onderhoud tot dijkversterking.
Het beleidsplan is geschreven als kader voor de eigen organisatie (inclusief de dijkversterkingsprojecten) maar is ook relevant voor onze partners, zoals gemeenten en provincie, en voor belanghebbende dan wel geïnteresseerde inwoners in ons beheergebied.
Strategie
De kaders waarbinnen het werk van het waterschap zich afspeelt, veranderen continu. Klimaatverandering, nieuwe technieken, biodiversiteit, de druk op de beschikbare ruimte maar ook op de betaalbaarheid: ze vragen allemaal dat we daadkrachtig optreden maar tegelijk flexibel blijven om bij- of terug te schakelen als dat nodig is. Wij werken aan veilige waterkeringen langs 6 principes, die de kern vormen van ons waterkeringenbeleid. Deze houden ons op koers en zorgen dat de gevolgen van de keuzes van vandaag niet worden doorgeschoven naar de toekomst.
1De veilige waterkering staat voorop
De omgevingswaarden (voorheen: ‘norm’) voor de primaire waterkering die in de Omgevingswet staan vormen ons kader. Wij ontwerpen onze waterkeringen toekomstbestendig. We zetten ons in voor veilige waterkeringen op drie niveaus: ruimte voor de rivier, aandacht voor waterveiligheid in stedenbouw en planologie, en uiteraard op het niveau van de dijk zelf.
2Een beheersbaar areaal, nu en in de toekomst
De beheerbaarheid, bereikbaarheid en onderhoudbaarheid van een waterkering, evenals het handelingsperspectief bij calamiteiten, moeten altijd gegarandeerd zijn. Deze aspecten beschouwen wij steeds in het licht van ons gehele areaal aan waterkeringen binnen Waterschap Limburg en de gehele crisisoperatie. Een bijzonder aandachtspunt is het grote aantal niet permanent gesloten keringen, dat bij verdere groei de organisatie te zeer onder druk zal zetten. Een verdere groei is dan ook niet toelaatbaar en wij werken actief aan het vervangen (beheerfase) en vermijden (projectfase) van deze constructies.
3De dijk als groen lint in het landschap
Naast de primaire functie als waterkering zien we onze groene dijken ook als groen lint in het landschap en als leefgebied voor gewenste soorten (flora én fauna). We bevorderen de (kansen voor) biodiversiteit zowel in de beheerfase als bij aanleg in dijkversterkingsprojecten. Ook bevers en dassen horen thuis in het Limburgse landschap maar hun graverij kan een risico vormen voor de stabiliteit van de waterkering. Op plekken waar we een concreet risico op graverij in de waterkering signaleren, passen we zo nodig maatregelen toe.
4De kering in zijn omgeving
Zorgen voor veilige dijken doen we samen met onze omgeving. Elk dijkversterkingsproject is maatwerk waarin de locatie-specifieke kenmerken en belangen worden meegewogen. Maar de mogelijkheden zijn niet onbegrensd. Waterveiligheid en het verminderen van de kwetsbaarheid bij hoogwater staat in onze projecten steeds voorop. We kijken daarbij steeds naar de effecten op korte en lange termijn en zowel naar de lokale effecten als de effecten op ons totale areaal. Bij het afwegen van andere belangen stellen we het maatschappelijk belang vóór een individueel belang.
5Duurzaam en innovatief
Zowel in het beheer en onderhoud als bij dijkversterking is het uitgangspunt een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast staan wij stil bij de circulariteit van de toe te passen materialen. Wij zoeken steeds naar nieuwe en betere technieken en werkwijzen die een meerwaarde hebben ten opzichte van bestaande techniek. Risico’s en onzekerheden mogen hierbij nooit consequenties hebben voor het veiligheidsniveau van de waterkering. Bij de afweging om een innovatie toe te passen kijken we ook naar de kosten gedurende de gehele levensduur en de bedrijfszekerheid.
6Betaalbare waterkeringen
Wij voeren zowel het beheer van de waterkeringen als dijkversterkingen doelmatig uit, waarbij we ons ervan bewust zijn dat wij werken met belastinggeld en dit inzetten voor onze kerntaken. We rekenen daarbij steeds met de kosten over de gehele levensduur van de primaire waterkering. Voor de financiering van de versterking van primaire keringen zijn wij afhankelijk van de subsidiekaders van het landelijke HWBP. Bij meekoppelkansen van derden verwachten wij ook cofinanciering.
Ontwerpfilosofie
Het grootste deel van ons areaal waterkeringen betreft groene dijken. Een groene dijk is betrouwbaar, goed en makkelijk uit te breiden en te versterken, en daardoor toekomstbestendig. Een groene waterkering is ook een duurzame oplossing omdat deze bestaat uit natuurlijke materialen die herbruikbaar zijn. Voor een aantal kilometers van ons areaal waterkeringen is een groene waterkering moeilijker inpasbaar. Wanneer in een dijkversterkingsproject een groene dijk niet ingepast kan worden, zal er een keuze gemaakt worden voor een ander type kering. Elke keuze voor een type waterkering heeft consequenties: voor de kosten, voor het handelingsperspectief tijdens calamiteiten, voor de toekomstbestendigheid, voor de ruimtelijke kwaliteit.
Voor de prioritering in de keuze voor een type waterkering en sluitmiddel hanteren we een voorkeursvolgorde. De groene dijk is daarbij het vertrekpunt, waarbij op basis van locatie-specifieke factoren verder kan worden afgepeld naar andere typen waterkeringen. Een duidelijke scheidslijn is er tussen de permanent en de niet permanent gesloten waterkeringen. De laatste zijn over het algemeen zeer onderhoudsintensief en brengen een veel grotere beheerlast en hogere levensduurkosten met zich mee dan een permanent gesloten waterkering. Ook moeten ze intensief geïnspecteerd en regelmatig getest/opgebouwd worden. Bovendien is de faalkans hoger. Voor een niet permanent gesloten kering wordt in uitzonderlijke gevallen gekozen, als het plaatsen van een permanent gesloten waterkering redelijkerwijs niet mogelijk is.
In stedelijk gebied is de druk op de ruimte groot en kunnen de mogelijkheden van functiecombinatie in beeld komen. Niet alleen draagt dit bij aan meervoudig ruimtegebruik, het zorgt ook voor een waterkering die stedenbouwkundig goed is ingepast in het ruimtelijk ontwerp en geen ongewenste barrière vormt tussen stad en rivier. Maar een kering die is geïntegreerd in het stedelijk landschap of zelfs in bebouwing kan daarna vrijwel niet meer worden verhoogd of versterkt. Ook zijn inspectie en onderhoud lastig of zelfs onmogelijk. Om die reden passen wij een functiecombinatie met bebouwing enkel toe als er sprake is van een evidente maatschappelijke meerwaarde en/of een ruimtelijk knelpunt. Voor het ontwerp gaan wij bij functiecombinatie uit van het principe ‘ruimtelijk geïntegreerd, functioneel gescheiden’. Dit doen wij om het risico op toekomstige meerkosten en wederzijdse afhankelijkheid zo klein mogelijk te houden.
Voor elke waterkering geldt dat het uitgevoerde ontwerp tijdens zijn gehele levensduur redelijkerwijs blijft functioneren en doelmatig kan worden beheerd zonder ingrijpende en kostbare tussentijdse aanpassingen. Het beheer en onderhoud dient op een veilige en efficiënte manier mogelijk te zijn.
In een dijkversterkingsproject komen we locaties tegen waar veel belangen samenkomen. Om daar een gedegen keuze te maken wordt, naast de voorkeursvolgorde, ook een afwegingskader gebruikt. Dit waarborgt een herleidbaar en transparant proces en draagt bij aan integrale keuzes waarin alle belangen worden meegewogen. Het afwegingskader heeft zeven invalshoeken. Het betreft waterveiligheid, dijkbeheer, ruimte voor de Maas, kosten en betaalbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, omgeving en duurzaamheid.
Uitvoeringsprogramma
De uitgangspunten uit het beleidsplan werken door in al onze werkprocessen op en aan de waterkeringen: van beheer en onderhoud tot vergunningverlening, en van dijkversterking tot de weging van het waterbelang in ruimtelijke plannen. Naast deze doorwerking, is een aantal specifieke maatregelen nodig om het beleid tot uitvoering te brengen.
Voor het borgen van de beheersbaarheid van ons areaal vormen de vele niet permanent gesloten waterkeringen (met name de schotbalkkeringen) een knelpunt. Waterschap Limburg gaat investeren in een saneringsprogramma voor niet permanent gesloten keringen. Het doel is tweeledig: het verminderen van het benodigd menselijk handelen bij calamiteiten en het creëren van ruimte voor oplossingen bij ontwerpuitdagingen in complexe dijkversterkingsprojecten. Eerst brengen we de locaties, kansen en kosten van het saneren in beeld. We maken daarbij onderscheid in opties voor de korte termijn en voor de middellange termijn, bijvoorbeeld waar meekoppelkansen zijn met ruimtelijke ontwikkelingen zoals een wegreconstructie. Deze inventarisatie doen we binnen een jaar na inwerkingtreding van dit beleidsplan. Daarna kan het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg een besluit nemen over de omvang en fasering van het saneringsprogramma.
Daarnaast voeren wij een aantal onderzoeken uit. Naar de juridische, financiële en praktische mogelijkheden om het beheer, onderhoud en sluiten van niet permanent gesloten keringen bij derden te beleggen. En naar de mogelijkheden om vroegtijdig ruimte te reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; zowel met onze eigen legger en werkingsgebieden als in de ruimtelijke ordening.
Externe ontwikkelingen, actualiteiten en nieuwe inzichten kunnen aanleiding zijn om het beleid aan te passen. Het beleidsplan wordt drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd, waarbij ook de gewenste evaluatiefrequentie voor de daaropvolgende jaren wordt bepaald.
6 Ontwerpfilosofie
6.1 Ontwerpkader type waterkering en sluitmiddel
6.1.1 Permanent gesloten waterkeringen
Groene dijk
Het beleid van het waterschap is om waar mogelijk waterkeringen van grond toe te passen: een groene dijk (zie figuur 10). Er wordt in principe voor een groene dijk gekozen, omdat deze betrouwbaar is in het bieden van hoogwaterveiligheid. Ook zijn groene dijken betaalbaarder dan een kering met harde elementen vanwege lagere aanlegkosten. Ze zijn robuuster en beter uit te breiden dan een harde waterkering en ze kunnen als dat nodig is eenvoudiger aangepast worden. Ook passen groene dijken vanwege hun natuurlijke uitstraling vaak beter in het landschap. Daarnaast zijn groene dijken duurzamer; vrijwel alle materialen zijn gelijkwaardig herbruikbaar bij een volgende dijkverbetering. Dit principe ‘groene kering, tenzij’ geldt ook voor locaties waar nu geen groene dijk ligt.
Een heel robuuste en toekomstbestendige variant op de groene dijk is een grondlichaam dat zó breed is, dat het amper nog herkenbaar is als dijk. Dit type dijk komt voor onder verschillende namen, zoals hoge-gronddijk, verholen waterkering, klimaatdijk, levee-town, deltadijk of steilranddijk. In alle gevallen is er een overmaat aan grond aanwezig, waardoor – afhankelijk van de maatvoering en de toekomstbestendigheid – vaak ook nevenfuncties kunnen worden toegestaan, zoals landbouw, natuur (zie paragraaf 6.3) of zelfs bebouwing (zie paragraaf 6.6).
Figuur 10: Schematische weergave van een groene dijk.
Groene dijk met harde elementen
Als er niet genoeg fysieke ruimte is om een volledig groene waterkering aan te leggen, dan wordt er gekeken naar het toepassen van een groene waterkering met een hulpconstructie, bijvoorbeeld een stabiliteitsscherm of steenzetting (zie figuur 11). Uitgangspunt daarbij is dat de kering zoveel als mogelijk in grond wordt gerealiseerd. Dit soort gecombineerde constructies kan in allerlei varianten voorkomen, waarbij zowel het binnen als het buitentalud geheel of gedeeltelijk wordt vervangen door een hulpconstructie.
Figuur 11: Schematische weergave van een groene dijk met harde elementen.
Harde kering (van beton, staal, etc.)
Daar waar een (gedeeltelijke) groene waterkering niet inpasbaar is, kiest het waterschap in principe voor een waterkering van beton of staal die permanent aanwezig is (zie figuur 12). Bij de bepaling van ‘niet inpasbaar’ worden de belangen van de ruimte voor de rivier en het belang van de beheerder gewogen. Daarnaast wordt er gekeken of maatschappelijke en individuele belangen meegenomen kunnen worden. ‘Niet inpasbaar’ is bijvoorbeeld het geval in één van de volgende omstandigheden:
•Rivierkunde: na afstemming met Rijkswaterstaat kan blijken dat het rivierwaarts verschuiven of uitbreiden van een (gedeeltelijk) groene dijk geen optie is.
•Waardevolle openbare ruimte: de toepassing van een (gedeeltelijk) groene dijk gaat ten koste van (de kwaliteit van) een groot oppervlakte waardevolle openbare ruimte waar functies aanwezig zijn die niet te combineren zijn met een waterkering en die niet of moeilijk verplaatsbaar of vervangbaar zijn.
•Bruikbaarheid particulier eigendom: de toepassing van een (gedeeltelijk) groene dijk leidt ertoe dat lokaal een particulier eigendom gekoppeld aan woning of bedrijf dermate wordt aangetast dat het redelijkerwijs niet meer in die functie gebruikt kan worden.
Soms is er de wens om een harde waterkering te integreren in bebouwing (functiecombinatie). Functiecombinatie met bebouwing passen wij alleen toe als er sprake is van een evidente maatschappelijke meerwaarde en/of een ruimtelijk knelpunt. Indien in uitzonderlijke gevallen toch een functiecombinatie wordt overwogen, gaan we uit van het principe ‘ruimtelijk geïntegreerd, fysiek gescheiden’ en een toekomstbestendige uitvoering, dit om het risico op toekomstige meerkosten en wederzijdse afhankelijk zo klein mogelijk te houden.
Figuur 12: Schematische weergave van een harde waterkering in beton, staal, etc.
(Gedeeltelijk) glazen kering
Glazen keringen zijn sterk genoeg en bieden een vergelijkbare veiligheid met traditionele harde waterkeringen. Daar waar de kwaliteit van de leefomgeving in grote mate wordt aangetast door een traditionele harde waterkering (van bijvoorbeeld beton of staal) kan een (gedeeltelijk) transparante waterkering (bijvoorbeeld in glas) worden toegepast (zie figuur 13). Aspecten die spelen rondom de kwaliteit van de leefomgeving hebben met name te maken met de lokale situatie zoals: publieke versus particuliere ruimte, afstand en oriëntatie van bouwwerken tot de waterkering, grondeigendom, monumentale bebouwing, gebruik van de leefruimten etc. Bij een publieke ruimte kan het gaan om een beschermd dorpsgezicht, stadsboulevard of waardevolle publieke ruimte.
Glas over de volle lengte van een kering toepassen is kostbaar; daarom wordt glas doorgaans over kleinere lengtes toegepast. Ook wordt glas standaard boven een borstwering toegepast. Dit is zowel om kosten te besparen als om beschadiging te voorkomen. Bovendien biedt de hoofdfunctie van glas, het bieden van doorkijk, doorgaans geen meerwaarde vanaf maaiveld. De borstwering heeft geen vaste afmeting, maar is afhankelijk van de lokale situatie en risico’s en de standaard hoogte van de glaspanelen. We streven daarbij naar een zo uniform mogelijke maatvoering, vanuit de vervangbaarheid van de panelen. In specifieke situaties, zoals in een uitgaanscentrum, kan glas vanwege de gevoeligheid voor vandalisme ongeschikt zijn.
Er is juridisch gezien géén blijvend recht op behoud van uitzicht op de Maas. Om sober en doelmatig met maatschappelijke gelden om te gaan, wegen we het toepassen van een glazen waterkering ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving in een openbare omgeving zwaarder dan bij een privébelang. Er is wel regelgeving over lichtinval in panden/woningen in relatie tot leefbaarheid, waaraan het waterschap zich vanzelfsprekend dient te houden.
Indien een glazen waterkering wordt overwogen dienen er afspraken te worden gemaakt over wie (bijvoorbeeld gemeente of inwoners) de verantwoordelijkheid heeft voor het schoonhouden van het glas; het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkerende functie. Ook vervangt het waterschap het glas niet als na vandalisme de buitenste laag van het glas beschadigd is, maar de waterkerende functie niet in gevaar is (ook al is het doorzicht dan wel sterk verminderd of verdwenen).
Figuur13: Schematische weergave van een harde waterkering, (deels) transparant.
6.1.2 Niet permanent gesloten keringen
Niet permanent gesloten keringen kunnen we indelen in twee typen: wanden en coupures.
Wanden
Wanden zijn over het algemeen zeer onderhoudsintensief en brengen een veel grotere beheerlast en hogere levensduurkosten met zich mee dan een permanent gesloten waterkering. Ook moeten ze intensief geïnspecteerd en regelmatig getest/opgebouwd worden. Bovendien is de faalkans hoger. Voor een niet permanente wand wordt in uitzonderlijke gevallen gekozen, als het plaatsen van een permanent gesloten waterkering (inclusief glas of inpassingsvarianten zoals maaiveldverhoging):
•Leidt tot een onacceptabele aantasting van een Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht,
•Leidt tot van aantasting van de leefbaarheid van een woning en/of bruikbaarheid van het bouwwerk (denk aan bouwbesluit lichtinval) of perceel en dat niet anderszins oplosbaar is,
•Ten koste gaat van waardevolle openbare ruimte met hoge maatschappelijke kosten tot gevolg
•Een glazen waterkering vanwege vandalismegevoeligheid aantoonbaar ongeschikt is op deze locatie.
De beheerlast gedurende de gehele levensduur dient expliciet te worden overwogen bij het besluit om deze type kering te gebruiken. Daarnaast dient het detailontwerp nadrukkelijk toe te zien op de relevante beheeraspecten. De niet permanent gesloten wand moet over zo minimaal mogelijke lengte worden toegepast, met zo groot mogelijke drempelhoogte (hierbij dient ook de mogelijkheid van het verhogen van het omliggend maaiveld te worden meegenomen).
De bereikbaarheid van de wand (zie ook paragraaf 6.2) vraagt extra aandacht bij het ontwerp en de ruimtelijke inpassing van dit type waterkering. Dit is zeer relevant waar het een toepassing op particulier terrein betreft. Ook in dichtbebouwde binnenstedelijke locaties is de benodigde ruimte niet vanzelfsprekend beschikbaar. Als de benodigde bereikbaarheid niet kan worden gerealiseerd is toepassing van een niet permanent gesloten waterkering niet mogelijk.
De niet permanent gesloten wand bestaat uit losse onderdelen die goed op elkaar moeten aansluiten en heeft daarom in veel gevallen een hogere inspectiefrequentie dan een reguliere waterkering. Dit kan ook gevolgen hebben voor de privacybeleving van omwonenden. Zo wordt een niet permanent gesloten kering intensiever geïnspecteerd dan bijvoorbeeld een (gedeeltelijk glazen) permanente waterkering.
Coupures
Bij coupures gaat het om een doorgang in de waterkering met als doel bereikbaarheid van bijvoorbeeld openbare wegen of toegang tot percelen mogelijk te maken. Waar mogelijk wordt toepassing van een coupure vermeden. Bestaande bereikbaarheid wordt daarbij zoveel mogelijk in stand gehouden. Bijvoorbeeld door het aanleggen van een weg over de kering, het verplaatsen van een weg zodat de kering meer schuin in plaats van haaks gekruist wordt (geleidelijke overgang), of het vormgeven van de bereikbaarheid op een andere manier.
Bij het toepassen van coupures moet worden aangetoond dat het door ruimtegebrek of anderszins niet mogelijk is om de weg of de toegang over de waterkering aan te leggen. Hierbij gaat het maatschappelijk belang voor het individueel belang. Bij de afweging of een coupure noodzakelijk is wordt gekeken naar:
•Het al dan niet inpasbaar zijn van een oplossing om over de waterkering heen te gaan;
•Het maatschappelijk belang van het behouden van de toegankelijkheid/verbinding;
•De consequenties voor evacuatie van het buitendijks gebied. Een dijkovergang kan gebruikt worden totdat de waterstanden buitendijks te hoog worden; een coupure wordt bij opkomend hoogwater op enig moment gesloten waarna géén doorgang meer mogelijk is.
In alle gevallen wordt de drempel zo hoog mogelijk gerealiseerd.
6.1.3 Voorkeursvolgorde type sluitmiddel
Omdat de faalkans van niet permanent gesloten keringen per definitie groter is dan bij permanent gesloten keringen, besteden we bij de keuze voor en het ontwerp van een specifiek systeem ook veel aandacht aan de aspecten uniformiteit, bedieningsgemak en handelingsperspectief. Juist ten tijde van hoogwater staat de waterschapsorganisatie onder hoge druk. Alle handelingen die dan moeten gebeuren, dienen zo eenvoudig en eenduidig mogelijk te zijn om de kans op fouten en falen te verkleinen. Dit betekent bijvoorbeeld dat het waterschap kiest voor zo min mogelijk verschillende systemen/leveranciers, omdat dit de bekendheid van de medewerkers met het specifieke systeem vergroot en het op voorraad hebben en houden van reserveonderdelen vergemakkelijkt.
Indien een niet permanent gesloten kering wordt toegepast maakt het waterschap een integrale afweging tussen kosten (op basis van de gehele levensduur), beheersbaarheid en faalkans. Op basis van die afweging kan gekozen worden voor een zelfsluitende waterkering of een op locatie aanwezige (niet zelfsluitende) kering.
Aandachtspunten voor beheer en ontwerp
Bij niet op locatie aanwezige systemen (schotbalken) levert juist de centrale opslag en de logistieke operatie een grote beheerlast op. De beheerlast gedurende de gehele levensduur dient daarom expliciet te worden overwogen in de afweging. Daarnaast brengen verschillende systemen verschillende aandachtspunten met zich mee. Met name systemen waarbij sprake is van een kelder/ruimte onder maaiveld waarin de waterkering wordt bewaard of wordt opgeklapt, zijn gevoelig voor dichtslibben en voor aantasting door vloeistoffen (bijvoorbeeld schoonmaakmiddelen) of door vocht.
Ook zijn de niet permanent gesloten waterkeringen over het algemeen gevoeliger voor vandalisme en diefstal. Afhankelijk van het systeem kan ook het veiligheidsrisico bij aanvaringen (denk ook aan door hoogwater losgeslagen schepen, boomstammen, etc.) groter zijn dan bij een meer conventionele oplossing zoals een damwand. Het detailontwerp dient uitdrukkelijk toe te zien op deze beheeraspecten. Daarnaast dient de waarschuwingstijd (looptijd van de hoogwatergolf) op de betreffende locatie steeds te worden beschouwd in relatie tot het sluitproces voor de betreffende wand of coupure.
Voor elke niet permanent gesloten waterkering geldt dat deze moet passen binnen de beschikbare faalkansruimte in het dijktraject. Daarbij kijken wij naar het gehele dijktraject en minimaal 50 jaar vooruit. Indien slechts een gedeelte van een dijk wordt versterkt (partiële versterking), dan beschouwen we niet alleen de kunstwerken in het te versterken deel. Ook kijken we naar de totale faalkansbijdrage van alle in het traject aanwezige kunstwerken bij de vraag of niet permanent gesloten waterkeringen toelaatbaar zijn.
Zelfsluitende waterkering
Een zelfsluitende waterkering vergt weinig inspanningen van de waterschaporganisatie ten tijde van een hoogwatersituatie. Ook geeft deze een kleiner risico op falen omdat er geen logistieke operatie nodig is. Vanuit het oogpunt van calamiteitenzorg heeft een zelfsluitend systeem dus duidelijke voordelen ten opzichte van een niet zelfsluitend systeem. Echter de aanlegkosten van zelfsluitende waterkeringen zijn op dit moment nog substantieel hoger dan de aanlegkosten van andere typen waterkeringen. Het landelijke HWBP bepaalt per situatie of toepassing van een zelfsluitende waterkering sober en doelmatig, en daarmee subsidiabel, is..
Aandachtspunt bij een zelfsluitend systeem is dat deze type kering ruimte in horizontale en verticale richting vraagt om het sluitmiddel te kunnen bergen. Tevens schenken we bij het ontwerp aandacht aan het verminderen van schade en waterveiligheidsrisico’s bij mogelijk vandalisme of diefstal.
Op locatie aanwezig sluitmiddel (niet zelfsluitend)
De faalkans van een waterkering met op locatie aanwezig sluitmiddel, zoals een punt- of schuifdeur, is gunstiger ten opzichte van een waterkering met een niet op locatie aanwezig sluitmiddel. Zie figuur 14. Dit omdat er voor reeds aanwezige sluitmiddelen geen extra logistieke handelingen nodig zijn om het sluitmiddel ter plaatse te krijgen. Dit heeft grote voordelen voor de sluitoperatie bij hoogwater. Zeker bij coupures is, vanwege de beperkte lengte, toepassing van een permanent aanwezig sluitmiddel bijna altijd mogelijk. Vanuit beheeroogpunt zijn er wel andere aandachtspunten: afhankelijk van de gekozen variant en de locatie staat het sluitmiddel meer dan bij centrale opslag bloot aan diverse weerselementen en aan zaken als diefstal en vandalisme.
Figuur 14: Schematische weergave van een waterkering met een op locatie aanwezig sluitmiddel.
Niet op locatie aanwezig sluitmiddel (schotbalken)
Niet op locatie aanwezige systemen (schotbalken, zie figuur 15) zijn de allerlaatste keus en kunnen pas worden overwogen als alle voorgaande alternatieven aantoonbaar niet inpasbaar zijn. Bij inwerkingtreding van dit beleidsplan (1 januari 2025) heeft Waterschap Limburg ongeveer 7500 schotbalken die worden toegepast in de primaire waterkeringen. De ervaringen met het zomerhoogwater in 2021 hebben laten zien dat het waterschap hiermee aan het maximum zit van wat veilig en beheersbaar binnen de beschikbare tijd en capaciteit kan worden toegepast.
De opbouw van deze keringen vindt plaats in een situatie waarin de organisatie al zwaar belast is door andere noodzakelijke hoogwatertaken zoals: wellen dichten, pompen plaatsen en afsluiters dichten, dijkwachten aansturen, meldingen oplossen, noodmaatregelen uitvoeren en crisiscommunicatie. Een bijkomende belemmering bij deze logistieke operatie is dat niet alle gangbare wegen en routes gebruikt kunnen worden. Dit komt enerzijds doordat sommige wegen bij opkomend hoogwater al snel onder water staan, anderzijds doordat wegen soms vrij moeten blijven ten behoeve van door de Veiligheidsregio gecoördineerde evacuaties van mensen en vee. Bovendien kost het tijd om, na afloop van een hoogwater, de materialen weer schoon te maken en op de juiste wijze op te slaan voor een volgend gebruik. Dit geeft een tijdelijke kwetsbaarheid als er sprake is van een nieuwe hoogwatergolf waarvoor het materiaal weer gereed moet zijn.
Figuur 15: Schematische weergave van een waterkering met een niet op locatie aanwezig sluitmiddel.
Randvoorwaarden voor toepassing van niet op locatie aanwezig systeem (schotbalken)
De beslissing voor het toepassen van een niet op locatie aanwezig systeem, moet altijd worden bezien in het totale areaal van Waterschap Limburg en de noodzaak om in dat totale areaal onze kwetsbaarheid, de omvang van de sluitoperatie en het aantal niet op locatie aanwezige waterkeringen te allen tijde beheersbaar te houden. Dit kan enkel areaalbreed (dus de kering in relatie tot alle andere keringen en overige calamiteitenhandelingen) worden beoordeeld.
Het toepassen van extra schotbalken in dijkversterkingsprojecten is vooralsnog alléén mogelijk op basis van saldering met de opbrengst van het saneringsprogramma (zie hoofdstuk 5). Salderen is alleen mogelijk indien er geen netto verslechtering voor de crisisoperatie ontstaat. Hierbij wordt in ieder geval beschouwd:
•De drempelhoogte, opbouwfase en opbouwfrequentie,
•De locatie, bezien vanuit de waarschuwingstijd,
•De locatie, bezien vanuit het risico ten aanzien van stootbelasting, en
•De opbouwhoogte in relatie tot Arbo-aspecten (bijvoorbeeld de noodzaak tot toepassing van bijzonder materieel zoals hoogwerker en verreiker).
Als toch een niet op locatie aanwezig systeem wordt overwogen, is het van belang dat in de LCC-analyse alle relevante aspecten worden beschouwd. Het gaat dan ook om de centrale opslagfaciliteit (doorberekening huisvestingskosten loods), de opbouw en afbouw bij hoogwater, de opbouw en afbouw bij de zesjaarlijkse test, het vervoer, het na afbouw schoonmaken, controleren en sorteren van alle elementen, de waakvlamcontracten ten behoeve van het leveren van personeel door aannemers, en het opleiden, trainen en oefenen van zowel medewerkers als aannemers.
Een toepassing van een niet op locatie aanwezig systeem (schotbalken) moet steeds over een zo minimaal mogelijke lengte en met zo hoog mogelijke drempel worden ontworpen.
6.2Bereikbaarheid
Alle waterkeringen en de daarin aanwezige kunstwerken, waaronder niet permanent gesloten waterkeringen, moeten goed (en volgens de Arbo-richtlijnen) bereikbaar zijn voor het dagelijks beheer en onderhoud, groot onderhoud en inspecties. Ook tijdens hoogwater dienen de waterkering en inliggende kunstwerken veilig (en volgens de Arbo-richtlijnen) bereikbaar te zijn voor inspecties, de bediening van kunstwerken, het aanvoeren en opbouwen van demontabele voorzieningen en ingrepen bij calamiteiten. Dit geldt ook voor aanwezige besloten ruimtes. Bij de bereikbaarheid speelt de breedte en hoogte van het onderhoudspad een rol.
Voor de beoordeling van de bereikbaarheid wordt steeds uitgegaan van het huidige algemeen gangbaar onderhoudsmaterieel (vrachtwagens en tractoren e.d.) waarmee efficiënt en kosteneffectief kan worden gewerkt. Een waterkering dient ook bij hoogwater nog met materieel bereikbaar en berijdbaar te zijn (zie paragraaf 7.12). Indien een weg of onderhoudspad daarnaast een functie heeft (toegekend door gemeente of veiligheidsregio) voor evacuatieverkeer dient het ontwerp daarop te worden aangepast.
Bereikbaarheid groene kering
Waterschap Limburg voert het maaibeheer en onderhoud op groene dijken in principe met groot materieel uit vanaf de kruin van de dijk. Dit werkt sterk kostenbesparend ten opzichte van handmatig of met klein materieel maaien. Doordat het onderhoudspad op de kruin ligt, is de dijk ook bij hoogwater goed bereikbaar. Dit is ook van belang voor inspecties tijdens hoogwater en voor het handelingsperspectief bij calamiteiten.
De onderhoudspaden sluiten ten behoeve van de bereikbaarheid steeds aan op een openbare weg. Daar waar dat niet mogelijk is, kan een draaicirkel worden toegepast. Achteruitrijden op een dijk is niet gewenst en staan wij alleen toe over zeer korte afstanden in gevallen waar geen andere oplossing voorhanden is. De onderhoudspaden (en daarmee ook de dijk) volgen een vloeiende lijn waarbij rekening gehouden wordt met de draaicirkel van het groot materieel.
Aan de teen van de dijk (weerszijden) ligt een strook (onverhard). Deze strook wordt gebruikt om het maaisel te verzamelen. Ook gebruiken we deze strook voor het uitvoeren van (incidenteel) onderhoud, zoals herstel van schade door graverij van vossen/dassen. Ook de teenpaden dienen bereikbaar te zijn vanaf de openbare weg.
Als taluds te lang zijn om volledig vanaf de kruin te maaien (uitgaande van de reikwijdte van regulier onderhoudsmaterieel), dient onderlangs een volwaardig onderhoudspad aanwezig te zijn; er wordt dan ook vanaf de teenzijde gemaaid. Dit is veiliger dan vanaf het talud; bovendien geeft maaien vanaf het talud schade aan de grasmat.
Bereikbaarheid groene kering met hard element
Binnen de combinatie van een groene waterkering met een harde constructie zijn talrijke varianten mogelijk. In alle gevallen is het noodzakelijk dat de bereikbaarheid die nodig is voor inspectie, dagelijks en groot onderhoud, vervanging en calamiteiten goed is geborgd.
Waar een onderhoudspad of onderhoudsroute op kruinhoogte niet mogelijk is, heeft het de nadrukkelijke voorkeur om het onderhoudspad op een zodanige hoogte te realiseren dat vanaf het pad tenminste nog zonder hulpmiddelen (trapjes) over de waterkering heen kan worden gekeken (t.b.v. inspectie tijdens hoogwatersituaties). Ook dient het onderhoudspad zodanig te liggen dat het in een hoogwatersituatie niet onder water staat door kwel.
Met betrekking tot de breedte van het onderhoudspad geldt voor het groene deel van de waterkering dat vanuit het oogpunt van doelmatig en efficiënt beheer in principe met groot materieel wordt gemaaid. Voor het harde deel van de waterkering wordt rekening gehouden met het materieel dat nodig is voor groot onderhoud, vervanging en calamiteiten.
Specifiek voor een gecombineerde kering is het van belang dat de groene en de harde onderdelen van de waterkering, mogelijk een ander beheer-, onderhouds- en inspectieregime vragen met ander materieel. Zowel de groene als de harde onderdelen moeten daarvoor in voldoende mate bereikbaar zijn en voor beide onderdelen moet er handelingsperspectief ten tijde van calamiteiten zijn. Dit vergt in de ontwerpfase extra aandacht. Afhankelijk van het specifieke ontwerp (hoogte, overslag), kan bij het vervangen van het binnentalud door een constructie, een verharding of een gesloten grasmat nodig zijn aan binnendijkse zijde. Dit met het oog op het voorkomen van een erosiekuil.
Bereikbaarheid harde en glazen kering
Net zoals een groene of gecombineerde dijk moeten ook harde en glazen waterkeringen goed bereikbaar zijn. Inspectie in de normale en de hoogwatersituatie, uitvoeren van klein en groot onderhoud, vervanging van onderdelen, versterking en het handelen in onvoorziene calamiteuze situaties moeten altijd geborgd zijn.
Welk (neven)gebruik er binnen deze strook is toegestaan, is mede afhankelijk van de constructie van de waterkering en de lokale situatie. Standaard gebruiksafspraken en afstanden tot de waterkering vormen hiervoor de basis. Tijdens een project worden aanwonenden hierover geïnformeerd.
Harde en glazen keringen liggen relatief vaak in bebouwde gebieden en op of langs particulier terrein. Voor aanwonenden van een waterkering, met name daar waar de waterkering door achtertuinen loopt, is het van belang zich te realiseren dat de aanwezigheid van een waterkering betekent dat deze met enige regelmaat wordt geïnspecteerd. Uitgangspunt voor de dijkinspecteur is dat er een doorgaande bereikbaarheid langs de waterkering is (geen ‘toegang via de voordeur’). Uiteraard is een erfafscheiding uit privacy- en veiligheidsoverwegingen voor inwoners mogelijk maar er worden direct langs de waterkering wel waterschapspoorten geplaatst waarvan de inspecteur de sleutel heeft. Onze inspecteurs respecteren de privacy van inwoners en streven er daarom naar om eenmaal per jaar aan te kondigen in welke weken er dat jaar geïnspecteerd wordt, zodat aanwonenden niet verrast worden door een inspectieronde. De inspectiefrequentie is afhankelijk van het ontwerp en de gevoeligheid van de waterkering. Tijdens hoogwatersituaties en in geval van calamiteiten wordt veel frequenter geïnspecteerd (meermaals per dag) en heeft het waterschap te allen tijde toegang tot de waterkering.
Bereikbaarheid niet permanent gesloten waterkering
Voor alle niet permanent gesloten systemen geldt dat bereikbaarheid een bijzonder punt van aandacht is. Het belang van een goede bereikbaarheid weegt hier extra zwaar, omdat de onderdelen van de waterkering moeten worden aangevoerd voor de opbouwoperatie. De opbouwoperatie moet gezien de tijdsdruk bij een opkomend hoogwater zo efficiënt mogelijk verlopen en gebeurt vaak ook bij slechte weersomstandigheden of beperkt daglicht. Bovendien moet, vanwege de grotere faalkans (niet tijdig kunnen sluiten door bijvoorbeeld logistieke problemen of door een mankement in het systeem) het handelingsperspectief in geval van calamiteiten goed zijn geborgd. Dan gaat het bijvoorbeeld om het met een vrachtwagen en kleine kraan ter plaatse kunnen plaatsen van bigbags. Ook kan de levensduur van bepaalde onderdelen minder zijn dan de standaard en moet er dus vóór aanleg al bewust worden nagedacht hoe die onderdelen te zijner tijd kunnen worden vervangen: welk materieel moet daarvoor ter plaatse kunnen komen via welke routes. Doorgaans zal daarom bij niet permanent gesloten systemen een bereikbaarheidsstrook van 4 meter aan weerszijden nodig zijn, die aansluit op een openbare weg.
Het handmatig verplaatsen van schotbalken over grotere lengtes is ongewenst; bij voorkeur kan de transportwagen langs de opbouwlocatie rijden.
Afhankelijk van de hoogte van de op te bouwen waterkering en het gewicht van de elementen, kan het op basis van Arbo-aspecten noodzakelijk zijn om de elementen met een kraan te plaatsen in plaats van handmatig. In dat geval dient de kering ook met dit materieel goed en efficiënt bereikbaar te zijn.
Overige kunstwerken
Niet alleen de kering zelf maar ook de kunstwerken daarin, zoals afsluiters en pomplocaties, dienen goed, veilig en efficiënt bereikbaar te zijn met al het daarvoor benodigd gangbaar materieel. Pomplocaties voor mobiele pompen hebben een opstelplaats voor de pomp, gelegen naast het reguliere onderhoudspad of de bereikbaarheidsstrook. Dit garandeert dat, ook als de mobiele pomp is geïnstalleerd, de waterkering zelf nog doorgaand bereikbaar is voor zowel inspectie als (urgent) onderhoud.
Bijlage 2 – Begrippen
In deze begrippenlijst leggen we de vaktermen die in dit beleidsplan worden gebruikt, uit in heldere taal. Zodat het beleidsplan leesbaar en begrijpelijk is voor iedereen, ook zonder vakkennis. Daardoor kan de definitie anders geformuleerd zijn dan de juridische definitie of dan de definitie in de door de waterschappen gebruikte datamodellen.
Assetmanagement
Voor assetmanagement hanteren we de definitie conform de ISO (International Organization for Standardization) zijnde de gecoördineerde activiteiten van een organisatie om waarde te realiseren uit assets. Het doel van assetmanagement is het optimaliseren van de prestaties van de assets gedurende de gehele levenscyclus. Assetmanagement is afwegen van kosten (beschikbaar budget, aanlegkosten en beheer en onderhoudskosten, risico's (voor het waterschap en omgeving) en prestaties en waarde van de te verbeteren waterkeringen en bijbehorende kunstwerken.
Beheer
Geheel van activiteiten dat noodzakelijk is om te waarborgen dat de functies van de waterkering blijven voldoen aan de daarvoor vastgestelde eisen en normen.
Beheerder
De organisatie waarbij de kering in beheer is.
Beheerbaar
Goed te beheren op alle zorgplichtprocessen. Van onderhoud en vervanging, tot inspectie en vergunningverlening.
Beheersbaarheid
Het in control zijn over het areaal tijdens hoogwater en daarbuiten, met aandacht voor wat het waterschap zelf en wat de aannemers aankunnen, gelet op het totale areaal, de verschillende technische oplossingen en hoe die gedurende hun levenscyclus functioneren, uitgaande van de kennis en kunde die daarvoor nodig is, en passend binnen de financiële draagkracht van het waterschap. Hierbij spelen het aantal locaties, de hoeveelheid schotbalken, het aantal handelingen dat nodig is ten tijde van een calamiteit, de drempelhoogte c.q. sluitfrequentie, de waarschuwingstijd, en de diversiteit en complexiteit van de gebruikte systemen in ons areaal allen een grote rol
Beleidslijn grote rivieren / Bgr
De Beleidslijn grote rivieren is Rijksbeleid. De Bgr heeft als doelstelling de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging van het rivierbed nu en in de toekomst feitelijk onmogelijk maken. De beleidslijn bevat een afwegingskader ten aanzien van buitendijkse bebouwing. Dit kader is ook van toepassing op rivierwaartse en buitendijkse dijkversterkingen.
Beleidsregels
Het waterschap is bevoegd om nadere regels te stellen aan activiteiten en handelingen die mogelijk een nadelig effect hebben op waterstaatswerken. Dat noemen we beleidsregels. In beleidsregels is aangegeven wat wel en niet toelaatbaar is en onder welke voorwaarden vergunningplichtige activiteiten worden toegelaten. Dit met als doel het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste.
Beoordeling
Het waterschap brengt iedere twaalf jaar aan de minister verslag uit over de algemene toestand van de primaire waterkeringen die in zijn beheer zijn. Het doel van deze wettelijke beoordeling is om aan te tonen of de waterkering (wel of niet) aan de omgevingswaarde voldoet op de afgesproken peildatum. Daarnaast moet de beoordeling ook inzichtelijk maken wat er de komende jaren eventueel nodig is om de primaire waterkeringen aan deze omgevingswaarde te laten voldoen.
Het resultaat van deze beoordeling gebruiken wij voor:
•Het creëren van een actueel veiligheidsbeeld van de primaire waterkeringen binnen ons beheergebied. Dit beeld is openbaar toegankelijk op https://waterveiligheidsportaal.nl/.
•Beeldvorming tijdens een Maashoogwater door inzet van onze applicatie ‘Continu inzicht’. Hiermee adviseren wij de beide Limburgse Veiligheidsregio’s over te treffen maatregelen.
•Het waar nodig actualiseren van ons eigen meerjarenplan (Maas2050) voor het versterken en verbeteren van onze waterkeringen en de landelijke programmering van het HWBP voor het verkrijgen van de financiële bijdrage voor versterking.
•Het verkrijgen van inzichten voor eventuele aandachtsgebieden van onze waterkeringen. Met dit inzicht toetsen we of de calamiteitenplannen nog actueel zijn en treffen we waar nodig (tijdelijke) maatregelen. Deze maatregelen blijven van kracht totdat de dijk voldoet aan de wettelijke omgevingswaarde.
•Het waar nodig uitvoeren van onderhouds- of vervangingsopgaves.
Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI)
Het BOI is het wettelijk instrumentarium voor de beoordeling van primaire waterkeringen. Met dit instrumentarium wordt beoordeeld of een primaire waterkering voldoet aan de wettelijke eis. Daarbij kijkt de beoordelaar niet alleen naar de sterkte van een kering, maar ook naar de hydraulische belastingen (waterstanden en golfparameters als hoogte, periode en richting).
Binnendijks
Gebied aan de landzijde van de dijk. Dit gebied wordt door de dijk beschermd.
Bruikbaarheids-grenstoestand / BGT
Als de bruikbaarheidsgrenstoestand overschreden is, dan faalt of bezwijkt de kering nog niet, maar is er wel sprake van dusdanige schade aan de kering dat het andere functies belemmert. Dit treedt bijvoorbeeld op als door schade aan een dijk de weg op de dijk niet meer bruikbaar is, of als door vervorming van een damwand bebouwing beschadigd wordt. Deze grenstoestand heeft betrekking op het uiterlijk van de bouwwerken (grote doorbuiging of omvangrijke scheurvorming).
Buitendijks
Aan de kerende zijde van de waterkering. Gebied aan de kant van de Maas, de rivierzijde van de dijk.
Coupure
Een onderbreking in een waterkering, voor de doorgang van een weg of spoorweg, die bij hoge waterstanden afsluitbaar is.
Deltaprogramma Maas
Langs de Maas werken overheden en andere partijen aan een toekomstbestendige Maas. Hierbij staan ze voor opgaven als hoogwaterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid, maar ook ecologische waterkwaliteit en natuur, bevaarbaarheid en ambities van gebieden.
Langs de Maas is afstemming nodig tussen initiatiefnemende en bevoegde partijen. Dat gebeurt in het Deltaprogramma Maas. Binnen het Deltaprogramma Maas komen het Rijk en regionale overheden meerdere keren per jaar samen. Water en bodem sturend sluit aan bij het uitgangspunt binnen het Deltaprogramma Maas: ‘Ruimte voor de rivier waar het kan, dijken waar het moet’. Hierbij is onze inzet om de waterveiligheidsopgave (omgevingswaarde en klimaatverandering) zoveel als realistisch mogelijk via rivierverruiming op te lossen. In onze eigen projecten houden we dan ook steeds rekening met de mogelijkheden voor rivierverruiming. Daarbij realiseren we ons dat keringen altijd nodig zijn en blijven, zelfs met maximale inzet op rivierverruiming.
Demontabele kering
Waterkering die handmatig wordt opgebouwd bij hoogwater en na afloop weer wordt afgebroken.
Dijk
Waterkerend grondlichaam.
Dijkdoorvoer
Een kruising van een waterloop of open waterafvoer met de waterkering.
Dijktracé
De plaats waar de dijk komt te liggen
Dijktraject
Een dijktraject is een gedeelte van een primaire waterkering met een eigen omgevingswaarde. Een waterkering kan verdeeld zijn in meerdere dijktrajecten met verschillende omgevingswaarden. De begrenzing van de dijktrajecten en de omgevingswaarde van elk dijktraject is wettelijk vastgelegd.
Dijkversterkingsproject
Een project waarbij de waterkering wordt verhoogd en/of versterkt om te voldoen aan de wettelijk vastgestelde omgevingswaarde. Er zijn drie typen dijkversterkingsprojecten:
•Dijkversterkingen, waarbij de kering min of meer op de huidige locatie verhoogd en/of versterkt wordt.
•Dijkverleggingen
•Gebiedsontwikkelingen
Dijkverlegging
Project waarbij de waterkering dichter om de bebouwing of woonkern wordt gelegd om meer ruimte te creëren voor de rivier. Zo kan de rivier meer water bergen en afvoeren, ontstaan er minder snel hoge waterstanden en verkleint de kans op overstromingen.
Drempelhoogte
Hoogte van de vast aanwezige drempel in een coupure of niet permanent gesloten waterkering. Hoe lager deze is, hoe eerder de waterkering gesloten moet worden én hoe vaker deze gesloten moet worden.
Erosie
Natuurlijk proces van slijtage van gesteenten en sedimenten waarbij het materiaal wordt verplaatst.
Faalkans
Een waterkering faalt als deze de primaire functie – water keren – niet meer kan vervullen. De toegestane kans op falen (faalkans) ligt voor primaire waterkeringen wettelijk vast.
Faalkansbegroting
Een waterkering kan door verschillende (faal)mechanismen bezwijken. De totale kans op alle faalmechanismen mag nooit groter zijn dan de omgevingswaarde. De relatieve bijdrage van elk faalmechanisme is dus altijd kleiner dan 100%. De faalkansbegroting is de specifieke invulling van deze relatieve bijdragen. Met deze faalkansbegroting wordt de omgevingswaarde per dijktraject doorvertaald naar een ontwerpeis per faalmechanisme.
Faalmechanisme
Het falen van een waterkering kan verschillende oorzaken hebben. Deze oorzaken worden faalmechanismen genoemd. Bij het ontwerpen van een waterkering wordt aan elk faalmechanisme een kans toegekend waar de waterkering aan moet voldoen. Dit is de maximaal toegestane/acceptabele kans dat een bepaald faalmechanisme voorkomt bij een specifiek dijktraject. Alle faalmechanismen samen bepalen de kans dat een waterkering faalt, waardoor een overstroming kan optreden. Alle kansen van alle faalmechanismen bij elkaar opgeteld mogen nooit groter zijn dan de omgevingswaarde van het dijktraject. De kans dat een primaire kering faalt mag dus niet groter zijn dan de omgevingswaarde die hiervoor wettelijk is vastgelegd. Gebieden waar een overstroming een hoog risico heeft op grote economische schade of grote aantallen slachtoffers hebben een strengere omgevingswaarde.
Gebiedsontwikkeling
Een groot en integraal project waarin meerdere opgaven van verschillende initiatiefnemers worden gecombineerd.
Gedoogbeschikking / gedoogplichtbeschikking
Een beschikking waarmee het waterschap kan opleggen dat een grondeigenaar bepaalde activiteiten of werkzaamheden die door of namens het waterschap worden uitgevoerd (bijvoorbeeld een dijkversterkingsproject) op zijn/haar grondeigendom moet gedogen.
Het waterschap zal altijd eerst proberen op minnelijke wijze toestemming te bereiken met een schriftelijke overeenkomst. Als partijen het niet eens worden, kan het waterschap een gedoog(plicht) beschikking opleggen. Deze beschikking staat open voor zienswijzen (behalve bij calamiteiten).
Groene dijk
Een waterkering bestaande uit klei en of zand en voorzien van een bekleding met klei met daarop gras.
Handelingsperspectief
Het handelingsperspectief is het totaal van beschikbare mogelijkheden om in een bepaalde situatie te handelen of maatregelen te treffen. Bijvoorbeeld bij een onvoorziene beschadiging van de waterkering of bij een overstroming.
Hoge grond
Hoge gronden zijn natuurlijke hoge delen van Nederland die niet overstromen bij maatgevend hoogwater. Hoge gronden vormen samen met primaire waterkeringen de bescherming van het binnendijkse gebied tegen hoogwater. Hoge grond is dat deel van de hoge gronden waar het waterschap conform de wet een beheerverantwoordelijkheid heeft.
Vaak zijn hoge gronden gelegen aan de uiteinden van een dijktraject. Dit noemen we ‘aansluitingen’. Soms komen er ook hoge gronden voor midden in een dijktraject; de waterkering is dan onderbroken omdat de grond op die plek al hoog genoeg was waardoor daar geen waterkering hoefde te worden aangelegd. Dit heet ‘ingelegen grond’.
Hoge-gronddijk
Een dijk die vrijwel onzichtbaar opgaat in de omgeving. De dijk is zowel in de hoogte als in de breedte ‘ingepakt’ in een grote hoeveelheid grond, en die een flauw talud heeft. Daardoor kan, afhankelijk van de afmetingen, zowel agrarisch gebruik over de kering heen als de aanplant of spontane groei van bos worden toegestaan.
De hoge-gronddijk is een type dijk en geen hoge grond. De hogegronddijk is in afmetingen minder robuust dan hoge grond, heeft een (weliswaar zeer kleine) faalkans, net zoals een ander type dijk.
Hoogwaterbeschermings-programma / HWBP
Het HWBP is een alliantie tussen de 21 waterschappen van Nederland en Rijkswaterstaat. Deze 22 organisaties werken samen in uitvoering, financiering en kennisontwikkeling om de primaire waterkeringen in 2050 aan de omgevingswaarden te laten voldoen. De alliantie betaalt samen de versterkingsprojecten: Het Rijk betaalt 50%, gezamenlijke waterschappen 40% en het individuele waterschap 10%.
Ingangstoets
Plan (aanpak) om de primaire kering aan de omgevingswaarde te laten voldoen. Waterschappen melden gedurende het hele jaar nieuwe versterkingsprojecten voor subsidie aan bij het landelijke HWBP. Om de stabiliteit en voorspelbaarheid van het programma te vergroten, gebruikt de HWBP-alliantie een ingangstoets voor nieuwe project-aanmeldingen. De programmadirectie HWBP beoordeelt nieuwe aanmeldingen en programmeert de subsidieaanvragen in de tijd.
Integraal Rivier-management / IRM
Binnen het programma Integraal Riviermanagement (IRM) werken het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten de komende decennia aan een toekomstbestendig Maas- en Rijnsysteem. Dat als systeem goed functioneert, meervoudig bruikbaar en duurzaam te beheren is. En een (economisch) aantrekkelijk rivierengebied mogelijk maakt met een optimale balans tussen hoogwaterveiligheid, natuur en waterkwaliteit, zoetwaterbeschikbaarheid en bevaarbaarheid. Een gezond riviersysteem biedt naast waterveiligheid ook voordelen voor bijvoorbeeld waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit en natuur. Waterschap Limburg omarmt dit gedachtegoed. Het waterschap is één van de partners in de uitvoeringsketen, waarbij ook voor ons water en bodem sturend steeds het uitgangspunt van elk gesprek en initiatief over de leefomgeving zal zijn en nadrukkelijk worden meegewogen in besluitvorming
Invloedszone
Zone rondom kabels of leidingen volgens de NEN-normen voor kabels en leidingen bij waterstaatswerken.
Kunstwerk (binnen een waterkering)
Technische constructie noodzakelijk voor het realiseren van een bepaalde functie. Voorbeelden zijn coupures, langsconstructies en afsluitmiddelen.
Kwel
Het oppervlakkig uittreden van grondwater uit de bodem naar het maaiveld.
Kernzone
De zone omvattende de waterkering inclusief bijbehorende (piping)berm, zoals aangegeven in de legger;
Langsconstructie
Een bijzondere vorm van waterkerende kunstwerken zijn “harde” langsconstructies vaak van beton (keerwanden) en staal (damwanden) en soms voorzien van een bekleding van metselwerk. Daar waar deze constructies de kruin van de waterkering vormen kan de feitelijke benodigde kruinhoogte ook worden bereikt door het plaatsen van schotbalken. Dit worden demontabele keringen genoemd. Langsconstructies kunnen ook in combinatie met grondlichamen en grasbekleding voorkomen.
LBO-1
De eerste Landelijke Beoordeling Overstromingskans (LBO-1) vond plaats van 2017 t/m 2022. Waterschap Limburg voert periodiek een beoordeling uit van de waterkerendheid van de primaire waterkeringen. Dat is een wettelijke verplichting. Hierbij kijkt de beoordelaar niet alleen naar de sterkte van een kering, maar ook naar de hydraulische belastingen (waterstanden en golfparameters als hoogte, periode en richting).
LBO-2
De tweede Landelijke Beoordeling Overstromingskans vindt plaats van 2023 t/m 2035. Zie ook LBO-1.
Maatwerkbescherming
Het bieden van individuele of lokale beschermingsmiddelen tegen hoogwater.
Maatwerklocatie
Maatwerklocaties zijn locaties waar we met dijkversterking veel verschillende wensen en belangen tegenkomen. Op deze locaties is de inpassing van de waterkering een puzzel.
Niet-waterkerend object / NWO
Een object op, in of in de directe nabijheid van de waterkering (binnen de kernzone of beschermingszone) dat geen waterkerende functie heeft, zoals een leiding, woning of een boom. Een niet-waterkerend object kan wel invloed hebben op de faalkans van een waterkering. Denk bijvoorbeeld aan een leidingbreuk, of een trap die een aangrijpingspunt voor erosie kan vormen bij hoogwater.
In de faalkansbenadering is een beperkt aandeel in de faalkansruimte beschikbaar voor de bestaande niet waterkerende objecten (NWO’s), waaronder de kabels en leidingen. Tevens bemoeilijken NWO’s vaak het onderhoud en vergroten de beheerinspanningen van het waterschap.
Normatieve legger
De normatieve legger, ook wel omgevingswetlegger, is een document dat beschrijft waaraan waterstaatswerken moeten voldoen. Het gaat daarbij om de ligging, vorm, afmeting en constructie. De beheerder van waterstaatswerken is verplicht de legger vast te stellen op grond van artikel 2.39, eerste lid van de Omgevingswet
Onderhoud
Activiteiten en werkzaamheden die nodig zijn om de waterkering in goede conditie te houden. Bijvoorbeeld het periodiek maaien van een groene dijk of het tijdig vervangen van bepaalde onderdelen van een afsluiter.
Ontgrondingskuil
Kuil (erosiekrater) die ontstaat als gevolg van het omwaaien van een boom of ander object.
Onderhoudslegger
In de onderhoudslegger is aangegeven wie onderhoudsplichtige is van een waterstaatswerk.
Omgevingswaarde
Omgevingswaarden leggen de gewenste kwaliteit die de overheid wil bereiken voor de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan vast. Voor de primaire waterkeringen is de omgevingswaarde vastgelegd in de vorm van een overstromingskans of faalkans.
De omgevingswaarde (voorheen: ‘norm’ of ‘ondergrens’) voor primaire waterkeringen is de maximaal toelaatbare faalkans voor een primaire waterkering. Als de overstromingskans groter is dan deze waarde, wordt niet meer aan het afgesproken veiligheidsniveau voldaan.
De omgevingswaarden zorgen ervoor dat iedereen in Nederland dezelfde basisveiligheid wordt geboden. Dat betekent dat de kans om te overlijden als gevolg van een overstroming voor alle inwoners maximaal 1 op 100.000 wordt, oftewel 0,001% per jaar. Gebieden met een kans op grote economische schade of grote aantallen slachtoffers worden boven op deze basiswaarde extra beschermd met een hogere omgevingswaarde. Voor iedere primaire waterkering is bepaald welke omgevingswaarde op welk dijktraject van toepassing is. Deze waarde is vastgelegd in bijlage II van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Overige waterkeringen
Overige keringen worden door het waterschap aangewezen op de legger. Hiervoor geldt geen wettelijke omgevingswaarde. Het waterschap is verantwoordelijk voor beheer en instandhouding van deze keringen.
Ze worden geïnspecteerd en onderhouden op het profiel waarop ze aangelegd zijn. Hun functie is doorgaans om lokaal water te keren of te sturen.
Overslagdebiet
Aantal kubieke meters water dat per seconde dat over een waterkering heen slaat.
Overstromingskans
De kans dat een gebied of een object overstroomt.
Overstromingsrisico-benadering
Methode voor het bepalen van dijkhoogtes door per onderdeel van het dijktraject de faalkans en de gevolgen van falen te combineren tot een overstromingsrisico bij bezwijken van dat onderdeel. Het overstromingsrisico wordt uitgedrukt in de verwachtingswaarde voor de schade (in Euro’s per jaar) en voor de slachtoffers (in slachtoffers per jaar).
Primaire waterkering
Primaire waterkeringen worden door het Rijk aangewezen. Een primaire waterkering is volgens de Omgevingswet ‘’een waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed, hoog opperwater van een van de grote rivieren, hoog water van het IJsselmeer of het Markermeer, of een combinatie daarvan, en van het Volkerak-Zoommeer, het Grevelingenmeer, het getijdedeel van de Hollandsche IJssel en de Veluwerandmeren’’. Primaire waterkeringen in beheer van waterschappen zijn aangewezen in Bijlage II van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Privaatrechtelijk
Betreft dat gedeelte van het recht dat de verhouding regelt tussen particulieren (burgers, bedrijven en organisaties). Bijvoorbeeld koopcontracten of erfpacht.
Profiel van vrije ruimte
Het profiel van vrije ruimte is de ruimte aan weerszijden van, boven en onder een waterstaatswerk of een toekomstig waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen. Bij initiatieven in het profiel van vrije ruimte wordt getoetst of deze het toekomstig verbeteren van de waterkering niet belemmeren of onmogelijk maken. Het is dus de ruimte die gereserveerd is voor het blijvend kunnen realiseren van de waterkerende functie van een kering, ook in de toekomst.
Publiekrechtelijk
Betreft dat gedeelte van het recht waarin de verhouding tussen overheid en burger zijn vastgelegd. Bijvoorbeeld vergunningverlening.
Regionale waterkeringen
Regionale waterkeringen worden door de provincie aangewezen en van een passende omgevingswaarde voorzien. Hoewel Limburg geen regionale waterkeringen kent liggen ze wel elders in het land, bijvoorbeeld ter bescherming van een boezemwatersysteem of kanaal.
Retentie
Tijdelijke berging van water bij hevige regenval of hoge rivierafvoer, zodat stroomafwaarts gelegen gebieden niet overstromen.
Rivierbed
de oppervlakte begrensd ingevolge artikel 2.13 van de Omgevingsregeling
Robuust
De robuustheid van een waterkering is de mate waarin de waterkering bestand is tegen onverwachte gebeurtenissen en toekomstige ontwikkelingen.
Schaardijk
Dijk waarvan de buitenberm direct aan de rivier ligt. Er is geen uiterwaarde.
Signaleringsparameter
De signaleringsparameter (voorheen: signaleringswaarde) is een overstromingskans voor een traject. Het onderschrijden van de signaleringsparameter is een belangrijke indicatie (signaal) dat de dijk op termijn versterkt moet worden. De waarde is zo gekozen dat er voldoende tijd is voor uitvoering van een verbeteractie. Alle primaire waterkeringen in Nederland hebben een signaleringsparameter tussen de 1 op 300 en de 1 op 100.000.
Steilranddijk
Een dijk waarbij vóór de eigenlijke dijk een natuurbuffer van erosief materiaal wordt aangebracht met een esthetische en ecologische functie. Deze bufferzone mag zich op natuurlijke wijze ontwikkelen, er mag erosie plaatsvinden, er kunnen vogels zoals ijsvogels en oeverzwaluwen in nestelen, zonder dat de hoogwaterveiligheid in het geding komt. Dit dijktype past vooral in een omgeving waar ook van nature steilranden voorkomen.
Systeemwerking / systeemsolidariteit
Ingrepen in het riviersysteem staan nooit op zichzelf. Een rivierverruiming op de ene locatie heeft wellicht een gunstig waterstandsverlagend effect tot tientallen kilometers stroomopwaarts. Maar met het oplossen van dat ene knelpunt vormt een volgende locatie de nieuwe flessenhals. Maatregelen die in het winterbed van de Limburgse Maas genomen worden zijn samen bepalend voor de systeemwerking van de rivier. Ze hebben een duidelijke invloed op de hydraulica en hoogwaterstanden van de rivier op andere locaties. Dit vraagt solidariteit van alle betrokken partners om over de grenzen van gemeenten, regio’s, de provincie en landsgrenzen heen kijken, met als doel een gezond riviersysteem van oorsprong tot monding.
System Engineering / SE
Binnen de dijkversterkingsprojecten wordt gebruik gemaakt van System engineering (SE). SE is een werkmethode om alle belangen te inventariseren, op een gelijktijdig moment zodat raakvlakken, tegenstrijdigheden en meekoppelkansen in een vroeg stadium gewogen en beoordeeld kunnen worden. Daarmee worden belangrijke (omgevings)risico’s beheerst en is beter zicht hoe omgegaan moet worden met maatwerklocaties.
Trajectaanpak
Een trajectaanpak is het in beeld brengen van de waterveiligheids- en ruimtelijke opgaven en het ontwikkelen van een daarop afgestemde strategie voor versterking of verbetering van het dijktraject. Deze stap wordt gezet nadat een dijktraject is afgekeurd bij de wettelijke beoordeling.
Uitbreidbaarheid
Aanwezigheid van voldoende fysieke ruimte om een waterkering te kunnen verhogen of versterken.
Uiterste Grenstoestand /
UGT
De waterkerende functie van een waterkering overschrijdt de uiterste grenstoestand (UGT) als sprake is van verlies aan waterkerend vermogen van een dijktraject waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële schade.
Voorfinanciering
Dijkversterkingen worden grotendeels gefinancierd door het landelijke HWBP. Dit HWBP programmeert de bijdragen in de tijd. Als een dijkversterkingsproject pas over enkele jaren is geprogrammeerd maar het waterschap het project al eerder wil uitvoeren (bijvoorbeeld om de dijk mee te schakelen als onderdeel van een stedelijke herstructurering), is er sprake van voorfinanciering. Dit brengt kosten voor het waterschap met zich mee die niet subsidiabel zijn.
Waterbezwaar
Water dat door diverse oorzaken het binnendijkse gebied kan instromen, en door spuien, pompen of bemaling verwijderd moet worden.
Waterkerend kunstwerk
Een kunstwerk dat onderdeel uitmaakt van een waterkering of de waterkering vervangt ten behoeve van een andere functie, die de waterkering kruist. Dit zijn bijvoorbeeld uitwateringsduikers met afsluitkleppen en schuiven, riooloverstorten, keersluizen en coupures.
Waterkering
Kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben
Waterkeringszorg
Zie zorgplicht
Waterschapsverordening
De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen en watergangen binnen het beheergebied van het waterschap. In deze verordening staat welke geboden en verboden er gelden in en om de in de legger opgenomen waterstaatswerken. De gebieden waar deze regels gelden worden werkingsgebieden genoemd. Het werkingsgebied omvat zowel de kering zelf (voorheen 'kernzone') als een zone rond de kering (voorheen 'beschermingszone'). Het doel van de Waterschapsverordening is het behouden van de functies van het waterstaatswerk en het voorkomen van schade.
Waterstaatswerk
Oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk.
Waterstand bij norm
WBN
Dit is de waterstand die de waterkering veilig moet kunnen keren vanuit de normstelling.
Werkingsgebied
Gebied waar regelgeving op van toepassing is. De werkingsgebieden waar de regelgeving van het waterschap van toepassing is, zijn opgenomen in de Waterschapsverordening. We onderscheiden de werkingsgebieden: kernzone van een waterkering, beschermingszone bij een waterkering, buitenbeschermingszone bij een waterkering, profiel van vrije ruimte bij een waterkering en de hoge gronden (basis en robuust)
Zelfsluitende waterkering
Een niet permanent gesloten waterkering die automatisch, bijvoorbeeld door middel van een opdrijvend systeem, sluit zodra de waterstand boven een bepaald peil stijgt. Er is bij hoogwater dus geen menselijk handelen nodig voor de sluitoperatie (wel voor eindcontrole en inspectie).
Zorgplicht
De beheerder heeft de wettelijke taak om de primaire kering aan de veiligheidseisen te laten voldoen en voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud te zorgen. Dit noemen we ook wel de zorgplicht.
Voor de operationele inrichting van de zorgplicht zijn er landelijk 7 operationele processen beschreven, die aan de vastgestelde basiseisen moeten voldoen. Door dit blijvend op orde te hebben is de zorgplicht een continue ontwikkel- en verbetermechanisme om aantoonbaar in control te zijn. De beschreven processen zijn:
•Inspecteren
•Onderhouden
•Bediening en proefsluiting waterkerende objecten
•Calamiteitenzorg
•Vergunningverlening
•Toezicht en handhaving
•Beheren gegevens
Het waterschap stelt jaarlijks een rapportage op die ter beoordeling wordt toegezonden aan de ILT.
Daarnaast heeft het waterschap nog een tweede zorgplicht: een plicht zijn waterstaatswerken te beschermen door eigen regelgeving. Dit is geborgd in de Waterschapsverordening.